Lokaal stankbeleid

Gemeenten hebben beperkt mogelijkheden om bestaande stankoverlast aan te pakken. In een bestaande overlastsituatie, die voortkomt uit het toepassen van hoge geurnormen (>5 odeur), beschikken veehouders doorgaans over een ruime vergunning: ze mogen veel stank produceren en daar kunnen ze zich altijd op beroepen.

De Wet Geurhinder Veehouderij en de Omgevingswet geven gemeenten wel enige beleidsvrijheid om een toename van stankoverlast te voorkomen: ze kunnen een geurverordening opstellen waarin ze lagere normen kunnen opnemen. Zo’n geurverordening is vaak inzet van politieke strijd en een hoop gelobby. Waar in het verleden zonder nader onderzoek hoge geurnormen werden toegepast om uitbreidingen van veehouderijen mogelijk te maken, wordt er nu veelal gedetailleerd onderzoek gedaan, ter rechtvaardiging van strengere geurnormen. Het is tekenend voor de verhoudingen op lokaal niveau in agrarisch gebied, waar de veehouderij vaak sterk vertegenwoordigd is in het lokale bestuur en korte lijntjes heeft met het ambtelijk apparaat.
Om te voorkomen dat er nog snel nieuwe vergunningen worden aangevraagd voordat strengere geurnormen van kracht worden, kan een gemeente een aanhoudingsbesluit nemen. Door een beroep te doen op de Crisis- en Herstelwet kunnen gemeenten ook de zogeheten 50%-regeling in aangepaste vorm toepassen. Kilk hier voor artikel over 50%-regeling en de Omgevingswet (artikel d.d. 4 januari 2021)

Gemeenten kunnen ook normen voor de achtergrondbelasting van geur opnemen in een omgevingsplan. Let dus goed op als er een omgevingsplan wordt opgesteld voor het gebied waar jij woont.

Max5odeur verzamelt op deze pagina voorbeelden van lokaal geurbeleid. De meest recente berichten staan bovenaan.


ASTEN WEERT MEGASTALLEN VOOR MELKVEE MET GEURVERORDENING
Geplaatst op 15 oktober 2020
De gemeente Asten gaat de bestaande geurverordening aanpassen, zodat megastallen voor melkvee niet meer mogelijk zijn. Alleen afstandsnormen zijn niet voldoende om megastallen voor melkvee te voorkomen, aldus CDA-wethouder John Bankers. Hij heeft in de geurverordening ook aantallen koeien laten opnemen en een bepaalde hoeveelheid odeur.

In de huidige situatie is alleen de afstand bepalend, niet het aantal melkkoeien. Wettelijk gezien moet een bedrijf minimaal op honderd meter afstand staan van een woning in de bebouwde kom en vijftig meter in het buitengebied. Asten brengt nu een koppeling aan met het aantal dieren. Bij een bepaalde afstand hoort een maximaal aantal melkkoeien.

Voor vier bestaande bedrijven betekent dit dat ze niet meer verder kunnen groeien. Ze komen al boven de nieuwe norm uit, maar hoeven niet terug in aantal, zo laat de gemeente via het Eindhovens Dagblad weten. Aanleiding voor de nieuwe geurverordening was de vestiging van een megastal met meer dan 1300 koeien aan de Slobeendweg. Omdat de gemeente machteloos stond tegenover deze megastal, worden de geurregels nu aangescherpt.



BOEKEL SCHAKELT VOOR BUURTSCHAP DE ELZEN TERUG NAAR 5 ODEUR

Geplaatst op 2 oktober 2020
De gemeente Boekel neemt het voortouw in de bestrijding van stankoverlast door de veehouderij. Voor het gebied (De Elzen), waar sprake van een matig tot zeer slecht leefklimaat zal de norm voortaan 5 odeur bedragen. Ook maakt de gemeente gebruik van de mogelijkheid om de 50%-regeling buiten werking te stellen.

De gemeente heeft bureau Pouderoyen Tonnaer een geurgebiedsvisie laten opstellen om een uitweg te zoeken uit een situatie waarin sprake is van aanhoudende stankoverlast veroorzaakt door de varkenshouderijen. Uit het rapport blijkt dat ingrijpen mogelijk is. Dit heeft zich vertaald in een nieuwe geurverordening. Varkenshouders in het gebied die azen op uitbreiding, wordt met deze geurverordening de pas afgesneden.

De gemeente zet twee sloten op de deur:
a) Een norm van 20 OU geur achtergrondbelasting, opgenomen in het bestemmingsplan,
a) Een aanscherping van de voorgrondnorm geur van 7 OU naar 5 OU voor de Elzen,
opgenomen in de ontwerp geurverordening.

Veehouderijen die willen uitbreiden en stank reduceren, kunnen daarvan niet langer een deel weer inzetten om meer dieren te gaan houden. ”De door verbeteringen behaalde geurreductie moet ten goede komen aan het structureel verbeteren van het woon- en leefklimaat in De Elzen”, aldus het college van B&W van Boekel. ”Daarom is het belangrijk dat de vrijkomende milieuruimte die kan ontstaan als veehouderijen stoppen, verplaatsen of hun geurbelasting verminderen, niet opnieuw ingenomen kan worden door uitbreidende veehouderijen. Hiermee wordt voorkomen dat ontwikkelingen kunnen plaatsvinden die in onvoldoende mate bijdragen aan de gewenste afname van de geurbelasting.”

Klik hier voor de geurgebiedsvisie en de geurverordening


HET STINKT IN HET NOORDEN VAN GRONINGEN

Geplaatst op 8 mei 2020
Omwonenden van het pluimveebedrijf van IJzebrand Rijzebol aan de Wadwerdweg in het Gronings Usquert hebben al jaren last van stank. Daarom waren ze blij dat de maatschap van Rijzebol op die plek zou stoppen. Het bedrijf zou gebruik maken van de Stopperregeling Actieplan Ammoniak. Nu blijkt echter dat Rijzebol toch doorgaat met het houden van 32.000 vleeskuikens aan de Wadwerdweg, een vermindering met 43.000 ten opzichte van de oude vergunning. De gemeente Het Hogeland verleende een nieuwe vergunning. ”Aan totale beëindiging van de activiteiten is nooit gedacht, wel aan het ontlasten van Usquert’’, zegt IJzebrand Rijzebol in het Dagblad van het Noorden.

De omwonenden hebben bezwaar gemaakt tegen de verleende vergunning. Ze vinden dat er aan de Wadwerdweg geen plaats is voor intensieve veehouderij, omdat het niet past bij een beschermd dorpsgezicht. En ze hebben aan de bel getrokken vanwege mogelijke belangenverstrengeling. Ze vinden dat het zaakje ook bestuurlijk stinkt. IJzebrand Rijzebol is namelijk niet alleen eigenaar van een groot vleeskuikenbedrijf (aan de Kolhorsterweg in Spijk – gemeente Delfzijl – staat nog een bedrijf met 199.000 vleeskuikens, daar zijn uitbreidingsplannen voor 238.000 vleeskuikens), hij is tevens gedeputeerde van de provincie Groningen en in die hoedanigheid voorzitter van de Omgevingsdienst Groningen, belast met handhaving van afspraken die zijn gemaakt bij het verstrekken van vergunningen. Ook was hij sinds 2012 wethouder in Delfzijl.

