Krimp varkens met 10% leidt tot minimaal 6% minder stank

Van achttien onderzochte stikstof- en klimaatmaatregelen heeft een krimp van de varkenssector het meeste effect op de leefbaarheid. 10% Minder varkens leidt tot minimaal 6% minder stank, zo heeft het Centrum voor Landbouw en Milieu becijferd. Mogelijk neemt de stank verder af, als vooral oudere bedrijven worden gesaneerd en/of bedrijven die dichtbij woonkernen staan.

Andere maatregelen die niet alleen stikstof, maar ook stank verminderen zijn: 10% minder pluimvee, 50% minder import van kalveren en 10% vergisten van drijfmest van melkvee en varkens. De overige veertien stikstof- en klimaatmaatregelen doen niets op het gebied van stank.

Wat betreft het vergisten van varkensmest in een monovergister, merkt het CLM op dat de geuremissie van varkensbedrijven waarschijnlijk zal afnemen. ”Hoe groot dat effect is hangt af van de verdeling van geuremissie veroorzaakt door (niet goede verlopende) verteringsprocessen van het veevoer ten opzichte van die door rottingsprocessen in de mest gedurende opslag en vergisting. Hieromtrent zijn geen relevante data bekend”, aldus het CLM.
Desondanks zal er met 10% mestvergisting een effect zijn, dat tussen minimaal 0% en maximaal 10% van de geuremissie ligt. Doordat 63% van de geuremissie van de gehele Nederlandse landbouw wordt veroorzaakt door de varkenshouderij, zal die een tot twee procent afnemen. Het CLM beoordeelt het effect van de maatregel als positief ten aanzien van de geuremissie.

Urgenda, Wakker Dier, Triodos Foundation en het Innovatiefonds CLM hebben de vergelijking en beoordeling van de stikstof- en klimaatmaatregelen financieel mogelijk gemaakt. Klik hier


Asten weert megastallen voor melkvee met geurverordening

De gemeente Asten gaat de bestaande geurverordening aanpassen, zodat megastallen voor melkvee niet meer mogelijk zijn. Alleen afstandsnormen zijn niet voldoende om megastallen voor melkvee te voorkomen, aldus CDA-wethouder John Bankers. Hij heeft in de geurverordening ook aantallen koeien laten opnemen en een bepaalde hoeveelheid odeur.

In de huidige situatie is alleen de afstand bepalend, niet het aantal melkkoeien. Wettelijk gezien moet een bedrijf minimaal op honderd meter afstand staan van een woning in de bebouwde kom en vijftig meter in het buitengebied. Asten brengt nu een koppeling aan met het aantal dieren. Bij een bepaalde afstand hoort een maximaal aantal melkkoeien.

Voor vier bestaande bedrijven betekent dit dat ze niet meer verder kunnen groeien. Ze komen al boven de nieuwe norm uit, maar hoeven niet terug in aantal, zo laat de gemeente via het Eindhovens Dagblad weten. Aanleiding voor de nieuwe geurverordening was de vestiging van een megastal met meer dan 1300 koeien aan de Slobeendweg. Omdat de gemeente machteloos stond tegenover deze megastal, worden de geurregels nu aangescherpt.

Berekende uitstoot uit emissiearme stallen vol onzekerheden en onderschattingen

Uit indicatieve berekeningen blijkt dat de NH3-emissies uit emissiearme stallen mogelijk met circa 8 miljoen kg zijn onderschat. Op een totale NH3-emissie uit mest in stallen en mestopslagen van 57,1 miljoen kg in 2017 is dat circa 14%.

Dat stelt de Commissie Deskundigen Meststoffenwet in een advies van juni 2020 aan minister Schouten. Schouten heeft het advies openbaar gemaakt bij de presentatie van haar stikstofwet. Het advies houdt in dat de berekeningen van de ammoniakuitstoot uit de landbouw moeten worden herzien en emissiefactoren moeten worden aangepast. Daarbij moet ze rekening houden met grote onzekerheden, aldus de commissie.

