Intrekking milieuvergunning megabedrijf in Grubbenvorst geëist

Vereniging Behoud de Parel en enkele omwonenden eisen intrekking van de milieuvergunning voor het megavarkensbedrijf Houbensteyn Heideveld in Grubbenvorst. Het bedrijf bouwt op dit moment aan de Witveldweg een etagestal voor 19.000 varkens. Die bouw zou moeten worden stil gelegd.

In een verzoek aan de rechtbank Limburg om intrekking van de vergunning wordt gesproken over een dreigende milieucatastrofe. Groot probleem zijn de combi-luchtwassers, die geen 85% van de stank reduceren, maar slechts 45%. Er zijn weliswaar voorschriften aan het bedrijf opgelegd, maar die bevatten niet meer dan een inspanningsverplichting om aan de 85% stankreductie te voldoen.

Door de wijziging op 20 juli 2018 van de emissiefactoren voor combi-luchtwassers, heeft het bedrijf van Houbensteyn onbedoeld een veel grotere stankcirkel toegekend gekregen. Waar omwonenden eerder aanspraak konden maken op een emissiereductie van 85% dreigt nu slechts een emissiereductie van 45% te worden gewaarborgd *). Dit betekent een verdrievoudiging van de stankemissie en als gevolg daarvan een extreem slechte woonkwaliteit voor omwonenden.

Actualisatieplicht
In het verzoek aan de rechtbank wordt gesteld dat onherroepelijke vergunningen niet onaantastbaar zijn. Er geldt een actualisatieplicht. De bestuursrechter dient volgens Behoud de Parel en omwonenden te onderzoeken of de gewijzigde emissiefactoren al dan niet gelden voor bedrijven die voor 20 juli 2018 al vergund waren.
Van belang is in elk geval dat het bevoegd gezag en omwonenden een rechtsgrondslag wordt geboden om op te treden indien door het bedrijf niet een stankemissiereductie van 85% wordt gerealiseerd. Opgemerkt wordt dat het hier gaat om het grootste varkensbedrijf van Nederland dat op basis van de onjuiste reductiefactor van 85% door de provincie Limburg is vergund, ”op de grens van wat de stanknormen toestaan, te weten 14 Ou/m3”.

De megavarkensstal voor 19.000 vleesvarkens is onderdeel van het zogeheten Nieuw Gemengd Bedrijf, waar ook een megakippenstal voor meer dan 1 miljoen vleeskuikens en een grote mestverwerker toe behoren. Ook komen er nog stallen voor 10.000 biggen en 2500 zeugen. Aan het varkensbedrijf is een ster van het Beter Leven Keurmerk van de Dierenbescherming toegekend.


Update 15 maart 2019: Rechtbank Limburg wijst verzoek af
De Rechtbank Limburg heeft het verzoek om intrekking van de vergunning afgewezen.
Intrekken kan alleen als de gevolgen ontoelaatbaar zouden zijn. De rechter stelt dat er geen reden is voor een dergelijke vergaande conclusie. Extra voorschriften die door het bevoegd gezag (provincie) aan de vergunning zijn toegevoegd – met een streefnorm die neerkomt op een verwijderingsrendement van 85% – zijn volgens de rechter voldoende. Bovendien moet het bedrijf de geuruitstoot gaan meten.
De rechter erkent dat een dergelijke streefnorm niet handhaafbaar is, maar hij neemt er genoegen mee dat als metingen een onaanvaardbare milieukwaliteit aantonen, de provincie zich opnieuw gaat beraden.
Tegen het vonnis is door Behoud de Parel en Coöperatie Mobilisation for the Environment (MOB) beroep ingesteld bij de Raad van State.

Update 17 mei 2019: geen spoedeisend karakter volgens Raad van State
Volgens de voorzieningenrechter van de Raad van State er in deze zaak geen sprake van een spoedeisend karakter. Daardoor blijft de vergunning vooralsnog intact en wordt de bouw niet stil gelegd. Later dit jaar volgt nog een bodemprocedure.
Lees meer


Brief aan college van B&W Grubbenvorst
Naast de juridische procedure heeft Vereniging Behoud de Parel voor Vereniging Behoud de Parel uit Grubbenvorst het College van B&W en de gemeenteraad van Horst aan de Maas een brief geschreven. In de Brief dringt de vereniging er op aan om snel onderzoek te laten verrichten door de GGD Limburg Noord om de gezondheidseffecten van de varkensstallen te meten in de nieuwe situatie.