Vooralsnog neemt Commissaris van de Koning René Paas zijn collega CDA-bestuurder in bescherming. ”Ik heb geen enkele aanleiding om te twijfelen aan de integriteit van Rijzebol als overheidsbestuurder. In deze procedure zat hij als bestuurder nergens met zijn vingers aan het stuur. Ik heb dat laten onderzoeken door onze kabinetschef. Er is dus geen sprake van laakbaar gedrag. Rijzebol heeft als wethouder, noch als gedeputeerde enige invloed gehad op besluitvorming bij vergunningverlening. Over de inhoud van het bezwaarschrift van de omwonenden doe ik geen uitspraken. De gemeente Het Hogeland heeft een bezwaarcommissie en een eigen route om te komen tot een besluit”, zegt Paas in het Dagblad van het Noorden.

Einde in zicht aan stank van varkensbedrijf De Rooij

Geplaatst op 17 maart 2020
Varkenshouder en mestverwerker De Rooij aan de Oisterwijksebaan in Heukelom is een van de vijf bedrijven in de gemeente Oisterwijk, die gebruik maken van de Subsidieregeling Sanering Varkenshouderij. Daarmee lijkt een einde te komen aan jarenlange stankoverlast.

De Rooij wilde tot voor kort zijn bedrijf moderniseren en het bouwblok vergroten. De gemeenteraad ging daar in 2015 echter voor liggen, tot tevredenheid van de buurt. Maar De Rooij dreigde met een schadeclaim van naar verluidt 1,8 miljoen, aldus het Brabants Dagblad

In maart 2018 kreeg De Rooij nog een omgevingsvergunning voor aanpassing van zijn stallen, die tot lagere uitstoot van ammoniak moest leiden. De Raad van State zette daar echter een streep door.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is image-1024x221.png

Van der Wouw gaat van 10.000 naar 18.000 varkens
Verderop aan de Oisterwijksebaan – een killometer westwaarts – ligt het varkensbedrijf van Van der Wouw. Dat mag aanzienlijk uitbreiden, van 10.000 naar 18.000 varkens. ,,Deze boer heeft zijn zaken op orde” , zegt wethouder Peter Smit in het Brabants Dagblad.

Update september 2020
Het rijk werkt niet mee aan een oplossing van het stankprobleem in Oisterwijk, veroorzaakt door varkenshouderij De Rooij aan de Oisterwijksebaan. De Rooij komt niet in aanmerking voor de Subsidieregeling Sanering Varkenshouderij. Hij veroorzaakt wel veel stank, maar voldoet niet aan andere criteria.

”Inwoners van Buren kunnen Knorhof nog tegen houden”

Geplaatst op 21 februari 2020

De bekende milieu-jurist Valentijn Wösten ziet kansen om de bouw van een nieuwe mega-varkensstal Knorhof te voorkomen. Dat zegt hij in de Gelderlander. ”Maar voordat je juridische acties in gaat zetten is het zaak om vooral de politiek te overtuigen. Dat is de kortste weg naar succes. Morele verontwaardiging is mooi, maar politiek draagvlak is effectiever.’’

Wösten is door diverse mensen al benaderd voor advies om de herbouw van de Knorhof in de gemeente Buren, op de grens van Erichem en Kapel-Avezaath, te voorkomen. Het bedrijf Sebeva – eigendom van de omstreden varkenshouder Adriaan Straathof – hield daar tot 2017 circa 20.000 varkens. Al deze dieren kwam om door een grote stalbrand. Nu zijn er plannen voor een nieuwe megastal met bijna 26.000 varkens.

Wösten heeft volgens de Gelderlander nog geen concrete afspraken gemaakt over juridische bijstand: ”Er ligt nog geen bestuurlijk besluit. Maar we zijn in gesprek. Ik heb gezegd dat ze in dit stadium vooral moeten proberen om het politieke bestuur te overtuigen.’’

Het zwakke punt in het plan voor de nieuwe megastal vormen de luchtwassers. Naar de effectiviteit van deze installaties wordt op dit moment onderzoek gedaan. Eerder is gebleken dat luchtwassers onvoldoende presteren. Daarna zijn de emissiefactoren voor stank bijgesteld. Wösten verwijst naar gegevens uit Overijssel, waar maar acht procent van de luchtwassers naar behoren functioneren.  (Zie dossier Luchtwassers)

Inwoners Oisterwijk nemen geen genoegen met nieuwe stanknormen

Geplaatst op 21 februari 2020

Inwoners van Oisterwijk nemen geen genoegen met het nieuwe stankbeleid van hun gemeente. Het college van B&W wil de stanknorm voor de bebouwde kom vaststellen op 3 odeur en voor het buitengebied op 10 odeur.

De Vereniging Westend en Omwonenden Oisterwijk (VWOO) heeft laten weten 2 respectievelijk 5 odeur acceptabel te vinden.

Oisterwijk telt 691 woningen met een matige tot slechte milieu- kwaliteit ten gevolge van stankoverlast en 34 woningen met zeer slechte milieu-kwaliteit.
Alleen met strenge geurnormen kan de intensieve veehouderij gedwongen worden om stank- en ammoniakemissie aan de bron aan te pakken. Rechtvaardige geurnormen zijn een absolute voorwaarde voor een gezonde leefomgeving: omwonenden willen niet voor verrassingen komen te staan om vervolgens machteloos in de stank te zitten, aldus de VWOO.

Boekel pakt stankoverlast aan, of toch niet?

Geplaatst op 21 februari 2020

Dat gemeenten nogal verschillen in de aanpak van stankoverlast bewijst Boekel. Daar heeft een gebiedsregisseur het voor elkaar gekregen dat drie stinkende varkensbedrijven worden gesaneerd en een vierde bedrijf de stankoverlast met driekwart moet verminderen.

Het Brabants Dagblad schreef erover op 13 februari: ”Buurtschap De Elzen in Boekel is blij verrast”. De krant laat Ria van Lankveld van de werkgroep de Elzen aan het woord: ”Het mooie is dat we niet meer lijnrecht tegenover elkaar staan maar het met z’n allen doen. Ondernemers en bewoners. Daar kunnen we samen trots op zijn. We hopen dat het Machiel gaat lukken.”

