Max5odeur: eerst normen aanscherpen en dan experimenteren

De burgerwerkgroep max5odeur is het niet eens met een wijziging van de Crisis- en Herstelwet, waardoor provincies en gemeenten meer ruimte krijgen om te experimenteren met anti-stankmaatregelen. De werkgroep vindt dat eerst de geurnormen moeten worden aangescherpt.

Over de wijziging van de Crisis- en Herstelwet kon een zienswijze worden ingediend. Van die mogelijkheid heeft max5odeur gebruik gemaakt. In die zienswijze schrijft max5odeur:

”Wegens het ontbreken van een geactualiseerd wettelijk kader dat het woon- en leefklimaat en de gezondheid van omwonenden van intensieve veehouderijbedrijven afdoende beschermt, bestaat er een reëel risico dat de voorgestelde wijzigingen voor direct belanghebbenden geen verbeteringen en mogelijk zelfs verslechteringen teweeg brengen. De voorgestelde wijziging van de CHW zal leiden tot uitstel van noodzakelijke wijzigingen in de Wet geurhinder veehouderij en de Regeling geurhinder veehouderij, c.q. de Omgevingswet en bijbehorende besluiten”.

Max5odeur heeft er weinig vertrouwen in dat provincies en gemeenten in staat zijn om het stankprobleem daadwerkelijk aan te pakken. Bovendien zijn de maatregelen waarvoor de Crisis- en Herstelwet ruimte wil bieden, vooral technisch van aard. Daarvan is nog niet bewezen dat ze effectief zijn als het gaat om het reduceren van stank. Middelen ontbreken om de afname van stank op onomstreden wijze vast te stellen. Met het recente luchtwasserschandaal in gedachten, vindt de werkgroep max5odeur dat de tijd nog lang niet rijp is voor experimenten. Omwonenden van veehouderijen zitten niet te wachten op nieuwe onzekerheden over de effectiviteit van maatregelen.

POV en LTO
Ook de Producenten Organisatie van de Varkenshouderij en LTO Nederland hebben zich, maar dan op andere gronden, negatief uitgelaten over de wijziging van de Crisis- en Herstelwet. Beide organisaties vrezen strenger beleid, willekeur en aantasting van bestaande rechten van veehouders.

‘POV en LTO Nederland hebben al in eerdere brieven laten weten experimenten bij daadwerkelijke overlast te ondersteunen maar wel onder de voorwaarde dat er zorgvuldig met rechten van veehouders wordt omgegaan. Dat is in huidige voorstel niet of nauwelijks geregeld en het artikel 7af is daarmee voor ons onacceptabel. Wij dringen erop aan het voorstel zo aan te passen dat rechten van veehouders voldoende gerespecteerd worden en dat veehouders een eerlijk speelveld behouden. Zonder fundamentele aanpassingen van dit artikel is zorgvuldige samenwerking met veehouders en hun belangenorganisaties niet mogelijk.”

Geurmeter voor varkenshouderij binnen handbereik

Het bedrijf EMS uit Sint Annaland heeft een geurmeetsysteen ontwikkeld dat gebruikt kan worden voor het meten van geuroverlast bij varkensstallen. Het systeem werkt met een sensor en een kunstmatig neuraal netwerk. Het is in staat om zowel de aard als de omvang van de stank vast te stellen.

De sensor (Multi Gas Analyzer) neemt eerst een “vingerafdruk” van de geurende lucht. Deze ”vingerafdruk” wordt vervolgens ingevoerd in een kunstmatig neuraal netwerk. Het kunstmatig neuraal netwerk is een computer algoritme dat aan de hand van de vingerafdruk de concentratie van de verschillende geurcomponenten kan bepalen.

De concentraties worden omgezet naar European Odour Units (OUe). Dit is een eenheid voor geurconcentratie vastgelegd in de NEN-13725 en VDI 3882. Vervolgens wordt hieruit de geurbeleving vastgesteld. Aan de hand van deze geurbeleving is het mogelijk om te bepalen of er sprake is van stankoverlast.

