POV wil dat Raad van State geurnormen combi-wassers onverbindend verklaart

De Producenten Organisatie Varkenshouderij (POV) heeft de Raad van State om een uitspraak gevraagd over de aangescherpte geurnormen voor combi-wassers die sinds juli 2018 gelden. De Raad van State zou deze onverbindend moeten verklaren. Het onderzoek waarop de bijstelling van de geurnormen is gebaseerd, deugt niet, aldus de POV.

Blijven de geurnormen in stand, dan moet er financiële compensatie komen voor veehouders die al geïnvesteerd hebben, zei advocaat F. Damen namens de POV op 7 januari bij de Raad van State. Op pigbusiness.nl wordt verslag gedaan van een zitting bij de Raad van State over een varkenshouderij in de gemeente West-Betuwe. Tijdens die zitting werden door de POV de geurnormen voor combi-wassers ter discussie gesteld. In feite gaat het om een bijstelling van de zogeheten geurverwijderingsrendementen van combi-wassers, zodat deze meer in overeenstemming zijn met de praktijk,

De varkenshouderij had vlak voor de bijstelling een vergunning gekregen. Een omwonende ging daartegen in beroep en werd door de rechtbank Gelderland in het gelijk gesteld. De varkenshouder en de POV gingen in hoger beroep bij de Raad van State. ”Ook andere varkenshouders die hiermee te maken hebben gehad zijn volgens de POV benadeeld. De POV vroeg de Raad van State de nieuwe geurnorm onverbindend te verklaren. Het onderzoek naar het rendement van de combi-luchtwassers deugt namelijk van geen kanten”, aldus de POV op pigbusiness.nl.

Update 18 januari 2020

In een andere zaak is onlangs uitspraak gedaan door de Rechtbank Oost-Brabant.
Het ging om een varkenshouderij die wilde uitbreiden door toepassing van biologische en chemische combi-wassers. De omgevingsvergunning is geweigerd vanwege de gewijzigde emissiefactoren per 20 juli 2018. De varkenshouder vond dat deze wijziging onverbindend verklaard moest worden. De rechter heeft dit verzoek afgewezen. De Stichting Advies Bestuursrechtspraak is om advies gevraagd en de rechter heeft ook de minister gehoord. klik hier voor de uitspraak

De rechter uit kritiek op de onderbouwing van de wijziging van de emissiefactoren. Maar hij vindt het wel begrijpelijk dat de minister het voorzorgbeginsel heeft toegepast bij de wijziging van de emissiefactoren van de combi-wassers. Voorts verwijst de rechter naar een spoedige aanpassing van de regeling. Gedoeld wordt op het lopende onderzoek naar de mogelijkheden om de rendementen van de combiwassers te verhogen, zodat de emissiefactoren weer kunnen worden bijgesteld. Om deze redenen wil de rechter de gewijzigde emissiefactoren niet onverbindend verklaren.

Letterlijke tekst van de uitspraak:
”Gelet op de technische complexiteit van dit dilemma is de rechtbank van oordeel dat de Minister in redelijkheid heeft kunnen besluiten de Rgv te wijzigen en uit voorzorg de geuremissiefactoren van combiwassers gelijk te stellen met die van enkelvoudige wassers. De Minister stelt feitelijk de vaststelling van het mogelijk hogere rendement van combiwassers uit tot een later moment, in afwachting van nader onderzoek, uit voorzorg voor het milieu. Hoewel een meer evenwichtige regeling nadrukkelijk de voorkeur verdient, kan de rechtbank begrijpen dat de Minister het voorzorgbeginsel zwaar laat wegen, waarbij meespeelt dat de Minister ter zitting heeft aangegeven dat hij streeft naar een spoedige aanpassing van de regeling. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding de wijziging van de Rgv onverbindend te verklaren. De rechtbank ziet evenmin aanleiding in dit geval de Rgv buiten toepassing te laten, omdat dit teveel indruist tegen de dwingend voorschreven wijze waarop volgens de Wgv de geurbelasting van een veehouderij moet worden bepaald. Verweerder heeft terecht opgemerkt dat de metingen bij eiseres momentopnames betroffen.”
(Rgv = regeling geurhinder veehouderij; Wgv = wet geurhinder veehouderij)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

een × 5 =