In Limburg blijft veehouderij voorlopig stinken

Als het aan de Limburgse boeren ligt, blijft het voorlopig stinken in deze provincie. De Limburgse Landbouw- en Tuinders Bond (LLTB) zet in op een lagere uitstoot vanuit de veehouderij. Maar in 2030 kunnen omwonenden nog altijd flink in de stank zitten.

Dit blijkt uit de toekomstvisie¬†”LLTB zet in op extra reductie uitstoot veehouderijen”. Over dertien jaar is de geurbelasting voor omwonenden van veehouderijen in Limburg niet meer dan 10 odeur. Het aantal bedrijven dat van oudsher meer stank produceert is dan met de helft afgenomen. Nergens stinkt het meer dan 20 odeur.

Met die Limburgse norm van 10 odeur zit de LLTB weliswaar onder de huidige geurnorm van 14 odeur, maar vaststaat dat een dergelijke hoeveelheid stank nog altijd tot aanzienlijke overlast leidt. Ernstige geurhinder kan al ontstaan boven 5 odeur.

Ook accepteert de LLTB tot 2030 nog altijd een hogere achtergrondbelasting dan 10 odeur. De optelsom van alle stank uit veehouderijen hoeft wat de boerenorganisatie betreft in 2030 slechts met de helft te zijn afgenomen ten opzichte van 2017. Ingezet wordt op Best Beschikbare Technieken (BBT), maar die zijn nu juist voor geur zeer beperkt. De luchtwassers waarover wordt gesproken, staan op dit moment bovendien ter discussie.

Besef van urgentie ontbreekt
De LLTB spreekt in de toekomstvisie over de noodzaak van draagvlak voor de veehouders. Dat kan bereikt worden ”door zich te gedragen als een goede buurman, maar ook door de hinder die omwonenden kunnen ervaren flink aan te pakken”.
In tegenspraak hiermee is dat men pas in 2030 serieus werk wil maken van het terugdringen van de uitstoot van endotoxinen. Eerst wil de LLTB een beeld hebben van de plekken waar deze uitstoot te hoog is. Daarvoor is een streefdatum van 2022 genoemd. Dit betekent dat de LLTB nog lange tijd accepteert dat mensen ziek worden van de veehouderij.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

17 + 13 =