Varkenshouder in Aalten sjoemelt met luchtwassers

De luchtwassers van Henk Meerdink aan de Hoeninkdijk in Aalten (goed voor ruim 14.000 varkens) staan vaker uit dan aan. De provincie Gelderland heeft hem een last onder dwangsom opgelegd.

Overtredingen met de vijf luchtwassers op het bedrijf (zowel chemische als gecombineerde) zijn twee keer achtereen vastgesteld. Eerst in september 2018 en daarna in februari 2019. ”In de periode januari 2019 tot half februari 2019 heeft geen enkele luchtwasser binnen de inrichting goed gefunctioneerd. Twee luchtwassers hebben 100% van de tijd niet gefunctioneerd, één luchtwasser 80% van de tijd, één luchtwasser 57% van de tijd en de laatste luchtwasser 44% van de tijd”, schrijft de provincie Gelderland in een openbare brief over het opleggen van een last onder dwangsom. De dwangsom kan oplopen tot €55.500.

Het optreden tegen Meerdink is pikant. Hij is al veertig jaar raadslid, eerst voor het CDA, nu voor zijn eigen partij Henk Meerdinks Volksvertegenwoordiging (HMV) en geniet in die hoedanigheid behoorlijk wat aanzien in Aalten. Het bedrijf kwam twee jaar geleden al eens negatief in het nieuws nadat er een mestsilo was omgewaaid, met een enorme milieuvervuiling tot gevolg.
https://gelderland.stateninformatie.nl/document/7758786/1/GS-brief_handhaving_luchtwassers_Hoeninkdijk_8_Aalten

Commissie Biesheuvel dringt aan op structurele maatregelen tegen stank veehouderij

De commissie Biesheuvel dringt aan op structurele maatregelen tegen stank veroorzaakt door de veehouderij. Omwonenden worden nu te weinig beschermd. In een advies aan staatssecretaris Van Veldhoven van het ministerie van I&W vraagt de commissie om grenswaarden waar veehouderijen zich permanent aan moeten houden. ”Niet alleen op papier, maar ook in de praktijk.”

”Voordeel van een systeem van emissiegrenswaarden is dat de veehouder daar te allen tijde door het bevoegd gezag – al dan niet op verzoek van omwonenden – op kan worden aangesproken”, aldus de commissie. ”Met de huidige regelgeving is dat niet het geval. Ander voordeel is dat de veehouder op meerdere manieren kan zorgen dat hij voldoet aan de emissiegrenswaarden. Niet alleen luchtwassers, maar ook verbeteringen in het stalklimaat kunnen daaraan een bijdrage leveren. De veehouder heeft dus meer vrijheid bij de keuze van maatregelen die hij wil treffen om aan de emissiegrenswaarden te voldoen.”

Voorwaarde is wel dat stank goed kan worden gemeten. De commissie adviseert onderzoek te doen naar alternatieven voor de huidige meetmethoden met geurpanels.
De commissie vraagt voorts aandacht voor ”cumulatie”. Stankoverlast ontstaat vaak doordat binnen de huidige wet- en regelgeving te weinig rekening wordt gehouden met meerdere veehouderijen die tegelijkertijd stank produceren. Deze verschillende stankbronnen worden bij de stankberekening niet bij elkaar opgeteld, terwijl dat eigenlijk wel zou moeten. Gebeurt dat niet, dan is er vrijwel altijd sprake van een onderschatting van de stank.

Ingrijpen bij stankoverlast
Ook zouden gemeenten en provincies meer mogelijkheden moeten krijgen om in te grijpen bij stankoverlast.  Daarbij is het belangrijk dat gemeenten maatwerk kunnen leveren en bestaande rechten kunnen beperken. Een gemeente moet kunnen bepalen welke mate van cumulatieve geurbelasting op woningen en andere geurgevoelige objecten zij in een bepaald gebied acceptabel vinden. ”Daarbij is tevens van cruciaal belang dat ook bestaande rechten van veehouders kunnen worden beperkt, indien dat
nodig is voor het realiseren van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in een bepaald gebied.”

