Meer mogelijkheden om geur veehouderijen te beperken

De overlast van geur van veehouderijen staat steeds hoger op de agenda van gemeenten. Toch lijkt het lastig om met de huidige regelgeving de geur bij bestaande veehouderijen fors te verminderen.

Onlangs deed een rechtbank in Den Haag uitspraak over geuroverlast bij 16 omwonenden van veehouderijen. De rechtbank oordeelde o.a. dat de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) uit balans is. Er is geen eerlijke balans tussen economische belangen van de veehouder en gezondheid/milieubelangen van omwonenden van veehouderijen. De rechtbank heeft de Staat veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding.

Het huidige wettelijke kader biedt niet veel ruimte voor het aanpassen van bestaande situaties. Op verzoek van 3 provincies is daarom in het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet (Chw) een experiment opgenomen, dat gemeenten mogelijkheden biedt om in te grijpen in bestaande situaties. Daarmee kunnen zij afwijken van het toetsingskader van de Wgv. De mogelijkheden gaan ver, maar het is aan de gemeenten zelf om te beslissen of ze er gebruik van willen maken.


Lees verder > Omgevingsweb

De Nederlandse staat heeft 2000 woningen in beeld waarbij de rechten van de mens (EVRM) worden geschonden.

Uitgelicht

Naar aanleiding van de uitspraak (14-09-2022, zaaknummer C-09-594148-HA ZA 20-547) is duidelijk geworden dat de Nederlandse overheid in overtreding is met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. (EVRM)

De kern van deze zaak is dat door de in 2006/2007 geïntroduceerde wetgeving, Wet Geurhinder, de balans tussen de belangen van de bewoners en de belangen van de intensieve veehouderij zoek is geraakt. Met andere woorden de omwonenden werden aan te veel stank blootgesteld.

Ook heeft de rijksoverheid de vergunningsverstrekkende lagere overheden, door te ruime wettelijke normen, in de positie geplaatst waarin zij ten koste van omwonenden vergunningen mogen of moeten verstrekken die een te zware wissel trekken op de gezondheid van de burgers.

De rijksoverheid heeft nu de verplichting om deze onrechtmatigheden op te lossen.

De EVRM is geen vrijblijvende regelgeving vanuit de EU. Lidstaten moeten zich aan dit verdrag houden. De Nederlandse staat is nu aanzet en gaat aan de slag.

Dit is natuurlijk positief dat de Nederlandse overheid herkent dat men hierin beleid moet ontwikkelen om deze knelpunten op te lossen.

Staatsecretaris Vivianne Heijnen van I&W heeft ons, belanghebbenden, Brabants Burgerplatform en Max.5Odeur, toegezegd te betrekken in het verdere proces (Gesprek 9/12/2022 Ministerie I&W). Dit is belangrijk omdat wij ook willen bereiken dat de overtredingen m.b.t. de EVRM worden opgelost.

Sommige eisers hebben hun huis verkocht omdat ze de enorme stankoverlast beu waren. Andere zitten al decennia in een stank overbelaste situatie. Deze overbelaste situaties moeten zo snel mogelijk worden beëindigd.

De eerste aanzet is reeds gemaakt door het in beeld brengen van woningen die 20 OU of meer worden belast. De eerste voorzichtige schatting van deze onrechtmatige daad is ongeveer 2000 woningen in Nederland.

Er wordt ook serieus gekeken hoe deze overlast situaties moeten worden oplost. De impact zal immers enorm zijn omdat men nu moet ingrijpen in bestaande rechten van agrariërs.

Veehouders zullen hun verkregen vergunningen niet zomaar inleveren. En het verminderen van het aantal dieren om de geuremissies terug te brengen kost ook geld. Men zal hiervoor compensatie eisen.

De Crisis- en Herstelwet zou één van de mogelijke tools kunnen zijn die de overheid kan gaan gebruiken om knelpunten op te lossen. De Crisis- en Herstelwet bevat elementen die toepasbaar zijn bij overbelaste situaties en kan dus hiervoor worden ingezet.

De oplossing zal niet vandaag of morgen klaar zijn. Dit probleem heeft de Nederlandse overheid met een ruimhartig vergunningenbeleid over zichzelf afgeroepen in de laatste decennia. De rekening zal nu moeten worden uitbetaald.

Wij pleitten daarom tijdens ons gesprek ook voor een tijdelijke stop op vergunningen voor uitbreidingen. Want zolang niet duidelijk is waar alle knelpunten zich bevinden dienen er in elk geval geen nieuwe uitbreidingen meer plaats te vinden. Meer knelpunten kunnen we niet gebruiken en is rechtstreeks in strijd met het EVRM.

Een andere essentieel punt is het aanpassen van de Wet geurhinder en veehouderij.

Als zou blijken dat de huidige Wet Geurhinder en Veehouderij niet deugt, heeft staatsecretaris Vivianne Heijnen in een uitzending van Zembla beloofd, een wijzigingsprocedure in gang te zetten. Nu deze wet aantoonbaar in strijd is met het EVRM valt dit niet meer te ontkennen.

De herziene nota stankbeleid (1994) geeft hiervoor de volgende uitgangspunten om de Wet Geurhinder en Veehouderij te verbeteren:

  • Ernstige stankhinder moet worden voorkomen.
  • Boven de 5 odeur is er altijd sprake van ernstige stankhinder.
  • Situaties van meer dan 5 odeur zijn saneringssituaties. (vergund is niet blijvend vergund!)
  • Ten aanzien van uitbreiding van stankbronnen wordt grote terughoudendheid betracht.

Uit de GGD-richtlijn Medische Milieukunde: Veehouderij en Gezondheid, blijkt dat zowel het Ministerie van VWS, als het RIVM als de GGD een verlaging van de voorgrondbelasting voor geheel Nederland bepleiten tot maximaal 5 odeur.

Gert van Dooren bestuurslid Brabants Burger Platform
leefmilieuveghel-erp@hotmail.com


Draag bij aan de crowdfunding “Stop de Stank”, zodat we de strijd kunnen winnen. Elk bedrag is welkom.

We gaan winnen met uw hulp!

Met jouw donatie steun je niet alleen de zaak van de omwonenden, maar ook het recht van burgers in Nederland hun leefkwaliteit te beschermen tegen een sluipend oprukkende vee-industrie.

Raad van State laat emissiefactoren luchtwassers intact

De Raad van State laat de in 2018 bijgestelde emissiefactoren voor gecombineerde luchtwassers intact. Een varkenshouder uit Sprundel, die wilde uitbreiden van 5500 naar ruim 8000 varkens, had om toepassing van de oude, voor hem veel gunstiger factoren gevraagd.
De Raad van State oordeelt dat het ministerie van I&W in 2018 de emissiefactoren terecht heeft aangepast en deze – uit voorzorg – van toepassing heeft verklaard op nog lopende vergunningaanvragen. De gecombineerde luchtwassers hebben een veel lager verwijderingsrendement dan bij het opstellen van de oude emissiefactoren was aangenomen: geen 70 tot 85% maar gemiddeld 40%. Klik hier voor de uitspraak van de Raad van State ECLI:NL:RVS:2021:1598.