Einde in zicht aan stank van varkensbedrijf De Rooij

Varkenshouder en mestverwerker De Rooij aan de Oisterwijksebaan in Heukelom is een van de vijf bedrijven in de gemeente Oisterwijk, die gebruik maken van de Subsidieregeling Sanering Varkenshouderij. Daarmee lijkt een einde te komen aan jarenlange stankoverlast.

De Rooij wilde tot voor kort zijn bedrijf moderniseren en het bouwblok vergroten. De gemeenteraad ging daar in 2015 echter voor liggen, tot tevredenheid van de buurt. Maar De Rooij dreigde met een schadeclaim van naar verluidt 1,8 miljoen, aldus het Brabants Dagblad

In maart 2018 kreeg De Rooij nog een omgevingsvergunning voor aanpassing van zijn stallen, die tot lagere uitstoot van ammoniak moest leiden. De Raad van State zette daar echter een streep door.

Van der Wouw gaat van 10.000 naar 18.000 varkens
Verderop aan de Oisterwijksebaan – een killometer westwaarts – ligt het varkensbedrijf van Van der Wouw. Dat mag aanzienlijk uitbreiden, van 10.000 naar 18.000 varkens. ,,Deze boer heeft zijn zaken op orde” , zegt wethouder Peter Smit in het Brabants Dagblad.

Eerder bericht: https://www.max5odeur.nl/mestverwerker-heukelom-bron-ergernis-en-stank/

Luchtwassers Overijsselse boeren falen al drie jaar

Het falen van luchtwassers bij varkensbedrijven in Overijssel is al in 2017 vastgesteld. Toen bleek bij een steekproef in Hellendoorn dat deze installaties niet goed werkten. Daarna zijn door de provincie driehonderd luchtwassers gecontroleerd. Slechts achttien werkten naar behoren.

Dankzij vragen van GroenLinks is aan het licht gekomen dat de luchtwassers al minstens drie jaar slecht functioneren. De fractie stelde de vragen naar aanleiding van de publicatie van het onderzoek naar de luchtwassers in januari van dit jaar.

Robert Jansen van GroenLinks spreekt op de website van RTVOost zijn verbazing erover uit dat de statenleden onvoldoende zijn geïnformeerd over het Overijsselse luchtwasserdebacle. Jansen wil nu weten hoeveel meer ammoniak de luchtwassers hebben uitgestoten dan in de vergunningen staat aangegeven.

De provincie houdt deze maand voorlichtingsbijeenkomsten voor varkensboeren over de werking van luchtwassers. (Die voorlichtingsbijeenkomsten zijn door de coronacrisis uitgesteld).

Nieuwe proefstalregeling deugt niet en is onuitvoerbaar

De nieuwe proefstalregeling voor veehouderijen deugt niet en is onuitvoerbaar. Belangrijkste manco is het ontbreken van een betrouwbaar meetsysteem voor geur, zo blijkt uit een analyse van de burgerwerkgroep max5odeur. In een brief aan staatssecretaris Van Veldhoven pleit de werkgroep voor het opzetten van een burgermeetnetwerk, met behulp van sensoren en onder auspiciën van het RIVM.

De nieuwe proefstalregeling, onderdeel van de Crisis- en Herstelwet en specifiek bedoeld voor Brabant, Gelderland, Limburg en Overijssel, is de zoveelste poging om met behulp van innovaties de omvang van de intensieve veehouderij in het dichtbevolkte Nederland in stand te houden en verdere schaalvergroting mogelijk te maken, aldus max5odeur. Ook al is er op dit moment veel te doen over regelingen die moeten leiden tot een lichte krimp van het aantal varkens, tegenover de ”stoppers” staan de ”blijvers”en die willen doorgroeien. Dat kan alleen als ze hun emissies naar beneden brengen. Emissies van ammoniak, fijnstof én van geur.

Met de nieuwe proefstalregeling geur probeert de overheid het voor de veehouderij wat minder omslachtig en kostbaar te maken. De oude proefstalregeling is tijdrovend. Een speciale commissie moet advies uitbrengen aan het ministerie en er geldt een behoorlijk zware verplichting om te testen. Er waren veel klachten van leveranciers van nieuwe stalsystemen, die vonden dat het allemaal veel te lang duurde en als ze al een systeem door de ballotage kregen, ging de concurrent ermee van door.

