Emissiearme technieken in veehouderij leiden tot verslechtering leefklimaat

Uitgelicht

Emissiearme technieken leiden eerder tot een verslechtering dan tot een verbetering van de leefomgeving. Dit komt doordat ze vooral worden ingezet voor een verdere schaalvergroting. De burgerwerkgroep max5odeur vindt dat er voorwaarden moeten worden gesteld aan de Subsidieregeling Brongerichte Verduurzaming. Nieuwe technieken zouden gegarandeerd en aantoonbaar moeten bijdragen aan een feitelijke vermindering van stank en het substantieel terugdringen van fijnstof en endotoxinen. Belangrijk daarbij is dat emissies én immissies op een voor iedereen toegankelijke wijze worden gemeten.

Het Ministerie van LNV en de veehouderijsector hebben hoge verwachtingen van een brongerichte verduurzaming en de toepassing van nieuwe (stal)technieken. Met de realisering ervan zijn grote sommen belastinggeld gemoeid. De gang van zaken rond de erkenning van anti-fijnstoftechnieken voor de pluimveehouderij doet echter het ergste vrezen.

Onderzoek naar rendement vertoont gebreken
De burgerwerkgroep max5odeur heeft de totstandkoming van nieuwe technieken in de pluimveehouderij geanalyseerd. Het blijkt dat het onderzoek naar het rendement van deze technieken allerlei gebreken vertoont. Niet vaststaat of ze voldoende effectief zijn in bestaande stallen. Er ontbreken ook metingen die aantonen in hoeverre de technieken leiden tot een afname van fijnstof in de omgeving en de volksgezondheid ten goede komen. Desondanks zijn de technieken erkend door de overheid. (Zie rapport van burgerwerkgroep max5odeur ‘’Sprookje van nieuwe technieken in de pluimveehouderij’’).

Subsidievoorwaarden stellen weinig eisen
Nieuwe, integraal emissiearme staltechnieken die met behulp van de subsidieregeling brongerichte verduurzaming voor de varkenshouderij worden ontwikkeld, zullen naar verwachting eveneens geen verbetering brengen in het woon- en leefklimaat rond veehouderijen. De subsidievoorwaarden stellen weinig eisen op het gebied van fijnstof, endotoxinen en stank. Dit terwijl alle betrokken partijen hoog opgeven van een gezonde leefomgeving. Gevreesd moet worden voor een verslechtering in plaats van een verbetering, omdat innovaties een verdere schaalvergroting in de hand werken. (Zie rapport van burgerwerkgroep max5odeur ‘’Sprookje van emissiearme staltechnieken in de varkenshouderij’’).

Onbetrouwbare meetmethoden en verouderde rekenmodellen
Groot probleem bij innovatie in de intensieve veehouderij  is het gebrek aan betrouwbare metingen (grote mate van onzekerheid) en de toepassing van ondeugdelijke modellen en andere rekenmethoden, zoals die voor de geurbelasting. Met de tot dusver gehanteerde meetmethoden en verouderde rekenmodellen op het gebied van geur en fijnstof is het niet mogelijk om de effectiviteit van nieuwe technieken te garanderen. Daar komt bij dat elke stal uniek is wat betreft emissies. Voordat een innovatie vergund kan worden, zal vast moeten komen te staan wat deze onder specifieke omstandigheden aan rendement oplevert. Ander groot probleem is het ontbreken van grenswaarden op het gebied van geur, fijnstof en endotoxinen die burgers voldoende beschermen.

Grote onzekerheden over feitelijke emissies
De Commissie Deskundigen Meststoffenwet heeft hier een advies aan gewijd (zie bijlage onder dit bericht). De Commissie stelt vast dat huidige emissie reducerende technieken de ammoniakuitstoot veel minder omlaag brengen dan waarvan tot dusver is uitgegaan. Uit indicatieve berekeningen blijkt dat de NH3-emissies uit emissiearme stallen mogelijk met circa 8 miljoen kg zijn onderschat. Op een totale NH3-emissie uit mest in stallen en mestopslagen van 57,1 miljoen kg in 2017 is dat een verschil van circa 14%. Ook is er sprake van een grote mate van onzekerheid in de berekende ammoniakemissies, variërend van van 30 tot 100% per diercategorie.

Burgerbelang niet vertegenwoordigd in taskforce versnelling innovatieproces
De burgerwerkgroep Max5odeur constateert dat er bij de deelnemers aan de Taskforce versnelling innovatieproces weinig oog is voor genoemde problemen. Dat komt mede doordat het burgerbelang op geen enkele wijze is vertegenwoordigd. Volgens Max5odeur zou zorgvuldigheid geplaatst moeten worden boven snelheid. Die zorgvuldigheid vereist dat er alsnog voorwaarden worden gesteld aan de Subsidieregeling Brongerichte Verduurzaming, zodat nieuwe technieken gegarandeerd en aantoonbaar bijdragen aan een feitelijke vermindering van stank in overbelaste situaties en het substantieel terugdringen van fijnstof en endotoxinen.

