Milieujuristen hekelen wet- en regelgeving landbouw

Omwonenden van veehouderijen weten al jaren dat de wet- en regelgeving ernstig tekort schieten als het om veehouderijen gaat. Ook het toezicht en de handhaving zijn ver onder de maat. De commissie Biesheuvel bevestigde dit onlangs in het rapport ”Geur bekennen”. Zijn hoofdconclusie: burgers worden onvoldoende beschermd. Nu zijn er zeventien milieujuristen die de huidige regelgeving hebben doorgelicht en tot de conclusie komen dat er weinig van deugt.

Ze spreken over ”gefragmenteerde, inadequate regelgeving, tekortschietende uitvoering en ontoereikend toezicht”. Het is volgens de juristen duidelijk dat tot op heden wetgeving en beleid niet in staat zijn gebleken de verschillende nadelige gevolgen van de landbouw voor de omgeving tot staan te brengen, laat staan te reduceren. In de bundel ”Milieuproblemen in de landbouw: falend omgevingsrecht en mogelijke oplossingen” doen ze verslag van hun bevindingen. De bundel verschijnt eind dit jaar, maar in een persbericht op milieurecht.nl licht de uitgever Vereniging Milieurecht alvast een tipje van de sluier op.

Aanleiding voor het onderzoek is de voortdurende stroom van negatieve publiciteit over de landbouwsector. Grootschalige sterfte van insecten, dramatische achteruitgang van de boerenlandvogels, overbelasting van de natuur met grote hoeveelheden stikstof, en berichten over illegale praktijken rond meststoffen en fraude bij fosfaatboekhouding doen vermoeden dat de regelgeving die beoogt de effecten van landbouw op de fysieke leefomgeving te beperken, onvoldoende werkt.

Het falende omgevingsrecht betreft zowat alle beleidsterreinen van de landbouw. De auteurs hebben onderzocht hoe effectief bestaande regelgeving is bij het beperken van de impact van de landbouw op lucht, water, bodem, natuur, klimaat en volksgezondheid. Relevante regelgeving betreft de toelating en het gebruik van bestrijdingsmiddelen, de bescherming van grond- en oppervlaktewater, de bodem en beschermde dier- en plantensoorten, de regulering van stikstofemissies, de reductie van fosfaat, de regelgeving op het terrein van de ruimtelijke ordening, klimaatverandering, en volksgezondheid.

Jonathan Verschuuren: ”In dertig jaar zijn we niets opgeschoten”

Het Financieel Dagblad laat de jurist Jonathan Verschuuren aan het woord. ’De huidige wetgeving voldoet niet of nauwelijks om het milieu te beschermen tegen de landbouw,’ zegt hij. Verschuuren wijst er op dat de ammoniakvervuiling door de intensieve veeteelt dertig jaar geleden het eerste onderwerp was waarover hij zich als wetenschapper boog. Precies dat is een hoofdonderwerp waarvoor de commissie-Remkes nu noodmaatregelen moest verzinnen. ‘In dertig jaar zijn we niets opgeschoten,’ constateert Verschuuren. Volgens hem tonen de juristen in hun bundel dat de milieuwetten falen doordat de regels te complex zijn en gefragmenteerd over een reeks van wetten. Een tweede oorzaak voor de voortdurende milieuproblemen van de landbouw is volgens professor Verschuuren dat ‘de normen niet worden nageleefd’. Dat komt volgens hem ‘omdat de wetgever steeds weer nieuwe creatieve ruimte zoekt om groei mogelijk te maken’ voor de landbouw.

OM legt link tussen dierrechten en volksgezondheid

Het Openbaar Ministerie legt in een zaak van vier Gelderse pluimveehouders die teveel dieren hielden, een link tussen dierrechten en volksgezondheid.

Het dierrechtensysteem is er niet voor niets. Fraude met dierrechten is om meerdere redenen ernstig, aldus het OM. Dieren belasten het milieu door uitstoot van stikstof, fosfaat, ammoniak en overige broeikasgassen. Daarnaast produceren ze fijnstof en geur. Het dierrechtensysteem dient dus ook het belang van milieu- en volksgezondheid.

Het is opmerkelijk dat het OM er zo tegenaan kijkt. De dierrechten zijn er immers primair om de mestproductie binnen de perken te houden.

