Brabant wil ontwikkeling stanksensoren stimuleren

Met behulp van stanksensoren is een effectievere toepassing van de milieuwetgeving mogelijk. Ook kunnen sensoren helpen bij het kiezen van oplossingen om de uitstoot van stoffen te verminderen. Verder kunnen ze leiden tot meer transparantie en vertrouwen tussen veehouders en omwonenden.

De provincie Brabant geeft hoog op van de vele toepassingsmogelijkheden van stanksensoren. Maar na een pilot moet het provinciebestuur helaas concluderen dat dergelijke e-noses nog in de ontwikkelfase verkeren. ”Meer inzicht is nodig in de specifieke componenten in de lucht gerelateerd aan stank uit varkensstallen”, aldus het onderzoeksrapport ”Pilot: Continue geurmetingen varkensbedrijven als basis voor alternatieve systematiek vergunningen”.

De provincie heeft na het teleurstellende resultaat de moed echter niet opgegeven. Men wil de ontwikkeling van meer nauwkeurige en robuustere sensoren stimuleren. ”Dat biedt kansen voor het Brabantse bedrijfsleven dat zich bezighoudt met sensortechnologie en informatisering.”

Vijf varkenshouderijen
Tijdens de pilot zijn metingen uitgevoerd bij vijf varkenshouderijen met elk twee omwonenden. Het ging om varkenshouderijen in Reusel de Mierden, Sint Anthonis, Bernheze, Boekel en Someren. Er zijn bedrijven geselecteerd in gebieden met een hoge dichtheid van varkensbedrijven. De bedrijven zelf vormden geen bron van stankoverlast. Omwonenden hadden wel last van andere bedrijven die niet deelnamen aan het onderzoek. Medewerking aan de pilot werd verleend door bedrijven waar geen conflicten spelen.

De deelnemende varkenshouders gaven aan dat de slecht presterende bedrijven en de lastiger benaderbare boeren het voor de beter presterende boeren moeilijk maken. De behoefte aan handhaving bij de bedrijven die het slechter doen is groot. Omdat bedrijven die overlast veroorzaken, soms wel aan alle vigerende regels voldoen, is handhaving niet altijd mogelijk. Dat is een extra motivatie om onderzoek te doen naar methoden om stank te objectiveren, zodat deze kan worden aangepakt.

De pilot is niet alleen uitgevoerd om de stanksensoren in de praktijk te testen. Men wilde ook zien in hoeverre het met behulp van deze technologie op den duur mogelijk is om in vergunningen alleen nog doelvoorschriften op te leggen. Dan zou de vergunning aan de hand van de metingen periodiek geactualiseerd kunnen worden.

De provincie Brabant wil veehouders en omwonenden in alle sectoren meer ervaring laten opdoen met sensormetingen en van elkaar te leren.  Ook moet er een zogeheten ”roadmap” komen voor de omslag van middelvoorschriften naar doelvoorschriften, inclusief de ontwikkeling van procedures en protocollen om real time meetwaarden te kunnen relateren aan emissie factoren.

Brabants Burgerplatform stelt ”Handvest Burgerrechten” op

Het Brabants Burgerplatform Minder Beesten heeft een ”Handvest Burgerrechten” opgesteld. In dat handvest is weergegeven waar burgers op het platteland recht op hebben:

  1. Gezondheid doorslaggevend in ruimtelijk beleid
  2. Herstel kwaliteit lucht, bodem en water
  3. Continue monitoring en directe attendering bij zoönose-risico
  4. Directe en adequate maatregelen bij uitbraak van een zoönose
  5. Liefst lokale circulaire veehouderij in balans met behoeften van bodem en bevolking
  6. Substantiële krimp van de veestapel, te beginnen in dichtbevolkte veedichte gebieden
  7. Veilige afstanden tussen veehouderijbedrijven en burgerwoningen
  8. Strengere emissie-eisen bij grotere veedichtheid
  9. Dialoog vanaf het begin bij initiatieven in de directe leefomgeving
  10. Lik-op-stuk handhaving bij fraude en overschrijding van normen

Het Handvest Burgerrechten is op 11 maart aangeboden aan de Statenleden van de Provincie Brabant die in Deurne deelnamen aan het debat over veehouderij, leefbaarheid en gezondheid.