Onvoldoende bescherming
De commissie komt tot de conclusie dat het stankprobleem van de veehouderij omvangrijk en complex is. In het advies ”Geur bekennen” wordt de vinger op een groot aantal zere plekken gelegd. Kern van de zaak is dat de wetgeving omwonenden onvoldoende bescherming biedt. Bestaande rechten van veehouderijen worden wel beschermd. Daardoor kan stankoverlast slechts zeer beperkt worden aangepakt. Voor een oplossing van dit vraagstuk, aldus de commissie, op z’n minst erkenning van het probleem noodzakelijk, een probleem dat veel impact heeft op het dagelijks leven van mensen.

Scherpe tegenstellingen
De impact van de stank blijft niet beperkt tot overlast voor individuen, signaleert de commissie, die niet alleen sprak met veehouders en ambtenaren, maar ook bijeenkomsten belegde voor bewonersgroepen. Tijdens die bijeenkomsten werd duidelijk dat het stankprobleem doorwerkt ”in de sociale samenhang in gemeenschappen. Deelnemers ervaren scherpe tegenstellingen in de gemeenschap. Aan de ene kant staan de mensen die gelieerd zijn aan de veehouderij en aan de andere kant staan de mensen die overlast van veehouderijen hebben. Mensen vertellen dat zij het afschuwelijk vinden om voortdurend in hun eigen gemeenschap te moeten opkomen voor hun rechten en daarbij steeds als lastig en vervelend te worden weggezet. Dit veroorzaakt een gespleten gemeenschap. Sommige mensen zijn daardoor bang openlijk hun belangen te verdedigen.’

Papieren werkelijkheid
De commissie stelt vast dat de huidige regelgeving is gebaseerd op berekende, gemiddelde geuremissies in plaats van daadwerkelijk gemeten waarden. Op basis van een papieren werkelijkheid bouwen veehouders rechten op, die in geval van overlast moeilijk zijn terug te draaien.
”Als een veehouder een bepaald stalsysteem met een aantal dieren vergund heeft gekregen, dan hoeft hij zich uitsluitend aan de vergunning(voorschriften) te houden. Blijkt de feitelijke geurbelasting in de praktijk hoger dan de vergunde geurbelasting, dan kan de veehouder daarop door de overheid juridisch niet worden aangesproken, zolang hij zich aan de vergunning(voorschriften) houdt.”’

”Keuzes die pijn doen”
Bij het zoeken van oplossingen voor concrete knelpunten zal een gemeente of provincie keuzes moeten maken, aldus de commissie. ”Keuzes die een grote impact kunnen hebben op veehouders, omwonenden en andere betrokkenen. Keuzes die pijn kunnen doen. Keuzes die geld zullen kosten. Soms veel geld. Om die keuzes weloverwogen te maken, is persoonlijk contact met en participatie van betrokkenen onontbeerlijk.”
De Commissie pleit voor afstemming met de rijksoverheid over de financiële consequenties. Het aan de politiek om een zorgvuldige en transparante belangenafweging te maken. De commissie noemt een passende schadevergoeding en nadeelcompensatie voor degenen die door de belangenafweging worden benadeeld.

Luchtwassers
Aanleiding voor het advies van de commissie Biesheuvel was het onderzoek naar het disfunctioneren van zogeheten combi-luchtwassers en de aanpassing van de emissiefactoren in juni 2018. Doordat deze luchtwassers niet doen wat ze beloven zitten omwonenden veel meer in de stank dan in vergunningen is vastgelegd. Volgens Biesheuvel zijn er in Nederland ongeveer 5000 combi-luchtwassers geïnstalleerd. Uit gesprekken met vertegenwoordigers van de luchtwasserbranche
blijkt dat ongeveer 25 procent onder de maat is geproduceerd. Dat wil zeggen dat deze luchtwassers in principe wel voldoen aan de gestelde eisen, maar door materiaalkeuze, ontwerp en uitvoering van mindere kwaliteit zouden zijn. Nog eens 25% zou niet voldoende functioneren als gevolg van verkeerd gebruik en/of onderhoud.

