Geen nieuwe stallen voor vleeskuikens in Asten vanwege stank

De gemeente Asten wil in het buitengebied geen nieuwe stallen meer voor vleeskuikens. Ook mogen bedrijven met leghennen niet omschakelen naar vleeskuikens. Belangrijkste argument: stank.

Volgens de gemeente kloppen de geurberekeningen niet die voor vleeskuikens worden gemaakt. Omwonenden ervaren meer stankoverlast dan in vergunningen is aangegeven. Vooral in de laatste twee weken van de levenscyclus van mestkuikens is er een piek in de uitstoot van stank. De eerste vier weken is het nog te doen, maar de laatste twee weken is de stank niet te harden.
Onlangs zijn de emissiefactoren van vleeskuikens wel aangepast, maar dat is voor de gemeente Asten niet genoeg. De boerenorganisatie ZLTO is het daar niet mee eens en stapte naar de Raad van State om de wijziging van het bestemmingsplan tegen te houden. Ook de norm voor endotoxinen, die de gemeente Asten wil invoeren met het nieuwe bestemmingsplan, kan niet op steun van ZLTO rekenen.
In Asten bestaat een overbelaste situatie, vooral ten zuiden van Heusden. Aan de Oosterseweg 1 heeft het bedrijf van Knippels onlangs nog mogen uitbreiden naar 237.000 vleeskuikens.

Zeven veehouderijen in Nederweert overschrijden grenswaarden fijnstof

In Nederweert staan zeven veehouderijen die nog altijd de grenswaarden voor fijnstof overschrijden of dreigen te overschrijden. Dat waren er vorig jaar nog negen en het jaar daarvoor dertien. Op de lijst met overschrijders scoort Nederweert al jaren het hoogst. Maar de daling is wel ingezet.

In Barneveld staan nog altijd vier veehouderijen op deze lijst. Een daarvan is de veelgeprezen Rondeelstal. Populair vanwege dierenwelzijn, maar nog altijd zeer problematisch wat betreft de uitstoot van fijnstof. Ook in Ede gaat het om vier veehouderijen. In totaal staan er op dit moment 24 veehouderijen op de lijst, die is gebaseerd op berekeningen van het RIVM.

De hoge score van Nederweert is opmerkelijk omdat daar een Platform gezonde Veehouderij in een Gezonde Leefomgeving is opgericht. Dit Platform heeft eind vorig jaar een zogeheten ”praatplaat” opgesteld.
Afbeelding praatpaal

Daaruit blijkt dat de diverse partijen die betrokken zijn bij het thema vooral veel met elkaar hebben gesproken. Maar praatjes vullen nog geen gaatjes, luidt een oud gezegde.
Het Platform heeft er niet voor kunnen zorgen dat de fijnstofnormen overal worden gerespecteerd. Er zijn nog steeds bedrijven die al jaren teveel fijnstof uitstoten, zoals de pluimveehouderij van Teeuwen aan de Hardsteeg 3, pluimveehouderij Moonen aan de Peelsteeg 2, pluimveehouder Van den Schoor aan de Eindhovensebaan 2 A, Bala BV aan de Eindhovensebaan 4,  en eierfarm Stals aan de Kuilstraat 23.

”Voor geur is het mogelijk dat een gemeente geurnormen vaststelt en dit is dan ook gedaan”, aldus Daphne Kemkens van de gemeente Nederweert. ”Voor fijnstof ligt dit veel moeilijker; hiervoor gelden door de landelijke overheid vastgestelde normen.”
De belangrijkste winst is volgens haar dat er kennisverbreding heeft plaatsgevonden en dat de personen die elkaar normaliter niet opzochten, nu samengewerkt hebben.

Lijst inrichtingen voor het houden van landbouwhuisdieren overschrijding fijnstof 2018

Max5odeur: directeur POV geeft valse voorstelling van zaken

De werkgroep max5odeur heeft bij Linda Janssen, directeur van de Producenten Organisatie Varkenshouderij (POV), bezwaar gemaakt tegen haar uitlatingen over burgers die zich inzetten voor een beter leefklimaat. Janssen schildert hen af als een stel beroepsactivisten.