Verzoek aan GGD Limburg Noord
Op 31 augustus 2018 heeft de werkgroep max5odeur de GGD Limburg Noord gevraagd nader onderzoek te doen naar de feitelijke geuremissies van het megavarkensbedrijf op basis van de nieuwe emissiefactoren. ”Indien de herberekening daartoe aanleiding geeft, lijkt ons een openlijke correctie van de risicobeoordeling op zijn plaats”, aldus max5odeur.

Op dit verzoek is op 31 januari geantwoord door de zogeheten Veiligheidsregio Limburg Noord, waar de GGD onder valt. Uit dat Antwoord blijkt dat de gemeente Horst aan de Maas deze kwestie doorverwijst naar de provincie. De gemeente zou geen aanvullende maatregelen kunnen eisen. De GGD gaat verder niet in op het verzoek om aanvullend onderzoek. Het bedrijf beschikt over een rechtsgeldige vergunning, die is verleend op basis van de toen geldende emissiefactoren, aldus de GGD. De GGD verwijst verder naar de Regionale Uitvoeringsdienst (RUDZL) die geregeld controles zal uitvoeren naar de luchtwassers en indien nodig handhavend zal optreden. Dat daar nu juist de grondslag voor ontbreekt, wordt niet ingezien.

Op 26 februari 2019 laat Henk Janssen, directeur van de GGD Limburg Noord, telefonisch desgevraagd weten dat er van zijn kant geen initiatief te verwachten valt. Hij zegt: ”Wij zijn verlengd lokaal bestuur. Ik voel me niet bevoegd. Dat zou politiek ook heel verkeerd vallen. We zijn feitelijk gemeente. Bovendien: dit ligt op provinciaal niveau. Het is een gemeente-overstijgende kwestie. Wij hebben geen eigenstandige bevoegdheid. Op eigen initiatief een herbeoordeling doen, zou neerkomen op een detournement du puvoir. Dan gaan we op de stoel van het lokaal bestuur zitten. U moet de gemeente ervan overtuigen haar verantwoordelijkheid te nemen en aan de GGD om nieuw onderzoek/advies te vragen. Ik ben met handen en voeten gebonden.”

*) Na onderzoek waaruit bleek dat gecombineerde luchtwassers geen 85% maar slechts 45% van de stank reduceren, zijn de emissiefactoren bijgesteld. Dit is gebeurd op 20 juli 2018. Door de emissiefactoren aanzienlijk te verhogen zit een bedrijf veel eerder aan de grens van wat toelaatbaar is. Dit heeft gevolgen voor bedrijven met uitbreidingsplannen die nog geen vergunning hebben. Bedrijven waaraan al een vergunning is verleend, zouden volgens staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu Van Veldhoven, niet hoeven te voldoen aan de nieuwe emissiefactoren. Dit heeft echter grote consequenties voor omwonenden. Daarmee is in feite de huidige praktijk van 45% in plaats van 85% stankreductie gelegaliseerd, dit terwijl veel bedrijven vaak al tegen de grens van de geurnormen aanzitten. En daar dus ten gevolge van falende luchtwassers ruim overheen gaan.

Eerdere berichten:
http://www.max5odeur.nl/35-000-varkens-falende-luchtwassers/
http://www.max5odeur.nl/emissiefactor-twee-luchtwassers-ruim-drie-keer-zo-hoog/

Burgers vragen GGD om herberekening megastal Grubbenvorst

Voor meer info, kijk in de rubriek luchtwassers.

Brabant heeft scan voor ernstige geurhinder

Met behulp van een geurscan kunnen inwoners van Brabant zien of er in hun woonomgeving sprake is van ernstige geurhinder. Gemiddeld heeft in Brabant 10% van de inwoners last van ernstige geurhinder.