Vanuit de politiek (CDA, VVD en SGP, onder aanvoering van de kamerleden Geurts, Lodders, en Bisschop) werd de druk opgevoerd om tot een vereenvoudiging te komen, zodat innovaties – hét toverwoord van de schaalvergroters – versneld zouden kunnen worden ingevoerd. Dit alles ook nog eens onder de vlag van decentralisatie: gemeenten en provincies zouden meer bevoegdheden moeten krijgen om nieuwe stalsystemen een kans te geven.

Luchtwasserschandaal en volière-schandaal
Nu was er op de oude proefstalregeling ook vanuit het oogpunt van omwonenden van alles aan te merken. Deze regeling heeft niet weten te voorkomen dat emissiereducerende technieken door de mand vielen. Het luchtwasserschandaal, waar grote groepen burgers nog altijd de gevolgen van ondervinden, valt mede toe te schrijven aan zeer gebrekkig systeem van meten, toetsen en controleren. Metingen werden uitgevoerd in kleine stallen, met kleine aantallen dieren. Bij de toekenning van emissiefactoren aan nieuwe stalsystemen, werd onvoldoende rekening gehouden met toepassingen in stallen met zeer veel dieren. In het geval van de luchtwasssers werden Duitse metingen acceptabel geacht, terwijl de Nederlandse varkensboeren veel meer varkens in hun stallen proppen dan de Duitsers.
Naast het luchtwasserschandaal is er ook nog een volière-schandaal in de pluimveehouderij. Tientallen miljoenen kippen zitten op dit moment in stallen waarvan de emissiefactoren voor ammoniak (en hoogstwaarschijnlijk ook voor fijnstof en geur) bij nader inzien niet deugen. Deze innovatie uit eind vorige, begin deze eeuw is vanuit het oogpunt van het milieu een debacle. Bij nieuwe metingen is gebleken dat de emissies van ammoniak twee keer zo hoog zijn dan de emissiefactoren aangeven. WUR-onderzoekers Ellen, Groenestein en Ogink hebben in 2017 al gepleit voor aanpassing van de emissiefactoren, maar dat komt politiek gezien natuurlijk niet goed uit.

Dat er op metingen van nieuwe stalsystemen van alles aan te merken was, werd ook door Berenschot in het rapport Naar een ander stelsel van proefstalbeoordeling (2013) gesignaleerd. ”In de praktische uitvoering van de proefstalregeling ligt een grote focus op de schijnbare nauwkeurigheid van de emissiefactoren”, luidde een van de conclusies van Berenschot. ”Het stelsel draait voor een belangrijk deel op het zo scherp mogelijk vaststellen daarvan.Tegelijkertijd zijn de metingen omgeven met een onzekerheidsmarge. De (methodologische) focus op de juistheid van de emissiefactoren is te groot. Bovendien lijkt de meetverplichting op grote schaal te worden ontweken.”

Meetresultaten geur niet reproduceerbaar
Valt bij ammoniak met behulp van herhaalde metingen onder verschillende omstandigheden de werkelijke emissie op redelijk betrouwbare wijze te achterhalen, bij geur ligt dat een stuk moeilijker. Dat is tegelijk ook het meest problematische onderdeel van de nieuwe proefstalregeling. Betrouwbare methoden ontbreken om geuremissies te meten. De nieuwe proefstalregeling verwijst naar een meetprotocol uit 2010. Tien jaar oud dus en inmiddels afgeserveerd door geurdeskundigen. Zo wordt er gebruik gemaakt van geurmonsters en geurpanels. Gebleken is dat deze vorm van meten resultaten oplevert die niet reproduceerbaar zijn.

De bewindspersonen die de proefstalregeling het licht hebben doen zien (Schouten en Van Veldhoven), weten dat het meetprotocol geen betrouwbare gegevens oplevert. De commissie Biesheuvel die onderzoek heeft gedaan naar stankoverlast door veehouderijen, heeft daar in het rapport Geur bekennen ook op gewezen. En Van Veldhoven heeft in haar kamerbrief over dit rapport aangegeven dat de ”urgentie” aanwezig is om over te stappen op een ander systeem van meten van geur. Probleem: dat andere systeem is er (nog) niet. Sensoren zijn nog niet in voldoende mate beschikbaar.

Max5odeur dringt aan op spoedoverleg
Desondanks schrijft artikel 7aa van de proefstalregeling voor dat het bevoegd gezag moet vaststellen dat de controleerbaarheid van de werking van het huisvestingssysteem voldoende is gewaarborgd. Ook moet voldoende zijn gewaarborgd dat de geuremissie overeenkomstig het Protocol voor meting van geuremissie uit huisvestingssystemen in de veehouderij 2010 of een gelijkwaardige methode wordt gemeten en dat over de wijze van meten en de resultaten van de metingen aan het bevoegd gezag wordt gerapporteerd.

