Brabantse milieufederatie start meldpunt overlast veehouderij

De Brabantse Milieufederatie heeft een meldpunt ingericht, waar omwonenden overlast kunnen melden. Doel van het meldpunt is dat gemeenten hun handhaving gaan verbeteren.
Over die handhaving is veel te doen. Een rapport van de provincie geeft aan dat nogal wat gemeenten hun controlerende taak niet goed uitvoeren. Daardoor wordt er te weinig gedaan aan overtredingen van veehouderijen. Gevolg is dat omwonenden in de stank zitten en worden blootgesteld aan gezondheidsrisico’s.
De milieufederatie wil de overlast gestructureerd in kaart gaan brengen om gemeenten aan te sporen hun toezicht en handhaving snel op orde te brengen.
Klik hier voor het meldpunt van de Brabantse Milieufederatie

In Limburg blijft veehouderij voorlopig stinken

Als het aan de Limburgse boeren ligt, blijft het voorlopig stinken in deze provincie. De Limburgse Landbouw- en Tuinders Bond (LLTB) zet in op een lagere uitstoot vanuit de veehouderij. Maar in 2030 kunnen omwonenden nog altijd flink in de stank zitten.

Dit blijkt uit de toekomstvisie ”LLTB zet in op extra reductie uitstoot veehouderijen”. Over dertien jaar is de geurbelasting voor omwonenden van veehouderijen in Limburg niet meer dan 10 odeur. Het aantal bedrijven dat van oudsher meer stank produceert is dan met de helft afgenomen. Nergens stinkt het meer dan 20 odeur.

Met die Limburgse norm van 10 odeur zit de LLTB weliswaar onder de huidige geurnorm van 14 odeur, maar vaststaat dat een dergelijke hoeveelheid stank nog altijd tot aanzienlijke overlast leidt. Ernstige geurhinder kan al ontstaan boven 5 odeur.

Ook accepteert de LLTB tot 2030 nog altijd een hogere achtergrondbelasting dan 10 odeur. De optelsom van alle stank uit veehouderijen hoeft wat de boerenorganisatie betreft in 2030 slechts met de helft te zijn afgenomen ten opzichte van 2017. Ingezet wordt op Best Beschikbare Technieken (BBT), maar die zijn nu juist voor geur zeer beperkt. De luchtwassers waarover wordt gesproken, staan op dit moment bovendien ter discussie.

Besef van urgentie ontbreekt
De LLTB spreekt in de toekomstvisie over de noodzaak van draagvlak voor de veehouders. Dat kan bereikt worden ”door zich te gedragen als een goede buurman, maar ook door de hinder die omwonenden kunnen ervaren flink aan te pakken”.
In tegenspraak hiermee is dat men pas in 2030 serieus werk wil maken van het terugdringen van de uitstoot van endotoxinen. Eerst wil de LLTB een beeld hebben van de plekken waar deze uitstoot te hoog is. Daarvoor is een streefdatum van 2022 genoemd. Dit betekent dat de LLTB nog lange tijd accepteert dat mensen ziek worden van de veehouderij.

GGD dikke vinger in de pap bij vergunningverlening in Gemert Bakel

In de gemeente Gemert Bakel krijgt de GGD een dikke vinger in de pap bij de vergunningverlening voor veehouderijen. Ook gaat de gemeente standaard bij nieuwe aanvragen van kippen- en varkensbedrijven op endotoxinen toetsen.

Het college van B&W van Gemert Bakel heeft daartoe besloten. De gemeenteraad moet er nog mee instemmen. Als het aan het college ligt, gaat de gemeente gebruik maken van de Handreiking Veehouderij en Gezondheid, een checklist waarmee bepaald kan worden of er een advies van de GGD nodig is. Daarbij wordt gekeken naar de uitstoot van geur en fijnstof, het risico voor zoönosen, transportbewegingen en de landschappelijke inpassing.
Als er bijvoorbeeld sprake is van stankoverlast, dan moet de GGD om advies worden gevraagd. Ook als burgers zich zorgen maken over de uitbreidingsplannen of nieuwvestiging van een veehouderij.
Toepassing van deze checklist kan ertoe leiden dat een aanvraag wordt geweigerd of dat de aanvrager dingen moet aanpassen. De GGD hanteert namelijk strengere advieswaarden voor de gezondheidskundige beoordeling van geur. Volgens de GGD kunnen risico’s voor de volksgezondheid niet worden uitgesloten, ook al wordt voldaan aan de normen uit de Wet geurhinder veehouderij en/of een gemeentelijke geurverordening. Gemeenten kunnen in hun beleid opnemen dat de strengere advieswaarden van de GGD mogen worden toegepast bij de beoordeling van vergunningen.
Pluimvee- en varkensbedrijven die bij uitbreiding meer fijnstof gaan uitstoten, krijgen te maken met een endotoxinentoets. Hiervoor wordt het Endotoxinen toetsingskader 1.0 gebruikt.
In Gemert Bakel hebben CDA en lokale partijen een ruime meerderheid. Verantwoordelijk wethouder is Anke van Extel-Van Katwijk (CDA).
Handreiking Veehouderij en Volksgezondheid
Endotoxinekader 1.0