De praktische uitvoering en het gebruik van deze sensor is onder handbereik, maar
hangt af van de vraag van de overheden en de handhavende instanties, aldus EMS.
https://www.macview.eu/nl/product/multi-gas-analyser-mga/

Baanbrekend
De geurmeter van EMS mag gerust baanbrekend worden genoemd. Als sinds 2015 pleit de burgerwerkgroep max5odeur voor de ontwikkeling van een e-nose, waarmee stank uit veehouderijen objectief kan worden vastgesteld. Ook de commissie Biesheuvel wijst op de noodzaak om het geurbeleid meer te baseren op metingen, in plaats van op berekeningen. De commissie pleit voor de invoering van emissiegrenswaarden waarvan met behulp van metingen kan worden vastgesteld of aan die waarden wordt voldaan.
In haar brief aan de Tweede Kamer van 6 september 2019 over het rapport van de commissie Biesheuvel, kondigde staatssecretaris Van Veldhoven aan dat Wageningen Universiteit geld krijgt voor een meerjarig onderzoeksprogramma dat moet leiden tot een chemisch-analytische methode voor geurmetingen. Dit lijkt nu overbodig te zijn geworden door de geurmeter van EMS.

Stank uit varkenshouderijen zal toenemen door brijvoer

De stank uit varkenshouderijen zal toenemen door een uitbreiding van het aantal brijvoerinstallaties. De verwachting is dat er door de sanering van de varkenshouderij meer bedrijven zullen komen met een dergelijke installatie. ‘’In Nederland zal relatief het aantal bedrijven met een brijvoerinstallatie eerder toe- dan afnemen door krimp van de varkensstapel en het aantal bedrijven’’, schrijft Nieuwe Oogst.

Een toename van brijvoer valt niet alleen te verwachten ten gevolge van de schaalvergroting, maar ook door toepassing van de kringlooplandbouw. Dat concept wordt gepropageerd door het ministerie van LNV en beoogt voedselverspilling tegen te gaan. Met vochtrijke en met droge reststromen uit de levensmiddelenindustrie zou de varkenssector bovendien een belangrijke bijdrage leveren aan de reductie van broeikasgassen.

Omwonenden zullen het gaan merken: voor brijvoerinstallaties gelden geen geurnormen. De Wet Geurhinder Veehouderij biedt geen enkele bescherming. Wel is er de algemene regel dat het bereiden van brijvoer in gesloten ruimtes moet plaatsvinden. Maar de opslag van brijvoer kan ook stank veroorzaken. Evenals de mest van met brijvoer gevoerde varkens. Het brijvoer voegt aan de mest een zure stank toe, als gevolg van vluchtige vetzuren van gefermenteerde bijproducten.

Het rapport van Wageningen Universiteit Stalmaatregelen voor het reduceren van geuremissie uit de intensieve veehouderij (2015) wijst bovendien op het risico van stank door vermorsing en hokbevuiling. Hokbevuiling bij met name vleesvarkens, is één van de belangrijkste bronnen van geur (en ammoniak), aldus het rapport.

De conclusie van het rapport is weinig hoopgevend: ‘’Er zijn nauwelijks mogelijkheden om de geuremissie uit voeropslagen en/of voerkeuken te voorkomen of te reduceren. Veel zal afhangen van de aanwezige voercomponenten en de dagelijkse werkwijze van de veehouder, zoals bijvoorbeeld het afdekken van sleufsilo’s en het schoonmaken van lege voorraadbakken. Eventueel kan een inpandige opslag van voedercomponenten worden aangesloten op een chemische luchtwasser.

Het bevoegd gezag kan toepassing van een chemische luchtwasser afdwingen in de vorm van aanvullende maatwerkvoorschriften. Daarvoor moeten omwonenden dan wel bij de vergunningverlening via een zienswijze een verzoek indienen.

Milieujuristen hekelen wet- en regelgeving landbouw

Omwonenden van veehouderijen weten al jaren dat de wet- en regelgeving ernstig tekort schieten als het om veehouderijen gaat. Ook het toezicht en de handhaving zijn ver onder de maat. De commissie Biesheuvel bevestigde dit onlangs in het rapport ”Geur bekennen”. Zijn hoofdconclusie: burgers worden onvoldoende beschermd. Nu zijn er zeventien milieujuristen die de huidige regelgeving hebben doorgelicht en tot de conclusie komen dat er weinig van deugt.

Ze spreken over ”gefragmenteerde, inadequate regelgeving, tekortschietende uitvoering en ontoereikend toezicht”. Het is volgens de juristen duidelijk dat tot op heden wetgeving en beleid niet in staat zijn gebleken de verschillende nadelige gevolgen van de landbouw voor de omgeving tot staan te brengen, laat staan te reduceren. In de bundel ”Milieuproblemen in de landbouw: falend omgevingsrecht en mogelijke oplossingen” doen ze verslag van hun bevindingen. De bundel verschijnt eind dit jaar, maar in een persbericht op milieurecht.nl licht de uitgever Vereniging Milieurecht alvast een tipje van de sluier op.