Machiel is varkenshouder Machiel Coppens. Hij heeft in Boekel drie vlak bij elkaar gelegen bedrijven: Neerbroek 29, daaraan grenzend Molenakker 3 en 5 en in de nabijheid Molenbrand 9. In 2015 legde de provincie de mestverwerker op Neerbroek stil omdat daar, in strijd met het bestemmingsplan, ook mest van Molenakker en Molenbrand werd verwerkt.  De verouderde stallen op Molenakker 3 en het voorste deel van Molenakker 5 met de stank veroorzakende brijkeuken en bijbehorende silo’s gaan nu dicht. Op last van de provincie. Coppens kan verder op de Molenbrand 5 en 9. Hij wil daar een gesloten bedrijf van maken en een nieuwe mestverwerker bouwen. De gemeente laat via het Brabants Dagblad weten dat hij wel de luchtwassers moet vernieuwen en nieuwe roostervloeren moet plaatsen. Verder moet hij zelf weten hoe hij de stank met 75% reduceert.

Gigabedrijf
Coppens heeft voor Molenbrand 9 een Natuurbeschermingswetvergunning uit 2016. Hij mag er 6500 vleesvarkens, 6000 biggen en 1150 zeugen houden. De verwachting is dat hij meer varkens wil gaan houden om zijn investeringen terug te verdienen. Dat zou hij kunnen doen door intern te salderen met de varkens in de stallen van Molenakker 5 waar hij een vergunning heeft voor 10.000 vleesvarkens 4600 biggen, 1400 zeugen. Zo kan er ter plekke een gigastal ontstaan. Zijn bedrijven krijgen de status van ”modern industrieel kringloopbedrijf”, heeft wethouder Martijn Buijsse bekend gemaakt.

Onderdeel van het saneringsplan is dat er nog drie andere varkensbedrijven op termijn verdwijnen uit buurtschap De Elzen, zo meldt het Brabants Dagblad.
Aan de Molenakker 4 (Twan van de Heuvel) worden twee verouderde stallen gesaneerd. Op De Elzen 6a (Ronnie Braks) worden twee oude stallen op korte termijn gesloopt. Twee andere mogen nog tien jaar blijven bestaan. De gemeente Boekel spreekt van een sterfhuisconstructie. De Elzen 10a ( Ad van de Boom): de varkens die hier worden gehouden verhuizen naar zijn bedrijf in De Rips. De mestopslag op De Elzen mag blijven, maar de mestverwerking ten behoeve van zijn landbouwbedrijf niet, omdat er straks geen dieren meer zitten.

Handhaving
Het is onduidelijk hoe Coppens de 75% reductie van geur gaat halen. Handhaving zal lastig zijn, aangezien het om 75% van de berekende geurbelasting gaat. Het is vrijwel onmogelijk om vast te stellen of die reductie ook feitelijk een aanzienlijke afname van stank betekent.

Megastal mogelijk op 25 meter van burgerwoningen in Dantumadeel

Geplaatst op 10 januari 20203

Het college van B&W van de Friese gemeente Dantumadeel wil via een geurverordening de bouw van een megastal toestaan op 25 meter van een burgerwoning in het buitengebied. In de bebouwde omgeving mag zo’n megastal op 50 meter komen.

Normaal is een minimumafstand van 50 meter tot woningen in het buitengebied en 100 meter in de bebouwde omgeving. Met een nieuwe geurverordening zou Maatschap van der Weg uit Feanwâldsterwâl alsnog een vergunning kunnen krijgen voor uitbreiding van het melkveebedrijf van 140 melkkoeien en 190 jonge koeien naar 250 melkkoeien en 160 jonge koeien. Gemeenten mogen via een geurverordening normen versoepelen in het voordeel van de veehouderij, maar dat gebeurt de laatste tijd alleen bij hoge uitzondering. Vooral omdat daardoor een groot risico bestaat op stankhinder.
De gemeenteraad van Dantumadiel moet nog beslissen over de nieuwe geurverordening.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is Foto-melkveehouderij-Van-der-Weg-Dantumadeel.png
Omwonenden maken bezwaar tegen uitbreiding van de melkveehouderij van maatschap Van der Weg in Feanwâldsterwâl. Het bedrijf zou op 60 meter afstand van hun woningen komen.

De uitbreiding van het bedrijf in Feanwâldsterwâl (gemeente Dantumadiel) is onlangs door de rechter tegen gehouden. De bouwvergunning werd vernietigd omdat nieuwbouw zou plaatsvinden op 60 meter van burgerwoningen. Omdat het hier om woningen in de bebouwde omgeving gaat, moet het bedrijf volgens de geldende regels op 100 meter afstand blijven. Door in de geurverordening een afstand op te nemen van 25 meter in het buitengebied en 50 meter ten opzichte van burgerwoningen in de bebouwde omgeving, zou de uitbreiding toch door kunnen gaan.

Om de maatschap Van der Weg, en ook andere boeren in de gemeente, ter wille te zijn wil het college van B&W de geurverordeningen zo aanpassen dat er wél uitgebreid kan worden. LTO-noord is positief over de nieuwe geurverordening. Omwonenden, die al drie jaar bezig zijn om boer en gemeente op andere gedachten te brengen, voelen zich in de steek gelaten. Gert Willem Bonnema, woordvoerder namens de omwonenden, zegt in het Friesch Dagblad: ”Ons woongenot wordt aangetast”.

Brabant heeft scan voor ernstige geurhinder

Geplaatst op 31 januari 2019

Met behulp van een geurscan kunnen inwoners van Brabant zien of er in hun woonomgeving sprake is van ernstige geurhinder. Gemiddeld heeft in Brabant 10% van de inwoners last van ernstige geurhinder.

In de omgeving van Deurne ligt dat percentage op 16. In Handel, Elsendorp, De Mortel, Milheeze en De Rips (Gemert-Bakel) ondervindt zelfs 24% van de inwoners ernstige geurhinder. De gegevens zijn afkomstig uit de Gezondheidsmonitor Volwassenen, die in 2016 is uitgevoerd door de 4 GGD’en van Zeeland en Noord-Brabant.

De geurscan is een interactieve kaart, waarop alle plaatsen en veehouderijen in Brabant staan aangegeven. Ook valt af te lezen waar de stank vandaan komt:  mest uitrijden, stallen, open haarden en allesbranders, andere bedrijven, riolering  en waterzuivering. De veehouderij blijkt op veel plaatsen de belangrijkste bron van ernstige geurhinder. Zo is de ernstige geurhinder in Gemert Bakel hoofdzakelijk afkomstig van mest uitrijden, stallen en andere landbouw- en veeteeltactiviteiten.

De zogeheten Brabant scan is een initiatief van de Brabantse GGD’en.

Meldpunt voor overlast veehouderijen in Peelland

Geplaatst op 31 januari 2019

Inwoners van Peelland kunnen overlast van veehouderijen doorgeven aan het meldpunt van het Peelland Interventie Team (PIT). Dit kan anoniem per telefoonnummer 0492-587309 of per e-mail info@pitteam.nl. Tips worden vertrouwelijk behandeld.

