Einde in zicht aan stank van varkensbedrijf De Rooij

Varkenshouder en mestverwerker De Rooij aan de Oisterwijksebaan in Heukelom is een van de vijf bedrijven in de gemeente Oisterwijk, die gebruik maken van de Subsidieregeling Sanering Varkenshouderij. Daarmee lijkt een einde te komen aan jarenlange stankoverlast.

De Rooij wilde tot voor kort zijn bedrijf moderniseren en het bouwblok vergroten. De gemeenteraad ging daar in 2015 echter voor liggen, tot tevredenheid van de buurt. Maar De Rooij dreigde met een schadeclaim van naar verluidt 1,8 miljoen, aldus het Brabants Dagblad

In maart 2018 kreeg De Rooij nog een omgevingsvergunning voor aanpassing van zijn stallen, die tot lagere uitstoot van ammoniak moest leiden. De Raad van State zette daar echter een streep door.

Van der Wouw gaat van 10.000 naar 18.000 varkens
Verderop aan de Oisterwijksebaan – een killometer westwaarts – ligt het varkensbedrijf van Van der Wouw. Dat mag aanzienlijk uitbreiden, van 10.000 naar 18.000 varkens. ,,Deze boer heeft zijn zaken op orde” , zegt wethouder Peter Smit in het Brabants Dagblad.

Eerder bericht: https://www.max5odeur.nl/mestverwerker-heukelom-bron-ergernis-en-stank/

Luchtwassers Overijsselse boeren falen al drie jaar

Het falen van luchtwassers bij varkensbedrijven in Overijssel is al in 2017 vastgesteld. Toen bleek bij een steekproef in Hellendoorn dat deze installaties niet goed werkten. Daarna zijn door de provincie driehonderd luchtwassers gecontroleerd. Slechts achttien werkten naar behoren.

Dankzij vragen van GroenLinks is aan het licht gekomen dat de luchtwassers al minstens drie jaar slecht functioneren. De fractie stelde de vragen naar aanleiding van de publicatie van het onderzoek naar de luchtwassers in januari van dit jaar.

Robert Jansen van GroenLinks spreekt op de website van RTVOost zijn verbazing erover uit dat de statenleden onvoldoende zijn geïnformeerd over het Overijsselse luchtwasserdebacle. Jansen wil nu weten hoeveel meer ammoniak de luchtwassers hebben uitgestoten dan in de vergunningen staat aangegeven.

De provincie houdt deze maand voorlichtingsbijeenkomsten voor varkensboeren over de werking van luchtwassers. (Die voorlichtingsbijeenkomsten zijn door de coronacrisis uitgesteld).

Nieuwe proefstalregeling deugt niet en is onuitvoerbaar

De nieuwe proefstalregeling voor veehouderijen deugt niet en is onuitvoerbaar. Belangrijkste manco is het ontbreken van een betrouwbaar meetsysteem voor geur, zo blijkt uit een analyse van de burgerwerkgroep max5odeur. In een brief aan staatssecretaris Van Veldhoven pleit de werkgroep voor het opzetten van een burgermeetnetwerk, met behulp van sensoren en onder auspiciën van het RIVM.

De nieuwe proefstalregeling, onderdeel van de Crisis- en Herstelwet en specifiek bedoeld voor Brabant, Gelderland, Limburg en Overijssel, is de zoveelste poging om met behulp van innovaties de omvang van de intensieve veehouderij in het dichtbevolkte Nederland in stand te houden en verdere schaalvergroting mogelijk te maken, aldus max5odeur. Ook al is er op dit moment veel te doen over regelingen die moeten leiden tot een lichte krimp van het aantal varkens, tegenover de ”stoppers” staan de ”blijvers”en die willen doorgroeien. Dat kan alleen als ze hun emissies naar beneden brengen. Emissies van ammoniak, fijnstof én van geur.

Met de nieuwe proefstalregeling geur probeert de overheid het voor de veehouderij wat minder omslachtig en kostbaar te maken. De oude proefstalregeling is tijdrovend. Een speciale commissie moet advies uitbrengen aan het ministerie en er geldt een behoorlijk zware verplichting om te testen. Er waren veel klachten van leveranciers van nieuwe stalsystemen, die vonden dat het allemaal veel te lang duurde en als ze al een systeem door de ballotage kregen, ging de concurrent ermee van door.