Op een bijeenkomst ter gelegenheid van Pigbusiness Jaarspecial, betoogde Janssen: ”Er lopen dagelijks 17 FTE’s in Nederland rond en ze zitten aan elke overlegtafel. Ze hebben maar één doel: Minder varkens in Nederland.” De werkgroep max5odeur heeft bij Janssen bezwaar gemaakt tegen deze onjuiste voorstelling van zaken.

”Uw uitlatingen kloppen in zoverre dat de burgers die betrokken zijn bij de overlegtafels waarover u spreekt, één varkensgeluid en één pluimveegeluid laten horen: minder varkens en minder kippen. Maar het klopt niet dat deze burgers vanuit enig dienstverband opereren. Genoemde werkzaamheden worden geheel pro deo uitgevoerd. Wij zijn allen vrijwilligers, er is geen sprake van een FTE, o.i.d, wij doen dit alles in onze eigen vrije tijd vanuit een sterke motivatie om de leefbaarheid in talrijke plattelandsgemeenten waar de agrarische sector dominant aanwezig is, te verbeteren.”

Volgens de leden van de werkgroep max5odeur is deze valse voorstelling van zaken niet bevorderlijk voor het overleg dat gaande is. Leden van de werkgroep max5odeur hebben deelgenomen aan de evaluatie Wet Geurhinder Veehouderij, de klankbordgroep Handreiking Veehouderij en Gezondheid en aan de gesprekken met de Commissie Biesheuvel. Op het moment nemen zij deel aan de klankbordgroep vervolgonderzoek verbetering rendement luchtwassers.

Update 6 januari 2019
Linda Janssen, directeur van de POV, is niet bereid tot een rectificatie, zo blijkt uit haar antwoord op een verzoek van max5odeur om publiekelijk haar uitspraak te corrigeren. De enige correctie die volgens haar noodzakelijk is, betreft het aantal FTE’s. Dat zijn er geen 17 maar 18. Verder blijft ze erbij dat alle mensen die op pad zijn om de belangen van de ‘minder varkens boodschap’ te behartigen gezamenlijk 18 fte volmaken.

Klik hier voor het optreden van Janssen op de bijeenkomst van Pigbusiness jaarspecial

Letterlijk heeft ze daar gezegd:
”Natuurorganisaties, milieuorganisaties en dierenactivisten hebben een gezamenlijke agenda en die agenda is: minder varkens in NL. Het gaat elke dag om 18 FTE wat door heel NL rijdt en overal roept dat er minder varkens moeten worden gehouden. We komen ze overal tegen, in de provincies, aan alle klimaattafels, we komen ze als het gaat over luchtwassers tegen, over mest – op alle thema’s zitten ze met één agenda: minder varkens in NL.”

Op Pigbusiness.nl is meer te vinden over de campagne die de POV op het moment voert met een reeks artikelen over dierenactivisme in Nederland. Het is een bekende methode van organisaties die gebukt gaan onder interne verdeeldheid: creëer een gemeenschappelijke vijand en maak deze zo groot mogelijk.

Boeren en burgers Venray gaan geur meten, maar niet heus

In het Limburgse Venray gaan boeren en burgers de luchtkwaliteit meten rondom veehouderijen, bij omwonenden en in de openbare ruimte. Anders dan in de media naar voren is gekomen, gaat het niet om het meten van geur.

Voor het meten van geur uit veehouderijen bestaan nog geen sensoren die al op wat grotere schaal volledig praktijkrijp zijn. Desondanks suggereert het CDA-statenlid Rudy Tegels dat er toch ook geur gemeten gaat worden. Hij zegt op pigbusiness.nl dat er technieken zijn die 24/7 data meten en op die manier betrouwbare cijfers geven over geur, fijnstof en ammoniak. Tegels legt een link met de falende luchtwassers, die veel minder stank verwijderen dan altijd is aangenomen, zo is uit onderzoek gebleken.

