Alternatieven voor falende luchtwassers zeer beperkt

Varkenshouders hebben slechts zeer beperkt mogelijkheden om stank uit stallen te reduceren. Het aantal alternatieven voor falende luchtwassers is daardoor gering. Dat blijkt uit het rapport ”Stalmaatregelen voor het reduceren van geuremissie uit de intensieve veehouderij”  van Wageningen Universiteit en Research (WUR).

Bestaande technieken, zoals het koelen van de mest in de kelder en mestopvang in water, leveren een reductie op van 22%. Dat is onvoldoende om de falende luchtwassers (geen 80% maar slechts 30-45% geurreductie) te compenseren. Nieuwe technieken, zoals nabehandeling met koude plasma en fotokatalytische nabehandeling, zijn veelbelovend, maar staan nog in de kinderschoenen. Verder onderzoek en ontwikkeling is noodzakelijk, aldus het rapport.

Managementmaatregelen
Managementmaatregelen, zoals het verwijderen van mest uit hokken, het nat reinigen tussen rondes en het reinigen van kelders tussen rondes, kan de aanwezigheid van mest en hokbevuiling met mest – en daarmee de emissie van geur – verminderen. Maar de maatregelen zijn arbeidsintensief, de verwachte reductie is beperkt en de maatregelen zijn niet of moeilijk controleerbaar. Daarmee zijn deze maatregelen door de samenstellers van het rapport als niet perspectiefvol beoordeeld.
Wel perspectiefvol is het zogeheten varkenstoilet. Er zijn echter nog geen emissiemetingen verricht. Een alternatief dat eveneens nog nader moet worden onderzocht is het verlagen van het zogeheten ventilatiedebiet door luchtconditionering. Er komt dan minder lucht uit de stal, doordat de ventilatiebehoefte afneemt. De WUR-onderzoekers verwachten een beperkte reductie van deze maatregel.

Voer
De WUR heeft zeer veel literatuur bestudeerd en ook gekeken naar het zogeheten ”voerspoor”. Door voer met een lager ruweiwit-gehalte te geven aan varkens, zou de mest minder stinken. Of dit echt mogelijk is, moet nog blijken. Het huidige varkensvoer heeft al een laag ruweiwitgehalte. Ook over het toevoegen van geurreducerende stoffen aan het voer, valt nog weinig te zeggen. ”Op basis van de huidige kennis kunnen voeradditieven (nog) niet als effectieve maatregel tegen geuremissies worden aangewezen.” Wel is duidelijk dat het voeren van varkens met droogvoer tot minder stank leidt dan voeren met brijvoer.

Klik hier voor het volledige rapport

Bestrijding stankoverlast ontbreekt bij integraal duurzame stallen

Bestrijding van stankoverlast ontbreekt bij de beoordeling of stallen van veehouderijen integraal duurzaam zijn of niet. Dit is in tegenspraak met toezeggingen die staatssecretaris Van Veldhoven (I&M) aan de Tweede Kamer heeft gedaan.

Op 14 december 2017 zei Van Veldhoven tijdens een overleg met de Tweede Kamer dat de aanpak van stankoverlast onderdeel zou worden van de integrale verduurzamingsaanpak veehouderij. In de recent gepubliceerde ”Monitoring integraal duurzame stallen” komt het woord stank of geur echter niet voor. Stallen krijgen het predikaat integraal duurzaam zonder dat de veehouder iets extra’s hoeft te doen aan stankbestrijding.

De monitoring is vandaag aangeboden aan de Tweede Kamer door de collega van Van Veldhoven, minister Carola Schouten van LNV. Noch in het rapport, noch in de definitie van integraal duurzame stallen staat geur of stank vermeld als duurzaamheidsthema. In de begeleidende kamerbrief verwijst Schouten naar gesprekken met dierlijke sectoren en maatschappelijke partijen. Waar Van Veldhoven in december 2017 nog burgers op het oog had als overlegpartner, worden die nu niet eens meer genoemd.