Door het ontbreken van een betrouwbare meetmethode voor geur is de hele proefstalregeling in feite ondeugdelijk en onuitvoerbaar, vindt max5odeur. Om te voorkomen dat provincies en gemeenten er toch mee aan de slag gaan en net als met de luchtwassers bedrijfsuitbreidingen mogelijk maken, terwijl niet gegarandeerd kan worden dat de stank zal afnemen, heeft de burgerwerkgroep bij Van Veldhoven aangedrongen op spoedoverleg: ”Wij pleiten voor een andere aanpak. Lokale overheden zouden ons inziens samen met burgerinitiatieven en ondernemers uit de varkens- en pluimveehouderij en onder auspiciën van het RIVM, een meetnetwerk moeten optuigen. Essentieel is dat boeren en burgers niet tegenover elkaar staan, maar werken aan bewustwording en samen reële stappen maken. Essentieel is ook dat de onafhankelijkheid en transparantie zijn gewaarborgd”

Max5odeur: eerst normen aanscherpen en dan experimenteren

De burgerwerkgroep max5odeur is het niet eens met een wijziging van de Crisis- en Herstelwet, waardoor provincies en gemeenten meer ruimte krijgen om te experimenteren met anti-stankmaatregelen. De werkgroep vindt dat eerst de geurnormen moeten worden aangescherpt.

Over de wijziging van de Crisis- en Herstelwet kon een zienswijze worden ingediend. Van die mogelijkheid heeft max5odeur gebruik gemaakt. In die zienswijze schrijft max5odeur:

”Wegens het ontbreken van een geactualiseerd wettelijk kader dat het woon- en leefklimaat en de gezondheid van omwonenden van intensieve veehouderijbedrijven afdoende beschermt, bestaat er een reëel risico dat de voorgestelde wijzigingen voor direct belanghebbenden geen verbeteringen en mogelijk zelfs verslechteringen teweeg brengen. De voorgestelde wijziging van de CHW zal leiden tot uitstel van noodzakelijke wijzigingen in de Wet geurhinder veehouderij en de Regeling geurhinder veehouderij, c.q. de Omgevingswet en bijbehorende besluiten”.

Max5odeur heeft er weinig vertrouwen in dat provincies en gemeenten in staat zijn om het stankprobleem daadwerkelijk aan te pakken. Bovendien zijn de maatregelen waarvoor de Crisis- en Herstelwet ruimte wil bieden, vooral technisch van aard. Daarvan is nog niet bewezen dat ze effectief zijn als het gaat om het reduceren van stank. Middelen ontbreken om de afname van stank op onomstreden wijze vast te stellen. Met het recente luchtwasserschandaal in gedachten, vindt de werkgroep max5odeur dat de tijd nog lang niet rijp is voor experimenten. Omwonenden van veehouderijen zitten niet te wachten op nieuwe onzekerheden over de effectiviteit van maatregelen.

POV en LTO
Ook de Producenten Organisatie van de Varkenshouderij en LTO Nederland hebben zich, maar dan op andere gronden, negatief uitgelaten over de wijziging van de Crisis- en Herstelwet. Beide organisaties vrezen strenger beleid, willekeur en aantasting van bestaande rechten van veehouders.

‘POV en LTO Nederland hebben al in eerdere brieven laten weten experimenten bij daadwerkelijke overlast te ondersteunen maar wel onder de voorwaarde dat er zorgvuldig met rechten van veehouders wordt omgegaan. Dat is in huidige voorstel niet of nauwelijks geregeld en het artikel 7af is daarmee voor ons onacceptabel. Wij dringen erop aan het voorstel zo aan te passen dat rechten van veehouders voldoende gerespecteerd worden en dat veehouders een eerlijk speelveld behouden. Zonder fundamentele aanpassingen van dit artikel is zorgvuldige samenwerking met veehouders en hun belangenorganisaties niet mogelijk.”

Geurmeter voor varkenshouderij binnen handbereik

Het bedrijf EMS uit Sint Annaland heeft een geurmeetsysteen ontwikkeld dat gebruikt kan worden voor het meten van geuroverlast bij varkensstallen. Het systeem werkt met een sensor en een kunstmatig neuraal netwerk. Het is in staat om zowel de aard als de omvang van de stank vast te stellen.