”Er is door varkenshouders miljoenen geïnvesteerd in luchtwassers zonder dat daar in mijn ogen door de wetgever vooraf voldoende over is nagedacht. Er zijn ontzettend veel soorten geur, maar wat is precies geur? Het is van de gekke dat Nederlandse normen puur en alleen gebaseerd zijn op menselijke geurpanels en dat op basis daarvan bepaald is hoeveel een luchtwasser reduceert. Dat moet anders en dat gaat gelukkig ook anders worden. Ook hier telt het eerlijke verhaal”, aldus Tegels (werkzaam bij accountantskantoor ABAB, specialist voor de varkenshouderij) op www.pigbusiness.nl

Tegels verwacht kennelijk dat door geurmetingen met behulp van technieken andere resultaten naar voren komen. Hij verzuimt echter te vermelden dat die technieken nog niet praktijkrijp zijn. Tot dusver is het alleen mogelijk om geur te meten met de zogeheten olfactorische methode, waarbij gebruik wordt gemaakt van de menselijke neus. Tijdens een bijeenkomst van pigbusiness liet hij weten dat de geurmetingen zich zullen concentreren op drie stoffen: ammoniak, boterzuur en zwavelzuur. Opnieuw bracht hij naar voren dat er nieuwe technieken zijn die deze stoffen kunnen meten. Of daarmee het hele geurspectrum vanuit de veehouderij wordt gemeten, liet hij in het midden.

In het rapport Stalmaatregelen voor het reduceren van geuremissie uit de intensieve veehouderij staat beschreven welke componenten een rol spelen. Dat zijn: sulfiden, fenolen en indolen, vluchtige vetzuren, ammoniak en vluchtige aminen. ”Afhankelijk van de specifieke bronnen en de specifieke omstandigheden kunnen steeds andere componenten de belangrijkste bijdrage leveren aan de geurconcentratie. Daarnaast is er ook vaak een interactie tussen de verschillende geurcomponenten, waardoor ze elkaar kunnen verzwakken of juist versterken”.
Een literatuurstudie wijst uit dat de volgende componenten voorkomen in varkenslucht:

Methyl mercaptan (zwavelverbinding, ruikt naar zweetvoeten en rottende witte kool)
Phenol (carbolzuur)
Pentanoic Acid/Valeric acid (petaan/valeriaanzuur)
Butyric Acid (boterzuur)
Indole (komt voor als een witte vaste stof met de zeer onaangename geur van ontlasting)
Skatole (organische verbinding C9H9N stinkt naar ontlasting)
P-Cresol (4-Methylphenol) (organische verbinding C₇H₈O, ruikt naar zweet)
Acetic Acid (azijnzuur)
Ammoniak
Hydrogen Sulfide (H2S waterstofsulfide, sterk ruikend giftig gas)

In het recent verschenen rapport ”StalSens-Oren: meetsystemen voor bedrijfs-monitoring van emissies in de veehouderij” komt naar voren dat er voor ammoniak nog geen sensoren beschikbaar zijn voor metingen buiten de stal. Voor ammoniak in de stal zijn metaaloxide (MOx) en elektrochemische sensoren beschikbaar. Losse metaaloxide
sensoren kosten ca. 10 euro/stuk, elektrochemische vallen in de range van 50 tot 150 euro/stuk. Voor buitenluchtmonitoring lijken commercieel beschikbare NH3-sensoren – gezien de huidige detectielimiet – nog niet geschikt, aldus het rapport, dat is samengesteld door Wageningen Universiteit, Energie Centrum Nederland en RIVM.

Ook voor geur zijn er nog geen sensoren beschikbaar. ”Voor geur is de uitdaging geschikte proxy-gassen per diercategorie vast te stellen, die een goede afspiegeling zijn van de vrijkomende geur in de betreffende situatie”. Deze zogenoemde proxy-gassen zijn gassen aan de hand waarvan de mate van stank gereconstrueerd zou kunnen worden. ”Hiervoor is fundamenteel onderzoek naar de relatie tussen geurconcentratie (volgens sensorische meetmethode) en geurcomponenten noodzakelijk. Pas wanneer deze zijn vastgelegd voor de verschillende sectoren, zal het ontwikkelen van een compleet meetsysteem mogelijk worden.”