In de omgeving van Deurne ligt dat percentage op 16. In Handel, Elsendorp, De Mortel, Milheeze en De Rips (Gemert-Bakel) ondervindt zelfs 24% van de inwoners ernstige geurhinder. De gegevens zijn afkomstig uit de Gezondheidsmonitor Volwassenen, die in 2016 is uitgevoerd door de 4 GGD’en van Zeeland en Noord-Brabant.

De geurscan is een interactieve kaart, waarop alle plaatsen en veehouderijen in Brabant staan aangegeven. Ook valt af te lezen waar de stank vandaan komt:  mest uitrijden, stallen, open haarden en allesbranders, andere bedrijven, riolering  en waterzuivering. De veehouderij blijkt op veel plaatsen de belangrijkste bron van ernstige geurhinder. Zo is de ernstige geurhinder in Gemert Bakel hoofdzakelijk afkomstig van mest uitrijden, stallen en andere landbouw- en veeteeltactiviteiten.

De zogeheten Brabant scan is een initiatief van de Brabantse GGD’en.

Meldpunt voor overlast veehouderijen in Peelland

Inwoners van Peelland kunnen overlast van veehouderijen doorgeven aan het meldpunt van het Peelland Interventie Team (PIT). Dit kan anoniem per telefoonnummer 0492-587309 of per e-mail info@pitteam.nl. Tips worden vertrouwelijk behandeld.

In de gemeenten Asten, Deurne, Gemert-Bakel, Helmond, Laarbeek en Someren werken de NVWA, waterschap Aa en Maas, en Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant samen. Door deze samenwerking kan in één keer op alle onderdelen gecontroleerd worden. Het Peelland Interventie Team (PIT) speelt een belangrijke rol bij de integrale aanpak van de ondermijnende criminaliteit, handhavingsknelpunten en bij overlast.

Onlangs heeft het PIT een varkenshouderij in Deurne gecontroleerd. Daarbij bleek dat er 20% meer varkens werden gehouden. Ook was er meer mest op het bedrijf aanwezig dan was toegestaan.

Geen nieuwe stallen voor vleeskuikens in Asten vanwege stank

De gemeente Asten wil in het buitengebied geen nieuwe stallen meer voor vleeskuikens. Ook mogen bedrijven met leghennen niet omschakelen naar vleeskuikens. Belangrijkste argument: stank.

Volgens de gemeente kloppen de geurberekeningen niet die voor vleeskuikens worden gemaakt. Omwonenden ervaren meer stankoverlast dan in vergunningen is aangegeven. Vooral in de laatste twee weken van de levenscyclus van mestkuikens is er een piek in de uitstoot van stank. De eerste vier weken is het nog te doen, maar de laatste twee weken is de stank niet te harden.
Onlangs zijn de emissiefactoren van vleeskuikens wel aangepast, maar dat is voor de gemeente Asten niet genoeg. De boerenorganisatie ZLTO is het daar niet mee eens en stapte naar de Raad van State om de wijziging van het bestemmingsplan tegen te houden. Ook de norm voor endotoxinen, die de gemeente Asten wil invoeren met het nieuwe bestemmingsplan, kan niet op steun van ZLTO rekenen.
In Asten bestaat een overbelaste situatie, vooral ten zuiden van Heusden. Aan de Oosterseweg 1 heeft het bedrijf van Knippels onlangs nog mogen uitbreiden naar 237.000 vleeskuikens.

Zeven veehouderijen in Nederweert overschrijden grenswaarden fijnstof

In Nederweert staan zeven veehouderijen die nog altijd de grenswaarden voor fijnstof overschrijden of dreigen te overschrijden. Dat waren er vorig jaar nog negen en het jaar daarvoor dertien. Op de lijst met overschrijders scoort Nederweert al jaren het hoogst. Maar de daling is wel ingezet.

In Barneveld staan nog altijd vier veehouderijen op deze lijst. Een daarvan is de veelgeprezen Rondeelstal. Populair vanwege dierenwelzijn, maar nog altijd zeer problematisch wat betreft de uitstoot van fijnstof. Ook in Ede gaat het om vier veehouderijen. In totaal staan er op dit moment 24 veehouderijen op de lijst, die is gebaseerd op berekeningen van het RIVM.