In de gemeenten Asten, Deurne, Gemert-Bakel, Helmond, Laarbeek en Someren werken de NVWA, waterschap Aa en Maas, en Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant samen. Door deze samenwerking kan in één keer op alle onderdelen gecontroleerd worden. Het Peelland Interventie Team (PIT) speelt een belangrijke rol bij de integrale aanpak van de ondermijnende criminaliteit, handhavingsknelpunten en bij overlast.

Onlangs heeft het PIT een varkenshouderij in Deurne gecontroleerd. Daarbij bleek dat er 20% meer varkens werden gehouden. Ook was er meer mest op het bedrijf aanwezig dan was toegestaan.


Bladel en Berkelland willen geurnormen aanpassen

Geplaatst op 15 januari 2018

De gemeenten Bladel en Berkelland zijn van goede wil als het gaat om de aanpak van stankoverlast. Beide gemeenten willen de geurnormen drastisch verlagen.

Het college van B&W van Bladel moet de gemeenteraad nog mee zien te krijgen. In Berkelland heeft de raad ingestemd met een verlaging van de normen in het nieuwe bestemmingsplan. Het zou gaan om een verlaging van 14 naar 6 of 8 odeur.

In Bladel wil het college naar max 3 odeur in het buitengebied en 0,1 voor de bebouwde kom. De raad van Bladel wil nu dat het college eerst met de bedrijven in gesprek gaat, want zulke lage normen betekenen dat ze bij uitbreiding hun geuruitstoot naar beneden moeten brengen. Bladel zou met 3 en 0.1 odeur de laagste geurnormen van het land hebben. Volgens wethouder Arjan van der Hout zouden veehouderijen ‘zeer beperkt’ belemmerd worden door de aangescherpte normen. Er zijn volgens hem voldoende technische middelen voorhanden om toch aan de strenge normen te voldoen.

In Berkelland kijkt men nu hoe ze de nieuwe geurnormen in het nieuwe bestemmingsplan kunnen krijgen. Waarschijnlijk zal er eerst een lokale geurverordening moeten worden opgesteld, waarin de nieuwe normen worden vastgelegd.

Gemeente wil stankoverlast aanpakken, maar strandt bij de rechter

Geplaatst op 3 januari 2018

De gemeente Gemert-Bakel wilde een pluimveehouder uit Elsendorp maatwerkvoorschriften opleggen om een eind te maken aan stankoverlast. Maar de rechter stak daar een stokje voor. Ra,ra, hoe kan dat?

Een gemeente mag een bestaande vergunning up tot date maken. Dat is vooral handig als er klachten zijn. Zoals in Elsendorp, gemeente Gemert-Bakel. Daar hadden omwonenden van een vleeskuikenbedrijf langdurig last van stank. De stankoverlast werd erkend door de gemeente. Die concludeerde dat er veel meer stank werd geproduceerd dat in de berekeningen bij de vergunning was aangegeven. De gemeente haalde er zelfs een expert van Wageningen Universiteit bij en vroeg de GGD om advies. Die bevestigde dat er sprake was van een slechte leefomgeving. Daarom besloot de gemeente tot het opleggen van extra maatregelen. De pluimveehouder ging daartegen in beroep.

De gemeente Gemert-Bakel stelde bij de Raad van State dat de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv), die moet worden toegepast bij de beoordeling van vergunningaanvragen, niet voldoet. De wet is niet toereikend om onaanvaardbare risico’s voor de volksgezondheid te voorkomen. De geurhinder van het vleeskuikenbedrijf blijkt in de praktijk zwaar tegen te vallen en vormt een risico voor de volksgezondheid. Verwezen werd ook naar de hogere emissiefactor die inmiddels was ingevoerd voor vleeskuikens. De gemeente voerde dit als bewijs aan voor het feit dat de regels ten tijde van het verlenen van de vergunning niet klopten..

Maar de rechter zag er allemaal geen reden in om de wet buiten werking te stellen. De berekeningen van de vergunning zijn rechtsgeldig. De berekende werkelijkheid is volgens de wet maatgevend en niet de gemeten werkelijkheid. De gemeente is daarom in het geval van de vleeskuikenbedrijf niet bevoegd om de geurvoorschriften van een omgevingsvergunning aan te scherpen, oordeelde de Raad van State. Dat het wettelijk toetsingskader voor geur niet voldoet en niet toereikend is om onaanvaardbare risico’s voor de volksgezondheid te voorkomen, is een zaak voor de wetgever, niet van de rechter.
Klik hier voor de uitspraak van de Raad van State in de zaak van de pluimveehouder uit Elsendorp

Wethouders doen hun beklag over agrarisch adviesbureau’s

Geplaatst op 23 december 2017

Adviesbureau Arvalis is in de fout gegaan met geurberekeningen van een mestvergister. De fouten lijken niet op zichzelf te staan. Twee wethouders uit Leudal – Arno Walraven en Stan Backus – doen openlijk hun beklag in De Limburger van 16 december. ”Heel vaak zien we manco’s”. Gedeputeerde Daan Prevoo van de provincie Limburg houdt er zelfs rekening mee dat er in de agrarische advieswereld sprake is van valsheid in geschrifte.

Veehouders doen bij een vergunningaanvraag bijna altijd een beroep op agrarische adviesbureau’s. Deze bureau’s stellen de benodigde stukken op, doen berekeningen op het gebied van ammoniak, geur en fijnstof en voeren overleg met gemeenten. Hun invloed op het eindresultaat – de vergunning – is vaak groot. Ook reacties op zienswijzen worden door de adviesbureau’s aangestuurd.

”Ambtenaren onvoldoende gekwalificeerd”
Volgens jurist Valentijn Wösten, die inmiddels heel wat omwonenden heeft bijgestaan in juridische procedures, valt er op de helft van het werk van agrarische adviesbureau’s wel iets aan te merken. ”De ambtenaren die de aanvragen moeten toetsen zijn vaak onvoldoende gekwalificeerd. Bovendien wordt hen vaak te weinig tijd gegund om het goed te beoordelen”, zegt hij in De Limburger. Walraven en Backus bevestigen dat beeld. Het is volgens hen een kwestie van gebrek aan geld, menskracht en kwaliteit.

De handelwijze van Arvalis heeft tot scherpe kritiek geleid. De wethouders Walraven en Backus kwamen er na een contra-expertise achter dat de geurberekeningen voor een co-vergisters niet goed waren uitgevoerd. In plaats van dat de stank afnam – volgens de berekening van Arvalis – nam deze juist fors toe.

