RIVM rapporteert toename geurhinder veehouderij

Het RIVM rapporteert over de afgelopen acht jaar een toename van geurhinder ten gevolge van agrarische bedrijven en het uitrijden van mest. Uit een representatieve steekproef blijkt dat in 2016 ruim twee keer zoveel Nederlanders ernstige geurhinder hebben ervaren ten opzichte van 2008. Het percentage is gestegen van 1% naar 2,5%. Het aantal Nederlanders dat in 2016 zei hinder te ondervinden, was gestegen van 4% in 2008 naar 6% in 2016.

Voor het eerst is ook gevraagd naar de gevolgen voor de nachtrust van geurhinder. Zes procent meldt enige tot ernstige slaapverstoring. Ook is gevraagd naar de mate van bezorgdheid over de eigen veiligheid. Het aantal ondervraagden dat zegt bezorgd over het wonen in de buurt van een intensieve veehouderij (4,3%) ligt dicht in de buurt van het aantal mensen dat aangeeft bezorgd te zijn over het wonen in de buurt van een risicovol bedrijf (4,6%).

Bekeken over een langere periode (1993 tot 2016) komt het RIVM tot de conclusie dat geurhinder ten gevolgen van agrarische bedrijven en het uitrijden van mest is afgenomen. Deze conclusie is door veel media overgenomen. De tabellen laten echter een meer gedetailleerd beeld zien en daaruit blijkt dat de geurhinder door agrarische bedrijven en mest uitrijden lager is dan in 1993, maar sinds 2008 aanzienlijk is toegenomen. Bekeken over een periode van 23 jaar is de geurhinder ongeveer gehalveerd.
Beleving Woonomgeving in Nederland. Inventarisatie Verstoringen 2016

Burgers vragen GGD om herberekening megastal Grubbenvorst

De burgerwerkgroep max5odeur heeft de GGD Limburg Noord gevraagd om een herberekening van stank en fijnstof die worden veroorzaakt door het Nieuw Gemengd Bedrijf in Grubbenvorst. De initiatiefnemer van de gigastal voor varkens en pluimvee schermt met een oud GGD-advies uit 2012. Daarin staat dat het extra gezondheidsrisico voor de bevolking van de woonkernen minimaal is.

Het GGD-advies zou volgens max5odeur herzien moeten worden. In het advies is gerekend met emissiefactoren voor luchtwassers, die inmiddels aanzienlijk zijn bijgesteld. ”In de geurberekeningen van het varkensbedrijf is uitgegaan van de toepassing van gecombineerde luchtwassers (BWL 2009.12). Zoals bekend reduceren deze luchtwassers geur niet conform de aangegeven 85%”, aldus max5odeur.

Wat betreft fijnstof ligt een cumulatieve berekeningswijze voor ter consultatie. De burgerwerkgroep max5odeur vraagt de GGD deze berekeningswijze toe te passen op het varkensbedrijf en het pluimveebedrijf van het NGB, en op basis daarvan de conclusies ten aanzien van fijnstof, indien daar aanleiding toe is, te herzien en deze openbaar te maken.

De burgerwerkgroep verwacht dat met de nieuwe berekeningen aangetoond zal worden dat de gezondheidsrisico’s toenemen. De initiatiefnemer van het Nieuw Gemengd Bedrijf geeft op de website nieuwgemengdbedrijf.nl aan dat hij in dat geval de stekker uit het project zal trekken. ”Als wij zouden denken, dat Nieuw Gemengd Bedrijf op dit punt een achteruitgang zou zijn vergeleken bij de nu gangbare veehouderij, zouden wij vandaag nog stoppen met ons plan.”
Brief aan directie GGD Limburg Noord

Overijssel stelt gegevens bedrijven met luchtwasser beschikbaar

De provincie Overijssel heeft een lijst openbaar gemaakt met gegevens van bedrijven die beschikken over falende luchtwassers. De werkgroep max5odeur had om deze gegevens gevraagd. De provincie Limburg heeft het WOB-verzoek afgewezen. Wel is er een lijst met aanvragen die nog in behandeling zijn, gepubliceerd. Voor de verleende NB-wetvergunningen van 2015, 2016 en 2017 verwijst de provincie naar de website.