De Gelderse pluimveehouders uit Ede, Nijkerk en Overbetuwe hadden hun dierrechten met 10.000 tot 40.000 overschreden. De geëiste boetes variëren van €14.000 tot €40.000. Daarnaast eist het OM dat de pluimveehouders hun economisch voordeel afstaan aan de staat. Het bedrijf uit Nijkerk moet een kleine ton betalen, het bedrijf uit Ede ruim €40.000 en twee bedrijven uit gemeente Overbetuwe moeten zo’n €40.000 en €15.000 aan de staat betalen. De zaak dient voor de rechtbank in Arnhem. Deze doet over twee weken uitspraak.

Het gebeurt overigens geregeld dat pluimveehouders meer dieren houden dan dat ze rechten hebben. In 2017 controleerde de NVWA 186 bedrijven, waaronder 58 pluimveebedrijven. Op 41 van de 58 pluimveebedrijven werden teveel kippen gehouden. Tegen 35 bedrijven is toen proces verbaal opgemaakt. In 2016 zijn 26 pluimveebedrijven onderzocht en werden er op 21 teveel dieren gehouden. In 2015 ging het om 53 van de 65 pluimveebedrijven die in overtreding waren. Dat heeft minister Schouten op 25 september 2018 geschreven in een antwoord op kamervragen.

Gemeenten en provincies willen af van 50%-regeling

Gemeenten en provincies willen af van de 50%-regeling bij overschrijding van de geurnormen. Dit hebben ze staatssecretaris Van Veldhoven in een brief laten weten.

”Op basis van de 50% regel mag een ondernemer, indien hij een nieuwe stal erbij bouwt met bijvoorbeeld een goede luchtwasser, de helft van de daarmee behaalde geuremissiereductie ‘opvullen’ met dieren en de andere helft komt ten goede aan lagere bedrijfsemissie. Er is dan weliswaar lagere geurbelasting op omliggende woningen, maar de geurbelasting kan aldus legaal boven de geurnorm blijven. Anno 2019 is dat niet meer gewenst. Wij stellen voor deze 50% regeling door te halen, en te bepalen dat in overbelaste situaties de geuremissie bij uitbreiding wordt teruggebracht tot de normwaarde”, aldus de gemeenten en provincies in de brief.

Ze pleiten verder voor een interbestuurlijke taskforce die met voorstellen moet komen voor de aanpassing van wet- en regelgeving en innovatie en onderzoek. Gemeenten en provincies willen een ”robuust geurbeleid”. Dat houdt niet alleen in dat de 50%-regeling wordt geschrapt, maar ook dat er een toets komt voor de berekening van cumulatie en dat er een APK komt voor bestaande stallen.

De provincies en gemeenten komen met hun voorstellen een heel eind tegemoet aan de wensen van de burgerwerkgroep max5odeur. Wat nog ontbreekt is een pleidooi voor het naar beneden bijstellen van de geurnormen. De gemeenten en provincies lijken nu vooral eerst te willen inzetten op een beëindiging van de overlast boven de bestaande geurnormen.

Verplicht berekenen van cumulatie stank in Omgevingswet

Vanaf 1 januari 2021, de datum waarop de Omgevingswet in werking treedt, moeten gemeenten bij de berekening van stank uit veehouderijen rekening houden met zogeheten cumulatie. Dat betekent dat bij geurberekeningen niet alleen de stank van een veehouderij waarvoor een vergunning wordt aangevraagd, maar ook die van andere veehouderijen in de omgeving moet worden meegenomen.

Dat valt af te leiden uit de beleidsreactie van staatssecretaris Van Veldhoven op het rapport van de commissie Biesheuvel ”Geur bekennen”.
De commissie pleitte voor meer mogelijkheden om in te grijpen bij bestaande stankoverlast. Maar die hete aardappel schuift Van Veldhoven door naar gemeenten en provincies. Die kunnen met behulp van ”pilots in de vorm van een experiment” nagaan welke wettelijke mogelijkheden effectief zijn. Bij gebleken effectiviteit kan er een vertaling naar wetgeving plaatsvinden. Bij provincies en gemeente bestaat draagvlak voor deze pilotaanpak, aldus Van Veldhoven. ”Ik zal dit verder uitwerken in nauw overleg met betrokken partijen, inclusief de sector.”