Niettemin heeft de provincie Limburg twee ton vrijgemaakt voor het meetproject in Venray. Op de website samenmeten.nl staat beschreven wat het project inhoudt. De gemeente Venray, de provincie Limburg, en het RIVM maken het meetproject mogelijk. Bij het project zijn ook boerenorganisatie LLTB en de werkgroep Gezond Leefmilieu Venray betrokken. De provincie heeft er twee ton voor vrijgemaakt. Het project gaat in maart 2019 van start en loopt door tot eind 2020.

Veel te veel ammoniak in talrijke varkensstallen

Inspectierapporten van de NVWA laten zien dat op het merendeel van de onderzochte varkensbedrijven in een of meerdere hokken de ammoniakconcentratie te hoog is. Van de 29 inspectierapporten zijn er slechts zeven die geen overschrijding van de grenswaarde (20 ppm) melden.

Er zijn bedrijven en locaties van bedrijven waar in alle hokken teveel ammoniak is gemeten. Zo rapporteert de NVWA over een bedrijf waar de streefwaarde twee tot vier keer werd overschreden. De grootste overschrijding is gemeten op een bedrijf met vleesvarkens. Daar werd in een van de hokken 99 ppm gemeten.

De NVWA voerde het onderzoek tussen januari en april 2018 uit. Dit na aanhoudende berichten dat het stalklimaat op varkenshouderijen te wensen overlaat. De grenswaarde van 20ppm is opgenomen in het WUR-rapport ‘’Signaalindicatoren bij handhaving van open normen voor dierenwelzijn’’. Nederland kent geen norm voor ammoniak in varkensstallen, maar 20  ppm wordt door de WUR in genoemd rappoort als verdedigbaar beschouwd. In de Duitse wet wordt voor de NH3 concentratie ook een bovengrens van 20 ppm aangehouden.

Luchtwasserschandaal
De inspectierapporten die na een verzoek van Varkens in Nood openbaar zijn gemaakt, zijn ook van belang voor een plan van aanpak van het luchtwasserschandaal. Gebleken is dat luchtwassers niet alleen tekortschieten op het gebied van geurreductie, maar ook op het gebied van ammoniakreductie. Onderzoek naar het functioneren van veel toegepaste gecombineerde luchtwassers bracht aan het licht dat de ammoniakverwijdering gemiddeld bleef steken op 59%. Terwijl dit volgens de Regeling Ammoniak Veehouderij 85% zou moeten zijn. Een kwart lager dus dan het verwachte prestatieniveau.

Een van de oorzaken van tegenvallende prestaties is mogelijk gelegen in het feit dat in Nederlandse varkensstallen de concentraties ammoniak te hoog zijn. Al eerder is door de WUR vastgesteld dat in ca. 40% van de metingen de ammoniakconcentratie hoger was dan 20 ppm. Dit wordt nu door de NVWA-inspecties bevestigd.

Inspectierapporten luchtwkwaliteit varkensstallen

Biesheuvel onder indruk van ”intensiteit problemen”

Voormalig CDA-kamerlid Pieter Jan Biesheuvel is onder de indruk van de ”intensiteit van de problemen” die zich voordoen door stankoverlast vanuit veehouderijen. Dit heeft hij laten weten na een gesprek tussen omwonenden en varkenshouder Van Gennip in Spoordonk, Oirschot.

Biesheuvel is voorzitter van de commissie die staatssecretaris Van Veldhoven moet adviseren over de aanpak van falende luchtwassers. Hij bracht een werkbezoek aan de Nieuwedijk in Spoordonk. De buren van het varkensbedrijf van Van Gennip zitten al geruime tijd in de stank. De Nieuwedijk staat te boek als zogeheten ”urgentiegebied”. Het is tot op heden niet gelukt de overlast ter plekke aan te pakken.

Biesheuvel wilde volgens het Eindhovens Dagblad geen commentaar geven over deze specifieke situatie maar zei wel onder de indruk te zijn. Zijn commissie heeft inmiddels met talrijke betrokkenen bij het luchtwasserschandaal gesproken. Er zijn twee sessies geweest met omwonenden van veehouderijen. De commissie komt begin 2019 met een advies.