Burgers hebben er recht op om te weten waar bedrijven met falende luchtwassers zich bevinden, aldus de werkgroep max5odeur. Door het falen van de luchtwassers krijgen zij veel meer stank over zich heen dan vergund. Dat komt doordat bij de vaststelling van het aantal dieren dat mag worden gehouden, is uitgegaan van veel te rooskleurige rendementen. De zogeheten gecombineerde luchtwassers reduceren niet 70-85% maar slechts 30-45% van de stank. Onlangs zijn de emissiefactoren voor de gecombineerde luchtwassers bijgesteld. Maar inmiddels zijn er de afgelopen jaren talrijke vergunningen verleend.

Dankzij de verleende NB-wetvergunningen voor stallen met luchtwassers hebben de bedrijven de afgelopen jaren kunnen groeien. In Overijssel gaat het om 133 varkenshouderijen. Klik hier voor de lijst: Luchtwassers NB wetvergunning Overijssel
Zo is de maatschap Logtenberg aan de Middelerstraat 4 in Olst uitgebreid van 100 vleesvarkens naar 2199 vleesvarkens. Het aantal biggen is toegenomen van 1300 naar 2145. Op dit bedrijf zitten alleen de vleesvarkens achter een falende luchtwasser. De maatschap Munsterhuis aan de Voortsweg 4 in Saasveld hield 4585 vleesvarkens en dat zijn er nu – met dank aan de luchtwassers – 7095. De Mulhofhoeve van de familie Ter Avest aan de Schapendijk 35a in Notter heeft een nieuwe stal met luchtwasser gebouwd: 2352 varkens erbij. De lijst van Overijssel betreft verleende NB-wetvergunningen sinds  2012. Alles wat daarvoor vergund is, staat er dus niet op.

Groeispurt varkensfabriek Vevar in Ospel
Waar het in Overijssel overwegend gaat om kleine en middelgrote bedrijven die de afgelopen vijf jaar hebben kunnen doorgroeien naar middelgrote en grote bedrijven, zijn in Limburg zeer grote bedrijven te vinden die geheel of gedeeltelijk afhankelijk zijn van gecombineerde luchtwassers. De varkensfabriek Vevar van de familie Van der Velden aan de Neulensteeg 2 in Ospel bijvoorbeeld heeft door het indienen van telkens weer nieuwe aanvragen voor een NB-wetvergunning in enkele jaren een enorme groeispurt gemaakt: van 3180 zeugen, 896 vleesvarkens en 272 biggen naar 31.585 zeugen en 864 vleesvarkens. Zo’n 30.000 zeugen mogen worden gehouden in stallen met een gecombineerde luchtwasser. Vevar komt ook voor op de lijst met aanvragen die nog in behandeling zijn:

Brabant
Brabant verwijst naar het Web bestand Veehouderij Bedrijven. De gegevens van bedrijven zijn al geruime tijd openbaar. Ook valt via dit bestand te achterhalen welke bedrijven beschikken over een gecombineerde luchtwasser, zie Wassers in BVB 9-08-2018
Wil je meer bedrijfsgegevens? Ga naar de website van de provincie Brabant, typ het adres in en er verschijnt een overzicht van verleende vergunningen.

De werkgroep max5odeur gaat mogelijk nog bezwaar maken tegen de weigering van Limburg om alle verleende NB-wetvergunningen openbaar te maken. De provincie Limburg heeft in een toelichting aangegeven dat zij deze gegevens nog niet op een rij hebben. Alle verleende NB-wetvergunningen moeten door de provincie nog worden nagelopen op het gebruik van gecombineerde luchtwassers.
De werkgroep max5odeur is nog in afwachting van de gegevens uit Gelderland.