”Markt luchtwassers is kapot”
Ten gevolge van de nieuwe emissiefactoren is er in de varkenssector momenteel weinig vertrouwen om te investeren en te vernieuwen, aldus Biesheuvel. De luchtwasserfabrikanten stellen vast dat de markt kapot is. Ze doen een aantal opmerkelijke uitspraken: ze benadrukken dat veehouders niet hoeven te voldoen aan een doelvoorschrift, maar alleen aan een middelvoorschrift. Dat is volgens hen geen stimulans voor veehouders om de geur zoveel mogelijk terug te dringen.  ”In je doelvoorschrift zeg je tegen die boer: het is jouw probleem. Als hij dan een slechte luchtwasser heeft, haalt hij dat doel niet en heeft hij een probleem met de handhaver. Nu werkt dat niet zo en dat heeft weerslag op de keuze van een veehouder bij de aanschaf van een luchtwasser.” Fabrikanten signaleren dat veehouders bij de aankoop van een luchtwasser vooral letten op een lage prijs. Dat maakt het voor de fabrikanten lastig om kwaliteit te leveren. Alles moet zo goedkoop mogelijk. ”Zo is de markt gegroeid. Daar moet je nu weer uit zien te komen om kwaliteit te kunnen leveren”.

De commissie gaat uitvoerig in op de mogelijkheden om iets te doen tegen reeds vergunde luchtwassers, zoals handhaving, het opleggen van extra geurreducerende maatregelen of het intrekken van de vergunning.. ”Om tot intrekking van een eenmaal verleende en in de regel onherroepelijke vergunning over te
kunnen gaan, moeten de milieugevolgen daarvan dermate ernstig zijn, dat deze niet alleen als ongewenst, maar gelet op de meest recente algemeen aanvaarde milieutechnische inzichten zonder meer als ontoelaatbaar worden aangemerkt.”
Helaas adviseert de commissie niet om de zogeheten 50%-regeling in te trekken, iets waar bewonersgroepen wel om hadden gevraagd.

adviesrapport-geur-bekennen-combi-luchtwassers-varkenshouderijen-en-geurhinder

Zaak Houbensteyn Heideveld opnieuw bij Raad van State

Het grootste varkensbedrijf van Nederland – Houbensteyn Heideveld in Grubbenvorst – gaat na ingebruikname zoveel stank produceren dat burgers in de directe omgeving geen leven meer hebben. De zaak dient binnenkort voor de Raad van State. De jurist Valentijn Wösten eist dat de verleende vergunning wordt ingetrokken en de bouw stilgelegd. Gaat de provincie Limburg niet over tot handhaving, dan handelt zij in strijd met de Europese Richtlijn Industriële Emissies (RIE).

Lees meer

Intrekking milieuvergunning megabedrijf in Grubbenvorst geëist

Vereniging Behoud de Parel en enkele omwonenden eisen intrekking van de milieuvergunning voor het megavarkensbedrijf Houbensteyn Heideveld in Grubbenvorst. Het bedrijf bouwt op dit moment aan de Witveldweg een etagestal voor 19.000 varkens. Die bouw zou moeten worden stil gelegd.

In een verzoek aan de rechtbank Limburg om intrekking van de vergunning wordt gesproken over een dreigende milieucatastrofe. Groot probleem zijn de combi-luchtwassers, die geen 85% van de stank reduceren, maar slechts 45%. Er zijn weliswaar voorschriften aan het bedrijf opgelegd, maar die bevatten niet meer dan een inspanningsverplichting om aan de 85% stankreductie te voldoen.

Door de wijziging op 20 juli 2018 van de emissiefactoren voor combi-luchtwassers, heeft het bedrijf van Houbensteyn onbedoeld een veel grotere stankcirkel toegekend gekregen. Waar omwonenden eerder aanspraak konden maken op een emissiereductie van 85% dreigt nu slechts een emissiereductie van 45% te worden gewaarborgd *). Dit betekent een verdrievoudiging van de stankemissie en als gevolg daarvan een extreem slechte woonkwaliteit voor omwonenden.

Actualisatieplicht
In het verzoek aan de rechtbank wordt gesteld dat onherroepelijke vergunningen niet onaantastbaar zijn. Er geldt een actualisatieplicht. De bestuursrechter dient volgens Behoud de Parel en omwonenden te onderzoeken of de gewijzigde emissiefactoren al dan niet gelden voor bedrijven die voor 20 juli 2018 al vergund waren.
Van belang is in elk geval dat het bevoegd gezag en omwonenden een rechtsgrondslag wordt geboden om op te treden indien door het bedrijf niet een stankemissiereductie van 85% wordt gerealiseerd. Opgemerkt wordt dat het hier gaat om het grootste varkensbedrijf van Nederland dat op basis van de onjuiste reductiefactor van 85% door de provincie Limburg is vergund, ”op de grens van wat de stanknormen toestaan, te weten 14 Ou/m3”.