De hoge score van Nederweert is opmerkelijk omdat daar een Platform gezonde Veehouderij in een Gezonde Leefomgeving is opgericht. Dit Platform heeft eind vorig jaar een zogeheten ”praatplaat” opgesteld.
Afbeelding praatpaal

Daaruit blijkt dat de diverse partijen die betrokken zijn bij het thema vooral veel met elkaar hebben gesproken. Maar praatjes vullen nog geen gaatjes, luidt een oud gezegde.
Het Platform heeft er niet voor kunnen zorgen dat de fijnstofnormen overal worden gerespecteerd. Er zijn nog steeds bedrijven die al jaren teveel fijnstof uitstoten, zoals de pluimveehouderij van Teeuwen aan de Hardsteeg 3, pluimveehouderij Moonen aan de Peelsteeg 2, pluimveehouder Van den Schoor aan de Eindhovensebaan 2 A, Bala BV aan de Eindhovensebaan 4,  en eierfarm Stals aan de Kuilstraat 23.

”Voor geur is het mogelijk dat een gemeente geurnormen vaststelt en dit is dan ook gedaan”, aldus Daphne Kemkens van de gemeente Nederweert. ”Voor fijnstof ligt dit veel moeilijker; hiervoor gelden door de landelijke overheid vastgestelde normen.”
De belangrijkste winst is volgens haar dat er kennisverbreding heeft plaatsgevonden en dat de personen die elkaar normaliter niet opzochten, nu samengewerkt hebben.

Lijst inrichtingen voor het houden van landbouwhuisdieren overschrijding fijnstof 2018

Max5odeur: directeur POV geeft valse voorstelling van zaken

De werkgroep max5odeur heeft bij Linda Janssen, directeur van de Producenten Organisatie Varkenshouderij (POV), bezwaar gemaakt tegen haar uitlatingen over burgers die zich inzetten voor een beter leefklimaat. Janssen schildert hen af als een stel beroepsactivisten.

Op een bijeenkomst ter gelegenheid van Pigbusiness Jaarspecial, betoogde Janssen: ”Er lopen dagelijks 17 FTE’s in Nederland rond en ze zitten aan elke overlegtafel. Ze hebben maar één doel: Minder varkens in Nederland.” De werkgroep max5odeur heeft bij Janssen bezwaar gemaakt tegen deze onjuiste voorstelling van zaken.

”Uw uitlatingen kloppen in zoverre dat de burgers die betrokken zijn bij de overlegtafels waarover u spreekt, één varkensgeluid en één pluimveegeluid laten horen: minder varkens en minder kippen. Maar het klopt niet dat deze burgers vanuit enig dienstverband opereren. Genoemde werkzaamheden worden geheel pro deo uitgevoerd. Wij zijn allen vrijwilligers, er is geen sprake van een FTE, o.i.d, wij doen dit alles in onze eigen vrije tijd vanuit een sterke motivatie om de leefbaarheid in talrijke plattelandsgemeenten waar de agrarische sector dominant aanwezig is, te verbeteren.”

Volgens de leden van de werkgroep max5odeur is deze valse voorstelling van zaken niet bevorderlijk voor het overleg dat gaande is. Leden van de werkgroep max5odeur hebben deelgenomen aan de evaluatie Wet Geurhinder Veehouderij, de klankbordgroep Handreiking Veehouderij en Gezondheid en aan de gesprekken met de Commissie Biesheuvel. Op het moment nemen zij deel aan de klankbordgroep vervolgonderzoek verbetering rendement luchtwassers.

Update 6 januari 2019
Linda Janssen, directeur van de POV, is niet bereid tot een rectificatie, zo blijkt uit haar antwoord op een verzoek van max5odeur om publiekelijk haar uitspraak te corrigeren. De enige correctie die volgens haar noodzakelijk is, betreft het aantal FTE’s. Dat zijn er geen 17 maar 18. Verder blijft ze erbij dat alle mensen die op pad zijn om de belangen van de ‘minder varkens boodschap’ te behartigen gezamenlijk 18 fte volmaken.

