Rechtbank Oost Brabant laat gewijzigde emissiefactoren voor combiwassers intact

De Rechtbank Oost-Brabant heeft een verzoek om het onverbindend verklaren van de gewijzigde emissiefactoren voor combi-wassers afgewezen.

Dat verzoek was gedaan door een varkenshouder die wilde uitbreiden door toepassing van biologische en chemische combi-wassers. De varkenshouder wilde van 4.837 vleesvarkens, 648 opfokzeugen en 6 paarden naar 8.077 vleesvarkens.

De omgevingsvergunning is geweigerd door de provincie vanwege de gewijzigde emissiefactoren per 20 juli 2018. Daardoor kon niet de benodigde stankreductie worden behaald. De Rechtbank Oost-Brabant heeft de Stichting Advies Bestuursrechtspraak om advies gevraagd en ook de minister gehoord. klik hier voor de uitspraak

De rechter uit kritiek op de onderbouwing van de wijziging van de emissiefactoren. Maar hij vindt het wel begrijpelijk dat de minister het voorzorgbeginsel heeft toegepast bij de wijziging van de emissiefactoren van de combi-wassers. Voorts verwijst de rechter naar een spoedige aanpassing van de regeling. Gedoeld wordt op het lopende onderzoek naar de mogelijkheden om de rendementen van de combiwassers te verhogen, zodat de emissiefactoren weer kunnen worden bijgesteld. Om deze redenen wil de rechter de gewijzigde emissiefactoren niet onverbindend verklaren.

Letterlijke tekst van de uitspraak:
”Gelet op de technische complexiteit van dit dilemma is de rechtbank van oordeel dat de Minister in redelijkheid heeft kunnen besluiten de Rgv te wijzigen en uit voorzorg de geuremissiefactoren van combiwassers gelijk te stellen met die van enkelvoudige wassers. De Minister stelt feitelijk de vaststelling van het mogelijk hogere rendement van combiwassers uit tot een later moment, in afwachting van nader onderzoek, uit voorzorg voor het milieu. Hoewel een meer evenwichtige regeling nadrukkelijk de voorkeur verdient, kan de rechtbank begrijpen dat de Minister het voorzorgbeginsel zwaar laat wegen, waarbij meespeelt dat de Minister ter zitting heeft aangegeven dat hij streeft naar een spoedige aanpassing van de regeling. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding de wijziging van de Rgv onverbindend te verklaren. De rechtbank ziet evenmin aanleiding in dit geval de Rgv buiten toepassing te laten, omdat dit teveel indruist tegen de dwingend voorschreven wijze waarop volgens de Wgv de geurbelasting van een veehouderij moet worden bepaald. Verweerder heeft terecht opgemerkt dat de metingen bij eiseres momentopnames betroffen.”
(Rgv = regeling geurhinder veehouderij; Wgv = wet geurhinder veehouderij)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

vijftien − veertien =