Emissiearme technieken in veehouderij leiden tot verslechtering leefklimaat

Uitgelicht

Emissiearme technieken leiden eerder tot een verslechtering dan tot een verbetering van de leefomgeving. Dit komt doordat ze vooral worden ingezet voor een verdere schaalvergroting. De burgerwerkgroep max5odeur vindt dat er voorwaarden moeten worden gesteld aan de Subsidieregeling Brongerichte Verduurzaming. Nieuwe technieken zouden gegarandeerd en aantoonbaar moeten bijdragen aan een feitelijke vermindering van stank en het substantieel terugdringen van fijnstof en endotoxinen. Belangrijk daarbij is dat emissies én immissies op een voor iedereen toegankelijke wijze worden gemeten.

Het Ministerie van LNV en de veehouderijsector hebben hoge verwachtingen van een brongerichte verduurzaming en de toepassing van nieuwe (stal)technieken. Met de realisering ervan zijn grote sommen belastinggeld gemoeid. De gang van zaken rond de erkenning van anti-fijnstoftechnieken voor de pluimveehouderij doet echter het ergste vrezen.

Onderzoek naar rendement vertoont gebreken
De burgerwerkgroep max5odeur heeft de totstandkoming van nieuwe technieken in de pluimveehouderij geanalyseerd. Het blijkt dat het onderzoek naar het rendement van deze technieken allerlei gebreken vertoont. Niet vaststaat of ze voldoende effectief zijn in bestaande stallen. Er ontbreken ook metingen die aantonen in hoeverre de technieken leiden tot een afname van fijnstof in de omgeving en de volksgezondheid ten goede komen. Desondanks zijn de technieken erkend door de overheid. (Zie rapport van burgerwerkgroep max5odeur ‘’Sprookje van nieuwe technieken in de pluimveehouderij’’).

Subsidievoorwaarden stellen weinig eisen
Nieuwe, integraal emissiearme staltechnieken die met behulp van de subsidieregeling brongerichte verduurzaming voor de varkenshouderij worden ontwikkeld, zullen naar verwachting eveneens geen verbetering brengen in het woon- en leefklimaat rond veehouderijen. De subsidievoorwaarden stellen weinig eisen op het gebied van fijnstof, endotoxinen en stank. Dit terwijl alle betrokken partijen hoog opgeven van een gezonde leefomgeving. Gevreesd moet worden voor een verslechtering in plaats van een verbetering, omdat innovaties een verdere schaalvergroting in de hand werken. (Zie rapport van burgerwerkgroep max5odeur ‘’Sprookje van emissiearme staltechnieken in de varkenshouderij’’).

Onbetrouwbare meetmethoden en verouderde rekenmodellen
Groot probleem bij innovatie in de intensieve veehouderij  is het gebrek aan betrouwbare metingen (grote mate van onzekerheid) en de toepassing van ondeugdelijke modellen en andere rekenmethoden, zoals die voor de geurbelasting. Met de tot dusver gehanteerde meetmethoden en verouderde rekenmodellen op het gebied van geur en fijnstof is het niet mogelijk om de effectiviteit van nieuwe technieken te garanderen. Daar komt bij dat elke stal uniek is wat betreft emissies. Voordat een innovatie vergund kan worden, zal vast moeten komen te staan wat deze onder specifieke omstandigheden aan rendement oplevert. Ander groot probleem is het ontbreken van grenswaarden op het gebied van geur, fijnstof en endotoxinen die burgers voldoende beschermen.

Grote onzekerheden over feitelijke emissies
De Commissie Deskundigen Meststoffenwet heeft hier een advies aan gewijd (zie bijlage onder dit bericht). De Commissie stelt vast dat huidige emissie reducerende technieken de ammoniakuitstoot veel minder omlaag brengen dan waarvan tot dusver is uitgegaan. Uit indicatieve berekeningen blijkt dat de NH3-emissies uit emissiearme stallen mogelijk met circa 8 miljoen kg zijn onderschat. Op een totale NH3-emissie uit mest in stallen en mestopslagen van 57,1 miljoen kg in 2017 is dat een verschil van circa 14%. Ook is er sprake van een grote mate van onzekerheid in de berekende ammoniakemissies, variërend van van 30 tot 100% per diercategorie.

