Gemeente wil stankoverlast aanpakken, maar strandt bij de rechter

De gemeente Gemert-Bakel wilde een pluimveehouder uit Elsendorp maatwerkvoorschriften opleggen om een eind te maken aan stankoverlast. Maar de rechter stak daar een stokje voor. Ra,ra, hoe kan dat?

Een gemeente mag een bestaande vergunning up tot date maken. Dat is vooral handig als er klachten zijn. Zoals in Elsendorp, gemeente Gemert-Bakel. Daar hadden omwonenden van een vleeskuikenbedrijf langdurig last van stank. De stankoverlast werd erkend door de gemeente. Die concludeerde dat er veel meer stank werd geproduceerd dat in de berekeningen bij de vergunning was aangegeven. De gemeente haalde er zelfs een expert van Wageningen Universiteit bij en vroeg de GGD om advies. Die bevestigde dat er sprake was van een slechte leefomgeving. Daarom besloot de gemeente tot het opleggen van extra maatregelen. De pluimveehouder ging daartegen in beroep.

De gemeente Gemert-Bakel stelde bij de Raad van State dat de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv), die moet worden toegepast bij de beoordeling van vergunningaanvragen, niet voldoet. De wet is niet toereikend om onaanvaardbare risico’s voor de volksgezondheid te voorkomen. De geurhinder van het vleeskuikenbedrijf blijkt in de praktijk zwaar tegen te vallen en vormt een risico voor de volksgezondheid. Verwezen werd ook naar de hogere emissiefactor die inmiddels was ingevoerd voor vleeskuikens. De gemeente voerde dit als bewijs aan voor het feit dat de regels ten tijde van het verlenen van de vergunning niet klopten..

Maar de rechter zag er allemaal geen reden in om de wet buiten werking te stellen. De berekeningen van de vergunning zijn rechtsgeldig. De berekende werkelijkheid is volgens de wet maatgevend en niet de gemeten werkelijkheid. De gemeente is daarom in het geval van de vleeskuikenbedrijf niet bevoegd om de geurvoorschriften van een omgevingsvergunning aan te scherpen, oordeelde de Raad van State. Dat het wettelijk toetsingskader voor geur niet voldoet en niet toereikend is om onaanvaardbare risico’s voor de volksgezondheid te voorkomen, is een zaak voor de wetgever, niet van de rechter.
Klik hier voor de uitspraak van de Raad van State in de zaak van de pluimveehouder uit Elsendorp

Klik hier voor een uitleg door de juriste Franca Damen

Varkenshouder moet buren schadevergoeding betalen

Varkenshouder Roel Hakvoort uit het Gelderse Hengelo moet zijn buren een schadevergoeding betalen vanwege langdurige stankoverlast. Volgens de rechtbank in Zutphen is vastgesteld dat de stanknormen werden overschreden.

De buren zijn al tien jaar slachtoffer van de stank uit de varkensstallen aan het Braaksevoetpad 7, waar Hakvoort volgens eigen zeggen 6700 vleesvarkens houdt. De rechter heeft hem opdracht gegeven binnen een half jaar de stank aanzienlijk terug te brengen, op straffe van een dwangsom van maximaal €50.000. De hoogte van de schadevergoeding moet nog worden vastgesteld. Drie buren komen ervoor in aanmerking. Het gaat mogelijk om tienduizenden euro’s.

De uitspraak van de rechter is opmerkelijk, aangezien de varkenshouder over een geldige milieuvergunning beschikt, waarin de overschrijding van de stanknormen is toegestaan. De rechter stelt nu de stanknormen (maximaal 14 odeur in dit geval) boven de vergunning. De jurist Valentijn Wösten laat weten dat in honderden vergelijkbare zaken omwonenden naar de rechter kunnen voor een schadevergoeding.
Voor de uitspraak van de rechtbank, klik hier
Voor een achtergrondartikel, klik hier: Bedrijfsbelangen versus woonrechten

Wethouders doen hun beklag over agrarisch adviesbureau’s

Adviesbureau Arvalis is in de fout gegaan met geurberekeningen van een mestvergister. De fouten lijken niet op zichzelf te staan. Twee wethouders uit Leudal – Arno Walraven en Stan Backus – doen openlijk hun beklag in De Limburger van 16 december. ”Heel vaak zien we manco’s”. Gedeputeerde Daan Prevoo van de provincie Limburg houdt er zelfs rekening mee dat er in de agrarische advieswereld sprake is van valsheid in geschrifte.