Klik hier voor het optreden van Janssen op de bijeenkomst van Pigbusiness jaarspecial

Letterlijk heeft ze daar gezegd:
”Natuurorganisaties, milieuorganisaties en dierenactivisten hebben een gezamenlijke agenda en die agenda is: minder varkens in NL. Het gaat elke dag om 18 FTE wat door heel NL rijdt en overal roept dat er minder varkens moeten worden gehouden. We komen ze overal tegen, in de provincies, aan alle klimaattafels, we komen ze als het gaat over luchtwassers tegen, over mest – op alle thema’s zitten ze met één agenda: minder varkens in NL.”

Op Pigbusiness.nl is meer te vinden over de campagne die de POV op het moment voert met een reeks artikelen over dierenactivisme in Nederland. Het is een bekende methode van organisaties die gebukt gaan onder interne verdeeldheid: creëer een gemeenschappelijke vijand en maak deze zo groot mogelijk.

Boeren en burgers Venray gaan geur meten, maar niet heus

In het Limburgse Venray gaan boeren en burgers de luchtkwaliteit meten rondom veehouderijen, bij omwonenden en in de openbare ruimte. Anders dan in de media naar voren is gekomen, gaat het niet om het meten van geur.

Voor het meten van geur uit veehouderijen bestaan nog geen sensoren die al op wat grotere schaal volledig praktijkrijp zijn. Desondanks suggereert het CDA-statenlid Rudy Tegels dat er toch ook geur gemeten gaat worden. Hij zegt op pigbusiness.nl dat er technieken zijn die 24/7 data meten en op die manier betrouwbare cijfers geven over geur, fijnstof en ammoniak. Tegels legt een link met de falende luchtwassers, die veel minder stank verwijderen dan altijd is aangenomen, zo is uit onderzoek gebleken.

”Er is door varkenshouders miljoenen geïnvesteerd in luchtwassers zonder dat daar in mijn ogen door de wetgever vooraf voldoende over is nagedacht. Er zijn ontzettend veel soorten geur, maar wat is precies geur? Het is van de gekke dat Nederlandse normen puur en alleen gebaseerd zijn op menselijke geurpanels en dat op basis daarvan bepaald is hoeveel een luchtwasser reduceert. Dat moet anders en dat gaat gelukkig ook anders worden. Ook hier telt het eerlijke verhaal”, aldus Tegels (werkzaam bij accountantskantoor ABAB, specialist voor de varkenshouderij) op www.pigbusiness.nl

Tegels verwacht kennelijk dat door geurmetingen met behulp van technieken andere resultaten naar voren komen. Hij verzuimt echter te vermelden dat die technieken nog niet praktijkrijp zijn. Tot dusver is het alleen mogelijk om geur te meten met de zogeheten olfactorische methode, waarbij gebruik wordt gemaakt van de menselijke neus. Tijdens een bijeenkomst van pigbusiness liet hij weten dat de geurmetingen zich zullen concentreren op drie stoffen: ammoniak, boterzuur en zwavelzuur. Opnieuw bracht hij naar voren dat er nieuwe technieken zijn die deze stoffen kunnen meten. Of daarmee het hele geurspectrum vanuit de veehouderij wordt gemeten, liet hij in het midden.

In het rapport Stalmaatregelen voor het reduceren van geuremissie uit de intensieve veehouderij staat beschreven welke componenten een rol spelen. Dat zijn: sulfiden, fenolen en indolen, vluchtige vetzuren, ammoniak en vluchtige aminen. ”Afhankelijk van de specifieke bronnen en de specifieke omstandigheden kunnen steeds andere componenten de belangrijkste bijdrage leveren aan de geurconcentratie. Daarnaast is er ook vaak een interactie tussen de verschillende geurcomponenten, waardoor ze elkaar kunnen verzwakken of juist versterken”.
Een literatuurstudie wijst uit dat de volgende componenten voorkomen in varkenslucht:

