Duizend tot vijftienhonderd extra longontstekingen door pluimveehouderij

Landelijk gezien doen zich bij omwonenden van pluimveehouderijen zo’n duizend tot 1500 longontstekingen extra per jaar voor. Dat zei prof. Dick Heederik in een toelichting op het gezondheidsonderzoek onder omwonenden. Hij praatte op 13 september de Tweede Kamer bij over nieuwe bevindingen.

Heederik was eerder altijd terughoudend over het vertalen van de regionale onderzoekresultaten naar landelijk niveau, maar op grond van recente resultaten durft hij wel landelijke aantallen te noemen. Het risico is behoorlijk constant en ligt op ongeveer 7% van alle longontstekingen bij omwonenden van pluimveehouderijen.
De oorzaak moet worden gezocht in stof en endotoxinen, hoewel specifieke bacteriƫn niet kunnen worden uitgesloten.

Voor de geitenhouderij ligt het percentage op 5,4%. Over de exacte oorzaak van deze longontstekingen tast men nog in het duister. Toch heeft Heederik wel een idee: een plausibele verklaring kan worden gezocht in het mestmanagement. Sinds de Q-koortsepidemie moet de mest gedurende een maand afgedekt op het bedrijf blijven liggen. Als na die periode het afdekmateriaal wordt verwijderd, komen er bacteriĆ«n en schimmels vrij, afkomstig van het composteringsproces, aldus Heederik. ”Mensen die veel buiten zijn, lopen een veel hoger risico dan mensen die weinig buiten komen. Dat verhoogde risico zien we vooral bij de geiten.”

De oplossing van het gezondheidsprobleem moet worden gezocht in een lokale aanpak, op bedrijfsniveau. Daar moeten de emissies naar beneden, aldus Heederik. De risico’s kunnen worden beperkt door de mest direct af te voeren.

https://debatgemist.tweedekamer.nl/debatten/rapport-veehouderij-en-gezondheid-omwonenden-aanvullende-studies

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

zestien − 10 =