Eersel wil geurnormen verder aanscherpen

De gemeente Eersel wil de geurnormen voor veehouderijen die gaan uitbreiden, verder aanscherpen. Geldt nu nog in het buitengebied een maximale norm van 10 odeur, dat gaat straks naar 7 odeur, meldt het Eindhovens Dagblad. In de bebouwde kom mag het helemaal niet meer stinken: daar zou de norm naar 1 odeur moeten. De gemeenteraad moet nog instemmen met deze nieuwe normen.

De voorgestelde norm voor het buitengebied komt aardig in de buurt van de max 5 odeur die de gelijknamige werkgroep van bewonersgroepen nastreeft. Boven de 5 odeur is er een hoog risico op stankoverlast. Deze overlast veroorzaakt stress en dat is schadelijk voor de gezondheid van omwonenden. Ook kan stank leiden tot andere lichamelijke klachten.

De aanpassing van de gemeentelijke geurverordening komt voort uit het gedoogakkoord, waarin is opgenomen dat ‘verdere groei van geuremissie en daarmee gepaard gaande overlast (en mogelijke gezondheidsrisico’s) ongewenst is’. In het college van Eersel zitten CDA, D66 en PvdA-GroenLinks, met gedoogsteun van de VVD. De gemeenteraad telt 17 leden: 3 CDA-ers, 2 leden van PvdA-GroenLinks, 2 van de VVD, 4 van Eersel Anders, 3 van D66, 2 van Kernbeleid en 1 van Leefbaar Eersel.

Burgers verlaten huis en haard vanwege stank

Al ruim dertig jaar wonen Bert en Joke van Helvoirt aan het Laar in Berlicum. De buurman – een varkensboer – ontwikkelde langs illegale weg zijn bedrijf, waardoor ze al sinds 2009 in een ondraaglijke stank zitten. Dankzij de legalisatiepolitiek van de gemeente Sint Michielsgestel kreeg de varkensboer in plaats van een boete de benodigde vergunning.
Omdat de buurman nog verder wil uitbreiden (naar 3000 varkens en 11.000 biggen) en de gemeente daaraan wil meewerken, moeten Bert en Joke nu huis en haard verlaten. De gemeente koopt ze uit en geeft daarmee een duidelijk signaal af: in het buitengebied hebben we liever boeren dan burgers.
”Ik had hier echt niet weg gewild, maar ik kan niet meer tegen de stank”, zegt Bert van Helvoirt in het Brabants Dagblad. Zijn huis wordt gesloopt. Op die plek komen boompjes te staan voor de ”landschappelijke inpassing” van het varkensbedrijf van de gebroeders Van der Heijden.
De gemeente denkt het geld voor de uitkoop – ruim zeven ton – terug te krijgen van de varkensboer. Het bedrijf kan daar immers subsidie voor aanvragen. De gemeente zou zich dus financieel niet in de eigen vingers snijden. Dat uiteindelijk de belastingbetaler toch opdraait voor de kosten van een constructie die de agrarische sector bevoordeelt en de burger benadeelt – daar hebben ze het in Sint-Michielsgestel maar even niet over.