Burgerbelang niet vertegenwoordigd in taskforce versnelling innovatieproces
De burgerwerkgroep Max5odeur constateert dat er bij de deelnemers aan de Taskforce versnelling innovatieproces weinig oog is voor genoemde problemen. Dat komt mede doordat het burgerbelang op geen enkele wijze is vertegenwoordigd. Volgens Max5odeur zou zorgvuldigheid geplaatst moeten worden boven snelheid. Die zorgvuldigheid vereist dat er alsnog voorwaarden worden gesteld aan de Subsidieregeling Brongerichte Verduurzaming, zodat nieuwe technieken gegarandeerd en aantoonbaar bijdragen aan een feitelijke vermindering van stank in overbelaste situaties en het substantieel terugdringen van fijnstof en endotoxinen.

24/7 meten van geur, fijnstof en endotoxinen in omgeving noodzakelijk
Om de effectiviteit van nieuwe technieken beter te garanderen is een nieuw systeem van stalbeoordeling nodig, alsmede een nieuw stelsel van grenswaarden. Roepen om meer doelvoorschriften getuigt van een te simpele voorstelling van zaken. Ook de meetinitiatieven die op dit moment in de sector opgeld doen, zijn niet toereikend om gegevens te verzamelen over de mate waarin de omgeving wordt belast. Er moet ons inziens een transparant en openbaar  meetsysteem komen dat niet alleen in en bij de ventilatie-uitlaten van de stallen, maar ook 24/7 in de omgeving geur, fijnstof en endotoxinen monitort.

Nu de overheid honderden miljoenen uitgeeft aan nieuwe staltechnieken, acht de burgerwerkgroep Max5odeur een verzoek om een dergelijke investering op zijn plaats. Blijft die investering uit en krijgen de pluimvee- en varkenssector met de subsidieregeling brongerichte verduurzaming carte-blanche om verder op te schalen, dan is een herhaling van het luchtwasserschandaal in de varkenshouderij niet te voorkomen. De nieuwe technieken zullen naar verwachting, net als de combiwassers,  een verslechtering in plaats van een verbetering van het leefmilieu teweeg brengen.

Krimp varkens met 10% leidt tot minimaal 6% minder stank

Van achttien onderzochte stikstof- en klimaatmaatregelen heeft een krimp van de varkenssector het meeste effect op de leefbaarheid. 10% Minder varkens leidt tot minimaal 6% minder stank, zo heeft het Centrum voor Landbouw en Milieu becijferd. Mogelijk neemt de stank verder af, als vooral oudere bedrijven worden gesaneerd en/of bedrijven die dichtbij woonkernen staan.

Andere maatregelen die niet alleen stikstof, maar ook stank verminderen zijn: 10% minder pluimvee, 50% minder import van kalveren en 10% vergisten van drijfmest van melkvee en varkens. De overige veertien stikstof- en klimaatmaatregelen doen niets op het gebied van stank.

Wat betreft het vergisten van varkensmest in een monovergister, merkt het CLM op dat de geuremissie van varkensbedrijven waarschijnlijk zal afnemen. ”Hoe groot dat effect is hangt af van de verdeling van geuremissie veroorzaakt door (niet goede verlopende) verteringsprocessen van het veevoer ten opzichte van die door rottingsprocessen in de mest gedurende opslag en vergisting. Hieromtrent zijn geen relevante data bekend”, aldus het CLM.
Desondanks zal er met 10% mestvergisting een effect zijn, dat tussen minimaal 0% en maximaal 10% van de geuremissie ligt. Doordat 63% van de geuremissie van de gehele Nederlandse landbouw wordt veroorzaakt door de varkenshouderij, zal die een tot twee procent afnemen. Het CLM beoordeelt het effect van de maatregel als positief ten aanzien van de geuremissie.