Definitie integraal duurzame stallen
Integraal duurzame stallen zijn gedefinieerd als stal- en houderijsystemen waarin verschillende duurzaamheidkenmerken in onderlinge samenhang zijn verbeterd ten opzichte van de regulier toegepaste stallen of systemen. Het gaat om stallen en houderijsystemen die het dierenwelzijn extra verbeteren door het toepassen van maatregelen die verder gaan dan de wettelijke welzijnsnormen en die daarnaast tenminste voldoen aan andere maatschappelijke randvoorwaarden en wettelijke eisen
voor milieu, diergezondheid en arbeidsomstandigheden én economisch haalbaar zijn.

Volgens deze definitie zijn inmiddels een derde van de varkensstallen en veertig procent van de pluimveestallen integraal duurzaam, aldus het monitoringsrapport.

Klimaatzaak Urgenda biedt perspectief voor proces stank veehouderij

De uitspraak van het gerechtshof in de klimaatzaak van Urgenda biedt perspectief voor het proces tegen de staat over de onrechtmatigheid van stankoverlast door veehouderijen. Twee artikelen uit het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) zijn daarbij relevant.

Volgens het gerechtshof rust op de Staat op grond van artikel 2 EVRM de positieve verplichting om het leven van burgers binnen zijn jurisdictie te beschermen. Artikel 8 EVRM schept de verplichting om het recht op woning en privéleven te beschermen.

Deze verplichting geldt voor alle activiteiten, publieke en niet-publieke, die de aldus beschermde rechten in gevaar kunnen brengen en geldt zeker als sprake is van industriële activiteiten die naar hun aard gevaarlijk zijn.
”Wanneer de overheid weet dat er sprake is van een reëel en onmiddellijk dreigend gevaar, moet de Staat preventieve maatregelen nemen om de aantasting zoveel mogelijk te voorkomen”, aldus het hof in de uitspraak over de klimaatzaak van Urgenda.

Het hof is het niet met de Staat eens dat de rechter hier niets over te zeggen heeft. ”De rechter moet  rechtstreeks werkende bepalingen van verdragen waarbij Nederland partij is toepassen. Deze bepalingen maken deel uit van de Nederlandse rechtssfeer en zij hebben zelfs voorrang boven Nederlandse wetten die daarvan afwijken.”

Het gaat dus om beschermde rechten die in gevaar worden gebracht. Tot die rechten behoren het recht op leven en op gezinsleven. In recent gevoerde gesprekken met de commissie Biesheuvel hebben omwonenden van veehouderijen aangegeven hoe ingrijpend de gevolgen zijn van stank voor hun privéleven en voor dorpsgemeenschappen. Stank uit veehouderijen veroorzaakt stress bij omwonenden, er ontstaan spanningen in het gezin, spanningen met de buren, het leidt ertoe dat mensen na een dag hard werken niet graag naar huis gaan.

Deze getuigenissen zijn opgetekend door de commissie Biesheuvel en zullen worden meegenomen in een advies aan staatssecretaris van het ministerie van I&W Stientje van Veldhoven. Het rapport wordt eind dit jaar, begin volgend jaar aan de staatssecretaris overhandigd. De commissie is ingesteld om te adviseren over de aanpak van falende luchtwassers en het geurbeleid op de langere termijn.

Volg hier het werk van de commissie Biesheuvel
Volg hier het nieuws over het proces tegen de staat 

Vragen aan gemeenteraad Nederweert over falende luchtwassers

De raadsfractie JAN in de gemeente Nederweert heeft aan het college vragen gesteld over falende luchtwassers. De vijfkoppige fractie wil weten hoeveel veehouderijen in Nederweert gebruik maken van zogeheten combi-luchtwassers.

Ook vraagt de fractie aan het college of er al een herberekening is gemaakt van de uitstoot van geur op basis van de door de staatssecretaris Van Veldhoven aangepaste emissiefactoren.

De fractie wil tevens opheldering over de wijze waarop inwoners en ondernemers worden geïnformeerd over de falende luchtwassers en welke maatregelen er worden getroffen om de overlast te verminderen.

De fractie van JAN heeft de afgelopen zomerperiode veel inwoners gesproken die klaagden over geuroverlast door veehouderijen en vraagt zich af of het college ook klachten heeft ontvangen en hoe daar op wordt gereageerd.

JAN maakt samen met D66 en Nederweert Anders deel uit van het college van B&W van de gemeente Nederweert.