Overheid verzuimt burger te betrekken bij sanering varkenshouderij

De regering trekt 120 miljoen uit voor een sanering van de varkenshouderij, maar verzuimt daarbij de burger te betrekken. De regeling is een één-tweetje tussen overheid en bedrijfsleven, aldus de werkgroep max5odeur in een reactie. Dat is vreemd, want de subsidies zijn juist bedoeld om burgers in het buitengebied te verlossen van ernstige stankoverlast. Het had dus voor de hand gelegen diezelfde burger van het begin af aan een stem te geven in de regeling.

Het belang van gedupeerden komt daardoor niet tot uitdrukking in de regeling, aldus de werkgroep. ”Stankhinder wordt weliswaar benoemd als schadelijk voor leefklimaat en woongenot, gezondheid en waarde van de woningen, maar dat de stankhinder een bedreiging vormt van een veilige woonomgeving wordt buiten beschouwing gelaten. Dit is een zware tekortkoming, de gevolgen van stankhinder worden stelselmatig onderschat, de regeling zal in zijn huidige vorm daardoor uiteindelijk slechts een beperkt effect hebben op de reductie van stankoverlast”, voorspelt max5odeur.
De werkgroep pleit voor een totaalaanpak (inclusief herziening van het stankbeleid en de bijbehorende wet- en regelgeving). Alleen via een totaalaanpak kan ervoor worden gezorgd dat de 120 miljoen voor het saneringsspoor meer is dan een druppel op de gloeiende plaat.

De werkgroep betreurt het dat de sanering van de overbelaste situaties gebaseerd is op vrijwilligheid. ”De varkenssector wordt een worst voorgehouden en het is maar afwachten wie er hapt. Daardoor zullen er talrijke overbelaste situaties blijven bestaan. Dat had voorkomen kunnen worden door de overlastgebieden in kaart te brengen en in de ergste gevallen een saneringsplicht op te leggen. Wij missen een sturende rol van de overheid. Een dergelijk rol is op zijn plaats, gezien de ernst van de situatie: de veiligheid van de woonomgeving staat op het spel. Nu zijn er geen garanties dat de ergste stinkerds ertussenuit worden gehaald en er is geen garantie dat de regeling over het geheel genomen tot een voor omwonenden acceptabele afname van de geurbelasting leidt.”

De sanering van de varkenshouderij is ook niet in overeenstemming met het advies van de commissie Biesheuvel. Die stelt: ”Bij het zoeken van oplossingen voor concrete knelpunten zal een gemeente of provincie keuzes moeten maken. Keuzes die een grote impact kunnen hebben op veehouders, omwonenden en andere betrokkenen. Keuzes die pijn kunnen doen. Keuzes die geld zullen kosten. Soms veel geld. Om die keuzes weloverwogen te maken, is persoonlijk contact met en participatie van betrokkenen onontbeerlijk. Ook pleit de Commissie voor afstemming met de rijksoverheid over de financiële consequenties en de impact daarvan. Vervolgens is het aan de politiek om een zorgvuldige en transparante belangenafweging te maken, waarbij alle belangen worden betrokken en te zorgen voor een passende schadevergoeding en nadeelcompensatie voor degenen die door de belangenafweging worden benadeeld.”

Commissie Biesheuvel dringt aan op structurele maatregelen tegen stank veehouderij

De commissie Biesheuvel dringt aan op structurele maatregelen tegen stank veroorzaakt door de veehouderij. Omwonenden worden nu te weinig beschermd. In een advies aan staatssecretaris Van Veldhoven van het ministerie van I&W vraagt de commissie om grenswaarden waar veehouderijen zich permanent aan moeten houden. ”Niet alleen op papier, maar ook in de praktijk.”