Urgenda, Wakker Dier, Triodos Foundation en het Innovatiefonds CLM hebben de vergelijking en beoordeling van de stikstof- en klimaatmaatregelen financieel mogelijk gemaakt. Klik hier


Asten weert megastallen voor melkvee met geurverordening

De gemeente Asten gaat de bestaande geurverordening aanpassen, zodat megastallen voor melkvee niet meer mogelijk zijn. Alleen afstandsnormen zijn niet voldoende om megastallen voor melkvee te voorkomen, aldus CDA-wethouder John Bankers. Hij heeft in de geurverordening ook aantallen koeien laten opnemen en een bepaalde hoeveelheid odeur.

In de huidige situatie is alleen de afstand bepalend, niet het aantal melkkoeien. Wettelijk gezien moet een bedrijf minimaal op honderd meter afstand staan van een woning in de bebouwde kom en vijftig meter in het buitengebied. Asten brengt nu een koppeling aan met het aantal dieren. Bij een bepaalde afstand hoort een maximaal aantal melkkoeien.

Voor vier bestaande bedrijven betekent dit dat ze niet meer verder kunnen groeien. Ze komen al boven de nieuwe norm uit, maar hoeven niet terug in aantal, zo laat de gemeente via het Eindhovens Dagblad weten. Aanleiding voor de nieuwe geurverordening was de vestiging van een megastal met meer dan 1300 koeien aan de Slobeendweg. Omdat de gemeente machteloos stond tegenover deze megastal, worden de geurregels nu aangescherpt.

Berekende uitstoot uit emissiearme stallen vol onzekerheden en onderschattingen

Uit indicatieve berekeningen blijkt dat de NH3-emissies uit emissiearme stallen mogelijk met circa 8 miljoen kg zijn onderschat. Op een totale NH3-emissie uit mest in stallen en mestopslagen van 57,1 miljoen kg in 2017 is dat circa 14%.

Dat stelt de Commissie Deskundigen Meststoffenwet in een advies van juni 2020 aan minister Schouten. Schouten heeft het advies openbaar gemaakt bij de presentatie van haar stikstofwet. Het advies houdt in dat de berekeningen van de ammoniakuitstoot uit de landbouw moeten worden herzien en emissiefactoren moeten worden aangepast. Daarbij moet ze rekening houden met grote onzekerheden, aldus de commissie.

De onzekerheden in de berekende totale NH3-emissies (uit stallen en mestopslagen en na toediening van mest op het land) variëren globaal van 30 tot 100% per diercategorie’, aldus de commissie. ”De onzekerheden in berekende emissies worden veroorzaakt door onzekerheden in de grootte van de emissiefactoren, in de hoeveelheid mest en de samenstelling van die mest (N-gehalte, TAN-gehalte). Voor melkkoeien is de geschatte onzekerheid in de berekende emissies op nationale schaal 45%, voor varkens 37% en voor pluimvee 44-50%.”

De commissie is voorstander van metingen per emissiearme stal en verwijst daarbij naar het adviesrapport ‘Geur bekennen’ (Commissie geurhinder veehouderijen, 2019). Daarin is geconstateerd dat structurele verbeteringen nodig zijn om de geuroverlast door de veehouderij voor omwonenden te beperken. Er zijn geurmetingen en grenswaarden per stal nodig.