De sensor (Multi Gas Analyzer) neemt eerst een “vingerafdruk” van de geurende lucht. Deze ”vingerafdruk” wordt vervolgens ingevoerd in een kunstmatig neuraal netwerk. Het kunstmatig neuraal netwerk is een computer algoritme dat aan de hand van de vingerafdruk de concentratie van de verschillende geurcomponenten kan bepalen.

De concentraties worden omgezet naar European Odour Units (OUe). Dit is een eenheid voor geurconcentratie vastgelegd in de NEN-13725 en VDI 3882. Vervolgens wordt hieruit de geurbeleving vastgesteld. Aan de hand van deze geurbeleving is het mogelijk om te bepalen of er sprake is van stankoverlast.

De praktische uitvoering en het gebruik van deze sensor is onder handbereik, maar
hangt af van de vraag van de overheden en de handhavende instanties, aldus EMS.
https://www.macview.eu/nl/product/multi-gas-analyser-mga/

Baanbrekend
De geurmeter van EMS mag gerust baanbrekend worden genoemd. Als sinds 2015 pleit de burgerwerkgroep max5odeur voor de ontwikkeling van een e-nose, waarmee stank uit veehouderijen objectief kan worden vastgesteld. Ook de commissie Biesheuvel wijst op de noodzaak om het geurbeleid meer te baseren op metingen, in plaats van op berekeningen. De commissie pleit voor de invoering van emissiegrenswaarden waarvan met behulp van metingen kan worden vastgesteld of aan die waarden wordt voldaan.
In haar brief aan de Tweede Kamer van 6 september 2019 over het rapport van de commissie Biesheuvel, kondigde staatssecretaris Van Veldhoven aan dat Wageningen Universiteit geld krijgt voor een meerjarig onderzoeksprogramma dat moet leiden tot een chemisch-analytische methode voor geurmetingen. Dit lijkt nu overbodig te zijn geworden door de geurmeter van EMS.

”Inwoners van Buren kunnen Knorhof nog tegen houden”

De bekende milieu-jurist Valentijn Wösten ziet kansen om de bouw van een nieuwe mega-varkensstal Knorhof te voorkomen. Dat zegt hij in de Gelderlander. ”Maar voordat je juridische acties in gaat zetten is het zaak om vooral de politiek te overtuigen. Dat is de kortste weg naar succes. Morele verontwaardiging is mooi, maar politiek draagvlak is effectiever.’’

Wösten is door diverse mensen al benaderd voor advies om de herbouw van de Knorhof in de gemeente Buren, op de grens van Erichem en Kapel-Avezaath, te voorkomen. Het bedrijf Sebeva – eigendom van de omstreden varkenshouder Adriaan Straathof – hield daar tot 2017 circa 20.000 varkens. Al deze dieren kwam om door een grote stalbrand. Nu zijn er plannen voor een nieuwe megastal met bijna 26.000 varkens.

Wösten heeft volgens de Gelderlander nog geen concrete afspraken gemaakt over juridische bijstand: ”Er ligt nog geen bestuurlijk besluit. Maar we zijn in gesprek. Ik heb gezegd dat ze in dit stadium vooral moeten proberen om het politieke bestuur te overtuigen.’’

Het zwakke punt in het plan voor de nieuwe megastal vormen de luchtwassers. Naar de effectiviteit van deze installaties wordt op dit moment onderzoek gedaan. Eerder is gebleken dat luchtwassers onvoldoende presteren. Daarna zijn de emissiefactoren voor stank bijgesteld. Wösten verwijst naar nieuwe gegevens uit Overijssel, waar maar acht procent van de luchtwassers naar behoren functioneren. http://www.max5odeur.nl/drama-met-luchtwassers-in-overijssel-8-werkt-naar-behoren/

Inwoners Oisterwijk nemen geen genoegen met nieuwe stanknormen

Inwoners van Oisterwijk nemen geen genoegen met het nieuwe stankbeleid van hun gemeente. Het college van B&W wil de stanknorm voor de bebouwde kom vaststellen op 3 odeur en voor het buitengebied op 10 odeur.

De Vereniging Westend en Omwonenden Oisterwijk (VWOO) heeft laten weten 2 respectievelijk 5 odeur acceptabel te vinden.

Oisterwijk telt 691 woningen met een matige tot slechte milieu- kwaliteit ten gevolge van stankoverlast en 34 woningen met zeer slechte milieu-kwaliteit.
Alleen met strenge geurnormen kan de intensieve veehouderij gedwongen worden om stank- en ammoniakemissie aan de bron aan te pakken. Rechtvaardige geurnormen zijn een absolute voorwaarde voor een gezonde leefomgeving: omwonenden willen niet voor verrassingen komen te staan om vervolgens machteloos in de stank te zitten, aldus de VWOO.

