Wat te doen bij overlast?

Gaat een veehouderij bij jou in de buurt uitbreiden en wil je daar iets tegen doen? Heb je last van stank of lawaai? Het bestuursrecht biedt mogelijkheden om aantasting of een verdere verslechtering van het leefklimaat te voorkomen. Maak gebruik van je recht op inspraak of het indienen van een verzoek om handhaving en stap eventueel naar de rechter.
De overheid houdt zich lang niet altijd aan de regels van de rechtstaat. Adviseurs van boeren zijn bovendien zeer bedreven in het opzoeken van de mazen in de wet. Ook worden boeren ertoe aangezet om het maximale uit de wet- en regelgeving te halen. Het vergt vaak veel rekenwerk om te checken of daarbij de grenzen van de wet niet worden overschreden.
Soms moet de rechter eraan te pas komen om burgers te beschermen. Om een effectieve procedure te kunnen voeren en al te hoge verwachtingen te voorkomen, heeft de bekende milieujurist Valentijn Wösten elf gouden regels opgesteld.

Klik hier voor Elf gouden regels in het bestuursrecht

Blijf klagen over stankoverlast
Heb je last van stank van een veehouderij? Dien dan een klacht in bij je gemeente of de provincie of de Omgevingsdienst. Informeer bij je gemeente waar je het beste een klacht kunt indienen en hoe daarmee wordt omgegaan. Denk niet: dat heeft toch geen zin. Ook al ben je na 20 klachten geneigd het op te geven, ga door met klagen. Hou zelf ook een registratie bij van je klachten en breng je gemeente geregeld schriftelijk op de hoogte van de klachten die je hebt ingediend. Een geschiedenis van klachten kan van belang zijn bij het beoordelen van een nieuwe vergunningaanvraag.

Volgens Hugo van Belois, expert op het gebied van lucht- en leefkwaliteit, is het van groot belang dat de overheid meer inzicht krijgt in de mate van stankoverlast in Nederland. ”Het ontbreekt aan een actueel beeld, aan een monitor waarmee duidelijk in kaart kan worden gebracht hoe vaak geuroverlast voorkomt, hoeveel mensen overlast ervaren en waar de geur dan vandaan komt. Daarom is er eigenlijk geen duidelijk beeld van de omvang van de geurproblematiek op dit moment”, zegt hij.

Van Belois adviseert stankoverlast altijd te melden bij het bevoegd gezag, dus bij de gemeente of provincie. Blijf bellen en klagen als de overlast aanhoudt. ’‘Daarbij is het cruciaal dat je als burger goed kunt uitleggen wat er aan de hand is en waar de schoen precies wringt voor jou.’

Een groot nadeel van het huidige systeem waarmee een bepaalde geuremissie wordt vergund, is dat niemand inzicht heeft in de geursituatie op het moment dat de klacht ontvangen wordt. Het kan zijn dat het op papier allemaal klopt, hoewel narekenen altijd zin heeft, want er kan sprake zijn van een (bewuste) onderschatting van de geurbelasting. Maar op het moment van een klacht, kan er sprake zijn van een bijzondere situatie: een niet goed functionerende luchtwasser, teveel dieren, etc. Daarom is het verstandig om bij aanhoudende stankoverlast te blijven klagen, zodat duidelijk wordt dat er geen sprake is van een incident maar van een structureel probleem.

Dagboek
Van Belois adviseert burgers om altijd een dagboek bij te houden. ”Als burger is het verstandig de overlast systematisch bij te houden. Schrijf op wanneer je thuis bent en waar en wanneer je precies overlast ervaart. Hou bij hoe lang de overlast al duurt, hoe erg het voor jou is, waar je denkt dat het vandaan komt en waar het naar ruikt. En bovenal: blijf bellen, blijf klagen. Gemeenten en provincies hebben die informatie nodig’’. Burgers kunnen ook aandringen op een geuronderzoek. Dan worden er luchtmonsters genomen bij een bedrijf en deze worden in een lab door een geurpanel beoordeeld. Stankoverlast moet niet worden onderschat,aldus Van Belois. Het kan leiden tot gezondheidsproblemen.

App Stank op de kaart Brabant
Het Brabants Burgerplatform heeft voor de inwoners van deze provincie een app ontwikkeld, waarmee stank van stallen, mest uitrijden, mestverwerkers en slachthuizen kan worden gemeld. In de app kunnen de intensiteit, data en de bron van de stank worden aangegeven.
De app is te vinden op https://stankopdekaart.nl/app/
De meldingen worden op een kaart bijgehouden. Deze kaart is voor iedereen toegankelijk.