Aanleiding voor het onderzoek is de voortdurende stroom van negatieve publiciteit over de landbouwsector. Grootschalige sterfte van insecten, dramatische achteruitgang van de boerenlandvogels, overbelasting van de natuur met grote hoeveelheden stikstof, en berichten over illegale praktijken rond meststoffen en fraude bij fosfaatboekhouding doen vermoeden dat de regelgeving die beoogt de effecten van landbouw op de fysieke leefomgeving te beperken, onvoldoende werkt.

Het falende omgevingsrecht betreft zowat alle beleidsterreinen van de landbouw. De auteurs hebben onderzocht hoe effectief bestaande regelgeving is bij het beperken van de impact van de landbouw op lucht, water, bodem, natuur, klimaat en volksgezondheid. Relevante regelgeving betreft de toelating en het gebruik van bestrijdingsmiddelen, de bescherming van grond- en oppervlaktewater, de bodem en beschermde dier- en plantensoorten, de regulering van stikstofemissies, de reductie van fosfaat, de regelgeving op het terrein van de ruimtelijke ordening, klimaatverandering, en volksgezondheid.

Jonathan Verschuuren: ”In dertig jaar zijn we niets opgeschoten”

Het Financieel Dagblad laat de jurist Jonathan Verschuuren aan het woord. ’De huidige wetgeving voldoet niet of nauwelijks om het milieu te beschermen tegen de landbouw,’ zegt hij. Verschuuren wijst er op dat de ammoniakvervuiling door de intensieve veeteelt dertig jaar geleden het eerste onderwerp was waarover hij zich als wetenschapper boog. Precies dat is een hoofdonderwerp waarvoor de commissie-Remkes nu noodmaatregelen moest verzinnen. ‘In dertig jaar zijn we niets opgeschoten,’ constateert Verschuuren. Volgens hem tonen de juristen in hun bundel dat de milieuwetten falen doordat de regels te complex zijn en gefragmenteerd over een reeks van wetten. Een tweede oorzaak voor de voortdurende milieuproblemen van de landbouw is volgens professor Verschuuren dat ‘de normen niet worden nageleefd’. Dat komt volgens hem ‘omdat de wetgever steeds weer nieuwe creatieve ruimte zoekt om groei mogelijk te maken’ voor de landbouw.

Gemeenten en provincies willen af van 50%-regeling

Gemeenten en provincies willen af van de 50%-regeling bij overschrijding van de geurnormen. Dit hebben ze staatssecretaris Van Veldhoven in een brief laten weten.

”Op basis van de 50% regel mag een ondernemer, indien hij een nieuwe stal erbij bouwt met bijvoorbeeld een goede luchtwasser, de helft van de daarmee behaalde geuremissiereductie ‘opvullen’ met dieren en de andere helft komt ten goede aan lagere bedrijfsemissie. Er is dan weliswaar lagere geurbelasting op omliggende woningen, maar de geurbelasting kan aldus legaal boven de geurnorm blijven. Anno 2019 is dat niet meer gewenst. Wij stellen voor deze 50% regeling door te halen, en te bepalen dat in overbelaste situaties de geuremissie bij uitbreiding wordt teruggebracht tot de normwaarde”, aldus de gemeenten en provincies in de brief.

Ze pleiten verder voor een interbestuurlijke taskforce die met voorstellen moet komen voor de aanpassing van wet- en regelgeving en innovatie en onderzoek. Gemeenten en provincies willen een ”robuust geurbeleid”. Dat houdt niet alleen in dat de 50%-regeling wordt geschrapt, maar ook dat er een toets komt voor de berekening van cumulatie en dat er een APK komt voor bestaande stallen.

De provincies en gemeenten komen met hun voorstellen een heel eind tegemoet aan de wensen van de burgerwerkgroep max5odeur. Wat nog ontbreekt is een pleidooi voor het naar beneden bijstellen van de geurnormen. De gemeenten en provincies lijken nu vooral eerst te willen inzetten op een beëindiging van de overlast boven de bestaande geurnormen.

Verplicht berekenen van cumulatie stank in Omgevingswet

Vanaf 1 januari 2021, de datum waarop de Omgevingswet in werking treedt, moeten gemeenten bij de berekening van stank uit veehouderijen rekening houden met zogeheten cumulatie. Dat betekent dat bij geurberekeningen niet alleen de stank van een veehouderij waarvoor een vergunning wordt aangevraagd, maar ook die van andere veehouderijen in de omgeving moet worden meegenomen.