Een vergelijkbare aanbeveling kan volgens de commissie deskundigen meststoffen worden gemaakt voor emissiearme stallen; de veehouder heeft resultaten van NH3-metingen en grenswaarden nodig om te kunnen sturen. Dezelfde metingen bieden Omgevingsdiensten de mogelijkheid om te verifiëren of de emissiearme stalsystemen aan de gestelde eisen voldoen. Dit is de situatie waarnaar gestreefd zou moeten worden. Het vereist dat er sensoren beschikbaar komen om NH3-concentraties in stallen te kunnen meten en rekenprogramma’s om NH3-emissies uit die stallen te kunnen berekenen. Daarbij hoort een wettelijke en juridische verankering.

Nieuw mestbeleid, meer mestfabrieken, meer overlast

Het nieuwe mestbeleid van minister Carola Schouten houdt in dat vrijwel alle mest van de intensieve varkens- en pluimveehouderij in Nederland naar een mestfabriek gaat. De mest zal niet langer worden uitgereden op akker- en grasland. Dat nieuwe beleid is goed voor het milieu, maar slecht voor de leefbaarheid in het buitengebied. Er zullen de komende jaren veel mestfabrieken komen op plaatsen waar ze overlast veroorzaken en schadelijke effecten hebben op de volksgezondheid.

Was er in Brabant aanvankelijk een beleid om mestfabrieken uitsluitend te bouwen op industrieterreinen, de laatste tijd dringt de mestlobby aan op de bouw van mestfabrieken in het buitengebied. Het Brabants Burgerplatform waarschuwt gemeenten in Brabant daarom voor aanvragen die nieuwe mestfabrieken mogelijk moeten maken.
Er is sprake van een ”dubbele lobby”, aldus het Burgerplatform. Aan de ene kant de lobby van de mestverwerkers die zich liever in het buitengebied vestigen, omdat het daar goedkoper is. En aan de andere kant de lobby van bedrijven op bedrijventerreinen die de komst van mestfabrieken willen tegenhouden.

In een brief aan gemeenten wijst het Brabants Burgerplatform erop dat de lobby van de mestverwerkers gebruik maakt van verkooppraatjes die de overlast en gezondheidseffecten wegpoetsen. Zo wordt aangevoerd dat mestfabrieken werken volgens het ”potdichtprincipe”. Maar dat geldt alleen voor fijnstof, aldus het Burgerplatform. ”Voor andere emissies, zoals gassen, ziektekiemen en stank geldt deze regel helemaal niet. Bovendien is het potdichtprincipe niet altijd dwingend. Als een gemeente het bevoegd gezag is, kan zij zelf bepalen of ze dit potdichtprincipe wil hanteren. En veel gemeenten hebben deze beleidsregel nog niet overgenomen.”

Ook de beleidsregel Industriële geur biedt, aldus het Burgerplatform, onvoldoende bescherming. Er zijn geen regels die de kwaliteit van de leefomgeving echt waarborgen, stelt het Burgerplatform vast. Ook een afstandscriterium van 500 meter ziet de mestlobby niet zitten, zo is in diverse mestdialogen gebleken.

In Brabant lijkt de weg nu vrij voor de vestiging van grote mestfabrieken, tenzij gemeenten dwars gaan liggen. Volgens het Burgerplatform is daar alle reden toe, gezien de overlast die mestfabrieken veroorzaken en de grote hoeveelheden gemeenschapsgeld die ermee gemoeid zijn.

Meer over de overlast en bestuurlijke ellende van mestfabrieken, lees ”Mestverwerking: van incident naar ramp”, een verzameling berichten van de afgelopen jaren. Het overzicht wordt geregeld geactualiseerd.

Varkenshouderij wil met truc en rechtszaak uitbreiden ondanks falende luchtwassers

De varkenshouderij probeert met een een truc en een rechtszaak onder de aangescherpte emissiefactoren van gecombineerde luchtwassers uit te komen. De rechtszaak is gericht tegen het ministerie van I&W dat in 2018 de emissiefactoren bijstelde, nadat uit onderzoek was gebleken dat de combi-wassers rendementen van 70-85% geurreductie bij lange na niet halen.