De megavarkensstal voor 19.000 vleesvarkens is onderdeel van het zogeheten Nieuw Gemengd Bedrijf, waar ook een megakippenstal voor meer dan 1 miljoen vleeskuikens en een grote mestverwerker toe behoren. Ook komen er nog stallen voor 10.000 biggen en 2500 zeugen. Aan het varkensbedrijf is een ster van het Beter Leven Keurmerk van de Dierenbescherming toegekend.


Update 15 maart 2019: Rechtbank Limburg wijst verzoek af
De Rechtbank Limburg heeft het verzoek om intrekking van de vergunning afgewezen.
Intrekken kan alleen als de gevolgen ontoelaatbaar zouden zijn. De rechter stelt dat er geen reden is voor een dergelijke vergaande conclusie. Extra voorschriften die door het bevoegd gezag (provincie) aan de vergunning zijn toegevoegd – met een streefnorm die neerkomt op een verwijderingsrendement van 85% – zijn volgens de rechter voldoende. Bovendien moet het bedrijf de geuruitstoot gaan meten.
De rechter erkent dat een dergelijke streefnorm niet handhaafbaar is, maar hij neemt er genoegen mee dat als metingen een onaanvaardbare milieukwaliteit aantonen, de provincie zich opnieuw gaat beraden.
Tegen het vonnis is door Behoud de Parel en Coöperatie Mobilisation for the Environment (MOB) beroep ingesteld bij de Raad van State.

Update 17 mei 2019: geen spoedeisend karakter volgens Raad van State
Volgens de voorzieningenrechter van de Raad van State er in deze zaak geen sprake van een spoedeisend karakter. Daardoor blijft de vergunning vooralsnog intact en wordt de bouw niet stil gelegd. Later dit jaar volgt nog een bodemprocedure.
Lees meer


Brief aan college van B&W Grubbenvorst
Naast de juridische procedure heeft Vereniging Behoud de Parel voor Vereniging Behoud de Parel uit Grubbenvorst het College van B&W en de gemeenteraad van Horst aan de Maas een brief geschreven. In de Brief dringt de vereniging er op aan om snel onderzoek te laten verrichten door de GGD Limburg Noord om de gezondheidseffecten van de varkensstallen te meten in de nieuwe situatie.

Verzoek aan GGD Limburg Noord
Op 31 augustus 2018 heeft de werkgroep max5odeur de GGD Limburg Noord gevraagd nader onderzoek te doen naar de feitelijke geuremissies van het megavarkensbedrijf op basis van de nieuwe emissiefactoren. ”Indien de herberekening daartoe aanleiding geeft, lijkt ons een openlijke correctie van de risicobeoordeling op zijn plaats”, aldus max5odeur.

Op dit verzoek is op 31 januari geantwoord door de zogeheten Veiligheidsregio Limburg Noord, waar de GGD onder valt. Uit dat Antwoord blijkt dat de gemeente Horst aan de Maas deze kwestie doorverwijst naar de provincie. De gemeente zou geen aanvullende maatregelen kunnen eisen. De GGD gaat verder niet in op het verzoek om aanvullend onderzoek. Het bedrijf beschikt over een rechtsgeldige vergunning, die is verleend op basis van de toen geldende emissiefactoren, aldus de GGD. De GGD verwijst verder naar de Regionale Uitvoeringsdienst (RUDZL) die geregeld controles zal uitvoeren naar de luchtwassers en indien nodig handhavend zal optreden. Dat daar nu juist de grondslag voor ontbreekt, wordt niet ingezien.