Joan Veldhuizen, eerste wethouder die opstapt vanwege groei veehouderij

Joan Veldhuizen, wethouder te Bladel, heeft haar ontslag ingediend omdat in haar gemeente het aantal dieren de komende jaren dreigt te verdubbelen. Het is voor haar niet aanvaardbaar dat de veehouderij zo kan groeien. Twee keer zoveel varkens, twee keer zoveel kippen en vier keer zoveel kalveren – dat staat Bladel te wachten. Joan Veldhuizen kan en wil geen verantwoordelijkheid nemen voor de risico’s die gepaard gaan met een verdere toename van de veestapel.
”Het gaat hier over de gezondheid van onze inwoners. Vergunningen die na 11 mei verstrekt worden, kunnen bij voortschrijdend inzicht over gezondheidsrisico’s niet meer ingetrokken worden. Daar maak ik mij ernstige zorgen over”, aldus Veldhuizen in een verklaring waarin ze haar ontslag bekend maakt.
Veldhuizen bezocht op 9 maart het debat in Deurne, georganiseerd door het Nationaal Burgerplatform Betere Gezondheid door Minder Vee. Daar spraken artsen over de gezondheidsrisico’s van de hedendaagse veehouderij. ”Hun advies was duidelijk: bij de bron aanpakken, dus minder dieren”, stelt Veldhuizen in haar ontslagverklaring.
Ze is de eerste wethouder in Nederland die consequenties verbindt aan haar standpunt dat alleen een drastische hervorming van de veehouderij kan leiden tot een leefbaar en gezond platteland. Het Eindhovens Dagblad gaf haar alle ruimte om haar standpunt toe te lichten: ”Opkomen voor gezondheid is geen linkse hobby”, kopte de krant op 25 maart.

Herkenbaar verhaal bewoners Leudal

Overal in het land ondervinden omwonenden van intensieve veehouderijen overlast: stank, stof en lawaai. Die overlast is de afgelopen jaren alleen maar erger geworden.
Woordvoerder Ton van de Wiel van de bewoners van het Karreveld in Heibloem spreekt over zijn ervaringen met vergunningverlening en handhaving in zijn gemeente. Op het Karreveld is een grote varkenshouderij van de Vossen Group gevestigd, alsmede een mestvergister. Een verhaal waarin velen zich zullen herkennen. Bron: Regio Leudal Nieuws

Minimale veranderingen in geurbeleid Sint Michielsgestel

Steeds meer gemeenten stellen in de strijd tegen stankoverlast hun geurnormen voor veehouderijen bij. Zo ook Sint Michielsgestel. De veranderingen zijn echter minimaal. De normen voor het buitengebied gaan in deze Brabantse gemeente weliswaar naar beneden van 14 odeur naar 10 odeur, maar bedrijven die nu meer stinken dan de norm, krijgen geen beperkingen opgelegd. Alleen als ze gaan vernieuwen, moeten ze aan de nieuwe normen voldoen. De vraag is echter of 10 odeur veel helpt. Een bedrijf dat onder die norm blijft, kan nog altijd behoorlijk stinken.

Ook in de afstanden tussen veehouderijen en omwonenden voert de gemeente Sint Michielsgestel een minimale aanpassing door: voor nieuwe bedrijven en bedrijfsuitbreidingen geldt in de bebouwde kom voortaan een afstand van 100 meter (was 50 meter) en in het buitengebied 50 meter (was 25 meter). Dat is nog altijd veel minder dan de 250 meter die vanuit het oogpunt van volksgezondheid al jaren lang door de GGD wordt geadviseerd.

De aanpassingen in het geurbeleid van Sint Michielsgestel bieden geen definitieve oplossing voor omwonenden van veehouderijen. Ook de boeren zijn er niet gelukkig mee. Voor hen zijn de aanpassingen veel te streng. De lokale afdeling van ZLTO reageert daarom zeer teleurgesteld. ‘De norm gaat zo ver naar beneden dat het voor ondernemers niet meer interessant is om hun bedrijf te verbeteren’, zegt afdelingsvoorzitter Pedro van Hedel op de website Nieuwe Oogst.

Lees meer over stank in de gemeente Sint Michielsgestel op www.geendankmaarstank.nl

Record aan dwangsommen voor megakippenboer in Friesland

Megakippenboer Tsjep Jorritsma uit het Friese Tzummarum hangt een record aan dwangsommen boven het hoofd als hij niet op zeer korte termijn een groot aantal overtredingen ongedaan maakt. Aan de overtredingen zit een prijskaartje van in totaal €750.000.