De onzekerheden in de berekende totale NH3-emissies (uit stallen en mestopslagen en na toediening van mest op het land) variëren globaal van 30 tot 100% per diercategorie’, aldus de commissie. ”De onzekerheden in berekende emissies worden veroorzaakt door onzekerheden in de grootte van de emissiefactoren, in de hoeveelheid mest en de samenstelling van die mest (N-gehalte, TAN-gehalte). Voor melkkoeien is de geschatte onzekerheid in de berekende emissies op nationale schaal 45%, voor varkens 37% en voor pluimvee 44-50%.”

De commissie is voorstander van metingen per emissiearme stal en verwijst daarbij naar het adviesrapport ‘Geur bekennen’ (Commissie geurhinder veehouderijen, 2019). Daarin is geconstateerd dat structurele verbeteringen nodig zijn om de geuroverlast door de veehouderij voor omwonenden te beperken. Er zijn geurmetingen en grenswaarden per stal nodig.

Een vergelijkbare aanbeveling kan volgens de commissie deskundigen meststoffen worden gemaakt voor emissiearme stallen; de veehouder heeft resultaten van NH3-metingen en grenswaarden nodig om te kunnen sturen. Dezelfde metingen bieden Omgevingsdiensten de mogelijkheid om te verifiëren of de emissiearme stalsystemen aan de gestelde eisen voldoen. Dit is de situatie waarnaar gestreefd zou moeten worden. Het vereist dat er sensoren beschikbaar komen om NH3-concentraties in stallen te kunnen meten en rekenprogramma’s om NH3-emissies uit die stallen te kunnen berekenen. Daarbij hoort een wettelijke en juridische verankering.

Nieuw mestbeleid, meer mestfabrieken, meer overlast

Het nieuwe mestbeleid van minister Carola Schouten houdt in dat vrijwel alle mest van de intensieve varkens- en pluimveehouderij in Nederland naar een mestfabriek gaat. De mest zal niet langer worden uitgereden op akker- en grasland. Dat nieuwe beleid is goed voor het milieu, maar slecht voor de leefbaarheid in het buitengebied. Er zullen de komende jaren veel mestfabrieken komen op plaatsen waar ze overlast veroorzaken en schadelijke effecten hebben op de volksgezondheid.

Was er in Brabant aanvankelijk een beleid om mestfabrieken uitsluitend te bouwen op industrieterreinen, de laatste tijd dringt de mestlobby aan op de bouw van mestfabrieken in het buitengebied. Het Brabants Burgerplatform waarschuwt gemeenten in Brabant daarom voor aanvragen die nieuwe mestfabrieken mogelijk moeten maken.
Er is sprake van een ”dubbele lobby”, aldus het Burgerplatform. Aan de ene kant de lobby van de mestverwerkers die zich liever in het buitengebied vestigen, omdat het daar goedkoper is. En aan de andere kant de lobby van bedrijven op bedrijventerreinen die de komst van mestfabrieken willen tegenhouden.

In een brief aan gemeenten wijst het Brabants Burgerplatform erop dat de lobby van de mestverwerkers gebruik maakt van verkooppraatjes die de overlast en gezondheidseffecten wegpoetsen. Zo wordt aangevoerd dat mestfabrieken werken volgens het ”potdichtprincipe”. Maar dat geldt alleen voor fijnstof, aldus het Burgerplatform. ”Voor andere emissies, zoals gassen, ziektekiemen en stank geldt deze regel helemaal niet. Bovendien is het potdichtprincipe niet altijd dwingend. Als een gemeente het bevoegd gezag is, kan zij zelf bepalen of ze dit potdichtprincipe wil hanteren. En veel gemeenten hebben deze beleidsregel nog niet overgenomen.”

Ook de beleidsregel Industriële geur biedt, aldus het Burgerplatform, onvoldoende bescherming. Er zijn geen regels die de kwaliteit van de leefomgeving echt waarborgen, stelt het Burgerplatform vast. Ook een afstandscriterium van 500 meter ziet de mestlobby niet zitten, zo is in diverse mestdialogen gebleken.