Planschade toegekend aan buren van boer met mestvergister

De Raad van State heeft een vergoeding wegens planschade toegekend aan buren van een boer met een mestvergister. De boer – Frank van Genugten uit Sint Oedenrode – moet aan de ene buur €14.100 en aan de andere €24.575 euro betalen.

Voor plaatsing van de mestvergister is door de gemeente een vrijstelling van het bestemmingsplan geregeld. De boer moest wel tekenen voor een eventuele planschadevergoeding, als die door gedupeerden geëist zou worden.

Twee buren stapten daarop naar de rechter vanwege onder meer een toename stankoverlast. De rechtbank Oost Brabant vroeg de Stichting Advies Bestuursrechtspraak om advies. Deze constateerde dat de tijd dat de geur waarneembaar is ter plaatse van de ene buur toeneemt van 19 naar 440 uur per jaar, en bij de andere buur van 4 naar 220 uur per jaar.

De rechtbank Oost Brabant stelde de omwonenden in het gelijk, waarna de boer in hoger beroep ging. De buren zijn nu door de Raad van State opnieuw in het gelijk gesteld. Wel heeft de rechter een ”eigen risico” van 3% opgelegd in plaats van de gebruikelijke 2%. Dit omdat een zekere waardedaling binnen het risico valt dat je nu eenmaal loopt als je in het buitengebied woont.

Klik hier voor de uitspraak van de Raad van State

Intrekking milieuvergunning megabedrijf in Grubbenvorst geëist

Vereniging Behoud de Parel en enkele omwonenden eisen intrekking van de milieuvergunning voor het megavarkensbedrijf Houbensteyn Heideveld in Grubbenvorst. Het bedrijf bouwt op dit moment aan de Witveldweg een etagestal voor 19.000 varkens. Die bouw zou moeten worden stil gelegd.

In een verzoek aan de rechtbank Limburg om intrekking van de vergunning wordt gesproken over een dreigende milieucatastrofe. Groot probleem zijn de combi-luchtwassers, die geen 85% van de stank reduceren, maar slechts 45%. Er zijn weliswaar voorschriften aan het bedrijf opgelegd, maar die bevatten niet meer dan een inspanningsverplichting om aan de 85% stankreductie te voldoen.

Door de wijziging op 20 juli 2018 van de emissiefactoren voor combi-luchtwassers, heeft het bedrijf van Houbensteyn onbedoeld een veel grotere stankcirkel toegekend gekregen. Waar omwonenden eerder aanspraak konden maken op een emissiereductie van 85% dreigt nu slechts een emissiereductie van 45% te worden gewaarborgd *). Dit betekent een verdrievoudiging van de stankemissie en als gevolg daarvan een extreem slechte woonkwaliteit voor omwonenden.

Actualisatieplicht
In het verzoek aan de rechtbank wordt gesteld dat onherroepelijke vergunningen niet onaantastbaar zijn. Er geldt een actualisatieplicht. De bestuursrechter dient volgens Behoud de Parel en omwonenden te onderzoeken of de gewijzigde emissiefactoren al dan niet gelden voor bedrijven die voor 20 juli 2018 al vergund waren.
Van belang is in elk geval dat het bevoegd gezag en omwonenden een rechtsgrondslag wordt geboden om op te treden indien door het bedrijf niet een stankemissiereductie van 85% wordt gerealiseerd. Opgemerkt wordt dat het hier gaat om het grootste varkensbedrijf van Nederland dat op basis van de onjuiste reductiefactor van 85% door de provincie Limburg is vergund, ”op de grens van wat de stanknormen toestaan, te weten 14 Ou/m3”.