Ontwikkelingsbedrijf varkenshouderij versoepelt geurnorm

De geurnorm voor varkensbedrijven die willen uitbreiden en daarbij – in ruil voor toepassing van emissiereducerende technieken – gebruik willen maken van een aanzienlijke korting op varkensrechten, is versoepeld. Het Ontwikkelingsbedrijf Varkenshouderij, dat gaat over de uitgifte van goedkope varkensrechten, heeft daartoe besloten.

Sinds 20 juli zijn nieuwe emissiefactoren voor zogeheten combi-luchtwassers van kracht. Die zetten de uitbreiding van bestaande varkenshouderijen met luchtwassers grotendeels op slot. Daardoor kunnen minder bedrijven deelnemen aan Regeling Omgevingskwaliteit (ROK), die is ingesteld om varkenshouderijen onder voorwaarden te laten uitbreiden. Een van die voorwaarden was dat de geurbelasting op woningen buiten de bebouwde kom niet hoger uit zou komen dan 5 odeur.

Het Ontwikkelingsbedrijf Varkenshouderij, verantwoordelijk voor uitvoering van de ROK, heeft nu de geurnorm verhoogd van 5 naar 8 odeur. Het Ontwikkelingsbedrijf Varkenshouderij gaat ervan uit dat er met 8 odeur nog altijd geen sprake is van geuroverlast.

De ROK is een initiatief van de Coalitie Vitalisering Varkenshouderij, waarin varkensbedrijven, banken en ministerie van LNV nauw samenwerken. Het Ontwikkelingsbedrijf Varkenshouderij beschikt over 43.222 varkensrechten. Deze worden voor het eind van het jaar verdeeld onder de deelnemers aan de ROK.
Bron: Ontwikkelingsbedrijf Varkenshouderij

Bijna veertig veehouderijen met sjoemelluchtwassers in Horst aan de Maas

In de gemeente Horst aan de Maas hebben 39 veehouderijen een of meer sjoemelluchtwassers. Twee vergunningaanvragen voor stallen met sjoemelluchtwassers zijn nog in behandeling.

Dat blijkt uit een overzicht dat op verzoek van de vereniging Behoud de Parel openbaar is gemaakt. De gemeente is niet van plan iets tegen de sjoemelluchtwassers te ondernemen. In een brief aan de vereniging verwijst de gemeente naar staatssecretaris Van Veldhoven, die al eerder heeft gesteld dat verleende vergunningen onaantastbaar zijn.

Behoud de Parel heeft bij de gemeente aan de bel getrokken vanwege de verleende vergunning aan het megabedrijf Houbensteyn, dat met gebruikmaking van sjoemelluchtwassers stallen wil bouwen voor 30.000 1-ster Beter Leven varkens.
De gemeente heeft er acht maanden over gedaan om de vragen van Behoud de Parel te beantwoorden. Het is een treurig stemmend document waaruit helder naar voren komt dat:
a. de diverse overheden zich schaamteloos achter elkaar verschuilen,
b. de gemeente de ernst van de situatie niet onder ogen wenst te zien,
c. omgevingsdiensten een oncontroleerbare macht vormen,
d. burgers niet worden beschermd.

In de brief kondigt de gemeente aan dat de vergunning voor de stallen van Houbensteyn inmiddels is aangepast. In de vergunning is een voorschrift opgenomen voor het uitvoeren van metingen van het rendement van de luchtwassers. Daarbij moet blijken of de luchtwassers het vereiste rendement van 85% geurverwijdering halen. Laat nu juist dat het probleem zijn: onderzoek heeft uitgewezen dat de sjoemelluchtwassers dit rendement bij lange na niet halen. Verder wordt verwezen naar controles door de omgevingsdienst, de Regionale Uitvoeringsdienst Zuid Limburg (RUZL). Er zal indien nodig handhavend worden opgetreden. Laat nu juist dat ook het probleem zijn: controle en handhaving laten al jaren te wensen over.
Klik hier voor de brief van Horst aan de Maas aan de vereniging Behoud de Parel.

Honderd aanvragen voor varkensstallen in de wacht door nieuwe emissiefactoren

Circa honderd nieuwe aanvragen voor varkensstallen met combi-luchtwassers kunnen op dit moment niet worden vergund. Dat blijkt uit een inventarisatie die is gemaakt door het ministerie van Infrastructuur en Milieu.