Zicht op legalisatie
In het artikel in de Limburger wordt ook kritiek geuit op het veel gebruikte ”zicht op legalisatie”. De veehouder gaat dan alvast bouwen of meer dieren plaatsen, in de verwachting dat de vergunning toch wel wordt verleend. Wethouder Backus wil daarvan af, zo geeft hij in het artikel aan.
De Provincie is bereid menskracht te leveren om de vergunningaanvragen kritischer te bekijken. Wat betreft Daan Prevoo kunnen adviesbureau’s die al eens veroordeeld zijn vanwege valsheid in geschrifte, rekenen op extra aandacht. Op 17 december twitterde hij: ”Kritiek op agrarische adviesbureaus. Om fouten of fraude te voorkomen moet er kritischer gekeken worden naar vergunningaanvragen en adviesbureaus – gemeenten en provincie samen!”

Normen voor achtergrondbelasting geur kunnen in bestemmingsplan

Geplaatst op 28 november 2017

Belangrijke uitspraak van de Raad van State: gemeenten kunnen normen voor de achtergrondbelasting van geur opnemen in een bestemmingsplan. Voor deze zogeheten cumulatie (de optelsom van alle stankbronnen in een bepaald gebied bij elkaar) bestaat geen wettelijk toetsingskader. Maar het is wel mogelijk om via normen in het ruimtelijk beleid overlast door veehouderijen terug te dringen.

Het gaat om een uitspraak van 19 juli 2017. De gemeenteraad van Sint Anthonis had het bestemmingsplan voor het buitengebied gedeeltelijk herzien. Daartegen was door een melkveehouder annex varkenshouder bezwaar gemaakt. Het nieuwe bestemmingplan zat namelijk zo in elkaar dat hij niet meer zou kunnen uitbreiden. Volgens de melkveehouder/varkenshouder had de gemeente ten onrechte een eigen geurregeling in het bestemmingsplan opgenomen. Volgens de gemeenteraad was dat noodzakelijk om de ontwikkelingen van veehouderijen vanuit milieuhygiënisch oogpunt te kunnen beoordelen en bij overbelaste situaties een vermindering van de overlast te bereiken.

Cumulatieve geurhinder
De gemeenteraad had in het bestemmingsplan opgenomen dat een veehouder die wil uitbreiden, moet aantonen dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige objecten in de bebouwde kom niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%. Als zou blijken dat de achtergrondbelasting hoger is dan de genoemde percentages, dan dienen er maatregelen te worden getroffen die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting leidt. Deze daling zou tenminste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting moeten compenseren.

Omgevingsweb
Bovenstaande maakt duidelijk dat het om een zeer ingewikkelde zaak gaat. Gelukkig heeft de jurist omgevingsrecht Max Seelen e.e.a. uitgelegd voor de informatieve website Omgevingsweb. Hij interpreteert de uitspraak van de Raad van State aldus:
je kunt regels in je bestemmingsplan over de totale geurbelasting van alle veehouderijen (achtergrondbelasting) opnemen. Dat kan door te bepalen dat er geen vierkante meter voor de veehouderij mag worden bijgebouwd. Van dit bouwverbod mag men vervolgens (binnenplans) afwijken op voorwaarde dat de veehouderij aantoont dat de totale geurbelasting op geurgevoelige objecten (zoals woningen) in de bebouwde kom niet hoger is dan (bijvoorbeeld) 12% en in het buitengebied niet hoger dan 20% (in deze zaak werd aangesloten bij de normstelling van de provinciale verordening). En mocht de achtergrondbelasting toch hoger zijn, dan moet de veehouderij maar maatregelen treffen die leiden tot een daling van de achtergrondbelasting (die in ieder geval de eigen bijdrage moet compenseren).

Tegen deze handelwijze valt na de uitspraak van de Raad van State weinig in te brengen. Seelen stelt vast dat op deze manier geen wettelijk kader wordt doorkruist. Er bestaat voor de beoordeling van de achtergrondbelasting immers geen wettelijk kader. Door deze bredere toetsing in je bestemmingsplan op te nemen, bescherm je het woon- en leefklimaat, schrijft hij.
Hij wijst er verder op dat het niet de bedoeling is om normen voor de zogeheten voorgrondbelasting op te nemen in een bestemmingsplan. Bepalen hoeveel geur een individuele veehouderij veroorzaakt bij een geurgevoelig object is namelijk onderdeel van de beoordeling van een aanvraag voor een omgevingsvergunning.


Brabantse milieufederatie start meldpunt overlast veehouderij

Geplaatst op 16 september 2017

De Brabantse Milieufederatie heeft een meldpunt ingericht, waar omwonenden overlast kunnen melden. Doel van het meldpunt is dat gemeenten hun handhaving gaan verbeteren.
Over die handhaving is veel te doen. Een rapport van de provincie geeft aan dat nogal wat gemeenten hun controlerende taak niet goed uitvoeren. Daardoor wordt er te weinig gedaan aan overtredingen van veehouderijen. Gevolg is dat omwonenden in de stank zitten en worden blootgesteld aan gezondheidsrisico’s.
De milieufederatie wil de overlast gestructureerd in kaart gaan brengen om gemeenten aan te sporen hun toezicht en handhaving snel op orde te brengen.
Klik hier voor het meldpunt van de Brabantse Milieufederatie

In Limburg blijft veehouderij voorlopig stinken

Geplaatst op 22 juli 2017

Als het aan de Limburgse boeren ligt, blijft het voorlopig stinken in deze provincie. De Limburgse Landbouw- en Tuinders Bond (LLTB) zet in op een lagere uitstoot vanuit de veehouderij. Maar in 2030 kunnen omwonenden nog altijd flink in de stank zitten.

Dit blijkt uit de toekomstvisie ”LLTB zet in op extra reductie uitstoot veehouderijen”. Over dertien jaar is de geurbelasting voor omwonenden van veehouderijen in Limburg niet meer dan 10 odeur. Het aantal bedrijven dat van oudsher meer stank produceert is dan met de helft afgenomen. Nergens stinkt het meer dan 20 odeur.

Met die Limburgse norm van 10 odeur zit de LLTB weliswaar onder de huidige geurnorm van 14 odeur, maar vaststaat dat een dergelijke hoeveelheid stank nog altijd tot aanzienlijke overlast leidt. Ernstige geurhinder kan al ontstaan boven 5 odeur.

Ook accepteert de LLTB tot 2030 nog altijd een hogere achtergrondbelasting dan 10 odeur. De optelsom van alle stank uit veehouderijen hoeft wat de boerenorganisatie betreft in 2030 slechts met de helft te zijn afgenomen ten opzichte van 2017. Ingezet wordt op Best Beschikbare Technieken (BBT), maar die zijn nu juist voor geur zeer beperkt. De luchtwassers waarover wordt gesproken, staan op dit moment bovendien ter discussie.