De megavarkensstal voor 19.000 vleesvarkens is onderdeel van het zogeheten Nieuw Gemengd Bedrijf, waar ook een megakippenstal voor meer dan 1 miljoen vleeskuikens en een grote mestverwerker toe behoren. Ook komen er nog stallen voor 10.000 biggen en 2500 zeugen. Aan het varkensbedrijf is een ster van het Beter Leven Keurmerk van de Dierenbescherming toegekend.


Update 15 maart 2019: Rechtbank Limburg wijst verzoek af
De Rechtbank Limburg heeft het verzoek om intrekking van de vergunning afgewezen.
Intrekken kan alleen als de gevolgen ontoelaatbaar zouden zijn. De rechter stelt dat er geen reden is voor een dergelijke vergaande conclusie. Extra voorschriften die door het bevoegd gezag (provincie) aan de vergunning zijn toegevoegd – met een streefnorm die neerkomt op een verwijderingsrendement van 85% – zijn volgens de rechter voldoende. Bovendien moet het bedrijf de geuruitstoot gaan meten.
De rechter erkent dat een dergelijke streefnorm niet handhaafbaar is, maar hij neemt er genoegen mee dat als metingen een onaanvaardbare milieukwaliteit aantonen, de provincie zich opnieuw gaat beraden.
Tegen het vonnis is door Behoud de Parel en Coöperatie Mobilisation for the Environment (MOB) beroep ingesteld bij de Raad van State.


Brief aan college van B&W Grubbenvorst
Naast de juridische procedure heeft Vereniging Behoud de Parel voor Vereniging Behoud de Parel uit Grubbenvorst het College van B&W en de gemeenteraad van Horst aan de Maas een brief geschreven. In de Brief dringt de vereniging er op aan om snel onderzoek te laten verrichten door de GGD Limburg Noord om de gezondheidseffecten van de varkensstallen te meten in de nieuwe situatie.

Verzoek aan GGD Limburg Noord
Op 31 augustus 2018 heeft de werkgroep max5odeur de GGD Limburg Noord gevraagd nader onderzoek te doen naar de feitelijke geuremissies van het megavarkensbedrijf op basis van de nieuwe emissiefactoren. ”Indien de herberekening daartoe aanleiding geeft, lijkt ons een openlijke correctie van de risicobeoordeling op zijn plaats”, aldus max5odeur.

Op dit verzoek is op 31 januari geantwoord door de zogeheten Veiligheidsregio Limburg Noord, waar de GGD onder valt. Uit dat Antwoord blijkt dat de gemeente Horst aan de Maas deze kwestie doorverwijst naar de provincie. De gemeente zou geen aanvullende maatregelen kunnen eisen. De GGD gaat verder niet in op het verzoek om aanvullend onderzoek. Het bedrijf beschikt over een rechtsgeldige vergunning, die is verleend op basis van de toen geldende emissiefactoren, aldus de GGD. De GGD verwijst verder naar de Regionale Uitvoeringsdienst (RUDZL) die geregeld controles zal uitvoeren naar de luchtwassers en indien nodig handhavend zal optreden. Dat daar nu juist de grondslag voor ontbreekt, wordt niet ingezien.

*) Na onderzoek waaruit bleek dat gecombineerde luchtwassers geen 85% maar slechts 45% van de stank reduceren, zijn de emissiefactoren bijgesteld. Dit is gebeurd op 20 juli 2018. Door de emissiefactoren aanzienlijk te verhogen zit een bedrijf veel eerder aan de grens van wat toelaatbaar is. Dit heeft gevolgen voor bedrijven met uitbreidingsplannen die nog geen vergunning hebben. Bedrijven waaraan al een vergunning is verleend, zouden volgens staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu Van Veldhoven, niet hoeven te voldoen aan de nieuwe emissiefactoren. Dit heeft echter grote consequenties voor omwonenden. Daarmee is in feite de huidige praktijk van 45% in plaats van 85% stankreductie gelegaliseerd, dit terwijl veel bedrijven vaak al tegen de grens van de geurnormen aanzitten. En daar dus ten gevolge van falende luchtwassers ruim overheen gaan.

