Anti-fijnstoftechnieken voor kippenstallen onvoldoende getest

Het onderzoek naar nieuwe anti-fijnstof technieken voor de pluimveehouderij vertoont allerlei gebreken. Niet vaststaat of ze voldoende effectief zijn in bestaande stallen. Er ontbreken ook metingen die aantonen in hoeverre de technieken leiden tot een afname van fijnstof in de omgeving en de volksgezondheid ten goede komen. Desondanks zijn de technieken erkend door de overheid.

De burgerwerkgroep Max5Odeur vraagt de overheid reeds verleende erkenningen en toegekende emissiefactoren in te trekken. Ook  de subsidiekraan moet voorlopig dicht blijven. De gang van zaken met de anti-fijnstoftechnieken doet teveel denken aan het luchtwasserschandaal in de varkenshouderij, waar technieken zijn toegepast die in de praktijk niet goed blijken te functioneren. 

Nieuwe metingen
In het rapport ‘’Fijnstof en het sprookje van nieuwe technieken in de pluimveehouderij’’ (link zie onder) pleit de werkgroep voor het uitvoeren van nieuwe metingen, waarbij ook de blootstelling aan fijnstof in de omgeving wordt geregistreerd.  Met dergelijke metingen kan worden gecontroleerd of reductiedoelstellingen worden gehaald.

De afgelopen decennia is de hoeveelheid fijnstof in de lucht verminderd door maatregelen in verkeer en industrie. Het fijnstof uit kippenstallen is daarentegen toegenomen. Op fijnstofkaarten van Nederland zijn duidelijke hotspots te zien in gebieden waar veel kippen worden gehouden.  Talrijke stallen met een zogeheten Beter-Leven-Keurmerk zijn daar mede debet aan.

Overheid en pluimveesector willen dat het fijnstof afneemt. Vijf nieuwe technieken die de uitstoot van fijnstof moeten verminderen, zijn getest en inmiddels toegestaan voor een brede toepassing. De overheid heeft er zogeheten emissiefactoren aan toegekend.  Op 1 juli gaat de subsidiekraan open en kunnen pluimveehouders de technieken aanschaffen. Onverantwoord, vindt de burgerwerkgroep.

Conclusies
Na een analyse van alle publicaties over de nieuwe technieken komt de burgerwerkgroep tot de volgende conclusies:
1. Onderzoekers van Wageningen Universiteit hebben bij het testen onderzoeksprotocollen moeten negeren. Ze spreken zelf over ‘’bewuste omissies’’.
2. De metingen hebben plaatsgevonden in gesloten stallen, terwijl inmiddels 10 miljoen legkippen in stallen zitten met een overdekte uitloop die in directe verbinding staat met de buitenlucht.
3. Er geen rekening gehouden met het gegeven dat technieken in de stal geen effect hebben op de stofdeeltjes die vrijkomen bij het verwijderen van mest uit de stallen, bij de op- en overslag van mest en het uitrijden van mest.

De Burgerwerkgroep Max5Odeur pleit ervoor om in samenwerking met het RIVM een voor iedereen toegankelijk meetsysteem op te zetten in de omgeving van veehouderijen. Zowel de blootstelling aan fijnstof als aan geur en ammoniak kan met een dergelijk meetsysteem worden gemonitord.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

5 × 2 =