Dat valt af te leiden uit de beleidsreactie van staatssecretaris Van Veldhoven op het rapport van de commissie Biesheuvel ”Geur bekennen”.
De commissie pleitte voor meer mogelijkheden om in te grijpen bij bestaande stankoverlast. Maar die hete aardappel schuift Van Veldhoven door naar gemeenten en provincies. Die kunnen met behulp van ”pilots in de vorm van een experiment” nagaan welke wettelijke mogelijkheden effectief zijn. Bij gebleken effectiviteit kan er een vertaling naar wetgeving plaatsvinden. Bij provincies en gemeente bestaat draagvlak voor deze pilotaanpak, aldus Van Veldhoven. ”Ik zal dit verder uitwerken in nauw overleg met betrokken partijen, inclusief de sector.”

50%-regeling
Onderdeel van deze pilot-aanpak is een herziening van de omstreden 50%-regeling. Gemeenten en provincies krijgen de mogelijkheid om het deel van de ontwikkelruimte die ontstaat door een emissiebesparende maatregel, binnen de bandbreedte 0-50% zelf te bepalen, aldus Van Veldhoven. Dat kan geïnterpreteerd worden als het einde van 50%-regeling, waarbij een veehouder niet langer automatisch recht heeft op de helft van de gereduceerde stank, die hij kan benutten door meer dieren te gaan houden. De voorgestelde pilot-aanpak betekent wel dat burgers volledig afhankelijk zijn van hun gemeente en provincie als het gaat om de mate waarin een veehouder stankreductie mag compenseren. Burgers hebben veelvuldig gevraagd om intrekking van de 50%-regeling.

Geur meten
Van Veldhoven heeft het in haar beleidsreactie ook over het meten van geur. Ze vaart daarbij volledig blind op Wageningen Universiteit. Die mag een meerjarig onderzoekprogramma opzetten. Na 2020 komt er meer duidelijkheid over de toepassingsmogelijkheden van de zogeheten chemisch-analytische methode voor het meten van geurconcentraties direct bij de bron en in de omgeving van stallen. Er komen sensorsystemen en de methodiek van de chemisch-analytische methode zal worden opgenomen in wet- en regelgeving. Dat zal het einde betekenen van de huidige meetmethode met geurpanels.

Burgerwerkgroep ontevreden over maatregelen

De burgerwerkgroep max5odeur is zeer ontevreden over de maatregelen die Van Veldhoven treft naar aanleiding van het rapport van de Commissie Biesheuvel. Deze commissie pleitte voor een betere bescherming van omwonenden tegen stank uit veehouderijen.

Bij het zoeken naar oplossingen voor concrete knelpunten zal een gemeente of provincie keuzes moeten maken, zo adviseerde de commissie. ”Keuzes die een grote impact kunnen hebben op veehouders, omwonenden en andere betrokkenen. Keuzes die pijn kunnen doen. Keuzes die geld zullen kosten. Soms veel geld. Om die keuzes weloverwogen te maken, is persoonlijk contact met en participatie van betrokkenen onontbeerlijk.”
De Commissie pleitte voor afstemming met de rijksoverheid over de financiële consequenties. Het is volgens de commissie aan de politiek om een zorgvuldige en transparante belangenafweging te maken. De commissie noemde daarbij een passende schadevergoeding en nadeelcompensatie voor degenen die door de belangenafweging worden benadeeld.

Deze adviezen vindt de werkgroep max5odeur niet terug in de voorstellen van staatssecretaris Van Veldhoven. Max5odeur wil naast het invoeren van cumulatieve berekeningen, veel scherpere geurnormen. Ook zou de 50%-regeling volledig geschrapt moeten worden.

Klik hier voor de reactie die de werkgroep max5odeur stuurde naar de vaste kamercommissie:

Nu ook betaalbare sensor voor ammoniak in buitenlucht

Het bedrijf EMS uit Sint Annaland heeft een sensor ontwikkeld voor het meten van ammoniak in de buitenlucht. De sensor is geschikt en betaalbaar voor initiatieven van veehouderijen en burgers die de luchtkwaliteit in het buitengebied willen monitoren.

Op een nauwkeurige manier ammoniak in de buitenlucht meten was voorheen alleen mogelijk voor laboratoria met geavanceerde en kostbare meetapparatuur en meetstations van het RIVM die op een aantal plaatsen in Nederland continu de ammoniak monitoren, meldt EMS.