Eerdere berichten:
http://www.max5odeur.nl/35-000-varkens-falende-luchtwassers/
http://www.max5odeur.nl/emissiefactor-twee-luchtwassers-ruim-drie-keer-zo-hoog/

Burgers vragen GGD om herberekening megastal Grubbenvorst

Voor meer info, kijk in de rubriek luchtwassers.

Brabant heeft scan voor ernstige geurhinder

Met behulp van een geurscan kunnen inwoners van Brabant zien of er in hun woonomgeving sprake is van ernstige geurhinder. Gemiddeld heeft in Brabant 10% van de inwoners last van ernstige geurhinder.

In de omgeving van Deurne ligt dat percentage op 16. In Handel, Elsendorp, De Mortel, Milheeze en De Rips (Gemert-Bakel) ondervindt zelfs 24% van de inwoners ernstige geurhinder. De gegevens zijn afkomstig uit de Gezondheidsmonitor Volwassenen, die in 2016 is uitgevoerd door de 4 GGD’en van Zeeland en Noord-Brabant.

De geurscan is een interactieve kaart, waarop alle plaatsen en veehouderijen in Brabant staan aangegeven. Ook valt af te lezen waar de stank vandaan komt:  mest uitrijden, stallen, open haarden en allesbranders, andere bedrijven, riolering  en waterzuivering. De veehouderij blijkt op veel plaatsen de belangrijkste bron van ernstige geurhinder. Zo is de ernstige geurhinder in Gemert Bakel hoofdzakelijk afkomstig van mest uitrijden, stallen en andere landbouw- en veeteeltactiviteiten.

De zogeheten Brabant scan is een initiatief van de Brabantse GGD’en.

Meldpunt voor overlast veehouderijen in Peelland

Inwoners van Peelland kunnen overlast van veehouderijen doorgeven aan het meldpunt van het Peelland Interventie Team (PIT). Dit kan anoniem per telefoonnummer 0492-587309 of per e-mail info@pitteam.nl. Tips worden vertrouwelijk behandeld.

In de gemeenten Asten, Deurne, Gemert-Bakel, Helmond, Laarbeek en Someren werken de NVWA, waterschap Aa en Maas, en Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant samen. Door deze samenwerking kan in één keer op alle onderdelen gecontroleerd worden. Het Peelland Interventie Team (PIT) speelt een belangrijke rol bij de integrale aanpak van de ondermijnende criminaliteit, handhavingsknelpunten en bij overlast.

Onlangs heeft het PIT een varkenshouderij in Deurne gecontroleerd. Daarbij bleek dat er 20% meer varkens werden gehouden. Ook was er meer mest op het bedrijf aanwezig dan was toegestaan.

Geen nieuwe stallen voor vleeskuikens in Asten vanwege stank

De gemeente Asten wil in het buitengebied geen nieuwe stallen meer voor vleeskuikens. Ook mogen bedrijven met leghennen niet omschakelen naar vleeskuikens. Belangrijkste argument: stank.

Volgens de gemeente kloppen de geurberekeningen niet die voor vleeskuikens worden gemaakt. Omwonenden ervaren meer stankoverlast dan in vergunningen is aangegeven. Vooral in de laatste twee weken van de levenscyclus van mestkuikens is er een piek in de uitstoot van stank. De eerste vier weken is het nog te doen, maar de laatste twee weken is de stank niet te harden.
Onlangs zijn de emissiefactoren van vleeskuikens wel aangepast, maar dat is voor de gemeente Asten niet genoeg. De boerenorganisatie ZLTO is het daar niet mee eens en stapte naar de Raad van State om de wijziging van het bestemmingsplan tegen te houden. Ook de norm voor endotoxinen, die de gemeente Asten wil invoeren met het nieuwe bestemmingsplan, kan niet op steun van ZLTO rekenen.
In Asten bestaat een overbelaste situatie, vooral ten zuiden van Heusden. Aan de Oosterseweg 1 heeft het bedrijf van Knippels onlangs nog mogen uitbreiden naar 237.000 vleeskuikens.

