Onderzoek feitelijk rendement luchtwassers van start

Omdat luchtwassers mogelijk in de praktijk minder geur reduceren dan op papier, loopt er nu een onderzoek naar deze installaties. Het onderzoek wordt uitgevoerd door Wageningen Livestock Research. Na de zomer worden de eerste resultaten van een steekproef bij vijftig luchtwassers verwacht.

Het onderzoek vloeit voort uit de evaluatie wet geurhinder en veehouderij, die vorig jaar tot een advies leidde aan staatssecretaris Dijksma van het ministerie van I&M. Tijdens de evaluatie was gebleken dat luchtwassers, die in vergunningen zijn ingeboekt met rendementen van 70 – 85%, waarschijnlijk niet doen wat ze beloven. Daardoor ervaren omwonenden meer stankoverlast dan op papier is aangegeven. Mogelijk is het feitelijke rendement lager dan het papieren rendement, doordat de installaties technisch niet goed functioneren. Hetzelfde zou kunnen gelden voor biofilters.

Wageningen Livestock Research is aan het werk gezet door het ministerie en gevraagd met betrouwbare gegevens te komen over de feitelijke rendementen van luchtwassers. Aan de gecombineerde luchtwassers, die de afgelopen jaren in menige varkenshouderij en kalverhouderij met overheidssubsidies zijn geplaatst, wordt het meest getwijfeld.  Dergelijke luchtwassers worden gecombineerde luchtwassers genoemd omdat zij een gecombineerd rendement nastreven van minimaal 70% voor zowel ammoniak, geur als fijnstof (PM10, PM2.5).

Het hoge rendement van gecombineerde luchtwassers was een belangrijke reden voor de overheid om in de periode 2007 tot 2010 de aanschaf ervan met subsidies te stimuleren. In 2020 zou iedere varkens- en pluimveestal moeten zijn voorzien van een gecombineerd luchtwassysteem. In 2013 schreef toenmalig staatssecretaris Mansveld aan de Tweede Kamer dat er inmiddels vierhonderd subsidies waren verstrekt voor gecombineerde luchtwassers.

Eerder onderzoek van Wageningen Livestock Research naar het rendement van de toen nog experimentele gecombineerde luchtwassers wees echter uit dat de installaties nog verre van volmaakt waren. Deze conclusie werd in 2011 getrokken.

”Uit de metingen bleek enerzijds dat er frequent sprake was van storingen en ongunstige procescondities. Anderzijds bleek dat, ook al was er sprake van ‘normale’ procescondities, het gewenste minimumrendement van 70% voor zowel
ammoniak, geur als fijnstof niet voor elke van deze componenten werd behaald”, aldus de onderzoekers. Volgens hen waren de metingen niet geschikt om te gebruiken voor plaatsing van deze luchtwassystemen op de lijst met emissiefactoren voor ammoniak, fijnstof en geur.

De onderzoekers kwamen tot de conclusie dat het ontwerp van de gecombineerde luchtwassers die waren onderzocht, niet voldeed en verbeterd diende te worden. ”Daarnaast is weinig bekend over de manier waarop de verwijdering van in het bijzonder geur en fijnstof plaatsvindt en kan worden verbeterd. Nader onderzoek naar de principes voor de verwijdering van geur en fijnstof in relatie tot het luchtwasserontwerp wordt daarom zinvol geacht”, aldus de Wageningse onderzoekers in 2011.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

14 − tien =