Vanuit de politiek (CDA, VVD en SGP, onder aanvoering van de kamerleden Geurts, Lodders, en Bisschop) werd de druk opgevoerd om tot een vereenvoudiging te komen, zodat innovaties – hét toverwoord van de schaalvergroters – versneld zouden kunnen worden ingevoerd. Dit alles ook nog eens onder de vlag van decentralisatie: gemeenten en provincies zouden meer bevoegdheden moeten krijgen om nieuwe stalsystemen een kans te geven.

Luchtwasserschandaal en volière-schandaal
Nu was er op de oude proefstalregeling ook vanuit het oogpunt van omwonenden van alles aan te merken. Deze regeling heeft niet weten te voorkomen dat emissiereducerende technieken door de mand vielen. Het luchtwasserschandaal, waar grote groepen burgers nog altijd de gevolgen van ondervinden, valt mede toe te schrijven aan zeer gebrekkig systeem van meten, toetsen en controleren. Metingen werden uitgevoerd in kleine stallen, met kleine aantallen dieren. Bij de toekenning van emissiefactoren aan nieuwe stalsystemen, werd onvoldoende rekening gehouden met toepassingen in stallen met zeer veel dieren. In het geval van de luchtwasssers werden Duitse metingen acceptabel geacht, terwijl de Nederlandse varkensboeren veel meer varkens in hun stallen proppen dan de Duitsers.
Naast het luchtwasserschandaal is er ook nog een volière-schandaal in de pluimveehouderij. Tientallen miljoenen kippen zitten op dit moment in stallen waarvan de emissiefactoren voor ammoniak (en hoogstwaarschijnlijk ook voor fijnstof en geur) bij nader inzien niet deugen. Deze innovatie uit eind vorige, begin deze eeuw is vanuit het oogpunt van het milieu een debacle. Bij nieuwe metingen is gebleken dat de emissies van ammoniak twee keer zo hoog zijn dan de emissiefactoren aangeven. WUR-onderzoekers Ellen, Groenestein en Ogink hebben in 2017 al gepleit voor aanpassing van de emissiefactoren, maar dat komt politiek gezien natuurlijk niet goed uit.

Dat er op metingen van nieuwe stalsystemen van alles aan te merken was, werd ook door Berenschot in het rapport Naar een ander stelsel van proefstalbeoordeling (2013) gesignaleerd. ”In de praktische uitvoering van de proefstalregeling ligt een grote focus op de schijnbare nauwkeurigheid van de emissiefactoren”, luidde een van de conclusies van Berenschot. ”Het stelsel draait voor een belangrijk deel op het zo scherp mogelijk vaststellen daarvan.Tegelijkertijd zijn de metingen omgeven met een onzekerheidsmarge. De (methodologische) focus op de juistheid van de emissiefactoren is te groot. Bovendien lijkt de meetverplichting op grote schaal te worden ontweken.”

Meetresultaten geur niet reproduceerbaar
Valt bij ammoniak met behulp van herhaalde metingen onder verschillende omstandigheden de werkelijke emissie op redelijk betrouwbare wijze te achterhalen, bij geur ligt dat een stuk moeilijker. Dat is tegelijk ook het meest problematische onderdeel van de nieuwe proefstalregeling. Betrouwbare methoden ontbreken om geuremissies te meten. De nieuwe proefstalregeling verwijst naar een meetprotocol uit 2010. Tien jaar oud dus en inmiddels afgeserveerd door geurdeskundigen. Zo wordt er gebruik gemaakt van geurmonsters en geurpanels. Gebleken is dat deze vorm van meten resultaten oplevert die niet reproduceerbaar zijn.

De bewindspersonen die de proefstalregeling het licht hebben doen zien (Schouten en Van Veldhoven), weten dat het meetprotocol geen betrouwbare gegevens oplevert. De commissie Biesheuvel die onderzoek heeft gedaan naar stankoverlast door veehouderijen, heeft daar in het rapport Geur bekennen ook op gewezen. En Van Veldhoven heeft in haar kamerbrief over dit rapport aangegeven dat de ”urgentie” aanwezig is om over te stappen op een ander systeem van meten van geur. Probleem: dat andere systeem is er (nog) niet. Sensoren zijn nog niet in voldoende mate beschikbaar.