Zeven veehouderijen in Nederweert overschrijden grenswaarden fijnstof

In Nederweert staan zeven veehouderijen die nog altijd de grenswaarden voor fijnstof overschrijden of dreigen te overschrijden. Dat waren er vorig jaar nog negen en het jaar daarvoor dertien. Op de lijst met overschrijders scoort Nederweert al jaren het hoogst. Maar de daling is wel ingezet.

In Barneveld staan nog altijd vier veehouderijen op deze lijst. Een daarvan is de veelgeprezen Rondeelstal. Populair vanwege dierenwelzijn, maar nog altijd zeer problematisch wat betreft de uitstoot van fijnstof. Ook in Ede gaat het om vier veehouderijen. In totaal staan er op dit moment 24 veehouderijen op de lijst, die is gebaseerd op berekeningen van het RIVM.

De hoge score van Nederweert is opmerkelijk omdat daar een Platform gezonde Veehouderij in een Gezonde Leefomgeving is opgericht. Dit Platform heeft eind vorig jaar een zogeheten ”praatplaat” opgesteld.
Afbeelding praatpaal

Daaruit blijkt dat de diverse partijen die betrokken zijn bij het thema vooral veel met elkaar hebben gesproken. Maar praatjes vullen nog geen gaatjes, luidt een oud gezegde.
Het Platform heeft er niet voor kunnen zorgen dat de fijnstofnormen overal worden gerespecteerd. Er zijn nog steeds bedrijven die al jaren teveel fijnstof uitstoten, zoals de pluimveehouderij van Teeuwen aan de Hardsteeg 3, pluimveehouderij Moonen aan de Peelsteeg 2, pluimveehouder Van den Schoor aan de Eindhovensebaan 2 A, Bala BV aan de Eindhovensebaan 4,  en eierfarm Stals aan de Kuilstraat 23.

”Voor geur is het mogelijk dat een gemeente geurnormen vaststelt en dit is dan ook gedaan”, aldus Daphne Kemkens van de gemeente Nederweert. ”Voor fijnstof ligt dit veel moeilijker; hiervoor gelden door de landelijke overheid vastgestelde normen.”
De belangrijkste winst is volgens haar dat er kennisverbreding heeft plaatsgevonden en dat de personen die elkaar normaliter niet opzochten, nu samengewerkt hebben.

Lijst inrichtingen voor het houden van landbouwhuisdieren overschrijding fijnstof 2018

Max5odeur: directeur POV geeft valse voorstelling van zaken

De werkgroep max5odeur heeft bij Linda Janssen, directeur van de Producenten Organisatie Varkenshouderij (POV), bezwaar gemaakt tegen haar uitlatingen over burgers die zich inzetten voor een beter leefklimaat. Janssen schildert hen af als een stel beroepsactivisten.

Op een bijeenkomst ter gelegenheid van Pigbusiness Jaarspecial, betoogde Janssen: ”Er lopen dagelijks 17 FTE’s in Nederland rond en ze zitten aan elke overlegtafel. Ze hebben maar één doel: Minder varkens in Nederland.” De werkgroep max5odeur heeft bij Janssen bezwaar gemaakt tegen deze onjuiste voorstelling van zaken.

”Uw uitlatingen kloppen in zoverre dat de burgers die betrokken zijn bij de overlegtafels waarover u spreekt, één varkensgeluid en één pluimveegeluid laten horen: minder varkens en minder kippen. Maar het klopt niet dat deze burgers vanuit enig dienstverband opereren. Genoemde werkzaamheden worden geheel pro deo uitgevoerd. Wij zijn allen vrijwilligers, er is geen sprake van een FTE, o.i.d, wij doen dit alles in onze eigen vrije tijd vanuit een sterke motivatie om de leefbaarheid in talrijke plattelandsgemeenten waar de agrarische sector dominant aanwezig is, te verbeteren.”