Uit testen met het nu ontwikkelde systeem zijn duidelijk verbanden gebleken tussen activiteiten die met de uitstoot van ammoniak gepaard gaan en wat omwonenden ruiken. ”Als in de buitenlucht een landelijke geur van mest wordt waargenomen, dan is op de sensor zichtbaar dat de ammoniakconcentratie stijgt”, aldus EMS

De resolutie van het meetsysteem is 1 ppb. De sensor kan heel eenvoudig de kleinste veranderingen van ammoniak in de buitenlucht signaleren. Interessante toepassingen zijn om achtergrond emissies bij stallen waar te nemen. De metingen van de sensor zeggen ook iets over stank. Hoewel stank uit veehouderijen een complex geheel is van verschillende stoffen, ammoniak is altijd wel een van de bestanddelen. Maar een echte geursensor is deze ammoniaksensor nog niet. Aan een complete geursensor voor stank uit veehouderijen wordt nog gewerkt.

De ammoniakanalyzer meet near-time en stuurt data direct door naar het internet. Op een website kunnen alle gegevens onmiddellijk aan iedereen beschikbaar worden gesteld. Het apparaat kost €3855.

180 Miljoen naar varkenssector zonder garanties

De overheid besteedt 180 miljoen aan een saneringsronde van de varkenssector (Srv), zonder zeker te weten dat deze financiële injectie ook het gewenste resultaat oplevert. De Srv is bedoeld om stankoverlast in varkensdichte gebieden te bestrijden. Varkenshouderijen kunnen op vrijwillige basis stoppen. Er is geen enkele garantie dat de grootste stinkerds gebruik zullen maken van de subsidieregeling.

In antwoord op vragen van de Tweede Kamer schrijft minister Schouten dat er een evaluatie komt als de overlastgevende varkensbedrijven zijn gestopt. ”Daarbij zal inzichtelijk worden gemaakt wat het effect van de Srv is geweest, zoals het aantal beëindigde varkenshouderijlocaties, het aantal woningen in een straal van 1.000 rond deze locaties, de geuroverlast die de betreffende locaties veroorzaakten (uitgedrukt als geurscore), de omvang van de het doorgehaalde varkensrecht (uitgedrukt in varkenseenheden) en de oppervlakte van de gesloopte varkenshouderijstallen”, aldus Schouten.

Ze merkt op dat het effect ”voelbaar” zal zijn voor omwonenden rond varkensstallen die leeg komen te staan. Maar er is geen ”objectieve en meetbare maatstaf” waarmee resultaten van de door de overheid gesubsidieerde sanering aangetoond kunnen worden. Ze verwacht dat zo’n 7 tot 10% van de varkensrechten komt te vervallen. Na ophoging van het subsidiebedrag van 120 naar 180 miljoen in het kader van het Klimaatakkoord zal het gaan om circa 300 locaties.

Fraude
Uit de antwoorden op de kamervragen over de Srv valt niet af te leiden of de overheid bij de evaluatie ook een mogelijke verschuiving van varkens naar andere locaties van een andere BV zal onderzoeken. Het is bekend dat de overheid lang niet alle varkens goed in beeld heeft. Dit komt onder meer door het ontbreken van een individuele dierregistratie. In antwoord op kamervragen over mogelijke fraude met dierproductierechten voor varkens, geeft Schouten toe dat er bedrijven zijn die meer dieren houden dan toegestaan, maar zegt ze: ”We zijn in staat overtreders op te sporen en te bestraffen.” Van een ”structurele fraude” is volgens Schouten geen sprake.

Los van eventuele fraude: eenmaal uit de markt gehaalde varkensrechten kunnen niet opnieuw worden ingezet. Maar een varkenshouderij die is gestopt kan wellicht wel van nut zijn voor een collega varkenshouder die voor het verkrijgen van een NB-wet vergunning wil salderen om te kunnen uitbreiden. Zo kunnen stoppers wellicht toch nog bijdragen aan het ontstaan van nieuwe overlastsituaties. Kamerleden hebben hierover geen vragen gesteld en Schouten gaat dus ook niet in op deze mogelijkheid.