”Voordeel van een systeem van emissiegrenswaarden is dat de veehouder daar te allen tijde door het bevoegd gezag – al dan niet op verzoek van omwonenden – op kan worden aangesproken”, aldus de commissie. ”Met de huidige regelgeving is dat niet het geval. Ander voordeel is dat de veehouder op meerdere manieren kan zorgen dat hij voldoet aan de emissiegrenswaarden. Niet alleen luchtwassers, maar ook verbeteringen in het stalklimaat kunnen daaraan een bijdrage leveren. De veehouder heeft dus meer vrijheid bij de keuze van maatregelen die hij wil treffen om aan de emissiegrenswaarden te voldoen.”

Voorwaarde is wel dat stank goed kan worden gemeten. De commissie adviseert onderzoek te doen naar alternatieven voor de huidige meetmethoden met geurpanels.
De commissie vraagt voorts aandacht voor ”cumulatie”. Stankoverlast ontstaat vaak doordat binnen de huidige wet- en regelgeving te weinig rekening wordt gehouden met meerdere veehouderijen die tegelijkertijd stank produceren. Deze verschillende stankbronnen worden bij de stankberekening niet bij elkaar opgeteld, terwijl dat eigenlijk wel zou moeten. Gebeurt dat niet, dan is er vrijwel altijd sprake van een onderschatting van de stank.

Ingrijpen bij stankoverlast
Ook zouden gemeenten en provincies meer mogelijkheden moeten krijgen om in te grijpen bij stankoverlast.  Daarbij is het belangrijk dat gemeenten maatwerk kunnen leveren en bestaande rechten kunnen beperken. Een gemeente moet kunnen bepalen welke mate van cumulatieve geurbelasting op woningen en andere geurgevoelige objecten zij in een bepaald gebied acceptabel vinden. ”Daarbij is tevens van cruciaal belang dat ook bestaande rechten van veehouders kunnen worden beperkt, indien dat
nodig is voor het realiseren van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in een bepaald gebied.”

Onvoldoende bescherming
De commissie komt tot de conclusie dat het stankprobleem van de veehouderij omvangrijk en complex is. In het advies ”Geur bekennen” wordt de vinger op een groot aantal zere plekken gelegd. Kern van de zaak is dat de wetgeving omwonenden onvoldoende bescherming biedt. Bestaande rechten van veehouderijen worden wel beschermd. Daardoor kan stankoverlast slechts zeer beperkt worden aangepakt. Voor een oplossing van dit vraagstuk, aldus de commissie, op z’n minst erkenning van het probleem noodzakelijk, een probleem dat veel impact heeft op het dagelijks leven van mensen.

Scherpe tegenstellingen
De impact van de stank blijft niet beperkt tot overlast voor individuen, signaleert de commissie, die niet alleen sprak met veehouders en ambtenaren, maar ook bijeenkomsten belegde voor bewonersgroepen. Tijdens die bijeenkomsten werd duidelijk dat het stankprobleem doorwerkt ”in de sociale samenhang in gemeenschappen. Deelnemers ervaren scherpe tegenstellingen in de gemeenschap. Aan de ene kant staan de mensen die gelieerd zijn aan de veehouderij en aan de andere kant staan de mensen die overlast van veehouderijen hebben. Mensen vertellen dat zij het afschuwelijk vinden om voortdurend in hun eigen gemeenschap te moeten opkomen voor hun rechten en daarbij steeds als lastig en vervelend te worden weggezet. Dit veroorzaakt een gespleten gemeenschap. Sommige mensen zijn daardoor bang openlijk hun belangen te verdedigen.’

Papieren werkelijkheid
De commissie stelt vast dat de huidige regelgeving is gebaseerd op berekende, gemiddelde geuremissies in plaats van daadwerkelijk gemeten waarden. Op basis van een papieren werkelijkheid bouwen veehouders rechten op, die in geval van overlast moeilijk zijn terug te draaien.
”Als een veehouder een bepaald stalsysteem met een aantal dieren vergund heeft gekregen, dan hoeft hij zich uitsluitend aan de vergunning(voorschriften) te houden. Blijkt de feitelijke geurbelasting in de praktijk hoger dan de vergunde geurbelasting, dan kan de veehouder daarop door de overheid juridisch niet worden aangesproken, zolang hij zich aan de vergunning(voorschriften) houdt.”’