Op 26 februari 2019 laat Henk Janssen, directeur van de GGD Limburg Noord, telefonisch desgevraagd weten dat er van zijn kant geen initiatief te verwachten valt. Hij zegt: ”Wij zijn verlengd lokaal bestuur. Ik voel me niet bevoegd. Dat zou politiek ook heel verkeerd vallen. We zijn feitelijk gemeente. Bovendien: dit ligt op provinciaal niveau. Het is een gemeente-overstijgende kwestie. Wij hebben geen eigenstandige bevoegdheid. Op eigen initiatief een herbeoordeling doen, zou neerkomen op een detournement du puvoir. Dan gaan we op de stoel van het lokaal bestuur zitten. U moet de gemeente ervan overtuigen haar verantwoordelijkheid te nemen en aan de GGD om nieuw onderzoek/advies te vragen. Ik ben met handen en voeten gebonden.”

*) Na onderzoek waaruit bleek dat gecombineerde luchtwassers geen 85% maar slechts 45% van de stank reduceren, zijn de emissiefactoren bijgesteld. Dit is gebeurd op 20 juli 2018. Door de emissiefactoren aanzienlijk te verhogen zit een bedrijf veel eerder aan de grens van wat toelaatbaar is. Dit heeft gevolgen voor bedrijven met uitbreidingsplannen die nog geen vergunning hebben. Bedrijven waaraan al een vergunning is verleend, zouden volgens staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu Van Veldhoven, niet hoeven te voldoen aan de nieuwe emissiefactoren. Dit heeft echter grote consequenties voor omwonenden. Daarmee is in feite de huidige praktijk van 45% in plaats van 85% stankreductie gelegaliseerd, dit terwijl veel bedrijven vaak al tegen de grens van de geurnormen aanzitten. En daar dus ten gevolge van falende luchtwassers ruim overheen gaan.

Eerdere berichten:
http://www.max5odeur.nl/35-000-varkens-falende-luchtwassers/
http://www.max5odeur.nl/emissiefactor-twee-luchtwassers-ruim-drie-keer-zo-hoog/

Burgers vragen GGD om herberekening megastal Grubbenvorst

Voor meer info, kijk in de rubriek luchtwassers.

Boeren en burgers Venray gaan geur meten, maar niet heus

In het Limburgse Venray gaan boeren en burgers de luchtkwaliteit meten rondom veehouderijen, bij omwonenden en in de openbare ruimte. Anders dan in de media naar voren is gekomen, gaat het niet om het meten van geur.

Voor het meten van geur uit veehouderijen bestaan nog geen sensoren die al op wat grotere schaal volledig praktijkrijp zijn. Desondanks suggereert het CDA-statenlid Rudy Tegels dat er toch ook geur gemeten gaat worden. Hij zegt op pigbusiness.nl dat er technieken zijn die 24/7 data meten en op die manier betrouwbare cijfers geven over geur, fijnstof en ammoniak. Tegels legt een link met de falende luchtwassers, die veel minder stank verwijderen dan altijd is aangenomen, zo is uit onderzoek gebleken.

”Er is door varkenshouders miljoenen geïnvesteerd in luchtwassers zonder dat daar in mijn ogen door de wetgever vooraf voldoende over is nagedacht. Er zijn ontzettend veel soorten geur, maar wat is precies geur? Het is van de gekke dat Nederlandse normen puur en alleen gebaseerd zijn op menselijke geurpanels en dat op basis daarvan bepaald is hoeveel een luchtwasser reduceert. Dat moet anders en dat gaat gelukkig ook anders worden. Ook hier telt het eerlijke verhaal”, aldus Tegels (werkzaam bij accountantskantoor ABAB, specialist voor de varkenshouderij) op www.pigbusiness.nl

Tegels verwacht kennelijk dat door geurmetingen met behulp van technieken andere resultaten naar voren komen. Hij verzuimt echter te vermelden dat die technieken nog niet praktijkrijp zijn. Tot dusver is het alleen mogelijk om geur te meten met de zogeheten olfactorische methode, waarbij gebruik wordt gemaakt van de menselijke neus. Tijdens een bijeenkomst van pigbusiness liet hij weten dat de geurmetingen zich zullen concentreren op drie stoffen: ammoniak, boterzuur en zwavelzuur. Opnieuw bracht hij naar voren dat er nieuwe technieken zijn die deze stoffen kunnen meten. Of daarmee het hele geurspectrum vanuit de veehouderij wordt gemeten, liet hij in het midden.