Boekel pakt stankoverlast aan, of toch niet?

Dat gemeenten nogal verschillen in de aanpak van stankoverlast bewijst Boekel. Daar heeft een gebiedsregisseur het voor elkaar gekregen dat drie stinkende varkensbedrijven worden gesaneerd en een vierde bedrijf de stankoverlast met driekwart moet verminderen.

Het Brabants Dagblad schreef erover op 13 februari: ”Buurtschap De Elzen in Boekel is blij verrast”. De krant laat Ria van Lankveld van de werkgroep de Elzen aan het woord: ”Het mooie is dat we niet meer lijnrecht tegenover elkaar staan maar het met z’n allen doen. Ondernemers en bewoners. Daar kunnen we samen trots op zijn. We hopen dat het Machiel gaat lukken.”

Machiel is varkenshouder Machiel Coppens. Hij heeft in Boekel drie vlak bij elkaar gelegen bedrijven: Neerbroek 29, daaraan grenzend Molenakker 3 en 5 en in de nabijheid Molenbrand 9. In 2015 legde de provincie de mestverwerker op Neerbroek stil omdat daar, in strijd met het bestemmingsplan, ook mest van Molenakker en Molenbrand werd verwerkt.  De verouderde stallen op Molenakker 3 en het voorste deel van Molenakker 5 met de stank veroorzakende brijkeuken en bijbehorende silo’s gaan nu dicht. Op last van de provincie. Coppens kan verder op de Molenbrand 5 en 9. Hij wil daar een gesloten bedrijf van maken en een nieuwe mestverwerker bouwen. De gemeente laat via het Brabants Dagblad weten dat hij wel de luchtwassers moet vernieuwen en nieuwe roostervloeren moet plaatsen. Verder moet hij zelf weten hoe hij de stank met 75% reduceert.

Gigabedrijf
Coppens heeft voor Molenbrand 9 een Natuurbeschermingswetvergunning uit 2016. Hij mag er 6500 vleesvarkens, 6000 biggen en 1150 zeugen houden. De verwachting is dat hij meer varkens wil gaan houden om zijn investeringen terug te verdienen. Dat zou hij kunnen doen door intern te salderen met de varkens in de stallen van Molenakker 5 waar hij een vergunning heeft voor 10.000 vleesvarkens 4600 biggen, 1400 zeugen. Zo kan er ter plekke een gigastal ontstaan. Zijn bedrijven krijgen de status van ”modern industrieel kringloopbedrijf”, heeft wethouder Martijn Buijsse bekend gemaakt.

Onderdeel van het saneringsplan is dat er nog drie andere varkensbedrijven op termijn verdwijnen uit buurtschap De Elzen, zo meldt het Brabants Dagblad.
Aan de Molenakker 4 (Twan van de Heuvel) worden twee verouderde stallen gesaneerd. Op De Elzen 6a (Ronnie Braks) worden twee oude stallen op korte termijn gesloopt. Twee andere mogen nog tien jaar blijven bestaan. De gemeente Boekel spreekt van een sterfhuisconstructie. De Elzen 10a ( Ad van de Boom): de varkens die hier worden gehouden verhuizen naar zijn bedrijf in De Rips. De mestopslag op De Elzen mag blijven, maar de mestverwerking ten behoeve van zijn landbouwbedrijf niet, omdat er straks geen dieren meer zitten.

Handhaving
Het is onduidelijk hoe Coppens de 75% reductie van geur gaat halen. Handhaving zal lastig zijn, aangezien het om 75% van de berekende geurbelasting gaat. Het is vrijwel onmogelijk om vast te stellen of die reductie ook feitelijk een aanzienlijke afname van stank betekent.

Gert van Dooren: ”De wil ontbreekt om overlast aan te pakken”

Gert van Dooren, lid van de werkgroep max5odeur, blijft procederen tegen boerenbedrijven die stankoverlast veroorzaken. Hij voert al jaren actie in zijn woonplaats Erp, gemeente Veghel. ”De gemeente heeft zitten slapen. Het was hier zelfs mogelijk om tot aan het dorp uit te breiden als boer. Dan vraag je je wel af: heb je als burger nog wel rechten in het buitengebied?’’

