Planschade toegekend aan buren van boer met mestvergister

De Raad van State heeft een vergoeding wegens planschade toegekend aan buren van een boer met een mestvergister. De boer – Frank van Genugten uit Sint Oedenrode – moet aan de ene buur €14.100 en aan de andere €24.575 euro betalen.

Voor plaatsing van de mestvergister is door de gemeente een vrijstelling van het bestemmingsplan geregeld. De boer moest wel tekenen voor een eventuele planschadevergoeding, als die door gedupeerden geëist zou worden.

Twee buren stapten daarop naar de rechter vanwege onder meer een toename stankoverlast. De rechtbank Oost Brabant vroeg de Stichting Advies Bestuursrechtspraak om advies. Deze constateerde dat de tijd dat de geur waarneembaar is ter plaatse van de ene buur toeneemt van 19 naar 440 uur per jaar, en bij de andere buur van 4 naar 220 uur per jaar.

De rechtbank Oost Brabant stelde de omwonenden in het gelijk, waarna de boer in hoger beroep ging. De buren zijn nu door de Raad van State opnieuw in het gelijk gesteld. Wel heeft de rechter een ”eigen risico” van 3% opgelegd in plaats van de gebruikelijke 2%. Dit omdat een zekere waardedaling binnen het risico valt dat je nu eenmaal loopt als je in het buitengebied woont.

Klik hier voor de uitspraak van de Raad van State

Intrekking milieuvergunning megabedrijf in Grubbenvorst geëist

Vereniging Behoud de Parel en enkele omwonenden eisen intrekking van de milieuvergunning voor het megavarkensbedrijf Houbensteyn Heideveld in Grubbenvorst. Het bedrijf bouwt op dit moment aan de Witveldweg een etagestal voor 19.000 varkens. Die bouw zou moeten worden stil gelegd.

In een verzoek aan de rechtbank Limburg om intrekking van de vergunning wordt gesproken over een dreigende milieucatastrofe. Groot probleem zijn de combi-luchtwassers, die geen 85% van de stank reduceren, maar slechts 45%. Er zijn weliswaar voorschriften aan het bedrijf opgelegd, maar die bevatten niet meer dan een inspanningsverplichting om aan de 85% stankreductie te voldoen.

Door de wijziging op 20 juli 2018 van de emissiefactoren voor combi-luchtwassers, heeft het bedrijf van Houbensteyn onbedoeld een veel grotere stankcirkel toegekend gekregen. Waar omwonenden eerder aanspraak konden maken op een emissiereductie van 85% dreigt nu slechts een emissiereductie van 45% te worden gewaarborgd *). Dit betekent een verdrievoudiging van de stankemissie en als gevolg daarvan een extreem slechte woonkwaliteit voor omwonenden.

Actualisatieplicht
In het verzoek aan de rechtbank wordt gesteld dat onherroepelijke vergunningen niet onaantastbaar zijn. Er geldt een actualisatieplicht. De bestuursrechter dient volgens Behoud de Parel en omwonenden te onderzoeken of de gewijzigde emissiefactoren al dan niet gelden voor bedrijven die voor 20 juli 2018 al vergund waren.
Van belang is in elk geval dat het bevoegd gezag en omwonenden een rechtsgrondslag wordt geboden om op te treden indien door het bedrijf niet een stankemissiereductie van 85% wordt gerealiseerd. Opgemerkt wordt dat het hier gaat om het grootste varkensbedrijf van Nederland dat op basis van de onjuiste reductiefactor van 85% door de provincie Limburg is vergund, ”op de grens van wat de stanknormen toestaan, te weten 14 Ou/m3”.

De megavarkensstal voor 19.000 vleesvarkens is onderdeel van het zogeheten Nieuw Gemengd Bedrijf, waar ook een megakippenstal voor meer dan 1 miljoen vleeskuikens en een grote mestverwerker toe behoren. Ook komen er nog stallen voor 10.000 biggen en 2500 zeugen. Aan het varkensbedrijf is een ster van het Beter Leven Keurmerk van de Dierenbescherming toegekend.


Update 15 maart 2019: Rechtbank Limburg wijst verzoek af
De Rechtbank Limburg heeft het verzoek om intrekking van de vergunning afgewezen.
Intrekken kan alleen als de gevolgen ontoelaatbaar zouden zijn. De rechter stelt dat er geen reden is voor een dergelijke vergaande conclusie. Extra voorschriften die door het bevoegd gezag (provincie) aan de vergunning zijn toegevoegd – met een streefnorm die neerkomt op een verwijderingsrendement van 85% – zijn volgens de rechter voldoende. Bovendien moet het bedrijf de geuruitstoot gaan meten.
De rechter erkent dat een dergelijke streefnorm niet handhaafbaar is, maar hij neemt er genoegen mee dat als metingen een onaanvaardbare milieukwaliteit aantonen, de provincie zich opnieuw gaat beraden.
Tegen het vonnis is door Behoud de Parel en Coöperatie Mobilisation for the Environment (MOB) beroep ingesteld bij de Raad van State.