”Keuzes die pijn doen”
Bij het zoeken van oplossingen voor concrete knelpunten zal een gemeente of provincie keuzes moeten maken, aldus de commissie. ”Keuzes die een grote impact kunnen hebben op veehouders, omwonenden en andere betrokkenen. Keuzes die pijn kunnen doen. Keuzes die geld zullen kosten. Soms veel geld. Om die keuzes weloverwogen te maken, is persoonlijk contact met en participatie van betrokkenen onontbeerlijk.”
De Commissie pleit voor afstemming met de rijksoverheid over de financiële consequenties. Het aan de politiek om een zorgvuldige en transparante belangenafweging te maken. De commissie noemt een passende schadevergoeding en nadeelcompensatie voor degenen die door de belangenafweging worden benadeeld.

Luchtwassers
Aanleiding voor het advies van de commissie Biesheuvel was het onderzoek naar het disfunctioneren van zogeheten combi-luchtwassers en de aanpassing van de emissiefactoren in juni 2018. Doordat deze luchtwassers niet doen wat ze beloven zitten omwonenden veel meer in de stank dan in vergunningen is vastgelegd. Volgens Biesheuvel zijn er in Nederland ongeveer 5000 combi-luchtwassers geïnstalleerd. Uit gesprekken met vertegenwoordigers van de luchtwasserbranche
blijkt dat ongeveer 25 procent onder de maat is geproduceerd. Dat wil zeggen dat deze luchtwassers in principe wel voldoen aan de gestelde eisen, maar door materiaalkeuze, ontwerp en uitvoering van mindere kwaliteit zouden zijn. Nog eens 25% zou niet voldoende functioneren als gevolg van verkeerd gebruik en/of onderhoud.

”Markt luchtwassers is kapot”
Ten gevolge van de nieuwe emissiefactoren is er in de varkenssector momenteel weinig vertrouwen om te investeren en te vernieuwen, aldus Biesheuvel. De luchtwasserfabrikanten stellen vast dat de markt kapot is. Ze doen een aantal opmerkelijke uitspraken: ze benadrukken dat veehouders niet hoeven te voldoen aan een doelvoorschrift, maar alleen aan een middelvoorschrift. Dat is volgens hen geen stimulans voor veehouders om de geur zoveel mogelijk terug te dringen.  ”In je doelvoorschrift zeg je tegen die boer: het is jouw probleem. Als hij dan een slechte luchtwasser heeft, haalt hij dat doel niet en heeft hij een probleem met de handhaver. Nu werkt dat niet zo en dat heeft weerslag op de keuze van een veehouder bij de aanschaf van een luchtwasser.” Fabrikanten signaleren dat veehouders bij de aankoop van een luchtwasser vooral letten op een lage prijs. Dat maakt het voor de fabrikanten lastig om kwaliteit te leveren. Alles moet zo goedkoop mogelijk. ”Zo is de markt gegroeid. Daar moet je nu weer uit zien te komen om kwaliteit te kunnen leveren”.

De commissie gaat uitvoerig in op de mogelijkheden om iets te doen tegen reeds vergunde luchtwassers, zoals handhaving, het opleggen van extra geurreducerende maatregelen of het intrekken van de vergunning.. ”Om tot intrekking van een eenmaal verleende en in de regel onherroepelijke vergunning over te
kunnen gaan, moeten de milieugevolgen daarvan dermate ernstig zijn, dat deze niet alleen als ongewenst, maar gelet op de meest recente algemeen aanvaarde milieutechnische inzichten zonder meer als ontoelaatbaar worden aangemerkt.”
Helaas adviseert de commissie niet om de zogeheten 50%-regeling in te trekken, iets waar bewonersgroepen wel om hadden gevraagd.

adviesrapport-geur-bekennen-combi-luchtwassers-varkenshouderijen-en-geurhinder

Hilko Ellen: ”Weinig oplossingen voor geur uit kippenstallen”