Veehouders doen bij een vergunningaanvraag bijna altijd een beroep op agrarische adviesbureau’s. Deze bureau’s stellen de benodigde stukken op, doen berekeningen op het gebied van ammoniak, geur en fijnstof en voeren overleg met gemeenten. Hun invloed op het eindresultaat – de vergunning – is vaak groot. Ook reacties op zienswijzen worden door de adviesbureau’s aangestuurd.

”Ambtenaren onvoldoende gekwalificeerd”
Volgens jurist Valentijn Wösten, die inmiddels heel wat omwonenden heeft bijgestaan in juridische procedures, valt er op de helft van het werk van agrarische adviesbureau’s wel iets aan te merken. ”De ambtenaren die de aanvragen moeten toetsen zijn vaak onvoldoende gekwalificeerd. Bovendien wordt hen vaak te weinig tijd gegund om het goed te beoordelen”, zegt hij in De Limburger. Walraven en Backus bevestigen dat beeld. Het is volgens hen een kwestie van gebrek aan geld, menskracht en kwaliteit.

De handelwijze van Arvalis heeft tot scherpe kritiek geleid. De wethouders Walraven en Backus kwamen er na een contra-expertise achter dat de geurberekeningen voor een co-vergisters niet goed waren uitgevoerd. In plaats van dat de stank afnam – volgens de berekening van Arvalis – nam deze juist fors toe.

Zicht op legalisatie
In het artikel in de Limburger wordt ook kritiek geuit op het veel gebruikte ”zicht op legalisatie”. De veehouder gaat dan alvast bouwen of meer dieren plaatsen, in de verwachting dat de vergunning toch wel wordt verleend. Wethouder Backus wil daarvan af, zo geeft hij in het artikel aan.
De Provincie is bereid menskracht te leveren om de vergunningaanvragen kritischer te bekijken. Wat betreft Daan Prevoo kunnen adviesbureau’s die al eens veroordeeld zijn vanwege valsheid in geschrifte, rekenen op extra aandacht. Op 17 december twitterde hij: ”Kritiek op agrarische adviesbureaus. Om fouten of fraude te voorkomen moet er kritischer gekeken worden naar vergunningaanvragen en adviesbureaus – gemeenten en provincie samen!”

Stankoverlast veehouderij onderdeel van ”integrale verduurzamingsaanpak”

Het aanpakken van stankoverlast wordt (opnieuw) onderdeel van de zogenaamde ‘integrale verduurzamingsaanpak veehouderij’. Dat heeft Staatssecretaris Stientje van Veldhoven (D66) aangekondigd tijdens een overleg met de Tweede Kamer. Ze liet weten dat maar liefst drie ministeries zich met die verduurzaming gaan bemoeien: Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) en Infrastructuur & Waterstaat (I&W). Opmerkelijk is dat ‘Milieu’ inmiddels uit de naam van dit ministerie is verdwenen. Het is de bedoeling dat alle belanghebbende partijen bij dit proces worden betrokken, ook burgers.

De voorganger van de huidige staatssecretaris, Sharon Dijksma, had het stankprobleem eerder dit jaar nog over de schutting gegooid bij provincies en gemeenten. ”Geuroverlast is een lokaal probleem”, stelde ze op 1 juni in een Kamerbrief naar aanleiding van een evaluatierapport over de wet Geurhinder en veehouderij. Dijksma sprak in haar brief weliswaar ook over een ‘integrale aanpak voor een duurzame veehouderij’. Ze hield daarbij de mogelijkheid open dat de geurregels veranderd zouden moeten worden, maar daar liet ze het ook bij.

Cumulatie van stank
Van Veldhoven zei in de Kamer niet veel anders, maar gaf wel aan dat er serieus naar oplossingen wordt gezocht. Daarvoor kan nader onderzoek naar effectieve maatregelen tegen stankoverlast nodig zijn, zei ze. De kern van het probleem, de vele hiaten in de huidige wet Geurhinder en veehouderij, bleven grotendeels onbesproken. Zo wordt de stank van melkveehouderijen en nertsenfarms, uitrijden van mest, cumulatie van stank en stank van mestfabrieken niet meegeteld in de huidige wet Geurhinder en veehouderij. De enige toezegging die de staatssecretaris deed was dat ‘bestaande regels vooruitlopend op de nieuwe Omgevingswet gewijzigd kunnen worden’.
D66-kamerlid Jessica van Eijs had gevraagd of bij het beoordelen van de geurbelasting van het ene bedrijf rekening kan worden gehouden met de geurbelasting van andere bedrijven. Ook wilde ze weten of het mogelijk is afstanden in te voeren die gerelateerd zijn aan de omvang van melkveebedrijven en of de zogeheten 50%-regeling kan vervallen. Staatssecretaris Van Veldhoven zei toe te gaan kijken ‘wat er landelijk kan en moet en wat gemeenten zelf kunnen regelen’.