24/7 meten van geur, fijnstof en endotoxinen in omgeving noodzakelijk
Om de effectiviteit van nieuwe technieken beter te garanderen is een nieuw systeem van stalbeoordeling nodig, alsmede een nieuw stelsel van grenswaarden. Roepen om meer doelvoorschriften getuigt van een te simpele voorstelling van zaken. Ook de meetinitiatieven die op dit moment in de sector opgeld doen, zijn niet toereikend om gegevens te verzamelen over de mate waarin de omgeving wordt belast. Er moet ons inziens een transparant en openbaar  meetsysteem komen dat niet alleen in en bij de ventilatie-uitlaten van de stallen, maar ook 24/7 in de omgeving geur, fijnstof en endotoxinen monitort.

Nu de overheid honderden miljoenen uitgeeft aan nieuwe staltechnieken, acht de burgerwerkgroep Max5odeur een verzoek om een dergelijke investering op zijn plaats. Blijft die investering uit en krijgen de pluimvee- en varkenssector met de subsidieregeling brongerichte verduurzaming carte-blanche om verder op te schalen, dan is een herhaling van het luchtwasserschandaal in de varkenshouderij niet te voorkomen. De nieuwe technieken zullen naar verwachting, net als de combiwassers,  een verslechtering in plaats van een verbetering van het leefmilieu teweeg brengen.

Zware tegenvaller dreigt bij warme sanering varkenshouderij

Het effect van de warme sanering van de varkenshouderij dreigt zwaar tegen te vallen. De verwachting is dat er geen 400 varkenshouders meedoen aan de regeling, maar slechts de helft daarvan, zo meldt Linda Janssen van de Producenten Organisatie voor de Varkenshouderij (POV).

Het is door deze geringe deelname volstrekt onduidelijk wat de warme sanering bijdraagt aan de vermindering van stankoverlast. Daar was de regeling oorspronkelijk voor bedoeld. Het lijkt er nu op dat omwonenden er weinig tot niets mee opschieten. Misschien dat in enkele gevallen de sanering voor hen goed uitpakt, maar de belofte dat de varkenshouderij als bron van stankoverlast een stap terug zal zetten, blijkt loos. Burgers zijn blij gemaakt met een dode mus.

Eerder heeft Max5Odeur er al op gewezen dat de regeling voor stankbestrijding geen enkele garantie biedt. In een inspraakreactie liet Max5Odeur weten: ”Wij betreuren het zeer dat de sanering van de overbelaste situaties gebaseerd is op vrijwilligheid. De varkenssector wordt een worst voorgehouden en het is maar afwachten wie er hapt. Daardoor zullen er talrijke overbelaste situaties blijven bestaan. Dat had voorkomen kunnen worden door de overlastgebieden in kaart te brengen en in de ergste gevallen een saneringsplicht op te leggen.” Lees eerder bericht: Miljoenen vinden gretig aftrek bij varkensboeren, wat schiet de burger ermee op?

Sanering blijkt vooral bedoeld om sector een oppepper te geven
en schulden af te lossen bij de Rabobank

Onderzoeksjournalisten van het platform Investico hebben de saneringsregeling tegen het licht gehouden. Zij stellen vast: ”Vooral de varkensboeren zelf zijn bij de uitkoop gebaat, net als de grootste financier van de sector Rabobank.” Uit de reconstructie van Investico blijkt dat de maatregel in 2015 werd ontworpen om de varkenssector een economische oppepper te geven, die destijds in een ernstige conjuncturele crisis verkeerde. Het ontwerp van de subsidieregeling is afkomstig van een commissie bestaande uit de Rabobank, varkenshoudersorganisatie POV en het ministerie van Landbouw.

”Geur, klimaat en stikstof: allemaal prachtig, maar daar was het mij niet om te doen.’ zegt Uri Rosenthal, oud-minister en tot eind 2019 voorzitter van de commissie, tegen Investico. ”Ik wilde de boeren meer rendement geven’”. De Rabobank, die het grootste deel van de voorwaarden schreef, zal veertig procent van het subsidiebedrag ontvangen in de vorm van afgeloste leningen, aldus de berekening van Investico. 

Dat er slechts 200-250 varkensbedrijven meedoen aan de warme sanering heeft alles te maken met de hoge varkensprijzen van het afgelopen jaar en de wijziging van het Brabantse veehouderijbeleid, waardoor strengere eisen aan stallen zijn uitgesteld. Ook hebben varkensboeren dollartekens in de ogen gekregen door een mogelijke externe saldering van stikstofruimte.

Max5odeur werkte mee aan het onderzoek van Investico. Lees hier het artikel ”Peperduur en inefficient” in De Groene.