Update 17 mei 2019: geen spoedeisend karakter volgens Raad van State
Volgens de voorzieningenrechter van de Raad van State er in deze zaak geen sprake van een spoedeisend karakter. Daardoor blijft de vergunning vooralsnog intact en wordt de bouw niet stil gelegd. Later dit jaar volgt nog een bodemprocedure.
Lees meer


Brief aan college van B&W Grubbenvorst
Naast de juridische procedure heeft Vereniging Behoud de Parel voor Vereniging Behoud de Parel uit Grubbenvorst het College van B&W en de gemeenteraad van Horst aan de Maas een brief geschreven. In de Brief dringt de vereniging er op aan om snel onderzoek te laten verrichten door de GGD Limburg Noord om de gezondheidseffecten van de varkensstallen te meten in de nieuwe situatie.

Verzoek aan GGD Limburg Noord
Op 31 augustus 2018 heeft de werkgroep max5odeur de GGD Limburg Noord gevraagd nader onderzoek te doen naar de feitelijke geuremissies van het megavarkensbedrijf op basis van de nieuwe emissiefactoren. ”Indien de herberekening daartoe aanleiding geeft, lijkt ons een openlijke correctie van de risicobeoordeling op zijn plaats”, aldus max5odeur.

Op dit verzoek is op 31 januari geantwoord door de zogeheten Veiligheidsregio Limburg Noord, waar de GGD onder valt. Uit dat Antwoord blijkt dat de gemeente Horst aan de Maas deze kwestie doorverwijst naar de provincie. De gemeente zou geen aanvullende maatregelen kunnen eisen. De GGD gaat verder niet in op het verzoek om aanvullend onderzoek. Het bedrijf beschikt over een rechtsgeldige vergunning, die is verleend op basis van de toen geldende emissiefactoren, aldus de GGD. De GGD verwijst verder naar de Regionale Uitvoeringsdienst (RUDZL) die geregeld controles zal uitvoeren naar de luchtwassers en indien nodig handhavend zal optreden. Dat daar nu juist de grondslag voor ontbreekt, wordt niet ingezien.

Op 26 februari 2019 laat Henk Janssen, directeur van de GGD Limburg Noord, telefonisch desgevraagd weten dat er van zijn kant geen initiatief te verwachten valt. Hij zegt: ”Wij zijn verlengd lokaal bestuur. Ik voel me niet bevoegd. Dat zou politiek ook heel verkeerd vallen. We zijn feitelijk gemeente. Bovendien: dit ligt op provinciaal niveau. Het is een gemeente-overstijgende kwestie. Wij hebben geen eigenstandige bevoegdheid. Op eigen initiatief een herbeoordeling doen, zou neerkomen op een detournement du puvoir. Dan gaan we op de stoel van het lokaal bestuur zitten. U moet de gemeente ervan overtuigen haar verantwoordelijkheid te nemen en aan de GGD om nieuw onderzoek/advies te vragen. Ik ben met handen en voeten gebonden.”

*) Na onderzoek waaruit bleek dat gecombineerde luchtwassers geen 85% maar slechts 45% van de stank reduceren, zijn de emissiefactoren bijgesteld. Dit is gebeurd op 20 juli 2018. Door de emissiefactoren aanzienlijk te verhogen zit een bedrijf veel eerder aan de grens van wat toelaatbaar is. Dit heeft gevolgen voor bedrijven met uitbreidingsplannen die nog geen vergunning hebben. Bedrijven waaraan al een vergunning is verleend, zouden volgens staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu Van Veldhoven, niet hoeven te voldoen aan de nieuwe emissiefactoren. Dit heeft echter grote consequenties voor omwonenden. Daarmee is in feite de huidige praktijk van 45% in plaats van 85% stankreductie gelegaliseerd, dit terwijl veel bedrijven vaak al tegen de grens van de geurnormen aanzitten. En daar dus ten gevolge van falende luchtwassers ruim overheen gaan.

Eerdere berichten:
http://www.max5odeur.nl/35-000-varkens-falende-luchtwassers/
http://www.max5odeur.nl/emissiefactor-twee-luchtwassers-ruim-drie-keer-zo-hoog/

Burgers vragen GGD om herberekening megastal Grubbenvorst

Voor meer info, kijk in de rubriek luchtwassers.