35.000 varkens achter falende luchtwassers

De 35.000 varkens van het Nieuw Gemengd Bedrijf in het Limburgse Grubbenvorst  zullen meer stank produceren dan vergund. Dat komt doordat het bedrijf van de Houbensteyn groep gebruik gaat maken van falende luchtwassers.

De vergunning voor de stallen was al verleend voordat het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat met nieuwe emissiefactoren kwam voor deze installaties. De Vereniging Behoud De Parel meldt dat er een procedure is opgestart tegen het gebruik van de falende luchtwassers.

De bouw van de gigastal voor de varkenstak van het Nieuw Gemengd Bedrijf is onlangs begonnen. De nieuwe varkensstal moet een voorbeeld worden van modern boerenondernemerschap, gebouwd op een maatschappelijk verantwoorde wijze, zo propageert de Houbensteyngroep het initiatief. De huisvesting van de varkens voldoet aan de 1 ster van het Beter Leven-keurmerk van de Dierenbescherming en ook aan de eisen van het Varken van Morgen. Het bedrijf bouwt in Grubbenvorst in eerste instantie een stal voor 19.000 vleesvarkens. Die moet in september 2019 gereed zijn.

Het is echter niet uitgesloten dat de rechter een stokje gaat steken voor het in gebruik nemen van de stal. Burgers  tot in de wijde omtrek (Grubbenvorst, Lottum, Melderslo en delen van Horst) komen in een door geur overbelaste situatie te wonen als gevolg van de toepassing van (combi)luchtwassers op de varkenstallen, aldus Behoud De Parel.

Wethouder Helmond erkent ”historische vergissing” mestverwerker

De Helmondse wethouder Antoinette Maas erkent dat het gemeentebestuur met de vergunning voor mestverwerker Den Ouden een ”historische vergissing” heeft begaan. Gevolg van deze vergunning is dat inwoners van de wijk Brouwhuis al langdurig in de stank zitten. Samen buiten eten of een verjaardagsfeestje vieren is er niet meer bij en ze moeten zelfs de brievenbus afplakken om te voorkomen dat de stank naar binnen komt.
Maas erkent dat er een groot probleem is en vindt dat Den Ouden al veel eerder maatregelen had moeten treffen. Dat bedrijf beroept zich echter op zijn vergunning en stelt dat het aan de normen voldoet. Dit welles-nietes spelletje werd op 13 augustus opgevoerd voor de rechtbank in Den Bosch, waar Den Ouden een verzoek om een voorlopige voorziening had neergelegd om niet al op korte termijn te hoeven voldoen aan opgelegde maatwerkvoorschriften door de provincie.

”Mensen moeten brievenbus afplakken om
te voorkomen dat stank naar binnen komt’

Zowel gemeente als provincie blijken na de verleende vergunning in 2014 vrij machteloos te staan tegenover het bedrijf. In plaats van te zoeken naar oplossingen, wil het bedrijf strenge maatwerkvoorschriften aanvechten. Volgens Den Ouden kan het niet aan deze maatwerkvoorschriften voldoen.  Daartoe heeft het bedrijf een zogeheten bodemprocedure opgestart.
De kwestie Den Ouden is illustratief voor meerdere mestverwerkers in Nederland. Deze zijn met steun van lokale politici en veel overheidsgeld opgestart om een einde te maken aan het gigantische mestoverschot. De vergunningverlening en handhaving vertonen echter allerlei tekortkomingen. Dat heeft ook te maken met een gebrekkige regelgeving. Een bedrijf kan makkelijk roepen dat het aan de normen voldoet. Het is lastig aan te tonen dat dit niet het geval is. Bovendien zijn de normen vaak veel te ruim. Het kost veel tijd om deze tekortkomingen te herstellen. Ondertussen zitten omwonenden in de stank.
De uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak Den Ouden wordt binnenkort verwacht.