Besef van urgentie ontbreekt
De LLTB spreekt in de toekomstvisie over de noodzaak van draagvlak voor de veehouders. Dat kan bereikt worden ”door zich te gedragen als een goede buurman, maar ook door de hinder die omwonenden kunnen ervaren flink aan te pakken”.
In tegenspraak hiermee is dat men pas in 2030 serieus werk wil maken van het terugdringen van de uitstoot van endotoxinen. Eerst wil de LLTB een beeld hebben van de plekken waar deze uitstoot te hoog is. Daarvoor is een streefdatum van 2022 genoemd. Dit betekent dat de LLTB nog lange tijd accepteert dat mensen ziek worden van de veehouderij.

GGD dikke vinger in de pap bij vergunningverlening in Gemert Bakel

Geplaatst op 29 mei 2017

In de gemeente Gemert Bakel krijgt de GGD een dikke vinger in de pap bij de vergunningverlening voor veehouderijen. Ook gaat de gemeente standaard bij nieuwe aanvragen van kippen- en varkensbedrijven op endotoxinen toetsen.

Het college van B&W van Gemert Bakel heeft daartoe besloten. De gemeenteraad moet er nog mee instemmen. Als het aan het college ligt, gaat de gemeente gebruik maken van de Handreiking Veehouderij en Gezondheid, een checklist waarmee bepaald kan worden of er een advies van de GGD nodig is. Daarbij wordt gekeken naar de uitstoot van geur en fijnstof, het risico voor zoönosen, transportbewegingen en de landschappelijke inpassing.
Als er bijvoorbeeld sprake is van stankoverlast, dan moet de GGD om advies worden gevraagd. Ook als burgers zich zorgen maken over de uitbreidingsplannen of nieuwvestiging van een veehouderij.
Toepassing van deze checklist kan ertoe leiden dat een aanvraag wordt geweigerd of dat de aanvrager dingen moet aanpassen. De GGD hanteert namelijk strengere advieswaarden voor de gezondheidskundige beoordeling van geur. Volgens de GGD kunnen risico’s voor de volksgezondheid niet worden uitgesloten, ook al wordt voldaan aan de normen uit de Wet geurhinder veehouderij en/of een gemeentelijke geurverordening. Gemeenten kunnen in hun beleid opnemen dat de strengere advieswaarden van de GGD mogen worden toegepast bij de beoordeling van vergunningen.
Pluimvee- en varkensbedrijven die bij uitbreiding meer fijnstof gaan uitstoten, krijgen te maken met een endotoxinentoets. Hiervoor wordt het Endotoxinen toetsingskader 1.0 gebruikt.
In Gemert Bakel hebben CDA en lokale partijen een ruime meerderheid. Verantwoordelijk wethouder is Anke van Extel-Van Katwijk (CDA).
Handreiking Veehouderij en Volksgezondheid
Endotoxinekader 1.0

Eersel wil geurnormen verder aanscherpen

Geplaatst op 25 mei 2017

De gemeente Eersel wil de geurnormen voor veehouderijen die gaan uitbreiden, verder aanscherpen. Geldt nu nog in het buitengebied een maximale norm van 10 odeur, dat gaat straks naar 7 odeur, meldt het Eindhovens Dagblad. In de bebouwde kom mag het helemaal niet meer stinken: daar zou de norm naar 1 odeur moeten. De gemeenteraad moet nog instemmen met deze nieuwe normen.

De voorgestelde norm voor het buitengebied komt aardig in de buurt van de max 5 odeur die de gelijknamige werkgroep van bewonersgroepen nastreeft. Boven de 5 odeur is er een hoog risico op stankoverlast. Deze overlast veroorzaakt stress en dat is schadelijk voor de gezondheid van omwonenden. Ook kan stank leiden tot andere lichamelijke klachten.

De aanpassing van de gemeentelijke geurverordening komt voort uit het gedoogakkoord, waarin is opgenomen dat ‘verdere groei van geuremissie en daarmee gepaard gaande overlast (en mogelijke gezondheidsrisico’s) ongewenst is’. In het college van Eersel zitten CDA, D66 en PvdA-GroenLinks, met gedoogsteun van de VVD. De gemeenteraad telt 17 leden: 3 CDA-ers, 2 leden van PvdA-GroenLinks, 2 van de VVD, 4 van Eersel Anders, 3 van D66, 2 van Kernbeleid en 1 van Leefbaar Eersel.

Laatste nieuws 25 januari 2018
Het CDA heeft uiteindelijk een stokje gestoken voor het aanscherpen van de normen. De partij vreest dat strengere normen nadelig zijn voor veehouderijen. Het plafond van max 2 miljoen odeur in de hele gemeente kan bewaakt worden met een aanhoudingsbesluit zodra er een overschrijding dreigt. Een meerderheid van de gemeenteraad stemde hiermee in.

Burgers verlaten huis en haard vanwege stank

Geplaatst op 16 april 2017

Al ruim dertig jaar wonen Bert en Joke van Helvoirt aan het Laar in Berlicum. De buurman – een varkensboer – ontwikkelde langs illegale weg zijn bedrijf, waardoor ze al sinds 2009 in een ondraaglijke stank zitten. Dankzij de legalisatiepolitiek van de gemeente Sint Michielsgestel kreeg de varkensboer in plaats van een boete de benodigde vergunning.
Omdat de buurman nog verder wil uitbreiden (naar 3000 varkens en 11.000 biggen) en de gemeente daaraan wil meewerken, moeten Bert en Joke nu huis en haard verlaten. De gemeente koopt ze uit en geeft daarmee een duidelijk signaal af: in het buitengebied hebben we liever boeren dan burgers.
”Ik had hier echt niet weg gewild, maar ik kan niet meer tegen de stank”, zegt Bert van Helvoirt in het Brabants Dagblad. Zijn huis wordt gesloopt. Op die plek komen boompjes te staan voor de ”landschappelijke inpassing” van het varkensbedrijf van de gebroeders Van der Heijden.
De gemeente denkt het geld voor de uitkoop – ruim zeven ton – terug te krijgen van de varkensboer. Het bedrijf kan daar immers subsidie voor aanvragen. De gemeente zou zich dus financieel niet in de eigen vingers snijden. Dat uiteindelijk de belastingbetaler toch opdraait voor de kosten van een constructie die de agrarische sector bevoordeelt en de burger benadeelt – daar hebben ze het in Sint-Michielsgestel maar even niet over.

