Nieuwe proefstalregeling deugt niet en is onuitvoerbaar

De nieuwe proefstalregeling voor veehouderijen deugt niet en is onuitvoerbaar. Belangrijkste manco is het ontbreken van een betrouwbaar meetsysteem voor geur, zo blijkt uit een analyse van de burgerwerkgroep max5odeur. In een brief aan staatssecretaris Van Veldhoven pleit de werkgroep voor het opzetten van een burgermeetnetwerk, met behulp van sensoren en onder auspiciën van het RIVM.

De nieuwe proefstalregeling, onderdeel van de Crisis- en Herstelwet en specifiek bedoeld voor Brabant, Gelderland, Limburg en Overijssel, is de zoveelste poging om met behulp van innovaties de omvang van de intensieve veehouderij in het dichtbevolkte Nederland in stand te houden en verdere schaalvergroting mogelijk te maken, aldus max5odeur. Ook al is er op dit moment veel te doen over regelingen die moeten leiden tot een lichte krimp van het aantal varkens, tegenover de ”stoppers” staan de ”blijvers”en die willen doorgroeien. Dat kan alleen als ze hun emissies naar beneden brengen. Emissies van ammoniak, fijnstof én van geur.

Met de nieuwe proefstalregeling geur probeert de overheid het voor de veehouderij wat minder omslachtig en kostbaar te maken. De oude proefstalregeling is tijdrovend. Een speciale commissie moet advies uitbrengen aan het ministerie en er geldt een behoorlijk zware verplichting om te testen. Er waren veel klachten van leveranciers van nieuwe stalsystemen, die vonden dat het allemaal veel te lang duurde en als ze al een systeem door de ballotage kregen, ging de concurrent ermee van door.

Vanuit de politiek (CDA, VVD en SGP, onder aanvoering van de kamerleden Geurts, Lodders, en Bisschop) werd de druk opgevoerd om tot een vereenvoudiging te komen, zodat innovaties – hét toverwoord van de schaalvergroters – versneld zouden kunnen worden ingevoerd. Dit alles ook nog eens onder de vlag van decentralisatie: gemeenten en provincies zouden meer bevoegdheden moeten krijgen om nieuwe stalsystemen een kans te geven.

Luchtwasserschandaal en volière-schandaal
Nu was er op de oude proefstalregeling ook vanuit het oogpunt van omwonenden van alles aan te merken. Deze regeling heeft niet weten te voorkomen dat emissiereducerende technieken door de mand vielen. Het luchtwasserschandaal, waar grote groepen burgers nog altijd de gevolgen van ondervinden, valt mede toe te schrijven aan zeer gebrekkig systeem van meten, toetsen en controleren. Metingen werden uitgevoerd in kleine stallen, met kleine aantallen dieren. Bij de toekenning van emissiefactoren aan nieuwe stalsystemen, werd onvoldoende rekening gehouden met toepassingen in stallen met zeer veel dieren. In het geval van de luchtwasssers werden Duitse metingen acceptabel geacht, terwijl de Nederlandse varkensboeren veel meer varkens in hun stallen proppen dan de Duitsers.
Naast het luchtwasserschandaal is er ook nog een volière-schandaal in de pluimveehouderij. Tientallen miljoenen kippen zitten op dit moment in stallen waarvan de emissiefactoren voor ammoniak (en hoogstwaarschijnlijk ook voor fijnstof en geur) bij nader inzien niet deugen. Deze innovatie uit eind vorige, begin deze eeuw is vanuit het oogpunt van het milieu een debacle. Bij nieuwe metingen is gebleken dat de emissies van ammoniak twee keer zo hoog zijn dan de emissiefactoren aangeven. WUR-onderzoekers Ellen, Groenestein en Ogink hebben in 2017 al gepleit voor aanpassing van de emissiefactoren, maar dat komt politiek gezien natuurlijk niet goed uit.

Dat er op metingen van nieuwe stalsystemen van alles aan te merken was, werd ook door Berenschot in het rapport Naar een ander stelsel van proefstalbeoordeling (2013) gesignaleerd. ”In de praktische uitvoering van de proefstalregeling ligt een grote focus op de schijnbare nauwkeurigheid van de emissiefactoren”, luidde een van de conclusies van Berenschot. ”Het stelsel draait voor een belangrijk deel op het zo scherp mogelijk vaststellen daarvan.Tegelijkertijd zijn de metingen omgeven met een onzekerheidsmarge. De (methodologische) focus op de juistheid van de emissiefactoren is te groot. Bovendien lijkt de meetverplichting op grote schaal te worden ontweken.”

Meetresultaten geur niet reproduceerbaar
Valt bij ammoniak met behulp van herhaalde metingen onder verschillende omstandigheden de werkelijke emissie op redelijk betrouwbare wijze te achterhalen, bij geur ligt dat een stuk moeilijker. Dat is tegelijk ook het meest problematische onderdeel van de nieuwe proefstalregeling. Betrouwbare methoden ontbreken om geuremissies te meten. De nieuwe proefstalregeling verwijst naar een meetprotocol uit 2010. Tien jaar oud dus en inmiddels afgeserveerd door geurdeskundigen. Zo wordt er gebruik gemaakt van geurmonsters en geurpanels. Gebleken is dat deze vorm van meten resultaten oplevert die niet reproduceerbaar zijn.

De bewindspersonen die de proefstalregeling het licht hebben doen zien (Schouten en Van Veldhoven), weten dat het meetprotocol geen betrouwbare gegevens oplevert. De commissie Biesheuvel die onderzoek heeft gedaan naar stankoverlast door veehouderijen, heeft daar in het rapport Geur bekennen ook op gewezen. En Van Veldhoven heeft in haar kamerbrief over dit rapport aangegeven dat de ”urgentie” aanwezig is om over te stappen op een ander systeem van meten van geur. Probleem: dat andere systeem is er (nog) niet. Sensoren zijn nog niet in voldoende mate beschikbaar.

Max5odeur dringt aan op spoedoverleg
Desondanks schrijft artikel 7aa van de proefstalregeling voor dat het bevoegd gezag moet vaststellen dat de controleerbaarheid van de werking van het huisvestingssysteem voldoende is gewaarborgd. Ook moet voldoende zijn gewaarborgd dat de geuremissie overeenkomstig het Protocol voor meting van geuremissie uit huisvestingssystemen in de veehouderij 2010 of een gelijkwaardige methode wordt gemeten en dat over de wijze van meten en de resultaten van de metingen aan het bevoegd gezag wordt gerapporteerd.

Door het ontbreken van een betrouwbare meetmethode voor geur is de hele proefstalregeling in feite ondeugdelijk en onuitvoerbaar, vindt max5odeur. Om te voorkomen dat provincies en gemeenten er toch mee aan de slag gaan en net als met de luchtwassers bedrijfsuitbreidingen mogelijk maken, terwijl niet gegarandeerd kan worden dat de stank zal afnemen, heeft de burgerwerkgroep bij Van Veldhoven aangedrongen op spoedoverleg: ”Wij pleiten voor een andere aanpak. Lokale overheden zouden ons inziens samen met burgerinitiatieven en ondernemers uit de varkens- en pluimveehouderij en onder auspiciën van het RIVM, een meetnetwerk moeten optuigen. Essentieel is dat boeren en burgers niet tegenover elkaar staan, maar werken aan bewustwording en samen reële stappen maken. Essentieel is ook dat de onafhankelijkheid en transparantie zijn gewaarborgd”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

veertien − elf =