Geurapp in Venray
Sinds oktober 2019 meten boeren en omwonenden in Venray fijnstof, stikstofdioxide en ammoniak in hun leefomgeving. Onderzocht wordt of een geur-app bruikbare informatie oplevert in combinatie met de metingen van fijnstof, stikstofdioxide en ammoniak.. Het project wordt geleid door het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) en mede gefinancierd door provincie en gemeente. Begin 2021 komen naar verwachting alle gegevens van een jaar lang meten beschikbaar.
Met behulp van een app is een uniforme registratie van klachten mogelijk. Het RIVM heeft hiervoor samen met Ordina een speciale Boeren en Buren geur-app ontwikkeld. Mia Wegh, secretaris en plaatsvervangend-voorzitter van Gezond Leefmilieu Venray (deelnemer aan Boeren en Burgers), vertelt dat de meldingen alleen naar het RIVM gaan en nog niet naar bijvoorbeeld de omgevingsdienst.
De app registreert datum, tijdstip en locatie, hoe onaangenaam de geur is, wat de vermoedelijke bron is, in welke mate de melder wordt gehinderd, in welke mate de melder wordt gestoord in zijn/haar bezigheden, en hoeveel mensen op de locatie aanwezig zijn.
De geur-app van het RIVM dient nu alleen nog een onderzoeksdoel, maar kan bij bewezen diensten wellicht breder worden ingezet voor een effectieve klachtenregistratie. Een goede klachtenregistratie is niet alleen van belang voor de handhaving in geval van overlast, maar ook voor de vergunningverlening. Zo kan aan een bedrijf dat geregeld overlast veroorzaakt extra voorschriften worden opgelegd.

Wat te doen bij een nieuwe vergunningaanvraag?

Als een boer een nieuwe vergunning aanvraagt, is dat vaak een goed moment om het hele bedrijf eens tegen het licht te houden en op zoek te gaan naar de zwakke plekken, waardoor overlast kan ontstaan. Vaak beweert de boer dat het met de nieuwe vergunning allemaal beter wordt. Tuin daar niet in. De ervaring leert dat in veel gevallen stank en lawaai eerder toe- dan afnemen.
Voor geluid en geur worden berekeningen gemaakt die gunstig uitpakken voor de veehouder – hij kan dan binnen de normen meer vee houden – maar die lang niet altijd in overeenstemming zijn met de werkelijke hoeveelheid stank en geluid die wordt geproduceerd. Voor al dat rekenwerk huurt de boer een adviseur in die de vergunningaanvraag voor hem indient bij de gemeente of provincie. Ga er niet van uit dat de overheid het rekenwerk controleert. In de meeste gevallen komt hetgeen de adviseur aanlevert zonder check in het zogeheten ontwerpbesluit terecht, dat vervolgens ter inzage wordt gelegd.

GGD-advies
Als de gemeente de GGD niet inschakelt voor advies, kun je zelf contact leggen. De GGD heeft een richtlijn milieukunde veehouderij en gezondheid en wil graag advies op maat verstrekken. Daarvoor heeft de GGD wel een opdracht van de gemeente nodig. Als betrokkene en belanghebbende kun je er (eventueel via de gemeenteraad) wel invloed op uitoefenen dat de gemeente de GGD om advies vraagt.

Moet bij een nieuwe vergunning de handhaving worden stopgezet?
Nee. Er wordt meestal verwezen naar ”zicht op legalisatie”, maar dat is geen reden om af te zien van handhaving. Een gemeente of een omgevingsdienst mag wel degelijk een handhavingstraject inzetten of doorzetten. Het valt immers te bezien of een verleende vergunning (een ontwerpbesluit) stand houdt en uiteindelijk onherroepelijk wordt.

Ontwerpbesluit en zienswijze

Op een ontwerpbesluit kunnen omwonenden en andere belanghebbenden binnen zes weken reageren met een zienswijze. Het kan zeker zin hebben om geur- en geluidsberekeningen na te laten rekenen door een deskundige. Ook op andere onderdelen van de vergunning (aan- en afvoer van mest, vervoersbewegingen, afstanden tot bebouwing, bestemmingsplan, volksgezondheid, eventuele MER, etc. ) is een kritische blik noodzakelijk. Nogmaals: de overheid vertrouwt doorgaans blind op de adviseur van de boer. Vaak is de vergunning met de adviseur doorgesproken en zijn mogelijke pijnpunten glad gestreken, voordat de overheid er een besluit over neemt.

Van zienswijze naar beroep
Hou een zienswijze op een ontwerpbesluit zakelijk, kom met argumenten die juridisch houdbaar zijn (overleg met een jurist!), zorg voor onderbouwing van je kritiek. In de meeste gevallen gaat je zienswijze rechtstreeks naar de adviseur van de boer die de gelegenheid krijgt erop te reageren. De gemeente/provincie neemt de reactie van de adviseur doorgaans klakkeloos over. Veel of misschien wel alle onderdelen van je zienswijze worden afgewezen. De vergunning wordt verleend in de vorm van een definitief besluit.
De reactie op je zienswijze vind je terug in dat definitieve besluit. Dit besluit is nog niet onherroepelijk, je kunt in beroep gaan bij de bestuursrechter. Als je nog niet eerder een jurist in de arm hebt genomen, is dat nu het moment om dat wel te doen.