Wat houdt de integrale verduurzamingsaanpak in? Klik hier

Geen handreiking
Op vragen van Frank Wassenberg (Partij voor de Dieren) of het verminderen van dieren ook een optie is, verzekerde Van Veldhoven dat er voor haar geen dogma’s zijn. Wassenberg stelde terecht dat er geen nader onderzoek meer nodig is naar de stankproblematiek. ”Er zijn inmiddels zoveel rapporten over dit onderwerp verschenen. Daar kunnen we de hele Tweede Kamer mee behangen.”
Wassenberg was het enige Kamerlid dat erop wees dat er al veel is geprobeerd om de stankoverlast in veedichte gebieden terug te dringen, maar dat het allemaal niet heeft geholpen. Geheel in lijn met deze opmerking: een dag voor het overleg in de Tweede Kamer liet het ministerie aan de deelnemers van de evaluatiecommissie weten dat er geen ‘Handreiking geurhinder veehouderij’ komt. Met een dergelijke handreiking hadden ministeries en Kamer een positief gebaar kunnen maken naar de deelnemers aan de evaluatiecommissie en burgers die dagelijks hinder ondervinden van de intensieve veehouderij. Er werd door diverse partijen reikhalzend naar uit gekeken.

Beperkte mogelijkheden
Maar de boodschap van het ministerie was teleurstellend: er zijn ‘slechts beperkte mogelijkheden’ om de stankoverlast in de overbelaste gebieden aan te pakken. Daarbij werd verwezen naar een rapport van Wageningen Universiteit met (opnieuw) technische ‘oplossingen’ (Stalmaatregelen voor het reduceren van geuremissie uit de intensieve veehouderij, wordt binnenkort verwacht). Uit dat onderzoek blijkt dat gecombineerde luchtwassers het stankprobleem van de varkenshouderij slechts ten dele aanpakken. Aan deze installaties worden onrechte reductiepercentages van 70% tot 85% toegekend. Hoewel het onderzoek nog loopt, worden stallen met deze installaties toch nog steeds vergund. Het is de bekende weg van eindeloos geloof in techniek, de neus dicht knijpen en wachten op de volgende ronde voldongen feiten.

Hieronder een link naar het verslag van het Algemeen Overleg van 14 december 2017
Conceptverslag AO Leefomgeving 14 dec 2017

Burgers meten zelf fijnstof en ammoniak

Teus Hagen op zijn werkkamer

Om zelf na te kunnen gaan hoe de kwaliteit van de lucht is, heeft de vereniging Behoud de Parel uit Grubbenvorst het initiatief genomen tot de ontwikkeling van sensoren. Met behulp van deze sensoren kunnen burgers zelf fijnstof en ammoniak meten.

Teus Hagen, actief binnen de vereniging, heeft het technische werk voor zijn rekening genomen en de sensoren getest. Er blijken grote verschillen te zijn tussen de sensoren die op de markt zijn, het is dus oppassen als je zelf iets gaat maken, want je wilt wel zeker zijn van de kwaliteit van je metingen.

In juli 2017 is het RIVM bij Teus Hagen op bezoek geweest en op het filmpje dat daarvan gemaakt is, is te zien hoe Teus aan het testen is in zijn werkkamer. Intussen is hij al veel verder en is het eerste prototype gebouwd en in gebruik genomen. De sensoren meten

fijnstof: PM1, PM2.5, PM10
gassen: koolstofoxides, stikstofoxides, ozon, ammoniak
klimaat: temperatuur, luchtvochtigheid, luchtdruk

Er wordt nu hard gewerkt aan het samenstellen, programmeren, testen en bouwen van meer betaalbare sensoren, aan de website om de data te verzamelen,  en aan de overzichten van metingen in de vorm van diverse grafieken te publiceren. Alle software en meetresultaten zijn vrij beschikbaar: het is Open Source. Iedereen kan zelf de onderdelen aanschaffen en de sensor bouwen. Het is wel een technisch klusje, dus niet voor iedereen geschikt. Behoud de Parel zoekt intussen sponsoren om een meetnet te kunnen bouwen in hun gemeente.
De sensoren van Teus meten nog geen geur. Geur uit veehouderijen is zeer complex van samenstelling. Degelijke e-noses zijn wel in ontwikkeling.
Klik hier voor geursensoren bruikbaar in de veehouderij
Klik hier voor de Rapportage ontwikkeling geur sensor voor het gebruik van geurmetingen bij varkensstallen

Harde geurnorm noodzakelijk voor mestvergisters

Als lokale overheden in vergunningen voor mestvergisters geen harde geurnormen opnemen, kunnen omwonenden langdurig in de stank zitten. Dat blijkt uit een uitspraak van de Raad van State in een zaak over een mestvergister in Borgercompagnie.