Omroep Brabant portretteerde burger Van Dooren in de serie ”Boer met kiespijn”. Volgens Gert is er een groot gebrek aan kennis in de politiek. “En er is geen wil om de overlast aan te pakken, merk ik. Dat vind ik schandelijk. Je gaat ervan uit dat het in Nederland allemaal goed geregeld is, maar op dit niveau is het juist heel slecht geregeld”, aldus Van Dooren op de website van Omroep Brabant.

Gert is in zijn woonplaats omringd door intensieve veehouderij. Door de schaalvergroting heeft hij het aantal dieren in zijn omgeving zien verdubbelen.
Er lopen in de gemeente Veghel diverse procedures tegen boeren. Maar Gert van Dooren probeert ook in verschillende werkgroepen over stankoverlast zaken te veranderen. Zo heeft hij deelgenomen aan de evaluatie wet geurhinder veehouderij, aan de klankbordgroep onderzoek luchtwassers, en aan diverse overlegrondes over het Brabantse veehouderijbeleid. Ook is hij bestuurslid van het Brabants Burgerplatform. “Zowel landelijk als provinciaal merk je gewoon dat het stroef gaat en dat het moeilijk is om de situatie te verbeteren”, aldus Van Dooren.
Procederen, overleggen, vergaderen – “Ik doe het niet alleen voor mezelf”, zegt hij. “Maar ook voor de gezondheid van mijn kinderen en voor het welzijn van mensen in de buurt. Ik merk dat die blij zijn dat ik het doe, omdat ze zelf geen gedoe willen met boeren in de omgeving. Dat snap ik wel. Sommige boeren willen heus wel meedenken, maar met anderen valt eigenlijk niet te praten.”

Rechtbank Oost Brabant laat gewijzigde emissiefactoren voor combiwassers intact

De Rechtbank Oost-Brabant heeft een verzoek om het onverbindend verklaren van de gewijzigde emissiefactoren voor combi-wassers afgewezen.

Dat verzoek was gedaan door een varkenshouder die wilde uitbreiden door toepassing van biologische en chemische combi-wassers. De varkenshouder wilde van 4.837 vleesvarkens, 648 opfokzeugen en 6 paarden naar 8.077 vleesvarkens.

De omgevingsvergunning is geweigerd door de provincie vanwege de gewijzigde emissiefactoren per 20 juli 2018. Daardoor kon niet de benodigde stankreductie worden behaald. De Rechtbank Oost-Brabant heeft de Stichting Advies Bestuursrechtspraak om advies gevraagd en ook de minister gehoord. klik hier voor de uitspraak

De rechter uit kritiek op de onderbouwing van de wijziging van de emissiefactoren. Maar hij vindt het wel begrijpelijk dat de minister het voorzorgbeginsel heeft toegepast bij de wijziging van de emissiefactoren van de combi-wassers. Voorts verwijst de rechter naar een spoedige aanpassing van de regeling. Gedoeld wordt op het lopende onderzoek naar de mogelijkheden om de rendementen van de combiwassers te verhogen, zodat de emissiefactoren weer kunnen worden bijgesteld. Om deze redenen wil de rechter de gewijzigde emissiefactoren niet onverbindend verklaren.

Letterlijke tekst van de uitspraak:
”Gelet op de technische complexiteit van dit dilemma is de rechtbank van oordeel dat de Minister in redelijkheid heeft kunnen besluiten de Rgv te wijzigen en uit voorzorg de geuremissiefactoren van combiwassers gelijk te stellen met die van enkelvoudige wassers. De Minister stelt feitelijk de vaststelling van het mogelijk hogere rendement van combiwassers uit tot een later moment, in afwachting van nader onderzoek, uit voorzorg voor het milieu. Hoewel een meer evenwichtige regeling nadrukkelijk de voorkeur verdient, kan de rechtbank begrijpen dat de Minister het voorzorgbeginsel zwaar laat wegen, waarbij meespeelt dat de Minister ter zitting heeft aangegeven dat hij streeft naar een spoedige aanpassing van de regeling. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding de wijziging van de Rgv onverbindend te verklaren. De rechtbank ziet evenmin aanleiding in dit geval de Rgv buiten toepassing te laten, omdat dit teveel indruist tegen de dwingend voorschreven wijze waarop volgens de Wgv de geurbelasting van een veehouderij moet worden bepaald. Verweerder heeft terecht opgemerkt dat de metingen bij eiseres momentopnames betroffen.”
(Rgv = regeling geurhinder veehouderij; Wgv = wet geurhinder veehouderij)