Beantwoording Kamervragen Subsidieregeling sanering varkenshouderijen

Beantwoording Kamervragenaantal gehouden varkens in Nederland

Overheid verzuimt burger te betrekken bij sanering varkenshouderij

De regering trekt 120 miljoen uit voor een sanering van de varkenshouderij, maar verzuimt daarbij de burger te betrekken. De regeling is een één-tweetje tussen overheid en bedrijfsleven, aldus de werkgroep max5odeur in een reactie. Dat is vreemd, want de subsidies zijn juist bedoeld om burgers in het buitengebied te verlossen van ernstige stankoverlast. Het had dus voor de hand gelegen diezelfde burger van het begin af aan een stem te geven in de regeling.

Het belang van gedupeerden komt daardoor niet tot uitdrukking in de regeling, aldus de werkgroep. ”Stankhinder wordt weliswaar benoemd als schadelijk voor leefklimaat en woongenot, gezondheid en waarde van de woningen, maar dat de stankhinder een bedreiging vormt van een veilige woonomgeving wordt buiten beschouwing gelaten. Dit is een zware tekortkoming, de gevolgen van stankhinder worden stelselmatig onderschat, de regeling zal in zijn huidige vorm daardoor uiteindelijk slechts een beperkt effect hebben op de reductie van stankoverlast”, voorspelt max5odeur.
De werkgroep pleit voor een totaalaanpak (inclusief herziening van het stankbeleid en de bijbehorende wet- en regelgeving). Alleen via een totaalaanpak kan ervoor worden gezorgd dat de 120 miljoen voor het saneringsspoor meer is dan een druppel op de gloeiende plaat.

De werkgroep betreurt het dat de sanering van de overbelaste situaties gebaseerd is op vrijwilligheid. ”De varkenssector wordt een worst voorgehouden en het is maar afwachten wie er hapt. Daardoor zullen er talrijke overbelaste situaties blijven bestaan. Dat had voorkomen kunnen worden door de overlastgebieden in kaart te brengen en in de ergste gevallen een saneringsplicht op te leggen. Wij missen een sturende rol van de overheid. Een dergelijk rol is op zijn plaats, gezien de ernst van de situatie: de veiligheid van de woonomgeving staat op het spel. Nu zijn er geen garanties dat de ergste stinkerds ertussenuit worden gehaald en er is geen garantie dat de regeling over het geheel genomen tot een voor omwonenden acceptabele afname van de geurbelasting leidt.”

De sanering van de varkenshouderij is ook niet in overeenstemming met het advies van de commissie Biesheuvel. Die stelt: ”Bij het zoeken van oplossingen voor concrete knelpunten zal een gemeente of provincie keuzes moeten maken. Keuzes die een grote impact kunnen hebben op veehouders, omwonenden en andere betrokkenen. Keuzes die pijn kunnen doen. Keuzes die geld zullen kosten. Soms veel geld. Om die keuzes weloverwogen te maken, is persoonlijk contact met en participatie van betrokkenen onontbeerlijk. Ook pleit de Commissie voor afstemming met de rijksoverheid over de financiële consequenties en de impact daarvan. Vervolgens is het aan de politiek om een zorgvuldige en transparante belangenafweging te maken, waarbij alle belangen worden betrokken en te zorgen voor een passende schadevergoeding en nadeelcompensatie voor degenen die door de belangenafweging worden benadeeld.”

Planschade toegekend aan buren van boer met mestvergister

De Raad van State heeft een vergoeding wegens planschade toegekend aan buren van een boer met een mestvergister. De boer – Frank van Genugten uit Sint Oedenrode – moet aan de ene buur €14.100 en aan de andere €24.575 euro betalen.

Voor plaatsing van de mestvergister is door de gemeente een vrijstelling van het bestemmingsplan geregeld. De boer moest wel tekenen voor een eventuele planschadevergoeding, als die door gedupeerden geëist zou worden.

Twee buren stapten daarop naar de rechter vanwege onder meer een toename stankoverlast. De rechtbank Oost Brabant vroeg de Stichting Advies Bestuursrechtspraak om advies. Deze constateerde dat de tijd dat de geur waarneembaar is ter plaatse van de ene buur toeneemt van 19 naar 440 uur per jaar, en bij de andere buur van 4 naar 220 uur per jaar.

De rechtbank Oost Brabant stelde de omwonenden in het gelijk, waarna de boer in hoger beroep ging. De buren zijn nu door de Raad van State opnieuw in het gelijk gesteld. Wel heeft de rechter een ”eigen risico” van 3% opgelegd in plaats van de gebruikelijke 2%. Dit omdat een zekere waardedaling binnen het risico valt dat je nu eenmaal loopt als je in het buitengebied woont.

Klik hier voor de uitspraak van de Raad van State