GGD: intensieve veehouderij op 250 meter afstand van burger

Veehouderijen moeten op 250 meter afstand blijven van burgerwoningen. Dat stelt GGDGHOR in een brief aan de Tweede Kamer.
Het is niet voor het eerst dat er door de gezamenlijke GGD’en voor een dergelijke afstandsnorm wordt gepleit. De bewijzen stapelen zich op dat deze norm vanuit het oogpunt van volksgezondheid echt noodzakelijk is.
GGD GHOR Nederland vindt dat intensieve veehouderij beschouwd moet worden als een industriële activiteit.
”Vanuit die gedachte kunnen eisen gesteld worden aan de dichtheid van bedrijven en de afstand tussen stallen en bewoning. Concreet betekent dit dat stallen en bewoning uit voorzorg op minstens 250 meter afstand van elkaar moeten komen te staan. De concentraties fijnstof, endotoxinen en markers voor vee-specifieke MRSA-bacterie dalen bij een afstand van 250 meter tot bijna op het achtergrondniveau,” aldus GGDGHOR, de landelijke koepel van alle GGD’en in Nederland.

Nieuwe emissiefactoren voor combiwassers per 20 juli

Staatssecretaris Van Veldhoven en minister Schouten hebben de emissiefactoren van gecombineerde luchtwassers gewijzigd. De wijziging is gepubliceerd in de Staatscourant en gaat in per 20 juli 2018.

De emissiefactoren zijn nu in overeenstemming met de feitelijke rendementen op het gebied van geur. Combiwassers reduceren geur niet met 70 tot 85 procent, maar met 30 tot 45%, zo is uit onderzoek gebleken.

Wanneer varkenshouders kunnen aantonen dat hun luchtwassers door middel van aanpassingen en beter onderhoud de reductiepercentages van 70 tot 85% weer halen, dan zijn de minister en de staatssecretaris bereid de emissiefactoren te herzien. Maar voorlopig moeten varkenshouders en ook kalverhouders rekenen met hogere emissiefactoren, waardoor eerder de grenzen van de geurnormen worden bereikt.

Uitbreidingsplannen waarbij gebruik wordt gemaakt van een combiwasser, moeten worden herberekend met behulp van de nieuwe emissiefactoren. Dit kan betekenen dat uitbreiding misschien helemaal niet mogelijk is of slechts in beperkte mate.
Alle protest vanuit de varkenshouderij tegen een wijziging van emissiefactoren heeft weinig effect gesorteerd, constateert de website Pigbusiness.nl. Het pleidooi van de werkgroep max5odeur om de nieuwe emissiefactoren zo snel mogelijk in te voeren, heeft wel gehoor gevonden.

Vier provincies gevraagd naar gegevens over combiwassers

Twee leden van de burgerwerkgroep max5odeur hebben bij vier provincies (Gelderland, Overijssel, Noord-Brabant en Limburg) een WOB-verzoek ingediend om gegevens over gecombineerde luchtwassers ter beschikking te stellen. De werkgroep wil weten waar die luchtwassers staan en hoeveel er zich op een locatie bevinden.
Zoals bekend doen gecombineerde luchtwassers niet wat ze zouden moeten doen: de uitstoot van geur met 70 tot 80% verminderen.Omwonenden ondervinden daar veel hinder van. Na herberekening aan de hand van nieuw emissiefactoren kan er sprake zijn van een overschrijding van de geurnormen. De werkgroep max5odeur vindt dat de emissie van alle gecombineerde luchtwassers opnieuw moet worden berekend, zodat omwonenden weten waar ze aan toe zijn en eventueel actie kunnen ondernemen.

Farmair beticht ”cowboys” van gesjoemel met luchtwassers

Het luchtwasserdebacle wordt door luchtwasserfabrikant Farmair in de schoenen geschoven van ”cowboys”. Die zijn volgens Bram Claassen van Farmair verantwoordelijk voor ondeugdelijke installaties. In de uitzending van Nieuwsuur van 14 juli sprak hij over namaakluchtwassers, die sinds 2009 op de markt zijn gekomen.