Joan Veldhuizen, eerste wethouder die opstapt vanwege groei veehouderij

Geplaatst op 24 maart 2017

Joan Veldhuizen, wethouder te Bladel, heeft haar ontslag ingediend omdat in haar gemeente het aantal dieren de komende jaren dreigt te verdubbelen. Het is voor haar niet aanvaardbaar dat de veehouderij zo kan groeien. Twee keer zoveel varkens, twee keer zoveel kippen en vier keer zoveel kalveren – dat staat Bladel te wachten. Joan Veldhuizen kan en wil geen verantwoordelijkheid nemen voor de risico’s die gepaard gaan met een verdere toename van de veestapel.
”Het gaat hier over de gezondheid van onze inwoners. Vergunningen die na 11 mei verstrekt worden, kunnen bij voortschrijdend inzicht over gezondheidsrisico’s niet meer ingetrokken worden. Daar maak ik mij ernstige zorgen over”, aldus Veldhuizen in een verklaring waarin ze haar ontslag bekend maakt.
Veldhuizen bezocht op 9 maart het debat in Deurne, georganiseerd door het Nationaal Burgerplatform Betere Gezondheid door Minder Vee. Daar spraken artsen over de gezondheidsrisico’s van de hedendaagse veehouderij. ”Hun advies was duidelijk: bij de bron aanpakken, dus minder dieren”, stelt Veldhuizen in haar ontslagverklaring.
Ze is de eerste wethouder in Nederland die consequenties verbindt aan haar standpunt dat alleen een drastische hervorming van de veehouderij kan leiden tot een leefbaar en gezond platteland. Het Eindhovens Dagblad gaf haar alle ruimte om haar standpunt toe te lichten: ”Opkomen voor gezondheid is geen linkse hobby”, kopte de krant op 25 maart.

Herkenbaar verhaal bewoners Leudal

Geplaatst op 20 januari 2017

Overal in het land ondervinden omwonenden van intensieve veehouderijen overlast: stank, stof en lawaai. Die overlast is de afgelopen jaren alleen maar erger geworden.
Woordvoerder Ton van de Wiel van de bewoners van het Karreveld in Heibloem spreekt over zijn ervaringen met vergunningverlening en handhaving in zijn gemeente. Op het Karreveld is een grote varkenshouderij van de Vossen Group gevestigd, alsmede een mestvergister. Een verhaal waarin velen zich zullen herkennen. Bron: Regio Leudal Nieuws

https://www.youtube.com/embed/CCaye_Ftskg

Minimale veranderingen in geurbeleid Sint Michielsgestel

Geplaatst op 24 september 2016

Steeds meer gemeenten stellen in de strijd tegen stankoverlast hun geurnormen voor veehouderijen bij. Zo ook Sint Michielsgestel. De veranderingen zijn echter minimaal. De normen voor het buitengebied gaan in deze Brabantse gemeente weliswaar naar beneden van 14 odeur naar 10 odeur, maar bedrijven die nu meer stinken dan de norm, krijgen geen beperkingen opgelegd. Alleen als ze gaan vernieuwen, moeten ze aan de nieuwe normen voldoen. De vraag is echter of 10 odeur veel helpt. Een bedrijf dat onder die norm blijft, kan nog altijd behoorlijk stinken.

Ook in de afstanden tussen veehouderijen en omwonenden voert de gemeente Sint Michielsgestel een minimale aanpassing door: voor nieuwe bedrijven en bedrijfsuitbreidingen geldt in de bebouwde kom voortaan een afstand van 100 meter (was 50 meter) en in het buitengebied 50 meter (was 25 meter). Dat is nog altijd veel minder dan de 250 meter die vanuit het oogpunt van volksgezondheid al jaren lang door de GGD wordt geadviseerd.

De aanpassingen in het geurbeleid van Sint Michielsgestel bieden geen definitieve oplossing voor omwonenden van veehouderijen. Ook de boeren zijn er niet gelukkig mee. Voor hen zijn de aanpassingen veel te streng. De lokale afdeling van ZLTO reageert daarom zeer teleurgesteld. ‘De norm gaat zo ver naar beneden dat het voor ondernemers niet meer interessant is om hun bedrijf te verbeteren’, zegt afdelingsvoorzitter Pedro van Hedel op de website Nieuwe Oogst.

Lees meer over stank in de gemeente Sint Michielsgestel op www.geendankmaarstank.nl

Record aan dwangsommen voor megakippenboer in Friesland

Geplaatst op 22 augustus 2016

Megakippenboer Tsjep Jorritsma uit het Friese Tzummarum hangt een record aan dwangsommen boven het hoofd als hij niet op zeer korte termijn een groot aantal overtredingen ongedaan maakt. Aan de overtredingen zit een prijskaartje van in totaal €750.000.

Na aanhoudende stankoverlast en langdurig klagen hebben omwonenden het voor elkaar gekregen dat er een grootscheepse inspectie op het bedrijf is uitgevoerd. Daarbij heeft de Friese Uitvoeringsdienst voor Milieu en Omgeving (FUMO) assistentie gekregen van de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit (NVWA). De controleurs hebben zeer ernstige overtredingen vastgesteld, zoals:

  • een overbezetting van de stallen (371.300 vleeskuikens vergund, 406.240 aanwezig),
  • het ontbreken van stuwbakken bij de ventilatoren (noodzakelijk om stankoverlast tegen te gaan),
  • luchtwassers die niet goed functioneren,
  • gebruik van niet-vergunde middelen in de luchtwassers,
  • ammoniakgassen die niet worden gemeten,
  • stank in de hydrolyseput en ammoniakdampen in de hydrolyseloods,
  • gebrekkige registratie beluchting in de stallen,
  • rondslingerend asbest,
  • ondeugdelijke opslag van gevaarlijke stoffen.

Jorritsma had op het moment van de controle aan de Hoarnestreek in Tzummarum elf stallen met vleeskuikens in gebruik, drie biovergistersilo’s, twee warmtekrachtkoppelingsinstallaties en een mestverwerkingsinstallatie. Het bedrijf bevindt zich aan de rand van de Waddenzee, een hoogwaardig natuurgebied. Al in 1996 heeft de megakippenboer een mega-uitstoot van van 13.760 NH3 kg/jr vergund gekregen. Een actuele NB-wet vergunning ontbreekt echter. Ook een overtreding die zo spoedig mogelijk ongedaan moet worden gemaakt, stellen de controleurs in hun verslag vast.

Terwijl in omgevingsvergunningen telkens is aangegeven dat de situatie zal verbeteren en de overlast zal afnemen, klagen omwonenden al geruime tijd over stank- en geluidsoverlast. Ze maken melding van gezondheidsproblemen, zoals longproblemen en hoofdpijn. De ellende begon pas goed toen de eerste biovergister in gebruik werd genomen. De GGD Friesland heeft onlangs een inventarisatie gemaakt van de klachten.

Jorritsma mag graag met enige trots over zijn bedrijf vertellen, zoals in deze video:

Max 5 odeur in buitengebied Heusden

Geplaatst op 17 juni 2016

De gemeente Asten heeft voor het buitengebied van Heusden de geurnorm vastgesteld op 5 odeur. Voor de bebouwde kom geldt een norm van 0,5 odeur. Voor deze nieuwe normen was een ruime meerderheid in de gemeenteraad van Asten te vinden.