De vergister verwerkt jaarlijks 35.000 ton mest. Vanwege aanhoudende stankoverlast had de gemeente Veendam de eigenaar een dwangsom opgelegd: hij moest binnen een bepaalde termijn maatregelen treffen.
De gemeente heeft echter in de vergunning slechts aangegeven dat de geurhinder niet onaanvaardbaar mag zijn. Een duidelijke norm ontbreekt. De Raad van State heeft het dwangsombesluit daarom geschorst. Bij een dergelijke vage omschrijving kunnen niet op korte termijn grote investeringen worden afgedwongen. De mestvergister kan dus voorlopig doordraaien, in afwachting van een uitspraak van de Raad van State in een bodemprocedure.

SP en GroenLinks vragen om aanzienlijke verlaging geurnormen

De fracties van de SP en GroenLinks willen dat de geurnormen voor de veehouderij aanzienlijk worden verlaagd. Dat hebben ze bij de behandeling van de landbouwbegroting in de Tweede Kamer in een motie kenbaar gemaakt.

De motie is ingediend door SP-er Frank Futselaar, met steun van Rik Grashoff van GroenLinks.
”Constaterende dat bewoners van gebieden met grootschalige veehouderijen in toenemende mate kampen met geuroverlast;
Constaterende dat 355.000 huishoudens in de directe omgeving van veehouderijen hierdoor worden getroffen;
Overwegende dat geldende agrarische geurnormen meer hinder toestaan dan koepelorganisatie GGD GHOR *) adviseert vanuit gezondheidsperspectief;
Verzoekt de regering,
Met een plan van aanpak te komen om de geurhinder door de agrarische sector in afwachting van de Omgevingswet te reduceren en daarbij gelijke geurnormen te hanteren zoals die gelden voor de industrie.”

Landbouwminister Carola Schouten gaf in een reactie aan dat niet zij maar haar collega, staatssecretaris Van Veldhoven (D66), over het onderwerp geur en veehouderij gaat. ”Ik ben geen doorgeefluik”, zei ze. Futselaar zei geen zin te hebben in ‘pingpongen’. Grashoff wees erop dat minister en staatssecretaris hierover met elkaar in overleg kunnen gaan. Over de motie wordt binnenkort gestemd.

Laatste nieuws 12 december 2017: de motie is aangehouden

*) Voor GGDGHOR zie:
https://www.ggdghorkennisnet.nl/thema/omgevingswet/nieuws/6862-intensieve-veehouderij-en-geurhinder

Gaat de veehouderij binnenkort op slot?

Twee milieuorganisaties hebben de Raad van State gevraagd het Programma Akkoord Stikstof (PAS) te schorsen. Mocht de Raad van State hiermee instemmen dan kunnen er voorlopig geen vergunningen in het kader van de natuurbeschermingswet worden afgegeven. Dat zou betekenen dat de veehouderij op slot gaat.

Het PAS is enkele jaren geleden in het leven geroepen om de ammoniakuitstoot te begrenzen en de natuur te herstellen. Voor de begrenzing van de uitstoot is een rekenmodel ontwikkeld (Aerius). Daarmee kan bepaald worden hoeveel ruimte er is voor uitbreiding van activiteiten die gepaard gaan met de uitstoot van ammoniak.
De milieuorganisaties – Coöperatie Mobilisation for the Environment en de Vereniging Leefmilieu – betogen dat er al teveel ontwikkelruimte is uitgegeven. Ze brengen dit naar voren in een beroepszaak tegen een vergunning voor een veehouderij in Kootwijkerbroek.

