Je zult er maar wonen

(6) De buren van varkenshouder De Rooij in Heukelom

Aan de Oisterwijksebaan 2 in Heukelom is op 320 meter afstand van een woonwijk in Oisterwijk het varkensbedrijf van De Rooij gevestigd. Even verderop ligt varkensbedrijf Van der Wouw, op 450 meter van de bebouwing van Berkel Enschot.

Omwonenden hebben de Vereniging Westend en Omwonenden in Oisterwijk opgericht. Onlangs hebben zij ingesproken bij de commissie ruimte van de gemeenteraad Oisterwijk.

”Belangrijkste doelstelling van onze vereniging is het verbeteren van de woon- en leefomgeving. Dat is alleen mogelijk wanneer de overheden het ecologisch evenwicht in de natuur beter bewaken. Sinds de jaren zestig is de natuur ernstig verstoord. Willen wij luisteren naar de waarschuwingen van de ecologen en de Gezondheidsraad? Door de bodemverzuring verdwijnen steeds meer insecten en planten en schrik niet, volgens de Gezondheidsraad sterven jaarlijks in Nederland meer dan 12.000 mensen vroegtijdig door te sterke luchtverontreiniging.

Hoe leggen we dit uit aan onze kinderen en kleinkinderen?
Hoe zal hun toekomst er uit zien als wij hier niets aan doen?

Al in 1967 werd in verschillende landen alarm geslagen. In de zeventig en tachtiger jaren werd bekend dat de zure regen een vernietigende invloed had op het milieu, de flora en fauna. De bossen stierven langzaam. Er zijn veel te laat maatregelen genomen om deze uitstoot van giftige stoffen te verminderen. Van 1980 tot 1995 wist de industrie de uitstoot van zwaveloxiden te verminderen met meer dan 90 %, maar het ministerie van Landbouw liet het volledig afweten.

Een proef van een heel jaar moest er aan te pas komen om het overtuigend bewijs te leveren. Door een stukje natuur in de Peel te overkappen, kon in 1984 worden aangetoond dat de natuur zich onder die overkapping zelfs binnen een jaar begon te herstellen, wanneer er maar geen zure regen op neersloeg.

Tot 2002 hebben de meeste veehouderijen zeer weinig bijgedragen aan het vermindering van de verzuring van het milieu. Wanneer we kijken hoe de Wet Ammoniak en Veehouderij en de Wet Geurhinder Veehouderij tot stand zijn gekomen, kunnen we concluderen, dat de landbouwwoordvoerders in de Kamercommissie de debatten overheersen.

Het is de hoogste tijd dat iedere ammoniakvervuiler “meebetaalt” 
Ze wilden gesteund door de achterban de uitbreidingsmogelijkheden van veehouderijen in stand houden, met alle gevolgen van dien. Het is de hoogste tijd dat iedere ammoniakvervuiler “meebetaalt” en zijn bijdrage levert in de emissiebeperking. Wat al jaren bekend was, werd met deze wet bevestigd: Iedere veehouderij in Nederland belast niet alleen onze natuurgebieden, maar ook onze leefomgeving.

Uit het Veehouderij Gezondheids Onderzoek van 2016 hebt U kunnen lezen dat 5 % van de bewoners in de omgeving van intensieve veehouderijen een verminderde longfunctie hebben door de ammoniak. Uit de Wet Ammoniak en Veehouderij blijkt dat het verspreidingspatroon van ammoniak uit de stallen laat zien, dat tien tot vijftien procent van de ammoniak in de eerste 100 meter rond de stallen neer komt, twintig tot dertig procent binnen één kilometer, dertig tot veertig procent binnen vijf kilometer.

Dit betekent dat ongeveer 65% van de emissie van de ammoniak van het varkensbedrijf Oisterwijksebaan 2a de Kampina bereikt en dat gedurende meer dan 250 dagen per jaar. Het Meetnet Ammoniak in Natuurgebieden laat in een grafiek zien dat de ammoniakconcentratie op de Kampina vanaf 2005 niet is gedaald en zelfs de laatste twee jaar is gestegen. Daarom zet de vergrassing van de Kampina nog steeds door.