Voor combi-luchtwassers gelden sinds kort nieuwe emissiefactoren, nadat is vast komen te staan dat deze installaties minder geur reduceren dan werd aangenomen.
Staatssecretaris Van Veldhoven schrijft in een brief aan de Tweede Kamer dat gemeenten of provincies in circa honderd gevallen de aanvraag niet kunnen honoreren, maar wel kunnen bekijken of met een aangepaste aanvraag een vergunning alsnog mogelijk is. Hierbij verwijst ze naar de mogelijkheid van een proefstalregeling, waarbinnen nieuwe technieken vergund kunnen worden. Dat er op dit moment geen technieken zijn die geur met meer dan 30% reduceren, vermeldt ze niet.

In de brief herhaalt Van Veldhoven nog eens dat de nieuwe emissiefactoren geen gevolgen hebben voor bestaande vergunningen. Deze bedrijven hebben een vergunning voor het houden van het in de vergunning opgenomen aantal dieren onder de in de vergunning verleende voorwaarden, aldus Van Veldhoven.
De oplossing van de stankoverlast ten gevolge van falende luchtwassers zoekt ze binnen de zogeheten warme sanering en verduurzaming van de varkenshouderij. Ook verwijst ze naar het geld dat is gereserveerd voor de ontwikkeling van en investeringen in nieuwe emissiearme stal- en houderijsystemen voor de varkens-, pluimvee- en melkgeitenhouderij.

Overheid moet met spoedwet 50/50-regeling schrappen

De overheid moet met een spoedwet de 50/50-regeling schrappen uit de Wet Geurhinder Veehouderij. Op die manier kan een verdere toename van overbelaste situaties worden voorkomen.

Dat stelt de burgerwerkgroep max5odeur in een brief aan de commissie Biesheuvel. Deze commissie moet staatssecretaris Van Veldhoven van Infrastructuur en Milieu adviseren over het luchtwasserschandaal.

De werkgroep vreest dat veehouderijen met falende combi-luchtwassers dankzij gewijzigde emissiefactoren meer stankrechten kunnen claimen. ”Met één pennenstreek van de milieuwetgever hebben al die bedrijven nu rechtens een enorm veel grotere geurcirkel vergund gekregen.” Die veehouders kunnen nu op basis van de 50/50-regeling uit de Wet geurhinder en veehouderij nog meer stallen gaan neerzetten. Daar heeft de overheid tot dusver geen stokje voor gestoken, aldus de werkgroep max5odeur.

De werkgroep stelt dat er een regeling moet komen die verhindert dat veehouders met een vergunning waarbij op basis van herberekening sprake is van (meer) overbelaste woningen, kunnen uitbreiden. Tegelijkertijd dient de bestaande 50/50-regeling met spoed te worden geschrapt, zodat kan worden voorkomen dat bedrijven met falende luchtwassers hun stankrechten effectueren.

Die 50/50-regeling voorziet er namelijk in dat een vergunning voor een veehouder die de maximale waarde voor geurbelasting reeds overschrijdt, niet hoeft te worden geweigerd. Maximaal de helft van het geurreducerend effect van geurreducerende maatregelen mag de veehouder gebruiken voor uitbreiding van het veebestand, de andere helft komt ten goede aan het geurgevoelig object (vermindering geurbelasting).
Deze regeling heeft de aanpak van overbelaste situaties tot dusver ernstig in de weg gestaan en dreigt nu ook de oplossing van het luchtwasserschandaal te frustreren, aldus max5odeur.

De werkgroep max5odeur vraagt de commissie Biesheuvel om in het advies aan de staatssecretaris, dat begin 2019 wordt verwacht, een lijst op te nemen van woningen waar sprake is van een overbelaste situatie ten gevolge van falende luchtwassers. Daar zijn op basis van waardeloos milieuonderzoek vergunningen afgegeven, die nooit hadden mogen worden afgegeven. De overheid heeft dit laten gebeuren, dus dan mag
de burger ook vragen of diezelfde overheid dit oplost, aldus max5odeur.

Brief aan commissie Biesheuvel 5 nov 2018