Stank veehouderij lange tijd onderschat

De feitelijke stankoverlast die omwonenden van veehouderijen ondervinden, telde in 2006 niet mee bij het opstellen van geurnormen in de Wet geurhinder en veehouderij. De toenmalige geuremissies van veehouderijen werden als uitgangspunt genomen. Naar nu blijkt hebben veel meer omwonenden dan destijds werd verondersteld, last van stank.

De cijfers die werden gehanteerd om de geurnormen te rechtvaardigen, blijken niet te kloppen, zo valt af te leiden uit het rapport ”Geurhinder van veehouderij nader onderzocht”. Het rapport is opgesteld na grootschalig onderzoek door GGD Brabant en Zeeland en het Institute for Risk Assesment Sciences (IRAS) van de Universiteit van Utrecht. Het toont aan dat er veel meer geurhinder wordt ervaren en dat er ook sprake is van ernstige hinder.

Sinds 2006 gelden voor veehouderijen in de zogeheten concentratiegebieden – grote delen van Overijssel, Gelderland, Brabant en Limburg – zeer ruime geurnormen. De onderzoekers hebben uitgeplozen of de destijds gehanteerde relatie tussen geurbelasting en geurhinder bij het bepalen van de normen juist was. Om de feitelijke geurhinder te achterhalen stuurden ze in 2012 en 2013 vragenlijsten naar bijna 28.000 inwoners van het oosten van Brabant en het noorden van Limburg. Zo’n 14.000 inwoners vulden de vragenlijst in. Meer dan een kwart daarvan meldt hinder te ondervinden van een of meer soorten veehouderijen.

De onderzoekers stellen vast dat zich al bij een cumulatieve geurbelasting van 1,0 OU/m3 en 2,1 OU/m3 niveaus van respectievelijk 12% en 20% gehinderden blijken voor te doen. In 2006 werd nog aangenomen dat dergelijke percentages zich pas zouden voordoen bij een cumulatieve geurbelasting van respectievelijk 4,7 OU/m3 en 10,3 OU/m3. Een aanzienlijk verschil.

De onderzoekers vragen zich af hoe het kan dat zoveel mensen last hebben van stank, terwijl er steeds meer luchtwassers op veehouderijen komen. Mogelijk is het rendement minder groot, waardoor de werkelijke geurbelasting onderschat wordt, opperen ze. Mogelijk zijn bezorgdheid en angst toegenomen, onder meer ten gevolge van de Q-koorts epidemie, en trekt men zich daardoor meer aan van de stank.

Klik hier voor het rapport ”Geurhinder van veehouderij nader onderzocht”:
Eindrapport_GEUR_Loes_Geelen_23_3_2015

Voor een uitgebreide samenvatting zie website van Knak de worst

Één reactie op “Stank veehouderij lange tijd onderschat

  1. Geurwassers worden vaak toegepast bij forse uitbreidingen van veehouderijen. Ze “wassen” echter maar voor ongeveer 80%. Dus 20% heeft normale geuruitstoot. Bij forse uitbreiding houdt dit in dat er meer geuruitstoot is als in de oude situatie.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

9 − 3 =