Deken van luchtvervuiling
De nieuwe satelliet van de Europese Ruimtevaartorganisatie maakt sinds 1 juni dagelijks een scan van de luchtvervuiling in de atmosfeer. Hieruit blijkt dat zuid Nederland en het noorden van België de op een na hoogste concentratie aan stikstofoxiden heeft in de wereld, de Gezondheidsraad spreekt over een deken van luchtvervuiling.

Wanneer we op deze “deken van stikstofoxiden” inzoomen dan kunnen we dit het beste doen met een kaart van het RIVM uit de atlas van de leefomgeving.

Hieruit blijkt heel duidelijk dat de stikstofoxiden vooral geconcentreerd zijn op en rond de snelwegen, rondwegen en dichte bebouwing. Deze kaart laat zien dat heel Heukelom en Oisterwijk a.h.w. wordt bedekt met de stikstofoxiden deken.

En onder deze deken liggen uitgerekend in Heukelom vier grote ammoniak producenten. Deze ammoniak wordt in de lucht door de aanwezigheid van stikstofoxiden het zogenaamde secundaire fijnstof. Deze vier varkensbedrijven produceren samen ongeveer 60.000 kg ammoniak. Door de falende luchtwassers wordt niet 85% maar slechts 58% van de ammoniak gezuiverd. Dit betekent dat niet alleen een stikstofdeken maar ook ieder jaar een deken van 24000 kg ammoniak en secundair fijnstof over Oisterwijk trekt.

Cardiologen, oncologen en neurologen noemen dit secundaire fijnstof een sluipmoordenaar want bij inademing wordt het rechtstreeks opgenomen in de bloedbaan. Toets op internet dr. van Bebber oncoloog in Den Bosch maar in dan wordt de ernst van het probleem wel duidelijk.

De Gezondheidsraad zegt in het adviesrapport aan het ministerie van infrastructuur en waterstaat in januari 2018: De ‘deken van luchtverontreiniging’ in Nederland zal nog jaren zorgen voor ernstige gezondheidsproblemen. Het duurt nog tot 2030 voordat Nederland voldoet aan de adviesnorm 20 mu/m3 aan fijnstof van de Wereldgezondheidsorganisatie WHO. En ook dán is de lucht nog schadelijk.”

Daarom hebben we als vereniging de eerste fijnstofsensor in de gemeente Oisterwijk operationeel. Want meten is weten! Op het dataportaal samenmeten.nl van het RIVM is dagelijks te zien hoe groot de concentratie fijnstof PM < 10 en fijnstof PM < 2,5 aan de rand van de kern van Oisterwijk is.

Zie ook dit bericht over varkensbedrijf De Rooij: Varkensbedrijf De Rooij bron van overlast

(5) De buren van Tsjep Jorritsma

De veehouder zelf schijnt geregeld op een tropisch eiland te bivakkeren, waar hij met een paar drumsticks op de BBQ, vast en zeker geregeld denkt aan zijn megabedrijf in het Friese Tzummarum.  Bijvoorbeeld omdat zijn medewerkers er weer eens een potje van hebben gemaakt en de omwonenden voor de zoveelste keer reden hebben om te klagen. Laatst nog was er een mestzak kapot en overstroomde er een vergistingssilo. Dat bleef bij de buren niet onopgemerkt.

De omwonenden hebben het helemaal gehad met Tsjep Jorritsma en zijn vleeskuikens. Al vier jaar zijn er klachten. De stank is afschuwelijk en nam de laatste jaren alleen maar toe. Niet alleen de kippen stinken, ook bij de overslag van mest komen onaangename geuren vrij. Langzaam maar zeker begint het ook tot de gemeente door te dringen dat een bedrijf met ruim 400.000 vleeskuikens verspreid over 12 kippenstallen, met daarnaast drie biovergistersilo’s, twee warmtekrachtkoppelingsinstallaties en een mestverwerkingsinstallatie misschien wel een beetje teveel van het goede is op een plek waar ook burgers wonen.