Onderzoeker Hilko Ellen van Wageningen Universiteit Research waarschuwt voor al te groot optimisme bij de bestrijding van stank uit pluimveestallen:

”Voor het voorkomen van geur zijn er nog maar weinig oplossingen voorhanden. In vergelijking met ammoniak en fijnstof is geur minder grijpbaar. Geur bestaat niet uit één stof. Over geur weten we nog lang niet alles. Welke stoffen veroorzaken bijvoorbeeld de typische geur van een vleeskuikenstal en van een legkippenstal? Meer onderzoek is nodig. We weten dat je met voersamenstelling en stalmanagement wel enige invloed op geur kunt uitoefenen, maar dat is beperkt”, zegt hij vandaag op de website nieuweoogst.nl

Wil je fijnstof, ammoniak en ook geur echt goed aanpakken, dan zul je naar andere stalsystemen toe moeten, aldus Ellen. Al die miljoenen kippen die in hun eigen mest scharrelen veroorzaken een groot probleem. ”Als je bijvoorbeeld hennen laat scharrelen in strooisel dat niet grotendeels uit mest bestaat, kun je veel winnen”.

De laatste tijd wordt veel gesproken over een aanpak bij de bron. Dit houdt in dat er ook gekeken wordt naar hele nieuwe stalconcepten. Ellen: ”Wil je pijnpunten als geur en emissies van fijnstof en ammoniak bij de bron aanpakken en bovendien de kip zo veel mogelijk in staat stellen haar natuurlijke gedrag uit te oefenen, dan lijkt het logisch om een stal te maken met verschillende functiegebieden. Een plek om eieren te leggen, een plek voor eten en drinken, ruimte om te scharrelen en te stofbaden en een plek om te rusten en te slapen.”

Brabants Burgerplatform stelt ”Handvest Burgerrechten” op

Het Brabants Burgerplatform Minder Beesten heeft een ”Handvest Burgerrechten” opgesteld. In dat handvest is weergegeven waar burgers op het platteland recht op hebben:

  1. Gezondheid doorslaggevend in ruimtelijk beleid
  2. Herstel kwaliteit lucht, bodem en water
  3. Continue monitoring en directe attendering bij zoönose-risico
  4. Directe en adequate maatregelen bij uitbraak van een zoönose
  5. Liefst lokale circulaire veehouderij in balans met behoeften van bodem en bevolking
  6. Substantiële krimp van de veestapel, te beginnen in dichtbevolkte veedichte gebieden
  7. Veilige afstanden tussen veehouderijbedrijven en burgerwoningen
  8. Strengere emissie-eisen bij grotere veedichtheid
  9. Dialoog vanaf het begin bij initiatieven in de directe leefomgeving
  10. Lik-op-stuk handhaving bij fraude en overschrijding van normen

Het Handvest Burgerrechten is op 11 maart aangeboden aan de Statenleden van de Provincie Brabant die in Deurne deelnamen aan het debat over veehouderij, leefbaarheid en gezondheid.

Planschade toegekend aan buren van boer met mestvergister

De Raad van State heeft een vergoeding wegens planschade toegekend aan buren van een boer met een mestvergister. De boer – Frank van Genugten uit Sint Oedenrode – moet aan de ene buur €14.100 en aan de andere €24.575 euro betalen.

Voor plaatsing van de mestvergister is door de gemeente een vrijstelling van het bestemmingsplan geregeld. De boer moest wel tekenen voor een eventuele planschadevergoeding, als die door gedupeerden geëist zou worden.

Twee buren stapten daarop naar de rechter vanwege onder meer een toename stankoverlast. De rechtbank Oost Brabant vroeg de Stichting Advies Bestuursrechtspraak om advies. Deze constateerde dat de tijd dat de geur waarneembaar is ter plaatse van de ene buur toeneemt van 19 naar 440 uur per jaar, en bij de andere buur van 4 naar 220 uur per jaar.