Volgens de leden van de werkgroep max5odeur is deze valse voorstelling van zaken niet bevorderlijk voor het overleg dat gaande is. Leden van de werkgroep max5odeur hebben deelgenomen aan de evaluatie Wet Geurhinder Veehouderij, de klankbordgroep Handreiking Veehouderij en Gezondheid en aan de gesprekken met de Commissie Biesheuvel. Op het moment nemen zij deel aan de klankbordgroep vervolgonderzoek verbetering rendement luchtwassers.

Update 6 januari 2019
Linda Janssen, directeur van de POV, is niet bereid tot een rectificatie, zo blijkt uit haar antwoord op een verzoek van max5odeur om publiekelijk haar uitspraak te corrigeren. De enige correctie die volgens haar noodzakelijk is, betreft het aantal FTE’s. Dat zijn er geen 17 maar 18. Verder blijft ze erbij dat alle mensen die op pad zijn om de belangen van de ‘minder varkens boodschap’ te behartigen gezamenlijk 18 fte volmaken.

Klik hier voor het optreden van Janssen op de bijeenkomst van Pigbusiness jaarspecial

Letterlijk heeft ze daar gezegd:
”Natuurorganisaties, milieuorganisaties en dierenactivisten hebben een gezamenlijke agenda en die agenda is: minder varkens in NL. Het gaat elke dag om 18 FTE wat door heel NL rijdt en overal roept dat er minder varkens moeten worden gehouden. We komen ze overal tegen, in de provincies, aan alle klimaattafels, we komen ze als het gaat over luchtwassers tegen, over mest – op alle thema’s zitten ze met één agenda: minder varkens in NL.”

Op Pigbusiness.nl is meer te vinden over de campagne die de POV op het moment voert met een reeks artikelen over dierenactivisme in Nederland. Het is een bekende methode van organisaties die gebukt gaan onder interne verdeeldheid: creëer een gemeenschappelijke vijand en maak deze zo groot mogelijk.

Boeren en burgers Venray gaan geur meten, maar niet heus

In het Limburgse Venray gaan boeren en burgers de luchtkwaliteit meten rondom veehouderijen, bij omwonenden en in de openbare ruimte. Anders dan in de media naar voren is gekomen, gaat het niet om het meten van geur.

Voor het meten van geur uit veehouderijen bestaan nog geen sensoren die al op wat grotere schaal volledig praktijkrijp zijn. Desondanks suggereert het CDA-statenlid Rudy Tegels dat er toch ook geur gemeten gaat worden. Hij zegt op pigbusiness.nl dat er technieken zijn die 24/7 data meten en op die manier betrouwbare cijfers geven over geur, fijnstof en ammoniak. Tegels legt een link met de falende luchtwassers, die veel minder stank verwijderen dan altijd is aangenomen, zo is uit onderzoek gebleken.

”Er is door varkenshouders miljoenen geïnvesteerd in luchtwassers zonder dat daar in mijn ogen door de wetgever vooraf voldoende over is nagedacht. Er zijn ontzettend veel soorten geur, maar wat is precies geur? Het is van de gekke dat Nederlandse normen puur en alleen gebaseerd zijn op menselijke geurpanels en dat op basis daarvan bepaald is hoeveel een luchtwasser reduceert. Dat moet anders en dat gaat gelukkig ook anders worden. Ook hier telt het eerlijke verhaal”, aldus Tegels (werkzaam bij accountantskantoor ABAB, specialist voor de varkenshouderij) op www.pigbusiness.nl

Tegels verwacht kennelijk dat door geurmetingen met behulp van technieken andere resultaten naar voren komen. Hij verzuimt echter te vermelden dat die technieken nog niet praktijkrijp zijn. Tot dusver is het alleen mogelijk om geur te meten met de zogeheten olfactorische methode, waarbij gebruik wordt gemaakt van de menselijke neus. Tijdens een bijeenkomst van pigbusiness liet hij weten dat de geurmetingen zich zullen concentreren op drie stoffen: ammoniak, boterzuur en zwavelzuur. Opnieuw bracht hij naar voren dat er nieuwe technieken zijn die deze stoffen kunnen meten. Of daarmee het hele geurspectrum vanuit de veehouderij wordt gemeten, liet hij in het midden.