Na aanhoudende stankoverlast en langdurig klagen hebben omwonenden het voor elkaar gekregen dat er een grootscheepse inspectie op het bedrijf is uitgevoerd. Daarbij heeft de Friese Uitvoeringsdienst voor Milieu en Omgeving (FUMO) assistentie gekregen van de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit (NVWA). De controleurs hebben zeer ernstige overtredingen vastgesteld, zoals:

  • een overbezetting van de stallen (371.300 vleeskuikens vergund, 406.240 aanwezig),
  • het ontbreken van stuwbakken bij de ventilatoren (noodzakelijk om stankoverlast tegen te gaan),
  • luchtwassers die niet goed functioneren,
  • gebruik van niet-vergunde middelen in de luchtwassers,
  • ammoniakgassen die niet worden gemeten,
  • stank in de hydrolyseput en ammoniakdampen in de hydrolyseloods,
  • gebrekkige registratie beluchting in de stallen,
  • rondslingerend asbest,
  • ondeugdelijke opslag van gevaarlijke stoffen.

Jorritsma had op het moment van de controle aan de Hoarnestreek in Tzummarum elf stallen met vleeskuikens in gebruik, drie biovergistersilo’s, twee warmtekrachtkoppelingsinstallaties en een mestverwerkingsinstallatie. Het bedrijf bevindt zich aan de rand van de Waddenzee, een hoogwaardig natuurgebied. Al in 1996 heeft de megakippenboer een mega-uitstoot van van 13.760 NH3 kg/jr vergund gekregen. Een actuele NB-wet vergunning ontbreekt echter. Ook een overtreding die zo spoedig mogelijk ongedaan moet worden gemaakt, stellen de controleurs in hun verslag vast.

Terwijl in omgevingsvergunningen telkens is aangegeven dat de situatie zal verbeteren en de overlast zal afnemen, klagen omwonenden al geruime tijd over stank- en geluidsoverlast. Ze maken melding van gezondheidsproblemen, zoals longproblemen en hoofdpijn. De ellende begon pas goed toen de eerste biovergister in gebruik werd genomen. De GGD Friesland heeft onlangs een inventarisatie gemaakt van de klachten.

Jorritsma mag graag met enige trots over zijn bedrijf vertellen, zoals in deze video:

Zie verder: De buren van Tsjep Jorritsma

Barneveld ”hotspot” fijnstof

De gemeente Barneveld is een ”hotspot” als het gaat om fijnstof. De GGD Gelderland Midden heeft kaarten gemaakt op grond van gegevens over luchtverontreiniging. Op die kaarten staat Barneveld, samen met Nijmegen, donkerbruin gekleurd, met de hoogste gemiddelde concentratie fijnstof (PM10) van de hele provincie.

Opvallend is de omvang van het gebied rond Barneveld. Het is ongeveer zeven keer groter dan de andere Gelderse ”hotspot” Nijmegen. Het omvat een groot deel van het buitengebied: Achterveld, Terschuur, De Glind, Nederwoud, Lunterse Veld, Buurtbos, Ederveen, Schuttersveld, Heestereng, Wormshoef, Kootwijkerbroek. In deze gebieden bevindt zich een enorme concentratie van pluimveebedrijven, die sinds de omschakeling van batterij- naar scharrelhuisvesting tien keer zoveel fijnstof uitstoten.

Op acht locaties in Barneveld werd nét onder de norm voor fijnstof gemeten, met gehaltes van 29 tot 31 microgram. De GGD merkt op dat de wettelijke grenswaarden de volksgezondheid niet beschermen. Ook bij concentraties ver onder de EU-normen veroorzaakt luchtverontreiniging gezondheidseffecten.

De bedrijven werken samen onder de noemer Regio Food Valley. Ze willen zich ontwikkelen tot hét agrofoodcentrum van Europa, ”de internationale topregio voor kennis en innovaties op gebied van gezonde en duurzame voeding”.
Uit onderzoek blijkt nu dat deze ”topregio” schade aan de gezondheid van burgers veroorzaakt. De gemeente Barneveld gaat daarom samen met Ede, Scherpenzeel en Renswoude aan de slag om de luchtkwaliteit te verbeteren. Er komt dit najaar een plan van aanpak, waarin het terugdringen van emissies door de veehouderij centraal staat.

De bedoeling is dat met de reductie van fijnstof ook de uitstoot van geur wordt teruggebracht.

Bron: Naar een gezonde lucht in Gelderland en Regio Food Valley