Verdrag van Aarhus: zienswijze niet noodzakelijk voor beroep
Tot dusver werd steeds aangenomen dat je alleen als je een zienswijze op een ontwerpbesluit had ingediend, naar de rechter zou kunnen voor een beroepsprocedure. Het Europese Hof van Justitie heeft geoordeeld toegang tot de rechter niet mag afhangen van een eerdere deelname in een procedure. Dat is in strijd met het zogeheten Verdrag van Aarhus. In het geval van vergunningen met milieu-impact, die onder het verdrag van Aarhus vallen (RIE-bedrijven) hoeven belangenorganisaties en belanghebbende burgers niet eerst een zienswijze ingediend te hebben om in beroep te kunnen gaan. Het verdrag van Aarhus verbiedt een dergelijke belemmering in de rechtsgang. Overleg met je juridisch adviseur of je het indienen van een zienswijze kunt overslaan.

Tip 1
Kijk goed naar emissiepunten bij geurberekeningen
Bij de beoordeling van een nieuwe vergunning voor een veehouderij is het altijd zinvol om goed naar de gekozen emissiepunten te kijken. Adviseurs hebben nogal eens de neiging om die emissiepunten zo te kiezen dat de geurbelasting binnen de norm blijft. Dat blijkt uit de zaak van een pluimveehouderij in Delfzijl. De Raad van State heeft oplettende omwonenden, die De Roever Omgevingsadvies naar de vergunning hebben laten kijken, in het gelijk gesteld.

Een emissiepunt is de plek waar ammoniak, geurstoffen en fijnstof de stal verlaten. Deze punten zitten op een bepaalde hoogte, die bij de berekeningen van onder meer de geuruitstoot en geurbelasting moet worden ingevoerd. Niet alleen de hoogte is daarbij van belang, maar ook de uittreesnelheid. Het zijn de ”knoppen” waaraan adviseurs kunnen draaien om de geurbelasting bij geurgevoelige objecten zo te berekenen dat deze binnen de geldende norm blijft. Gemeenten en provincies nemen in hun vergunningen deze berekeningen vaak klakkeloos over.

In de zaak van de pluimveehouderij in Delfzijl – een houder van 119.500 vleeskuikens – was dat ook het geval. De Stichting Advies Bestuursrechtspraak (StAB) moest eraan te pas komen om de gemaakte V-stacksberekeningen tegen het licht te houden. Daarbij bleek dat ten onrechte als emissiepunt niet de hoogte van de omkasting van de ventilatoren, maar de ventilatoren zelf als missiepunt waren gekozen. Volgens de STAB is het aannemelijk dat bij de bovenkant van de omkasting sprake is van een lagere uittreesnelheid, omdat lucht vanwege wrijving in principe in snelheid afneemt naarmate het hoger komt. De Raad van State heeft dit overgenomen en stelt dat in de verleende vergunning van een verkeerd emissiepunt is uitgegaan. Daardoor is niet zeker of aan de geldende geurnormen kan worden voldaan. De vergunning is vernietigd.

Tip 2
Kijk goed naar de uittreesnelheden van ventilatiesystemen en luchtwassers
Check de uittreesnelheden die worden toegepast. Bijvoorbeeld: door de uittreesnelheid van een combiwasser op papier te verhogen van 4 m/s naar 9 m/s, wordt de lucht uit de stal op papier zo ver omhoog geblazen, dat er van de stank weinig meer overblijft. De Raad van State heeft zich over deze truc gebogen, nadat de gemeente Boekel daar niet mee akkoord was gegaan. Met een uittreesnelheid van 9 m/s is de geurreductie niet gewaarborgd, aldus de Raad van State. Voor uitspraak klik hier

Tip 3
Lees de beschrijvingen en voorwaarden van nieuwe technieken
Wordt er in een stal een techniek toegepast om emissies te reduceren, kijk dan goed naar de voorwaarden waaronder deze technieken de berekende reductiepercentages kunnen halen. Deze voorwaarden zijn opgenomen in zogeheten BWL systeembeschrijvingen. Het kan zijn dat niet aan de voorwaarden wordt voldaan, waardoor er meer stank, fijnstof of ammoniak wordt uitgestoten. Het verschil tussen berekende en feitelijke emissies doet zich bijvoorbeeld voor bij open stallen, waar niet gegarandeerd kan worden dat alle stallucht via emissiereducerende technieken wordt afgevoerd. Zo is een reductie van fijnstof via een warmtewisselaar met maximaal 95% alleen haalbaar als alle stallucht via de warmtewisselaar naar buiten gaat. Dit kan in een open stal niet worden gegarandeerd.