De rechtszaak: die diende onlangs bij de rechtbank in Zwolle. De Producenten Organisatie Varkenshouderij (POV) legde de rechter een zaak voor van een bedrijf dat een aanvraag had ingediend voor uitbreiding kort nadat de emissiefactoren waren gewijzigd. Deze aanvraag ligt sindsdien stil. De POV voert dit aan als voorbeeld van hoe de nieuwe emissiefactoren een verdere verduurzaming van de sector in de weg staan en pleit voor maatwerk voor knelgevallen. Uitspraak volgt.

De truc: verhoog de uittreesnelheid van de combiwasser op papier van 4 m/s naar 9 m/s en ziedaar, de lucht uit de stal wordt zo ver omhoog geblazen, dat er van de stank weinig meer overblijft. De Raad van State heeft zich over deze truc gebogen, nadat de gemeente Boekel daar niet mee akkoord was gegaan. Met een uittreesnelheid van 9 m/s is de geurreductie niet gewaarborgd, aldus de Raad van State. Voor uitspraak klik hier

Boekel schakelt voor buurtschap de Elzen terug naar 5 odeur

De gemeente Boekel neemt het voortouw in de bestrijding van stankoverlast door de veehouderij. Voor het gebied (De Elzen), waar sprake van een matig tot zeer slecht leefklimaat zal de norm voortaan 5 odeur bedragen. Ook maakt de gemeente gebruik van de mogelijkheid om de 50%-regeling buiten werking te stellen.

De gemeente heeft bureau Pouderoyen Tonnaer een geurgebiedsvisie laten opstellen om een uitweg te zoeken uit een situatie waarin sprake is van aanhoudende stankoverlast veroorzaakt door de varkenshouderijen. Uit het rapport blijkt dat ingrijpen mogelijk is. Dit heeft zich vertaald in een nieuwe geurverordening. Varkenshouders in het gebied die azen op uitbreiding, wordt met deze geurverordening de pas afgesneden.

De gemeente zet twee sloten op de deur:
a) Een norm van 20 OU geur achtergrondbelasting, opgenomen in het bestemmingsplan,
a) Een aanscherping van de voorgrondnorm geur van 7 OU naar 5 OU voor de Elzen,
opgenomen in de ontwerp geurverordening.

Veehouderijen die willen uitbreiden en stank reduceren, kunnen daarvan niet langer een deel weer inzetten om meer dieren te gaan houden. ”De door verbeteringen behaalde geurreductie moet ten goede komen aan het structureel verbeteren van het woon- en leefklimaat in De Elzen”, aldus het college van B&W van Boekel. ”Daarom is het belangrijk dat de vrijkomende milieuruimte die kan ontstaan als veehouderijen stoppen, verplaatsen of hun geurbelasting verminderen, niet opnieuw ingenomen kan worden door uitbreidende veehouderijen. Hiermee wordt voorkomen dat ontwikkelingen kunnen plaatsvinden die in onvoldoende mate bijdragen aan de gewenste afname van de geurbelasting.”

Klik hier voor de geurgebiedsvisie en de geurverordening

Zware tegenvaller dreigt bij warme sanering varkenshouderij

Het effect van de warme sanering van de varkenshouderij dreigt zwaar tegen te vallen. De verwachting is dat er geen 400 varkenshouders meedoen aan de regeling, maar slechts de helft daarvan, zo meldt Linda Janssen van de Producenten Organisatie voor de Varkenshouderij (POV).

Het is door deze geringe deelname volstrekt onduidelijk wat de warme sanering bijdraagt aan de vermindering van stankoverlast. Daar was de regeling oorspronkelijk voor bedoeld. Het lijkt er nu op dat omwonenden er weinig tot niets mee opschieten. Misschien dat in enkele gevallen de sanering voor hen goed uitpakt, maar de belofte dat de varkenshouderij als bron van stankoverlast een stap terug zal zetten, blijkt loos. Burgers zijn blij gemaakt met een dode mus.