In het rapport Stalmaatregelen voor het reduceren van geuremissie uit de intensieve veehouderij staat beschreven welke componenten een rol spelen. Dat zijn: sulfiden, fenolen en indolen, vluchtige vetzuren, ammoniak en vluchtige aminen. ”Afhankelijk van de specifieke bronnen en de specifieke omstandigheden kunnen steeds andere componenten de belangrijkste bijdrage leveren aan de geurconcentratie. Daarnaast is er ook vaak een interactie tussen de verschillende geurcomponenten, waardoor ze elkaar kunnen verzwakken of juist versterken”.
Een literatuurstudie wijst uit dat de volgende componenten voorkomen in varkenslucht:

Methyl mercaptan (zwavelverbinding, ruikt naar zweetvoeten en rottende witte kool)
Phenol (carbolzuur)
Pentanoic Acid/Valeric acid (petaan/valeriaanzuur)
Butyric Acid (boterzuur)
Indole (komt voor als een witte vaste stof met de zeer onaangename geur van ontlasting)
Skatole (organische verbinding C9H9N stinkt naar ontlasting)
P-Cresol (4-Methylphenol) (organische verbinding C₇H₈O, ruikt naar zweet)
Acetic Acid (azijnzuur)
Ammoniak
Hydrogen Sulfide (H2S waterstofsulfide, sterk ruikend giftig gas)

In het recent verschenen rapport ”StalSens-Oren: meetsystemen voor bedrijfs-monitoring van emissies in de veehouderij” komt naar voren dat er voor ammoniak nog geen sensoren beschikbaar zijn voor metingen buiten de stal. Voor ammoniak in de stal zijn metaaloxide (MOx) en elektrochemische sensoren beschikbaar. Losse metaaloxide
sensoren kosten ca. 10 euro/stuk, elektrochemische vallen in de range van 50 tot 150 euro/stuk. Voor buitenluchtmonitoring lijken commercieel beschikbare NH3-sensoren – gezien de huidige detectielimiet – nog niet geschikt, aldus het rapport, dat is samengesteld door Wageningen Universiteit, Energie Centrum Nederland en RIVM.

Ook voor geur zijn er nog geen sensoren beschikbaar. ”Voor geur is de uitdaging geschikte proxy-gassen per diercategorie vast te stellen, die een goede afspiegeling zijn van de vrijkomende geur in de betreffende situatie”. Deze zogenoemde proxy-gassen zijn gassen aan de hand waarvan de mate van stank gereconstrueerd zou kunnen worden. ”Hiervoor is fundamenteel onderzoek naar de relatie tussen geurconcentratie (volgens sensorische meetmethode) en geurcomponenten noodzakelijk. Pas wanneer deze zijn vastgelegd voor de verschillende sectoren, zal het ontwikkelen van een compleet meetsysteem mogelijk worden.”

Niettemin heeft de provincie Limburg twee ton vrijgemaakt voor het meetproject in Venray. Op de website samenmeten.nl staat beschreven wat het project inhoudt. De gemeente Venray, de provincie Limburg, en het RIVM maken het meetproject mogelijk. Bij het project zijn ook boerenorganisatie LLTB en de werkgroep Gezond Leefmilieu Venray betrokken. De provincie heeft er twee ton voor vrijgemaakt. Het project gaat in maart 2019 van start en loopt door tot eind 2020.
In deze video legt Marita Voogt van het RIVM uit waar het in het project nu eigenlijk om gaat.

Veel te veel ammoniak in talrijke varkensstallen

Inspectierapporten van de NVWA laten zien dat op het merendeel van de onderzochte varkensbedrijven in een of meerdere hokken de ammoniakconcentratie te hoog is. Van de 29 inspectierapporten zijn er slechts zeven die geen overschrijding van de grenswaarde (20 ppm) melden.

Er zijn bedrijven en locaties van bedrijven waar in alle hokken teveel ammoniak is gemeten. Zo rapporteert de NVWA over een bedrijf waar de streefwaarde twee tot vier keer werd overschreden. De grootste overschrijding is gemeten op een bedrijf met vleesvarkens. Daar werd in een van de hokken 99 ppm gemeten.