Nadat eerdere besprekingen tussen omwonenden en de veehouder tot niets leidden, zitten de partijen sinds kort weer om de tafel. De gemeente vindt het zo langzamerhand ook tijd worden om wat strakker te gaan handhaven. Op het niet melden van een calamiteit volgt voortaan een dwangsom. Het toezicht wordt geïntensiveerd en er komen uitgebreidere controles.

Het is overigens niet te achterhalen aan welke geurnormen het bedrijf moet voldoen. In de achtereenvolgende milieuvergunningen wordt alleen vastgesteld dat de norm van 8 odeur – standaard voor het buitengebied in Friesland – wordt overschreden. Ook al gaat het in Tzummarum om een zogeheten IPPC-bedrijf en zouden deze gegevens via internet openbaar moeten worden gemaakt, de gemeente volstond tot dusver telkens met de mededeling ”dat er sprake is van overbelaste situatie, echter door het plaatsen van windkappen neemt de geurbelasting af en dus kan de vergunning worden verleend.”

Jorritsma zelf heeft onlangs bekend gemaakt dat hij een deel van zijn bedrijf gaat verkopen en dat er nog een vergunning voor uitbreiding is. Hij zal bedoelen dat er een aanvraag in voorbereiding is. Dat opent perspectieven voor gemeente en omwonenden om de zaak nu eens een keer goed te regelen. Zeker als er strakkere normen komen en ook bij uitbreiding deze nieuwe normen kunnen worden opgelegd.

(4) De buren van Henk Kluin

Bekendijk, Terwolde

Het kopje koffie voor de buurt heeft niet geholpen. Medio februari had kippenboer Henk Kluin aan de Bekendijk in Terwolde iedereen uitgenodigd die binnen een straal van 700 meter van zijn bedrijf woont. ”Ik heb, met mijn vrouw, over onze intenties verteld en gezegd wat dat betekent voor het gebied.” Nu ligt er een zienswijze van de Stichting Leefbaar Buitengebied Gelderland en zeven omwonenden. Ze laten geen spaan heel van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD), opgesteld door Agramatic, de adviseur van Kluin.

Deze notitie is een opstapje naar een MER-procedure, noodzakelijk om een omgevingsvergunning te krijgen. Hij beschrijft de uitbreidingsplannen van de pluimveehouder, die van 88.000 naar 152.000 vleeskuikens wil. Op zo’n NRD is inspraak mogelijk. Omwonenden hebben daar ten volle gebruik van gemaakt.

Belangrijkste pijnpunt: de gemeente Voorst heeft de NRD geheel aan de pluimveehouder overgelaten en daardoor kenmerkt de notitie zich door een eenzijdige opstelling en staat deze vol onjuiste uitspraken, zo stellen zij vast. Pertinente onwaarheid is dat het gedeelte voor intensieve veehouderij na uitbreiding niet meer dan 1 ha bedraagt. Feitelijk gaat het om 2 hectare. Een bedrijf met een dergelijke omvang heeft ook consequenties voor de waarde van onroerend goed, vinden de omwonenden. De NRD rept daar met geen woord over. ”De Gemeente Voorst dient zelf een onafhankelijk bureau in te huren om een Notitie Reikwijdte en Detailniveau op te laten stellen”, aldus de zienswijze.

Omdat minder dan een kwart van het bedrijf blijft staan en de rest wordt vernieuwd, moet volgens omwonenden en Stichting Leefbaar Buitengebied Gelderland ook worden onderzocht of het bedrijf niet beter kan worden verplaatst naar een locatie waar het minder schade aanricht. Aangezien het bedrijf aanzienlijk meer stank zal produceren, is, aldus omwonenden, in de MER onderzoek nodig naar de gevolgen daarvan voor het leefklimaat van de buren van de veehouderij. Dit moet in de NRD te worden omschreven. En: in de MER dient onderzocht te worden of een maximum van 5 odeur een niet veel betere grens is, om de kwaliteit van leven voor buren van een intensieve veehouderij te garanderen.