De rechtbank Oost Brabant stelde de omwonenden in het gelijk, waarna de boer in hoger beroep ging. De buren zijn nu door de Raad van State opnieuw in het gelijk gesteld. Wel heeft de rechter een ”eigen risico” van 3% opgelegd in plaats van de gebruikelijke 2%. Dit omdat een zekere waardedaling binnen het risico valt dat je nu eenmaal loopt als je in het buitengebied woont.

Klik hier voor de uitspraak van de Raad van State

Zeven veehouderijen in Nederweert overschrijden grenswaarden fijnstof

In Nederweert staan zeven veehouderijen die nog altijd de grenswaarden voor fijnstof overschrijden of dreigen te overschrijden. Dat waren er vorig jaar nog negen en het jaar daarvoor dertien. Op de lijst met overschrijders scoort Nederweert al jaren het hoogst. Maar de daling is wel ingezet.

In Barneveld staan nog altijd vier veehouderijen op deze lijst. Een daarvan is de veelgeprezen Rondeelstal. Populair vanwege dierenwelzijn, maar nog altijd zeer problematisch wat betreft de uitstoot van fijnstof. Ook in Ede gaat het om vier veehouderijen. In totaal staan er op dit moment 24 veehouderijen op de lijst, die is gebaseerd op berekeningen van het RIVM.

De hoge score van Nederweert is opmerkelijk omdat daar een Platform gezonde Veehouderij in een Gezonde Leefomgeving is opgericht. Dit Platform heeft eind vorig jaar een zogeheten ”praatplaat” opgesteld.
Afbeelding praatpaal

Daaruit blijkt dat de diverse partijen die betrokken zijn bij het thema vooral veel met elkaar hebben gesproken. Maar praatjes vullen nog geen gaatjes, luidt een oud gezegde.
Het Platform heeft er niet voor kunnen zorgen dat de fijnstofnormen overal worden gerespecteerd. Er zijn nog steeds bedrijven die al jaren teveel fijnstof uitstoten, zoals de pluimveehouderij van Teeuwen aan de Hardsteeg 3, pluimveehouderij Moonen aan de Peelsteeg 2, pluimveehouder Van den Schoor aan de Eindhovensebaan 2 A, Bala BV aan de Eindhovensebaan 4,  en eierfarm Stals aan de Kuilstraat 23.

”Voor geur is het mogelijk dat een gemeente geurnormen vaststelt en dit is dan ook gedaan”, aldus Daphne Kemkens van de gemeente Nederweert. ”Voor fijnstof ligt dit veel moeilijker; hiervoor gelden door de landelijke overheid vastgestelde normen.”
De belangrijkste winst is volgens haar dat er kennisverbreding heeft plaatsgevonden en dat de personen die elkaar normaliter niet opzochten, nu samengewerkt hebben.

Lijst inrichtingen voor het houden van landbouwhuisdieren overschrijding fijnstof 2018

Max5odeur: directeur POV geeft valse voorstelling van zaken

De werkgroep max5odeur heeft bij Linda Janssen, directeur van de Producenten Organisatie Varkenshouderij (POV), bezwaar gemaakt tegen haar uitlatingen over burgers die zich inzetten voor een beter leefklimaat. Janssen schildert hen af als een stel beroepsactivisten.

Op een bijeenkomst ter gelegenheid van Pigbusiness Jaarspecial, betoogde Janssen: ”Er lopen dagelijks 17 FTE’s in Nederland rond en ze zitten aan elke overlegtafel. Ze hebben maar één doel: Minder varkens in Nederland.” De werkgroep max5odeur heeft bij Janssen bezwaar gemaakt tegen deze onjuiste voorstelling van zaken.

”Uw uitlatingen kloppen in zoverre dat de burgers die betrokken zijn bij de overlegtafels waarover u spreekt, één varkensgeluid en één pluimveegeluid laten horen: minder varkens en minder kippen. Maar het klopt niet dat deze burgers vanuit enig dienstverband opereren. Genoemde werkzaamheden worden geheel pro deo uitgevoerd. Wij zijn allen vrijwilligers, er is geen sprake van een FTE, o.i.d, wij doen dit alles in onze eigen vrije tijd vanuit een sterke motivatie om de leefbaarheid in talrijke plattelandsgemeenten waar de agrarische sector dominant aanwezig is, te verbeteren.”