In Brabant lijkt de weg nu vrij voor de vestiging van grote mestfabrieken, tenzij gemeenten dwars gaan liggen. Volgens het Burgerplatform is daar alle reden toe, gezien de overlast die mestfabrieken veroorzaken en de grote hoeveelheden gemeenschapsgeld die ermee gemoeid zijn.

Meer over de overlast en bestuurlijke ellende van mestfabrieken, lees ”Mestverwerking: van incident naar ramp”, een verzameling berichten van de afgelopen jaren. Het overzicht wordt geregeld geactualiseerd.

Varkenshouderij wil met truc en rechtszaak uitbreiden ondanks falende luchtwassers

De varkenshouderij probeert met een een truc en een rechtszaak onder de aangescherpte emissiefactoren van gecombineerde luchtwassers uit te komen. De rechtszaak is gericht tegen het ministerie van I&W dat in 2018 de emissiefactoren bijstelde, nadat uit onderzoek was gebleken dat de combi-wassers rendementen van 70-85% geurreductie bij lange na niet halen.

De rechtszaak: die diende onlangs bij de rechtbank in Zwolle. De Producenten Organisatie Varkenshouderij (POV) legde de rechter een zaak voor van een bedrijf dat een aanvraag had ingediend voor uitbreiding kort nadat de emissiefactoren waren gewijzigd. Deze aanvraag ligt sindsdien stil. De POV voert dit aan als voorbeeld van hoe de nieuwe emissiefactoren een verdere verduurzaming van de sector in de weg staan en pleit voor maatwerk voor knelgevallen. Uitspraak volgt.

De truc: verhoog de uittreesnelheid van de combiwasser op papier van 4 m/s naar 9 m/s en ziedaar, de lucht uit de stal wordt zo ver omhoog geblazen, dat er van de stank weinig meer overblijft. De Raad van State heeft zich over deze truc gebogen, nadat de gemeente Boekel daar niet mee akkoord was gegaan. Met een uittreesnelheid van 9 m/s is de geurreductie niet gewaarborgd, aldus de Raad van State. Voor uitspraak klik hier

Boekel schakelt voor buurtschap de Elzen terug naar 5 odeur

De gemeente Boekel neemt het voortouw in de bestrijding van stankoverlast door de veehouderij. Voor het gebied (De Elzen), waar sprake van een matig tot zeer slecht leefklimaat zal de norm voortaan 5 odeur bedragen. Ook maakt de gemeente gebruik van de mogelijkheid om de 50%-regeling buiten werking te stellen.

De gemeente heeft bureau Pouderoyen Tonnaer een geurgebiedsvisie laten opstellen om een uitweg te zoeken uit een situatie waarin sprake is van aanhoudende stankoverlast veroorzaakt door de varkenshouderijen. Uit het rapport blijkt dat ingrijpen mogelijk is. Dit heeft zich vertaald in een nieuwe geurverordening. Varkenshouders in het gebied die azen op uitbreiding, wordt met deze geurverordening de pas afgesneden.

De gemeente zet twee sloten op de deur:
a) Een norm van 20 OU geur achtergrondbelasting, opgenomen in het bestemmingsplan,
a) Een aanscherping van de voorgrondnorm geur van 7 OU naar 5 OU voor de Elzen,
opgenomen in de ontwerp geurverordening.

Veehouderijen die willen uitbreiden en stank reduceren, kunnen daarvan niet langer een deel weer inzetten om meer dieren te gaan houden. ”De door verbeteringen behaalde geurreductie moet ten goede komen aan het structureel verbeteren van het woon- en leefklimaat in De Elzen”, aldus het college van B&W van Boekel. ”Daarom is het belangrijk dat de vrijkomende milieuruimte die kan ontstaan als veehouderijen stoppen, verplaatsen of hun geurbelasting verminderen, niet opnieuw ingenomen kan worden door uitbreidende veehouderijen. Hiermee wordt voorkomen dat ontwikkelingen kunnen plaatsvinden die in onvoldoende mate bijdragen aan de gewenste afname van de geurbelasting.”

Klik hier voor de geurgebiedsvisie en de geurverordening