De NVWA voerde het onderzoek tussen januari en april 2018 uit. Dit na aanhoudende berichten dat het stalklimaat op varkenshouderijen te wensen overlaat. De grenswaarde van 20ppm is opgenomen in het WUR-rapport ‘’Signaalindicatoren bij handhaving van open normen voor dierenwelzijn’’. Nederland kent geen norm voor ammoniak in varkensstallen, maar 20  ppm wordt door de WUR in genoemd rappoort als verdedigbaar beschouwd. In de Duitse wet wordt voor de NH3 concentratie ook een bovengrens van 20 ppm aangehouden.

Luchtwasserschandaal
De inspectierapporten die na een verzoek van Varkens in Nood openbaar zijn gemaakt, zijn ook van belang voor een plan van aanpak van het luchtwasserschandaal. Gebleken is dat luchtwassers niet alleen tekortschieten op het gebied van geurreductie, maar ook op het gebied van ammoniakreductie. Onderzoek naar het functioneren van veel toegepaste gecombineerde luchtwassers bracht aan het licht dat de ammoniakverwijdering gemiddeld bleef steken op 59%. Terwijl dit volgens de Regeling Ammoniak Veehouderij 85% zou moeten zijn. Een kwart lager dus dan het verwachte prestatieniveau.

Een van de oorzaken van tegenvallende prestaties is mogelijk gelegen in het feit dat in Nederlandse varkensstallen de concentraties ammoniak te hoog zijn. Al eerder is door de WUR vastgesteld dat in ca. 40% van de metingen de ammoniakconcentratie hoger was dan 20 ppm. Dit wordt nu door de NVWA-inspecties bevestigd.

Inspectierapporten luchtwkwaliteit varkensstallen

Biesheuvel onder indruk van ”intensiteit problemen”

Voormalig CDA-kamerlid Pieter Jan Biesheuvel is onder de indruk van de ”intensiteit van de problemen” die zich voordoen door stankoverlast vanuit veehouderijen. Dit heeft hij laten weten na een gesprek tussen omwonenden en varkenshouder Van Gennip in Spoordonk, Oirschot.

Biesheuvel is voorzitter van de commissie die staatssecretaris Van Veldhoven moet adviseren over de aanpak van falende luchtwassers. Hij bracht een werkbezoek aan de Nieuwedijk in Spoordonk. De buren van het varkensbedrijf van Van Gennip zitten al geruime tijd in de stank. De Nieuwedijk staat te boek als zogeheten ”urgentiegebied”. Het is tot op heden niet gelukt de overlast ter plekke aan te pakken.

Biesheuvel wilde volgens het Eindhovens Dagblad geen commentaar geven over deze specifieke situatie maar zei wel onder de indruk te zijn. Zijn commissie heeft inmiddels met talrijke betrokkenen bij het luchtwasserschandaal gesproken. Er zijn twee sessies geweest met omwonenden van veehouderijen. De commissie komt begin 2019 met een advies.

Ontwikkelingsbedrijf varkenshouderij versoepelt geurnorm

De geurnorm voor varkensbedrijven die willen uitbreiden en daarbij – in ruil voor toepassing van emissiereducerende technieken – gebruik willen maken van een aanzienlijke korting op varkensrechten, is versoepeld. Het Ontwikkelingsbedrijf Varkenshouderij, dat gaat over de uitgifte van goedkope varkensrechten, heeft daartoe besloten.

Sinds 20 juli zijn nieuwe emissiefactoren voor zogeheten combi-luchtwassers van kracht. Die zetten de uitbreiding van bestaande varkenshouderijen met luchtwassers grotendeels op slot. Daardoor kunnen minder bedrijven deelnemen aan Regeling Omgevingskwaliteit (ROK), die is ingesteld om varkenshouderijen onder voorwaarden te laten uitbreiden. Een van die voorwaarden was dat de geurbelasting op woningen buiten de bebouwde kom niet hoger uit zou komen dan 5 odeur.

Het Ontwikkelingsbedrijf Varkenshouderij, verantwoordelijk voor uitvoering van de ROK, heeft nu de geurnorm verhoogd van 5 naar 8 odeur. Het Ontwikkelingsbedrijf Varkenshouderij gaat ervan uit dat er met 8 odeur nog altijd geen sprake is van geuroverlast.