Volgens de leden van de werkgroep max5odeur is deze valse voorstelling van zaken niet bevorderlijk voor het overleg dat gaande is. Leden van de werkgroep max5odeur hebben deelgenomen aan de evaluatie Wet Geurhinder Veehouderij, de klankbordgroep Handreiking Veehouderij en Gezondheid en aan de gesprekken met de Commissie Biesheuvel. Op het moment nemen zij deel aan de klankbordgroep vervolgonderzoek verbetering rendement luchtwassers.

Update 6 januari 2019
Linda Janssen, directeur van de POV, is niet bereid tot een rectificatie, zo blijkt uit haar antwoord op een verzoek van max5odeur om publiekelijk haar uitspraak te corrigeren. De enige correctie die volgens haar noodzakelijk is, betreft het aantal FTE’s. Dat zijn er geen 17 maar 18. Verder blijft ze erbij dat alle mensen die op pad zijn om de belangen van de ‘minder varkens boodschap’ te behartigen gezamenlijk 18 fte volmaken.

Klik hier voor het optreden van Janssen op de bijeenkomst van Pigbusiness jaarspecial

Letterlijk heeft ze daar gezegd:
”Natuurorganisaties, milieuorganisaties en dierenactivisten hebben een gezamenlijke agenda en die agenda is: minder varkens in NL. Het gaat elke dag om 18 FTE wat door heel NL rijdt en overal roept dat er minder varkens moeten worden gehouden. We komen ze overal tegen, in de provincies, aan alle klimaattafels, we komen ze als het gaat over luchtwassers tegen, over mest – op alle thema’s zitten ze met één agenda: minder varkens in NL.”

Op Pigbusiness.nl is meer te vinden over de campagne die de POV op het moment voert met een reeks artikelen over dierenactivisme in Nederland. Het is een bekende methode van organisaties die gebukt gaan onder interne verdeeldheid: creëer een gemeenschappelijke vijand en maak deze zo groot mogelijk.

Bestrijding stankoverlast ontbreekt bij integraal duurzame stallen

Bestrijding van stankoverlast ontbreekt bij de beoordeling of stallen van veehouderijen integraal duurzaam zijn of niet. Dit is in tegenspraak met toezeggingen die staatssecretaris Van Veldhoven (I&M) aan de Tweede Kamer heeft gedaan.

Op 14 december 2017 zei Van Veldhoven tijdens een overleg met de Tweede Kamer dat de aanpak van stankoverlast onderdeel zou worden van de integrale verduurzamingsaanpak veehouderij. In de recent gepubliceerde ”Monitoring integraal duurzame stallen” komt het woord stank of geur echter niet voor. Stallen krijgen het predikaat integraal duurzaam zonder dat de veehouder iets extra’s hoeft te doen aan stankbestrijding.

De monitoring is vandaag aangeboden aan de Tweede Kamer door de collega van Van Veldhoven, minister Carola Schouten van LNV. Noch in het rapport, noch in de definitie van integraal duurzame stallen staat geur of stank vermeld als duurzaamheidsthema. In de begeleidende kamerbrief verwijst Schouten naar gesprekken met dierlijke sectoren en maatschappelijke partijen. Waar Van Veldhoven in december 2017 nog burgers op het oog had als overlegpartner, worden die nu niet eens meer genoemd.

Definitie integraal duurzame stallen
Integraal duurzame stallen zijn gedefinieerd als stal- en houderijsystemen waarin verschillende duurzaamheidkenmerken in onderlinge samenhang zijn verbeterd ten opzichte van de regulier toegepaste stallen of systemen. Het gaat om stallen en houderijsystemen die het dierenwelzijn extra verbeteren door het toepassen van maatregelen die verder gaan dan de wettelijke welzijnsnormen en die daarnaast tenminste voldoen aan andere maatschappelijke randvoorwaarden en wettelijke eisen
voor milieu, diergezondheid en arbeidsomstandigheden én economisch haalbaar zijn.