(3) De buren van 120.000 varkens, 32.000 nertsen, 40.000 kippen, 1000 koeien en een mestverwerker

Landhorst, mesthorst

Op de 25 hectare die Landhorst (Brabant, gemeente Sint Anthonis) groot is, wonen 750 mensen, 123.413 varkens, 32.567 nertsen, 39.845 kippen, 1.030 koeien, 10 geiten en 11 paarden. Dat zijn alleen al 164 varkens per inwoner. Drijvende kracht achter al die varkens is onder anderen de Smitsgroep. Eigenaar Teun Smits exploiteert in totaal zeven grote varkensbedrijven. Een van de grootste bestaat uit 13.000 vleesvarkens en 1400 zeugen. Hij heeft bovendien plannen voor een gigastal aan de Boompjesweg met ruimte voor 32.000 varkens.
Ook komt er in dit zwaar overbelaste gebied nog eens een mestfabriek.
Tenminste, MACE (Mest Afzet Coöperatie Elsendorp) wil aan de De Quayweg in Landhorst een installatie plaatsen die jaarlijks 500.000 ton ruwe drijfmest gaat verwerken. MACE kan binnenkort een omgevingsvergunning aanvragen. De provincie Brabant wil een stop op mestverwerkingsfabrieken, maar zeven concrete en lopende initiatieven, waaronder die van MACE in Landhorst worden onder voorwaarden nog wel in behandeling genomen. Een van die voorwaarden was dat er een milieu-effect-rapportage moest worden opgesteld, maar dit is onlangs door de Raad van State afgewezen. Alleen een bodemprocedure kan daar nog wat aan veranderen.
De vereniging Behoud Leefbaarheid Landhorst (www.stopdemestfabriek.nl) wil de komst van de mestverwerker hoe dan ook voorkomen. Eerder poogde MACE onder meer in gemeente Gemert-Bakel een grootschalige mestfabriek te realiseren. Dat stuitte op verzet van 2500 burgers.

LAATSTE NIEUWS (23 mei 2016): De mestverwerkingsinstallatie komt waarschijnlijk niet in Landerd maar op een industrieterrein in Oss en zal daar worden gerealiseerd door OOC Terminals. Gedeputeerde Annemarie Spierings: ‘We moeten in Noord-Brabant de mestverwerking goed regelen. Een verwerker op industriële schaal in het buitengebied past daar niet bij in mijn ogen’.

(2) De buren van Straathof

Nijverdalseweg, Mariënheem

De omstreden varkensboer Straathof heeft, opererend onder de naam Sebava, een failliet varkensbedrijf in Mariënheem aan de Nijverdalseweg opgekocht. Hij wil er 11.000 varkens gaan houden. Omwonenden hebben slapeloze nachten.

Terwijl staatssecretaris Dijksma, aan wie het maar horen wil, verkondigt dat ”licence tot produce” ook inhoudt dat er wordt gewerkt in harmonie met de omgeving, blijken ondernemers en lokale bestuurders daar geen enkele boodschap aan te hebben. Ze hanteren liever een overvaltactiek: eerst de vergunning rondbreien en dan pas de omwonenden informeren. Zo gaat dat althans in Overijssel. Het provinciebestuur verstrekte in juli een NB-wet vergunning aan Sebava. Na het verstrijken van de bezwaartermijn was er op 15 oktober een bijeenkomst voor burgers. Daar bleek dat het varkensbedrijf gesteund wordt door Farmconsult, onderdeel van voerfabrikant ForFarmers. Volgens de varkensboer nemen biologische luchtwassers 70% van de stank weg. Volgens geurexperts een onwaarschijnlijk hoog percentage. Zie bericht Luchtwassers doen niet wat ze beloven.

Buurman van het bedrijf aan de Nijverdalseweg Martin Vloedgraven heeft er slapeloze nachten van. Hij maakt zich zorgen over de veiligheid en geuroverlast. RTV-Oost ging bij hem op bezoek.