Met ”cowboys” doelt Claassen op fabrikanten ”die het wat minder nauw nemen met de omschrijvingen en technische specificaties” waaraan luchtwassers moeten voldoen.
Fred Stouthart van de Brabantse omgevingsdienst zegt: ”Dat komt voor”. Hij erkent dat er bijna nooit wordt gecontroleerd hoeveel geur luchtwassers wegvangen. ”Dat is moeilijk te meten en het zijn ook dure metingen.”

In de uitzending komt ook Piet Catsburg uit het Brabantse Zeeland aan het woord. Hij is omwonende van een varkensbedrijf met een falende combi-wasser. Catsburg pleit voor een plan van aanpak door de overheid. De Brabantse gedeputeerde Van den Hout kon in de uitzending nog geen toezeggingen doen. Er wordt nu weliswaar onderzocht of er bewust is gesjoemeld met luchtwassers, maar ”dat is vooral interessant voor de boeren, die zo’n machine gekocht hebben, om te weten wie verantwoordelijk is. Voor ons als overheid is vooral de toekomst van belang.”

Van den Hout zei machteloos te staan tegenover de bestaande falende luchtwassers en zich nu vooral bezig te houden met innovaties, die ervoor zorgen dat er helemaal geen of veel minder geur ontstaat in varkensstallen. ”De boeren moeten geholpen worden, omdat we daarmee ook de omgeving helpen. Dat wil zeggen: geholpen worden in de toekomst en daarbij vooral vooruit kijken: waar moet een volgende generatie stallen aan voldoen.”. Hij erkende wel dat er door het luchtwasserdebacle nu meer overlastgebieden bij zijn gekomen, dat burgers nu een poot hebben om op te staan om daar iets aan te doen. ”En daar is steun van de overheid hard bij nodig.”

Omwonenden verdwijnen naar achtergrond in luchtwasserdebat

De varkenssector krijgt belangrijke een stem in de aanpak van het luchtwasserdebacle. Omwonenden die ten gevolge van dat debacle in de stank zitten, raakten tijdens het debat gisteren in de Tweede Kamer steeds verder op de achtergrond. Staatssecretaris van Veldhoven (D66) liet de kamer weten al druk in overleg te zijn met varkenssector, provincies en gemeenten.

Vaststaat dat de emissiefactoren voor nieuwe aanvragen zo snel mogelijk worden aangepast. De vraag is echter: wat te doen met reeds bestaande combiwassers, die de stank van veehouderijen onvoldoende wegnemen. De varkenssector heeft aangeboden om een plan van aanpak te maken, waarin per geval wordt bekeken wat de problemen zijn. Over het betrekken van omwonenden bij deze aanpak werd tijdens het debat in de Tweede Kamer met geen woord gerept.

In een brief aan de Kamer had Van Veldhoven al wel laten weten dat zij een onafhankelijke commissie *) heeft ingesteld die met oplossingen moet komen voor bestaande situaties. ”Omwonenden, veehouders, gemeenten en andere belanghebbenden zullen worden betrokken bij de uitvoering van de opdracht. Daarnaast heb ik de Commissie gevraagd om een bijdrage te leveren aan een robuust geurbeleid op de langere termijn”, aldus Van Veldhoven. Zij verwacht dat ze in november met de resultaten naar de Kamer kan.

Andere vraag is: wat te doen met lopende aanvragen? Volgens VVD-kamerlid Ziengs verkeren tweehonderd veehouders in onzekerheid. Daarover is de staatssecretaris al in gesprek met provincies en gemeenten. Volgens Van Veldhoven is er een groot verschil tussen een aanvraag die net is ingediend en een vergunningprocedure die al bijna is afgerond. Ook op dit onderdeel werd het belang van omwonenden en een eventuele rol van hen bij dat overleg, niet genoemd.
*) De commissie staat onder leiding van mr. P.J. Biesheuvel, voormalig CDA-politicus en lid van de Tweede Kamer tot 2002, voor 1986 werkzaam bij de Christelijke Boeren- en Tuindersbond, bij de Unie van Waterschappen en de Agrarische Sociale Fondsen.