Eerder heeft Max5Odeur er al op gewezen dat de regeling voor stankbestrijding geen enkele garantie biedt. In een inspraakreactie liet Max5Odeur weten: ”Wij betreuren het zeer dat de sanering van de overbelaste situaties gebaseerd is op vrijwilligheid. De varkenssector wordt een worst voorgehouden en het is maar afwachten wie er hapt. Daardoor zullen er talrijke overbelaste situaties blijven bestaan. Dat had voorkomen kunnen worden door de overlastgebieden in kaart te brengen en in de ergste gevallen een saneringsplicht op te leggen.” Lees eerder bericht: Miljoenen vinden gretig aftrek bij varkensboeren, wat schiet de burger ermee op?

Sanering blijkt vooral bedoeld om sector een oppepper te geven
en schulden af te lossen bij de Rabobank

Onderzoeksjournalisten van het platform Investico hebben de saneringsregeling tegen het licht gehouden. Zij stellen vast: ”Vooral de varkensboeren zelf zijn bij de uitkoop gebaat, net als de grootste financier van de sector Rabobank.” Uit de reconstructie van Investico blijkt dat de maatregel in 2015 werd ontworpen om de varkenssector een economische oppepper te geven, die destijds in een ernstige conjuncturele crisis verkeerde. Het ontwerp van de subsidieregeling is afkomstig van een commissie bestaande uit de Rabobank, varkenshoudersorganisatie POV en het ministerie van Landbouw.

”Geur, klimaat en stikstof: allemaal prachtig, maar daar was het mij niet om te doen.’ zegt Uri Rosenthal, oud-minister en tot eind 2019 voorzitter van de commissie, tegen Investico. ”Ik wilde de boeren meer rendement geven’”. De Rabobank, die het grootste deel van de voorwaarden schreef, zal veertig procent van het subsidiebedrag ontvangen in de vorm van afgeloste leningen, aldus de berekening van Investico. 

Dat er slechts 200-250 varkensbedrijven meedoen aan de warme sanering heeft alles te maken met de hoge varkensprijzen van het afgelopen jaar en de wijziging van het Brabantse veehouderijbeleid, waardoor strengere eisen aan stallen zijn uitgesteld. Ook hebben varkensboeren dollartekens in de ogen gekregen door een mogelijke externe saldering van stikstofruimte.

Max5odeur werkte mee aan het onderzoek van Investico. Lees hier het artikel ”Peperduur en inefficient” in De Groene.

Varkenshouder uit Hengelo mag stankoverlast blijven veroorzaken

De Wet geurhinder veehouderij (Wgv) blijft een enorme sta-in-de-weg bij de aanpak van ernstige vormen van stankhinder. Vijf jaar na de evaluatie is deze wet nog altijd niet zodanig aangepast dat veehouders gedwongen kunnen worden om overlast te voorkomen.

Zo kan het varkensbedrijf Hakvoort-Lenselink in Hengelo (Gld) nog altijd de geurnorm van 14 odeur fors overschrijden, omdat de Wgv daartoe de gelegenheid biedt. De bewoners van het op circa 250 afstand gelegen pand aan de Kervelseweg 29 moeten met 21,5 odeur genoegen nemen, zo heeft het Gerechtshof van Arnhem onlangs bepaald (ECLI:NL:GHARL:2020:5772).