In het rapport Stalmaatregelen voor het reduceren van geuremissie uit de intensieve veehouderij staat beschreven welke componenten een rol spelen. Dat zijn: sulfiden, fenolen en indolen, vluchtige vetzuren, ammoniak en vluchtige aminen. ”Afhankelijk van de specifieke bronnen en de specifieke omstandigheden kunnen steeds andere componenten de belangrijkste bijdrage leveren aan de geurconcentratie. Daarnaast is er ook vaak een interactie tussen de verschillende geurcomponenten, waardoor ze elkaar kunnen verzwakken of juist versterken”.
Een literatuurstudie wijst uit dat de volgende componenten voorkomen in varkenslucht:

Methyl mercaptan (zwavelverbinding, ruikt naar zweetvoeten en rottende witte kool)
Phenol (carbolzuur)
Pentanoic Acid/Valeric acid (petaan/valeriaanzuur)
Butyric Acid (boterzuur)
Indole (komt voor als een witte vaste stof met de zeer onaangename geur van ontlasting)
Skatole (organische verbinding C9H9N stinkt naar ontlasting)
P-Cresol (4-Methylphenol) (organische verbinding C₇H₈O, ruikt naar zweet)
Acetic Acid (azijnzuur)
Ammoniak
Hydrogen Sulfide (H2S waterstofsulfide, sterk ruikend giftig gas)

In het recent verschenen rapport ”StalSens-Oren: meetsystemen voor bedrijfs-monitoring van emissies in de veehouderij” komt naar voren dat er voor ammoniak nog geen sensoren beschikbaar zijn voor metingen buiten de stal. Voor ammoniak in de stal zijn metaaloxide (MOx) en elektrochemische sensoren beschikbaar. Losse metaaloxide
sensoren kosten ca. 10 euro/stuk, elektrochemische vallen in de range van 50 tot 150 euro/stuk. Voor buitenluchtmonitoring lijken commercieel beschikbare NH3-sensoren – gezien de huidige detectielimiet – nog niet geschikt, aldus het rapport, dat is samengesteld door Wageningen Universiteit, Energie Centrum Nederland en RIVM.

Ook voor geur zijn er nog geen sensoren beschikbaar. ”Voor geur is de uitdaging geschikte proxy-gassen per diercategorie vast te stellen, die een goede afspiegeling zijn van de vrijkomende geur in de betreffende situatie”. Deze zogenoemde proxy-gassen zijn gassen aan de hand waarvan de mate van stank gereconstrueerd zou kunnen worden. ”Hiervoor is fundamenteel onderzoek naar de relatie tussen geurconcentratie (volgens sensorische meetmethode) en geurcomponenten noodzakelijk. Pas wanneer deze zijn vastgelegd voor de verschillende sectoren, zal het ontwikkelen van een compleet meetsysteem mogelijk worden.”

Niettemin heeft de provincie Limburg twee ton vrijgemaakt voor het meetproject in Venray. Op de website samenmeten.nl staat beschreven wat het project inhoudt. De gemeente Venray, de provincie Limburg, en het RIVM maken het meetproject mogelijk. Bij het project zijn ook boerenorganisatie LLTB en de werkgroep Gezond Leefmilieu Venray betrokken. De provincie heeft er twee ton voor vrijgemaakt. Het project gaat in maart 2019 van start en loopt door tot eind 2020.