Max5odeur dringt aan op spoedoverleg
Desondanks schrijft artikel 7aa van de proefstalregeling voor dat het bevoegd gezag moet vaststellen dat de controleerbaarheid van de werking van het huisvestingssysteem voldoende is gewaarborgd. Ook moet voldoende zijn gewaarborgd dat de geuremissie overeenkomstig het Protocol voor meting van geuremissie uit huisvestingssystemen in de veehouderij 2010 of een gelijkwaardige methode wordt gemeten en dat over de wijze van meten en de resultaten van de metingen aan het bevoegd gezag wordt gerapporteerd.

Door het ontbreken van een betrouwbare meetmethode voor geur is de hele proefstalregeling in feite ondeugdelijk en onuitvoerbaar, vindt max5odeur. Om te voorkomen dat provincies en gemeenten er toch mee aan de slag gaan en net als met de luchtwassers bedrijfsuitbreidingen mogelijk maken, terwijl niet gegarandeerd kan worden dat de stank zal afnemen, heeft de burgerwerkgroep bij Van Veldhoven aangedrongen op spoedoverleg: ”Wij pleiten voor een andere aanpak. Lokale overheden zouden ons inziens samen met burgerinitiatieven en ondernemers uit de varkens- en pluimveehouderij en onder auspiciën van het RIVM, een meetnetwerk moeten optuigen. Essentieel is dat boeren en burgers niet tegenover elkaar staan, maar werken aan bewustwording en samen reële stappen maken. Essentieel is ook dat de onafhankelijkheid en transparantie zijn gewaarborgd”

Max5odeur: eerst normen aanscherpen en dan experimenteren

De burgerwerkgroep max5odeur is het niet eens met een wijziging van de Crisis- en Herstelwet, waardoor provincies en gemeenten meer ruimte krijgen om te experimenteren met anti-stankmaatregelen. De werkgroep vindt dat eerst de geurnormen moeten worden aangescherpt.

Over de wijziging van de Crisis- en Herstelwet kon een zienswijze worden ingediend. Van die mogelijkheid heeft max5odeur gebruik gemaakt. In die zienswijze schrijft max5odeur:

”Wegens het ontbreken van een geactualiseerd wettelijk kader dat het woon- en leefklimaat en de gezondheid van omwonenden van intensieve veehouderijbedrijven afdoende beschermt, bestaat er een reëel risico dat de voorgestelde wijzigingen voor direct belanghebbenden geen verbeteringen en mogelijk zelfs verslechteringen teweeg brengen. De voorgestelde wijziging van de CHW zal leiden tot uitstel van noodzakelijke wijzigingen in de Wet geurhinder veehouderij en de Regeling geurhinder veehouderij, c.q. de Omgevingswet en bijbehorende besluiten”.

Max5odeur heeft er weinig vertrouwen in dat provincies en gemeenten in staat zijn om het stankprobleem daadwerkelijk aan te pakken. Bovendien zijn de maatregelen waarvoor de Crisis- en Herstelwet ruimte wil bieden, vooral technisch van aard. Daarvan is nog niet bewezen dat ze effectief zijn als het gaat om het reduceren van stank. Middelen ontbreken om de afname van stank op onomstreden wijze vast te stellen. Met het recente luchtwasserschandaal in gedachten, vindt de werkgroep max5odeur dat de tijd nog lang niet rijp is voor experimenten. Omwonenden van veehouderijen zitten niet te wachten op nieuwe onzekerheden over de effectiviteit van maatregelen.

POV en LTO
Ook de Producenten Organisatie van de Varkenshouderij en LTO Nederland hebben zich, maar dan op andere gronden, negatief uitgelaten over de wijziging van de Crisis- en Herstelwet. Beide organisaties vrezen strenger beleid, willekeur en aantasting van bestaande rechten van veehouders.

‘POV en LTO Nederland hebben al in eerdere brieven laten weten experimenten bij daadwerkelijke overlast te ondersteunen maar wel onder de voorwaarde dat er zorgvuldig met rechten van veehouders wordt omgegaan. Dat is in huidige voorstel niet of nauwelijks geregeld en het artikel 7af is daarmee voor ons onacceptabel. Wij dringen erop aan het voorstel zo aan te passen dat rechten van veehouders voldoende gerespecteerd worden en dat veehouders een eerlijk speelveld behouden. Zonder fundamentele aanpassingen van dit artikel is zorgvuldige samenwerking met veehouders en hun belangenorganisaties niet mogelijk.”