Methyl mercaptan (zwavelverbinding, ruikt naar zweetvoeten en rottende witte kool)
Phenol (carbolzuur)
Pentanoic Acid/Valeric acid (petaan/valeriaanzuur)
Butyric Acid (boterzuur)
Indole (komt voor als een witte vaste stof met de zeer onaangename geur van ontlasting)
Skatole (organische verbinding C9H9N stinkt naar ontlasting)
P-Cresol (4-Methylphenol) (organische verbinding C₇H₈O, ruikt naar zweet)
Acetic Acid (azijnzuur)
Ammoniak
Hydrogen Sulfide (H2S waterstofsulfide, sterk ruikend giftig gas)

In het recent verschenen rapport ”StalSens-Oren: meetsystemen voor bedrijfs-monitoring van emissies in de veehouderij” komt naar voren dat er voor ammoniak nog geen sensoren beschikbaar zijn voor metingen buiten de stal. Voor ammoniak in de stal zijn metaaloxide (MOx) en elektrochemische sensoren beschikbaar. Losse metaaloxide
sensoren kosten ca. 10 euro/stuk, elektrochemische vallen in de range van 50 tot 150 euro/stuk. Voor buitenluchtmonitoring lijken commercieel beschikbare NH3-sensoren – gezien de huidige detectielimiet – nog niet geschikt, aldus het rapport, dat is samengesteld door Wageningen Universiteit, Energie Centrum Nederland en RIVM.

Ook voor geur zijn er nog geen sensoren beschikbaar. ”Voor geur is de uitdaging geschikte proxy-gassen per diercategorie vast te stellen, die een goede afspiegeling zijn van de vrijkomende geur in de betreffende situatie”. Deze zogenoemde proxy-gassen zijn gassen aan de hand waarvan de mate van stank gereconstrueerd zou kunnen worden. ”Hiervoor is fundamenteel onderzoek naar de relatie tussen geurconcentratie (volgens sensorische meetmethode) en geurcomponenten noodzakelijk. Pas wanneer deze zijn vastgelegd voor de verschillende sectoren, zal het ontwikkelen van een compleet meetsysteem mogelijk worden.”

Niettemin heeft de provincie Limburg twee ton vrijgemaakt voor het meetproject in Venray. Op de website samenmeten.nl staat beschreven wat het project inhoudt. De gemeente Venray, de provincie Limburg, en het RIVM maken het meetproject mogelijk. Bij het project zijn ook boerenorganisatie LLTB en de werkgroep Gezond Leefmilieu Venray betrokken. De provincie heeft er twee ton voor vrijgemaakt. Het project gaat in maart 2019 van start en loopt door tot eind 2020.
In deze video legt Marita Voogt van het RIVM uit waar het in het project nu eigenlijk om gaat.

Veel te veel ammoniak in talrijke varkensstallen

Inspectierapporten van de NVWA laten zien dat op het merendeel van de onderzochte varkensbedrijven in een of meerdere hokken de ammoniakconcentratie te hoog is. Van de 29 inspectierapporten zijn er slechts zeven die geen overschrijding van de grenswaarde (20 ppm) melden.

Er zijn bedrijven en locaties van bedrijven waar in alle hokken teveel ammoniak is gemeten. Zo rapporteert de NVWA over een bedrijf waar de streefwaarde twee tot vier keer werd overschreden. De grootste overschrijding is gemeten op een bedrijf met vleesvarkens. Daar werd in een van de hokken 99 ppm gemeten.

De NVWA voerde het onderzoek tussen januari en april 2018 uit. Dit na aanhoudende berichten dat het stalklimaat op varkenshouderijen te wensen overlaat. De grenswaarde van 20ppm is opgenomen in het WUR-rapport ‘’Signaalindicatoren bij handhaving van open normen voor dierenwelzijn’’. Nederland kent geen norm voor ammoniak in varkensstallen, maar 20  ppm wordt door de WUR in genoemd rappoort als verdedigbaar beschouwd. In de Duitse wet wordt voor de NH3 concentratie ook een bovengrens van 20 ppm aangehouden.