Volgens deze definitie zijn inmiddels een derde van de varkensstallen en veertig procent van de pluimveestallen integraal duurzaam, aldus het monitoringsrapport.

Blijf bellen, blijf klagen bij stankoverlast

Blijf bellen, blijf klagen en hou een dagboek bij. Dat adviseert Hugo van Belois, expert op het gebied van lucht- en leefkwaliteit, op de website van De Monitor van KRO-NCRV.

Het is volgens Van Belois van groot belang dat de overheid meer inzicht krijgt in de mate van stankoverlast in Nederland. ”Het ontbreekt aan een actueel beeld, aan een monitor waarmee duidelijk in kaart kan worden gebracht hoe vaak geuroverlast voorkomt, hoeveel mensen overlast ervaren en waar de geur dan vandaan komt. Daarom is er eigenlijk geen duidelijk beeld van de omvang van de geurproblematiek op dit moment”, zegt hij.

Hij adviseert stankoverlast altijd te melden bij het bevoegd gezag, dus bij de gemeente of provincie. Blijf bellen en klagen als de overlast aanhoudt, aldus Van Belois.’‘Daarbij is het cruciaal dat je als burger goed kunt uitleggen wat er aan de hand is en waar de schoen precies wringt voor jou.’

Van Belois adviseert burgers om altijd een dagboek bij te houden. ”Als burger is het verstandig de overlast systematisch bij te houden. Schrijf op wanneer je thuis bent en waar en wanneer je precies overlast ervaart. Hou bij hoe lang de overlast al duurt, hoe erg het voor jou is, waar je denkt dat het vandaan komt en waar het naar ruikt. En bovenal: blijf bellen, blijf klagen. Gemeenten en provincies hebben die informatie nodig’’. Burgers kunnen ook aandringen op een geuronderzoek. Dan worden er luchtmonsters genomen bij een bedrijf en deze worden in een lab door een geurpanel beoordeeld. Stankoverlast moet niet worden onderschat,aldus Van Belois. Het kan leiden tot gezondheidsproblemen.

RIVM rapporteert toename geurhinder veehouderij

Het RIVM rapporteert over de afgelopen acht jaar een toename van geurhinder ten gevolge van agrarische bedrijven en het uitrijden van mest. Uit een representatieve steekproef blijkt dat in 2016 ruim twee keer zoveel Nederlanders ernstige geurhinder hebben ervaren ten opzichte van 2008. Het percentage is gestegen van 1% naar 2,5%. Het aantal Nederlanders dat in 2016 zei hinder te ondervinden, was gestegen van 4% in 2008 naar 6% in 2016.

Voor het eerst is ook gevraagd naar de gevolgen voor de nachtrust van geurhinder. Zes procent meldt enige tot ernstige slaapverstoring. Ook is gevraagd naar de mate van bezorgdheid over de eigen veiligheid. Het aantal ondervraagden dat zegt bezorgd over het wonen in de buurt van een intensieve veehouderij (4,3%) ligt dicht in de buurt van het aantal mensen dat aangeeft bezorgd te zijn over het wonen in de buurt van een risicovol bedrijf (4,6%).

Bekeken over een langere periode (1993 tot 2016) komt het RIVM tot de conclusie dat geurhinder ten gevolgen van agrarische bedrijven en het uitrijden van mest is afgenomen. Deze conclusie is door veel media overgenomen. De tabellen laten echter een meer gedetailleerd beeld zien en daaruit blijkt dat de geurhinder door agrarische bedrijven en mest uitrijden lager is dan in 1993, maar sinds 2008 aanzienlijk is toegenomen. Bekeken over een periode van 23 jaar is de geurhinder ongeveer gehalveerd.
Beleving Woonomgeving in Nederland. Inventarisatie Verstoringen 2016