De overbelaste situatie op de Kervelweg 29 is het resultaat van de zogeheten 50%-regeling in de Wgv, die voor dit bedrijf in 2015 is toegepast. Deze regeling maakt het mogelijk dat bedrijven die willen uitbreiden en geurbeperkende maatregelen treffen, de geurwinst voor 50% mogen gebruiken om meer dieren te gaan houden. Van die mogelijkheid is tot voor kort op grote schaal gebruik gemaakt. Zo ook door Hakvoort-Lenselink

De omwonenden van het bedrijf aan het Baaksevoetpad in Hengelo hadden, hoewel ze eerder door de rechtbank Gelderland in het gelijk waren gesteld (ECLI:NL:RBGEL:2017:6442), in hoger beroep bij het Gerechtshof geen poot om op te staan. Anders dan de rechtbank heeft geoordeeld, hoeft de maatschap Hakvoort-Lenseling van het hof ten aanzien van Kervelweg 29 geen aanvullende maatregelen te treffen om de geurhinder te beperken.

Politiek en overheid dansen nog altijd naar de pijpen van de sector

De burgerwerkgroep max5odeur heeft bij het ministerie van I&W en bij de politiek meerdere keren aangedrongen op het intrekken van de 50%-regeling. Tot dusver zonder resultaat. Uit de reactie van varkensvoorvrouw, voorzitter van de POV en lid van Farmers Defence Force Linda Janssen op nieuweoogst.nl wordt duidelijk dat overheid en politiek nog altijd naar de pijpen dansen van de sector. De organisaties die de belangen van varkenshouders behartigen zijn er tevreden over dat de rechter de 50%-regeling opnieuw heeft bekrachtigd.

Janssen zegt:
”Deze uitspraak van het Hof schept hoopvolle verwachtingen, dat het ook in andere zaken tot een gunstige uitspraak komt voor varkenshouders. Dit neemt overigens niet weg dat we als varkenshouderij ons via de programmalijn vitalisering varkenshouderij inzetten om daadwerkelijk overlast richting de omgeving te beperken. We denken graag mee over oplossingsrichtingen.”

50%-regeling en de Omgevingswet
De enige oplossing is, wat max5odeur betreft, afschaffing van de 50%-regeling. Zolang dat niet gebeurt, zullen burgers zeer actief moeten zijn om hun leefklimaat te beschermen.
Op 1 januari 2022 treedt de Omgevingswet in werking en het daarbij behorende Besluit Kwaliteit Leegomgeving (BKL). Alle gemeenten moeten omgevingsplannen opstellen waarin bestemmingsplannen worden opgenomen. Inspraak over een omgevingsplan is hét moment om als burger van je te laten horen.
In het BKL zijn voor geur standaardwaarden opgesteld: de bekende 2 en 3 odeur buiten concentratiegebied en 8 en 14 odeur binnen concentratiegebied. Ook staan er grenswaarden in, die aanzienlijk hoger liggen: 8 en 14 en 20 en 25 odeur.
Een omgevingsplan kan een lagere of hogere waarde bevatten dan de standaardwaarde mits die waarde maar niet hoger is dan de grenswaarde. Dit is de wettelijke grens vanaf 1 januari 2022. Bij een afwijking van de wettelijke standaardwaarde zijn ministeriële regels van toepassing
Bij de inspraak op de omgevingsplannen is het van belang die waarden zo ver mogelijk naar beneden te krijgen. In een omgevingsplan kan worden bepaald op welke locaties welke waarden van toepassing zijn. Het naar beneden bijstellen van de waarden is erg belangrijk omdat ook het BKL een 50%-regeling kent.
Als een veehouderij boven de vastgestelde standaardwaarden van het omgevingsplan zit, dan wordt dat geaccepteerd zolang op die locatie de geurbelasting op een geurgevoelig object niet toeneemt en het aantal dieren met geuremissiefactor per diercategorie niet toeneemt. Wil de veehouderij toch uitbreiden, dan moet deze geurreducerende maatregelen treffen en is er een berekening mogelijk van het gemiddelde van de bestaande geuremissie en de waarde in het omgevingsplan. Uitbreiding is toegestaan als:

  • a.een geurbelastingreducerende maatregel wordt toegepast; en
  • b.de totale geur na uitbreiding niet meer bedraagt dan het gemiddelde van de in het omgevingsplan opgenomen waarde en de geur die de activiteit voorafgaand aan het toepassen van de maatregel rechtmatig mocht veroorzaken op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit.

