Kijk goed naar emissiepunten bij geurberekeningen

Bij de beoordeling van een nieuwe vergunning voor een veehouderij is het altijd zinvol om goed naar de gekozen emissiepunten te kijken. Adviseurs hebben nogal eens de neiging om die emissiepunten zo te kiezen dat de geurbelasting binnen de norm blijft. Dat blijkt uit de zaak van een pluimveehouderij in Delfzijl. De Raad van State heeft oplettende omwonenden, die De Roever Omgevingsadvies naar de vergunning hebben laten kijken, in het gelijk gesteld.

Een emissiepunt is de plek waar ammoniak, geurstoffen en fijnstof de stal verlaten. Deze punten zitten op een bepaalde hoogte, die bij de berekeningen van onder meer de geuruitstoot en geurbelasting moet worden ingevoerd. Niet alleen de hoogte is daarbij van belang, maar ook de uittreesnelheid. Het zijn de ”knoppen” waaraan adviseurs kunnen draaien om de geurbelasting bij geurgevoelige objecten zo te berekenen dat deze binnen de geldende norm blijft. Gemeenten en provincies nemen in hun vergunningen deze berekeningen vaak klakkeloos over.

In de zaak van de pluimveehouderij in Delfzijl – een houder van 119.500 vleeskuikens – was dat ook het geval. De Stichting Advies Bestuursrechtspraak (StAB) moest eraan te pas komen om de gemaakte V-stacksberekeningen tegen het licht te houden. Daarbij bleek dat ten onrechte als emissiepunt niet de hoogte van de omkasting van de ventilatoren, maar de ventilatoren zelf als missiepunt waren gekozen. Volgens de STAB is het aannemelijk dat bij de bovenkant van de omkasting sprake is van een lagere uittreesnelheid, omdat lucht vanwege wrijving in principe in snelheid afneemt naarmate het hoger komt. De Raad van State heeft dit overgenomen en stelt dat in de verleende vergunning van een verkeerd emissiepunt is uitgegaan. Daardoor is niet zeker of aan de geldende geurnormen kan worden voldaan. De vergunning is vernietigd.

Klik hier voor de uitspraak van 29 april 2020

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

tien − 2 =