Boerenorganisatie ZLTO heeft nog geprobeerd via de dorpsraad een strenge norm voor het buitengebied te voorkomen en deze vast te stellen op 8 odeur, maar alleen het CDA bleek daar voor te porren. De nieuwe normen dienen om de huidige stankoverlast in en om Heusden tegen te gaan.
In Heusden is sprake van een uit de hand gelopen situatie. Er is een ongezond woon- en leefklimaat ontstaan, doordat veel veehouderijen zorgen voor een overschrijding van de normen voor geur en fijnstof.

Nieuwe normen voor stankgebied Heusden

Geplaatst op 18 december 2015

Het college van B&W van de gemeente Asten wil nieuwe geurnormen om de stank in het dorp Heusden te kunnen aanpakken. Voor de bebouwde kom gaat max 0,5 odeur gelden, voor het gebied buiten de kern van Heusden max 5 odeur.

Voor het overige grondgebied van Asten wil het college een nieuwe geurnorm van 1 – 10 odeur: 1 odeur voor de kernen en 10 odeur unit voor het buitengebied. De nieuwe normen moeten een verdere overbelasting van het gebied rond Heusden tegengaan en het woon- en leefklimaat op termijn verbeteren. Anderzijds bieden de nieuwe normen ook voor de sector nog groeimogelijkheden buiten het overbelaste gebied, aldus het college. Er zal echter wel geïnvesteerd moeten worden in geurreducerende maatregelen.
Volgens het college  zijn de nieuwe normen te danken aan het feit dat  ”alle partners met elkaar in gesprek gebleven en er op een constructieve manier is samengewerkt. Uiteindelijk is het wel aan de gemeente om een goed afgewogen besluit te nemen dat recht doet aan alle partijen. ”

Reusel De Mierden legt ontwikkeling veehouderij een jaar stil

Geplaatst op 12 november 2015

Na Uden heeft nu ook de gemeente Reusel De Mierden besloten voorlopig geen vergunningen te verstrekken aan veehouderijen vanwege stankoverlast in het buitengebied. Tegen een dergelijk aanhoudingsbesluit is geen beroep mogelijk.

Met een aanhoudingsbesluit kunnen gemeenten ongewenste ontwikkelingen tegengaan. Dat is vastgelegd in artikel 7 van de wet geurhinder veehouderij. Een aanhoudingsbesluit stelt gemeenten in staat ontwikkelingen stil te leggen in afwachting van een nieuwe geurverordening. Het besluit geldt in principe voor een jaar.

In Uden heeft de gemeenteraad in juli besloten aanvragen voor een omgevingsvergunning milieu door agrarische bedrijven tijdelijk niet in behandeling te nemen. De geurbelasting was in het buitengebied van Uden onveranderd hoog ten opzichte van 2008, zo bleek uit onderzoek. In Odiliapeel was sprake van een verslechtering. Het aanhoudingsbesluit van Uden geldt alleen voor ontwikkelingen die betrekking hebben op de emissie van geur. Het besluit geldt niet voor agrarische bedrijven die onder het Activiteitenbesluit milieubeheer vallen en ook niet voor zogenaamde omgevingsvergunning beperkte milieutoets (obm-aanvragen).

Andere gemeenten die eerder gebruik hebben gemaakt van een aanhoudingsbesluit zijn onder meer Eersel, Bladel, Asten, Sint Anthonis, Deurne, Landerd.

Voor meer informatie over aanhoudingsbesluiten, zie Infomil

Gemeente Oirschot weigert vergunning

Geplaatst op 16 juli 2015

De gemeente Oirschot weigert varkenshouder M. Timmermans aan de Heikant in Oost-, West- en Middelbeers een vergunning te geven, ook al veroorzaakt deze door omschakeling van zeugen op biggen en vleesvarkens en toepassing van luchtwassers minder stank.

De gemeente vindt dat de omgeving overbelast is met stank en wil niet meewerken aan de zogeheten 50% regeling. Door deze regeling mogen veehouders de helft van de stank die ze minder uitstoten compenseren met meer dieren.
De gemeente hanteert max 10 odeur als norm voor het buitengebied, 7 odeur voor de bufferzone rond de bebouwde kom en 2 odeur voor de bebouwde kom.
De zaak ligt nu bij de Raad van State. De uitspraak volgt over enkele weken.

Uitspraak Raad van State d.d. 30 september 2015:

”Vast staat dat de wijziging ertoe leidt dat de door de inrichting veroorzaakte geurbelasting ter plaatse van de woning aan de Heikant 5 afneemt van 17,7 naar 12,9 odour units per kubieke meter, dat de achtergrondbelasting ter plaatse van deze woning afneemt en dat ook de emissies van ammoniak en zwevende deeltjes (PM10) afnemen. Gelet hierop is aannemelijk dat de wijziging ten opzichte van de reeds vergunde situatie leidt tot een afname van de milieugevolgen vanwege de inrichting, ook wat het aspect volksgezondheid betreft, zodat niet kan worden geoordeeld dat de wijziging belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Dat na de wijziging een overbelaste geursituatie blijft bestaan, hetgeen het college niet wenselijk acht, kan geen grond zijn om in het kader van deze procedure over verlening van een omgevingsvergunning voor de wijziging een milieueffectrapport te eisen en op die manier te bewerkstelligen dat in de inrichting verdergaande geurreducerende maatregen worden getroffen.”

16 juli 2015
Uden trapt op rem veehouderij vanwege stank
De gemeente Uden verstrekt voorlopig geen nieuwe milieuvergunningen meer aan veehouderijen. Dit vanwege een toename van het aantal burgerwoningen dat in de stank is komen te zitten. Onderzoek heeft uitgewezen dat de toestand voor 356 woningen niet aanvaardbaar is. Vooral in Odiliapeel is de situatie verslechterd.

Met de huidige geurnormen is in de gemeente Uden een verdere verslechtering van de geursituatie mogelijk, zo blijkt uit het onderzoek. ”Een aantal bedrijven in het landbouwontwikkelingsgebied Odiliapeel zitten nog niet op slot en kunnen daarom nog ontwikkelen waarbij een toename van de geur kan optreden. Daar tegenover staan de bedrijven die gaan stoppen waarmee een afname van geur zal optreden. Per saldo kan worden aangenomen dat met de voortzetting van de huidige normen de geursituatie in en rond Odiliapeel zal verslechteren.”

De gemeente heeft de huidige situatie aan zichzelf te danken. De ontwikkeling van de bedrijven ten oosten van Odiliapeel heeft plaatsgevonden in het licht van het aanwijzen van dit gebied als landbouwontwikkelingsgebied. Hiervoor is in een geurverordening een hoge norm opgenomen (25 odeur), zodat de bedrijven zich konden ontwikkelen.

Het besluit om geen vergunningaanvragen in behandeling te nemen geeft de gemeente een jaar de tijd een nieuwe geurverordening op te stellen.