Leefgebieden van soorten
Onlangs is het Aerius-model bijgesteld. Sindsdien moet niet alleen de ammoniakbelasting op natuurgebieden worden uitgerekend, maar ook op leefgebieden van soorten. Daarmee is bij eerder verleende NB-wetvergunningen geen rekening gehouden. Er blijkt meer ammoniakuitstoot te zijn vergund dan volgens het PAS is toegestaan, aldus de organisaties.
Zij wijzen erop dat het Aerius-rekenmodel nog altijd een ernstige tekortkoming bevat. Als de maximale ammoniakbelasting voor een bepaald gebied wordt overschreden, dan is dat in het model niet terug te vinden. Daarnaast is er het verschil tussen berekeningen en metingen. Metingen tonen al geruime tijd een minder rooskleurig beeld dan berekeningen. De berekeningen laten een daling zien, terwijl de metingen een lichte stijging van ammoniak aantonen. Er wordt met andere woorden feitelijk meer ammoniak uitgestoten dan in de vergunningen is weergegeven. De milieuorganisaties stellen dat gemeenten en provincies onvoldoende gewicht toekennen aan de metingen. Ook wordt er geen rekening gehouden met overtreding van de mestregels.
De organisaties verwachten begin volgend jaar een uitspraak van de Raad van State.
Verzoek om schorsing PAS

Verslag van rechtszitting 26 februari 2018

Normen voor achtergrondbelasting geur kunnen in bestemmingsplan

Belangrijke uitspraak van de Raad van State: gemeenten kunnen normen voor de achtergrondbelasting van geur opnemen in een bestemmingsplan. Voor deze zogeheten cumulatie (de optelsom van alle stankbronnen in een bepaald gebied bij elkaar) bestaat geen wettelijk toetsingskader. Maar het is wel mogelijk om via normen in het ruimtelijk beleid overlast door veehouderijen terug te dringen.

Het gaat om een uitspraak van 19 juli 2017. De gemeenteraad van Sint Anthonis had het bestemmingsplan voor het buitengebied gedeeltelijk herzien. Daartegen was door een melkveehouder annex varkenshouder bezwaar gemaakt. Het nieuwe bestemmingplan zat namelijk zo in elkaar dat hij niet meer zou kunnen uitbreiden. Volgens de melkveehouder/varkenshouder had de gemeente ten onrechte een eigen geurregeling in het bestemmingsplan opgenomen. Volgens de gemeenteraad was dat noodzakelijk om de ontwikkelingen van veehouderijen vanuit milieuhygiënisch oogpunt te kunnen beoordelen en bij overbelaste situaties een vermindering van de overlast te bereiken.

Cumulatieve geurhinder
De gemeenteraad had in het bestemmingsplan opgenomen dat een veehouder die wil uitbreiden, moet aantonen dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige objecten in de bebouwde kom niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%. Als zou blijken dat de achtergrondbelasting hoger is dan de genoemde percentages, dan dienen er maatregelen te worden getroffen die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting leidt. Deze daling zou tenminste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting moeten compenseren.

Omgevingsweb
Bovenstaande maakt duidelijk dat het om een zeer ingewikkelde zaak gaat. Gelukkig heeft de jurist omgevingsrecht Max Seelen e.e.a. uitgelegd voor de informatieve website Omgevingsweb. Hij interpreteert de uitspraak van de Raad van State aldus:
je kunt regels in je bestemmingsplan over de totale geurbelasting van alle veehouderijen (achtergrondbelasting) opnemen. Dat kan door te bepalen dat er geen vierkante meter voor de veehouderij mag worden bijgebouwd. Van dit bouwverbod mag men vervolgens (binnenplans) afwijken op voorwaarde dat de veehouderij aantoont dat de totale geurbelasting op geurgevoelige objecten (zoals woningen) in de bebouwde kom niet hoger is dan (bijvoorbeeld) 12% en in het buitengebied niet hoger dan 20% (in deze zaak werd aangesloten bij de normstelling van de provinciale verordening). En mocht de achtergrondbelasting toch hoger zijn, dan moet de veehouderij maar maatregelen treffen die leiden tot een daling van de achtergrondbelasting (die in ieder geval de eigen bijdrage moet compenseren).

Tegen deze handelwijze valt na de uitspraak van de Raad van State weinig in te brengen. Seelen stelt vast dat op deze manier geen wettelijk kader wordt doorkruist. Er bestaat voor de beoordeling van de achtergrondbelasting immers geen wettelijk kader. Door deze bredere toetsing in je bestemmingsplan op te nemen, bescherm je het woon- en leefklimaat, schrijft hij.
Hij wijst er verder op dat het niet de bedoeling is om normen voor de zogeheten voorgrondbelasting op te nemen in een bestemmingsplan. Bepalen hoeveel geur een individuele veehouderij veroorzaakt bij een geurgevoelig object is namelijk onderdeel van de beoordeling van een aanvraag voor een omgevingsvergunning.