Bijvoorbeeld: De bestaande geurbelasting op een woning is 20 ouE/m3 De norm, de opgenomen waarde in het omgevingsplan, is 14 ouE/m3. Dan mag de geurbelasting op die woning na uitbreiding maximaal 17 ouE/m3 zijn.Wordt in een omgevingsplan een waarde van 5 odeur opgenomen, dan mag de geurbelasting na uitbreiding maximaal 12,5 odeur zijn.

Ga bijtijds in gesprek met lokale politici om ze te wijzen op de noodzaak van zo laag mogelijke standaardwaarden in omgevingsplannen, vooral in die gebieden waar uitbreidingen dreigen, waar reeds sprake is van stankoverlast of waar nieuwe stankoverlast kan ontstaan. Wijs lokale politici op het standpunt van VNG en IPO. Zie https://www.max5odeur.nl/gemeenten-en-provincies-willen-af-van-50-regeling/
Wijs politici op de mogelijkheid om met behulp van de Crisis- en Herstelwet de 50%-regeling buiten werking te stellen.

Geur-app hulpmiddel bij registratie klachten stank veehouderij

Stank van veehouderijen is alleen aan te pakken als degenen die daar hinder van ondervinden geregeld klachten indienen. Zolang er geen meetapparatuur is, waarmee stank kan worden vastgesteld, is een goede klachtenregistratie van groot belang. Een speciale geur-app kan daarbij helpen.

Zo’n geur-app wordt nu gebruikt binnen het project Boeren en Buren. Sinds oktober 2019 meten boeren en omwonenden in Venray fijnstof, stikstofdioxide en ammoniak in hun leefomgeving. Onderzocht wordt of de geur-app bruikbare informatie oplevert in combinatie met de metingen van fijnstof, stikstofdioxide en ammoniak..

Het project wordt geleid door het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) en mede gefinancierd door provincie en gemeente. Begin 2021 komen naar verwachting alle gegevens van een jaar lang meten beschikbaar.

Deelnemers kunnen met een geur-app een melding maken op het moment dat zij een geur ruiken, aldus het RIVM in een voortgangsbericht. ”Op dit moment zijn er al aardig wat meldingen gedaan, maar door een beperkt aantal deelnemers. Om de resultaten van geur goed mee te kunnen nemen in dit project is het belangrijk dat meer deelnemers de geur-app gaan gebruiken”.

Boeren en buren geur-app
Met behulp van een app is een uniforme registratie van klachten mogelijk. Het RIVM heeft hiervoor samen met Ordina een speciale Boeren en Buren geur-app ontwikkeld. Mia Wegh, secretaris en plaatsvervangend-voorzitter van Gezond Leefmilieu Venray (deelnemer aan Boeren en Burgers), vertelt dat de meldingen alleen naar het RIVM gaan en nog niet naar bijvoorbeeld de omgevingsdienst. Zelf woont ze in een overbelaste situatie. Ze heeft in de periode maart 2020 tot medio juli circa dertig keer de app gebruikt om een melding te doen.

Met behulp van de app worden datum, tijdstip en locatie geregistreerd, hoe onaangenaam de geur is, wat de vermoedelijke bron is, in welke mate de melder wordt gehinderd, in welke mate de melder wordt gestoord in zijn/haar bezigheden, en hoeveel mensen op de locatie aanwezig zijn.

De geur-app van het RIVM dient nu alleen nog een onderzoeksdoel, maar kan bij bewezen diensten wellicht breder worden ingezet voor een effectieve klachtenregistratie. Een goede klachtenregistratie is niet alleen van belang voor de handhaving in geval van overlast, maar ook voor de vergunningverlening. Zo kan aan een bedrijf dat geregeld overlast veroorzaakt extra voorschriften worden opgelegd.