Luchtwasserschandaal
De inspectierapporten die na een verzoek van Varkens in Nood openbaar zijn gemaakt, zijn ook van belang voor een plan van aanpak van het luchtwasserschandaal. Gebleken is dat luchtwassers niet alleen tekortschieten op het gebied van geurreductie, maar ook op het gebied van ammoniakreductie. Onderzoek naar het functioneren van veel toegepaste gecombineerde luchtwassers bracht aan het licht dat de ammoniakverwijdering gemiddeld bleef steken op 59%. Terwijl dit volgens de Regeling Ammoniak Veehouderij 85% zou moeten zijn. Een kwart lager dus dan het verwachte prestatieniveau.

Een van de oorzaken van tegenvallende prestaties is mogelijk gelegen in het feit dat in Nederlandse varkensstallen de concentraties ammoniak te hoog zijn. Al eerder is door de WUR vastgesteld dat in ca. 40% van de metingen de ammoniakconcentratie hoger was dan 20 ppm. Dit wordt nu door de NVWA-inspecties bevestigd.

Inspectierapporten luchtwkwaliteit varkensstallen

Biesheuvel onder indruk van ”intensiteit problemen”

Voormalig CDA-kamerlid Pieter Jan Biesheuvel is onder de indruk van de ”intensiteit van de problemen” die zich voordoen door stankoverlast vanuit veehouderijen. Dit heeft hij laten weten na een gesprek tussen omwonenden en varkenshouder Van Gennip in Spoordonk, Oirschot.

Biesheuvel is voorzitter van de commissie die staatssecretaris Van Veldhoven moet adviseren over de aanpak van falende luchtwassers. Hij bracht een werkbezoek aan de Nieuwedijk in Spoordonk. De buren van het varkensbedrijf van Van Gennip zitten al geruime tijd in de stank. De Nieuwedijk staat te boek als zogeheten ”urgentiegebied”. Het is tot op heden niet gelukt de overlast ter plekke aan te pakken.

Biesheuvel wilde volgens het Eindhovens Dagblad geen commentaar geven over deze specifieke situatie maar zei wel onder de indruk te zijn. Zijn commissie heeft inmiddels met talrijke betrokkenen bij het luchtwasserschandaal gesproken. Er zijn twee sessies geweest met omwonenden van veehouderijen. De commissie komt begin 2019 met een advies.

Ontwikkelingsbedrijf varkenshouderij versoepelt geurnorm

De geurnorm voor varkensbedrijven die willen uitbreiden en daarbij – in ruil voor toepassing van emissiereducerende technieken – gebruik willen maken van een aanzienlijke korting op varkensrechten, is versoepeld. Het Ontwikkelingsbedrijf Varkenshouderij, dat gaat over de uitgifte van goedkope varkensrechten, heeft daartoe besloten.

Sinds 20 juli zijn nieuwe emissiefactoren voor zogeheten combi-luchtwassers van kracht. Die zetten de uitbreiding van bestaande varkenshouderijen met luchtwassers grotendeels op slot. Daardoor kunnen minder bedrijven deelnemen aan Regeling Omgevingskwaliteit (ROK), die is ingesteld om varkenshouderijen onder voorwaarden te laten uitbreiden. Een van die voorwaarden was dat de geurbelasting op woningen buiten de bebouwde kom niet hoger uit zou komen dan 5 odeur.

Het Ontwikkelingsbedrijf Varkenshouderij, verantwoordelijk voor uitvoering van de ROK, heeft nu de geurnorm verhoogd van 5 naar 8 odeur. Het Ontwikkelingsbedrijf Varkenshouderij gaat ervan uit dat er met 8 odeur nog altijd geen sprake is van geuroverlast.

De ROK is een initiatief van de Coalitie Vitalisering Varkenshouderij, waarin varkensbedrijven, banken en ministerie van LNV nauw samenwerken. Het Ontwikkelingsbedrijf Varkenshouderij beschikt over 43.222 varkensrechten. Deze worden voor het eind van het jaar verdeeld onder de deelnemers aan de ROK.
Bron: Ontwikkelingsbedrijf Varkenshouderij