(1) De buren van Van Asten
Venrayseweg, Horst aan de Maas

De modernste technieken past de Van Asten Group toe bij de mestvergisting in Horst aan de Maas. Niettemin blijft het er stinken. ”Het is weer mis met de beloftes van Van Asten. Het stinkt verschrikkelijk”, meldt een van de buren. ”Een vieze smerige rottige stank. We zijn er helemaal klaar mee”, meldt een ander. ”Vannacht wakker geworden van de stank”. En: ”De stank wordt steeds erger”’.Ashorst

21.000 varkens en een mestvergister
Je zult er maar wonen, aan de Venrayseweg in Horst aan de Maas. Daar houdt de Van Asten Group 2.360 zeugen, 9.594 mestvarkens, 490 gelten en 8.452 biggen, alles bij elkaar bijna 21.000 dierplaatsen. Ook verwerkt de familie Van Asten er met een fikse overheidssubsidie 61.000 ton varkensmest. Een capaciteit die zij wil uitbreiden naar 120.000 ton. Door deze uitbreiding krijgen maar liefst 15 buren aan de Venrayseweg te maken met een overschrijding van de wettelijke geurnorm, die kan oplopen tot 32,6 odeur.

En het stinkt nu al zo. Hoe kan de provincie Limburg, die de vergunningaanvraag in een 141 pagina’s tellend document heeft behandeld, deze overlast goedkeuren? Er is bij de firma Ashorst in de omgeving sprake van een bestaande situatie die zich vanuit het verleden al voordoet, aldus de provincie. ”Vergunde rechten zijn onaantastbaar”, voegt zij eraan toe. Daarmee geeft de provincie aan dat zij niet van plan is de bestaande stankoverlast aan te pakken. Het enige waar de buren het mee moeten doen is de toezegging dat Van Asten ”bij een gevalideerd klachtenpatroon” een geuronderzoek moet uitvoeren, op grond waarvan – indien nodig – nadere voorschriften kunnen worden opgelegd.”

Nog een stal van Van Asten, nu in Nederweert
De stank die het houden van varkens met zich meebrengt dient als legitimatie voor het toestaan van een hogere geurbelasting vanwege de mestvergisting. Zo steekt de Provincie Limburg z’n vergunningen in elkaar. De buren van Heijsterstraat 21-23 in Nederweert, verenigd in bewonerscollectief Boeket, bereiden zich inmiddels voor op het ergste. Ook daar strijkt de familie Van Asten – dit keer onder de naam Heijsterstraat CV – neer met 7600 gespeende biggen en 2700 zeugen. De buren zijn geïnformeerd over de komst van deze ”varkensfabriek” een dag voordat de termijn afliep waarbinnen ze nog een zienswijze tegen de milieuvergunning hadden kunnen inbrengen.

”Hebben de strenge regels voor varkenshouders in Brabant er misschien iets mee te maken?, vragen de buren zich af. ”Zou de “vlucht” van grote bedrijven zoals de Van Asten Group naar Nederweert/Limburg daar wellicht mee te maken kunnen hebben?”
Het heeft er alle schijn van. De familie Van Asten had plannen voor een groot varkensbedrijf (17.000 varkens) in het Brabantse Liessel. De provincie Brabant verleende uiteindelijk geen medewerking en betaalde de Van Asten Group 4 miljoen euro als ”schadevergoeding”. Een aardig bedrag voor een enkeltje Limburg.

LAATSTE NIEUWS: Op 20 februari 2017 heeft de Rechtbank Limburg uitspraak gedaan over de omgevingsvergunning voor het megabedrijf in Nederweert. De omgevingsvergunning is terecht verleend, aldus de rechter.

Van Asten – samen met de familie Van Gennip een van de grootste varkensboeren in Nederland – heeft meer bedrijven: onder andere in Helmond, Leende, Sterksel en Someren. Het grootste bedrijf staat echter in Nordhausen, Duitsland. Goed voor 6000 zeugen en 30.000 vleesvarkens. Je zult er maar naast wonen.

(Foto Wim Moorman, bron: http://horstsweethorst.blogspot.nl/2012/02/klein-mysterie-315-twin-domes-2.html)

1 thought on “Je zult er maar wonen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

twee × 2 =