De ROK is een initiatief van de Coalitie Vitalisering Varkenshouderij, waarin varkensbedrijven, banken en ministerie van LNV nauw samenwerken. Het Ontwikkelingsbedrijf Varkenshouderij beschikt over 43.222 varkensrechten. Deze worden voor het eind van het jaar verdeeld onder de deelnemers aan de ROK.
Bron: Ontwikkelingsbedrijf Varkenshouderij

Bijna veertig veehouderijen met sjoemelluchtwassers in Horst aan de Maas

In de gemeente Horst aan de Maas hebben 39 veehouderijen een of meer sjoemelluchtwassers. Twee vergunningaanvragen voor stallen met sjoemelluchtwassers zijn nog in behandeling.

Dat blijkt uit een overzicht dat op verzoek van de vereniging Behoud de Parel openbaar is gemaakt. De gemeente is niet van plan iets tegen de sjoemelluchtwassers te ondernemen. In een brief aan de vereniging verwijst de gemeente naar staatssecretaris Van Veldhoven, die al eerder heeft gesteld dat verleende vergunningen onaantastbaar zijn.

Behoud de Parel heeft bij de gemeente aan de bel getrokken vanwege de verleende vergunning aan het megabedrijf Houbensteyn, dat met gebruikmaking van sjoemelluchtwassers stallen wil bouwen voor 30.000 1-ster Beter Leven varkens.
De gemeente heeft er acht maanden over gedaan om de vragen van Behoud de Parel te beantwoorden. Het is een treurig stemmend document waaruit helder naar voren komt dat:
a. de diverse overheden zich schaamteloos achter elkaar verschuilen,
b. de gemeente de ernst van de situatie niet onder ogen wenst te zien,
c. omgevingsdiensten een oncontroleerbare macht vormen,
d. burgers niet worden beschermd.

In de brief kondigt de gemeente aan dat de vergunning voor de stallen van Houbensteyn inmiddels is aangepast. In de vergunning is een voorschrift opgenomen voor het uitvoeren van metingen van het rendement van de luchtwassers. Daarbij moet blijken of de luchtwassers het vereiste rendement van 85% geurverwijdering halen. Laat nu juist dat het probleem zijn: onderzoek heeft uitgewezen dat de sjoemelluchtwassers dit rendement bij lange na niet halen. Verder wordt verwezen naar controles door de omgevingsdienst, de Regionale Uitvoeringsdienst Zuid Limburg (RUZL). Er zal indien nodig handhavend worden opgetreden. Laat nu juist dat ook het probleem zijn: controle en handhaving laten al jaren te wensen over.
Klik hier voor de brief van Horst aan de Maas aan de vereniging Behoud de Parel.

Honderd aanvragen voor varkensstallen in de wacht door nieuwe emissiefactoren

Circa honderd nieuwe aanvragen voor varkensstallen met combi-luchtwassers kunnen op dit moment niet worden vergund. Dat blijkt uit een inventarisatie die is gemaakt door het ministerie van Infrastructuur en Milieu.

Voor combi-luchtwassers gelden sinds kort nieuwe emissiefactoren, nadat is vast komen te staan dat deze installaties minder geur reduceren dan werd aangenomen.
Staatssecretaris Van Veldhoven schrijft in een brief aan de Tweede Kamer dat gemeenten of provincies in circa honderd gevallen de aanvraag niet kunnen honoreren, maar wel kunnen bekijken of met een aangepaste aanvraag een vergunning alsnog mogelijk is. Hierbij verwijst ze naar de mogelijkheid van een proefstalregeling, waarbinnen nieuwe technieken vergund kunnen worden. Dat er op dit moment geen technieken zijn die geur met meer dan 30% reduceren, vermeldt ze niet.

In de brief herhaalt Van Veldhoven nog eens dat de nieuwe emissiefactoren geen gevolgen hebben voor bestaande vergunningen. Deze bedrijven hebben een vergunning voor het houden van het in de vergunning opgenomen aantal dieren onder de in de vergunning verleende voorwaarden, aldus Van Veldhoven.
De oplossing van de stankoverlast ten gevolge van falende luchtwassers zoekt ze binnen de zogeheten warme sanering en verduurzaming van de varkenshouderij. Ook verwijst ze naar het geld dat is gereserveerd voor de ontwikkeling van en investeringen in nieuwe emissiearme stal- en houderijsystemen voor de varkens-, pluimvee- en melkgeitenhouderij.