50%-regeling
Onderdeel van deze pilot-aanpak is een herziening van de omstreden 50%-regeling. Gemeenten en provincies krijgen de mogelijkheid om het deel van de ontwikkelruimte die ontstaat door een emissiebesparende maatregel, binnen de bandbreedte 0-50% zelf te bepalen, aldus Van Veldhoven. Dat kan geïnterpreteerd worden als het einde van 50%-regeling, waarbij een veehouder niet langer automatisch recht heeft op de helft van de gereduceerde stank, die hij kan benutten door meer dieren te gaan houden. De voorgestelde pilot-aanpak betekent wel dat burgers volledig afhankelijk zijn van hun gemeente en provincie als het gaat om de mate waarin een veehouder stankreductie mag compenseren. Burgers hebben veelvuldig gevraagd om intrekking van de 50%-regeling.

Geur meten
Van Veldhoven heeft het in haar beleidsreactie ook over het meten van geur. Ze vaart daarbij volledig blind op Wageningen Universiteit. Die mag een meerjarig onderzoekprogramma opzetten. Na 2020 komt er meer duidelijkheid over de toepassingsmogelijkheden van de zogeheten chemisch-analytische methode voor het meten van geurconcentraties direct bij de bron en in de omgeving van stallen. Er komen sensorsystemen en de methodiek van de chemisch-analytische methode zal worden opgenomen in wet- en regelgeving. Dat zal het einde betekenen van de huidige meetmethode met geurpanels.

Burgerwerkgroep ontevreden over maatregelen

De burgerwerkgroep max5odeur is zeer ontevreden over de maatregelen die Van Veldhoven treft naar aanleiding van het rapport van de Commissie Biesheuvel. Deze commissie pleitte voor een betere bescherming van omwonenden tegen stank uit veehouderijen.

Bij het zoeken naar oplossingen voor concrete knelpunten zal een gemeente of provincie keuzes moeten maken, zo adviseerde de commissie. ”Keuzes die een grote impact kunnen hebben op veehouders, omwonenden en andere betrokkenen. Keuzes die pijn kunnen doen. Keuzes die geld zullen kosten. Soms veel geld. Om die keuzes weloverwogen te maken, is persoonlijk contact met en participatie van betrokkenen onontbeerlijk.”
De Commissie pleitte voor afstemming met de rijksoverheid over de financiële consequenties. Het is volgens de commissie aan de politiek om een zorgvuldige en transparante belangenafweging te maken. De commissie noemde daarbij een passende schadevergoeding en nadeelcompensatie voor degenen die door de belangenafweging worden benadeeld.

Deze adviezen vindt de werkgroep max5odeur niet terug in de voorstellen van staatssecretaris Van Veldhoven. Max5odeur wil naast het invoeren van cumulatieve berekeningen, veel scherpere geurnormen. Ook zou de 50%-regeling volledig geschrapt moeten worden.

Klik hier voor de reactie die de werkgroep max5odeur stuurde naar de vaste kamercommissie:

Nu ook betaalbare sensor voor ammoniak in buitenlucht

Het bedrijf EMS uit Sint Annaland heeft een sensor ontwikkeld voor het meten van ammoniak in de buitenlucht. De sensor is geschikt en betaalbaar voor initiatieven van veehouderijen en burgers die de luchtkwaliteit in het buitengebied willen monitoren.

Op een nauwkeurige manier ammoniak in de buitenlucht meten was voorheen alleen mogelijk voor laboratoria met geavanceerde en kostbare meetapparatuur en meetstations van het RIVM die op een aantal plaatsen in Nederland continu de ammoniak monitoren, meldt EMS.

Uit testen met het nu ontwikkelde systeem zijn duidelijk verbanden gebleken tussen activiteiten die met de uitstoot van ammoniak gepaard gaan en wat omwonenden ruiken. ”Als in de buitenlucht een landelijke geur van mest wordt waargenomen, dan is op de sensor zichtbaar dat de ammoniakconcentratie stijgt”, aldus EMS

De resolutie van het meetsysteem is 1 ppb. De sensor kan heel eenvoudig de kleinste veranderingen van ammoniak in de buitenlucht signaleren. Interessante toepassingen zijn om achtergrond emissies bij stallen waar te nemen. De metingen van de sensor zeggen ook iets over stank. Hoewel stank uit veehouderijen een complex geheel is van verschillende stoffen, ammoniak is altijd wel een van de bestanddelen. Maar een echte geursensor is deze ammoniaksensor nog niet. Aan een complete geursensor voor stank uit veehouderijen wordt nog gewerkt.

De ammoniakanalyzer meet near-time en stuurt data direct door naar het internet. Op een website kunnen alle gegevens onmiddellijk aan iedereen beschikbaar worden gesteld. Het apparaat kost €3855.