Slachtoffers stankoverlast eisen lagere geurnormen en aanpassing van stallen

De twintig eisers in het proces tegen de staat over de stank uit de veehouderij zetten in op een verlaging van bestaande geurnormen. Ook eisen ze dat bestaande stallen en vergunningen worden aangepast.

Verleende vergunningen die stankoverlast faciliteren, moeten worden gewijzigd en in ernstige gevallen worden ingetrokken, zo heeft een delegatie van de eisers gisteren in een gesprek met het ministerie van I&W aangegeven. Het gesprek met het ministerie volgde op een brief die op 18 juni is verzonden.
In het gesprek is door een delegatie van de eisers kenbaar gemaakt dat de overheid dient in te grijpen: de huidige regelgeving ter voorkoming van geurhinder moet veranderen. De regels bieden immers onvoldoende bescherming tegen stankoverlast. De eisers willen met het proces tegen de staat bereiken dat de geurnormen worden aangepast:

  • 2 odeur (woonkern) tot 5 odeur (buitengebied) voorgrondbelasting en 5 tot 10 odeur achtergrondbelasting;
  • de gemeentelijke speelruimte tot 35 odeur moet verdwijnen en worden beperkt tot maximaal 10 odeur;
  • het onderscheid tussen concentratie- en niet concentratiegebieden moet worden afgeschaft.

Als uitgangspunt zou moeten gelden dat er geen sprake is of blijft van een
overbelaste situatie voor geur (voorgrond of achtergrond).
Verder dient per geval te worden onderzocht of het gerechtvaardigd is bestaande vergunning in stand te laten en hoe omwonenden in dat geval gecompenseerd worden voor bovenmatige overlast. Voor elke zogeheten odour unit die bijdraagt aan bovenmatige overlast, moet de staat of de gemeente in de buidel tasten.

Naarmate de overbelasting langer duurt wordt het bedrag per odour unit hoger, aldus de eisers, die worden bijgestaan door advocaat Nout Verbeek en jurist Valentijn Wösten.

”De veehouders veroorzaken de overlast. De overheid probeert de veehouders zo veel mogelijk te faciliteren. De omwonenden betalen de rekening in stank. Deze vicieuze cirkel moet doorbroken worden. Alleen de overheid kan die doorbreken. Naar de mate waarin dit tijd kost moeten de omwonenden gecompenseerd worden, bijvoorbeeld door middel van een schadevergoeding per odour unit overbelasting.Als de overheid niet bereid is de regels voor vergunningverlening aan te passen, zijn de omwonenden genoodzaakt hun belangen civielrechtelijk te verdedigen. Dat zal uiteindelijk leiden tot grote financiële problemen voor de veehouders. De veehouders zullen het op den duur afleggen”, zo wordt gesteld door de eisers.

Stank veehouderij Limburg grote gevolgen voor leefklimaat

De stank vanuit de veehouderij in het noorden en midden van Limburg heeft grote gevolgen voor het leefklimaat. Bij 28.440 zogeheten geurgevoelige objecten (11,1% van het totaal) is sprake van een matig tot zeer slecht woon- en leefklimaat. Dit blijkt uit onderzoek door het adviesbureau Poederoyen naar de mate van geurhinder in dit deel van de provincie.

Poederoyen heeft een herberekening gemaakt van de geurbelasting van geurgevoelige objecten (woningen, kantoren, scholen, etc.). Daarbij is uitgegaan van de onlangs bijgestelde emissiefactoren voor gecombineerde luchtwassers. Ook is gebruik gemaakt de beoordelingssystematiek zoals toegepast in het hinderbelevingsonderzoek van GGD/IRAS uit 2014. Hierdoor ontstaat een meer realistisch beeld van de feitelijke geurbelasting.

Toename geuremissie met 14,3%
Poederoyen heeft ook gekeken naar de totale geuremissie van de veehouderij aan de hand van de bijgestelde emissiefactoren voor gecombineerde luchtwassers. Na toepassing van de nieuwe emissiefactoren komt men tot een toename van de vergunde geuremissie met 14,3% (bestand 2018, vergelijking vergunde geuremissie voor- en na de aanpassing van de emissiefactoren van de gecombineerde luchtwassers per 20 juli 2018).

De emissiefactoren zijn in juli van 2018 aangepast. Dit heeft grote
consequenties voor de berekende geuremissie en de berekende geurbelasting, aldus Poederoyen. Waar voorheen uitgegaan werd van 85% geurreductie voor de beste combi-luchtwassers (van elke 100 Ou geuremissie blijven er dan na wassing van de lucht 15 Ou over) is dat nu nog maximaal 45% geurreductie (van elke 100 Ou emissie blijven er na wassing van de lucht 55 Ou over).

Door gebruik te maken van de systematiek uit het onderzoek van GGD/IRAS komt Poederoyen uit op aanzienlijk hogere geurbelastingspercentages dan waar men tot dusver vanuit is gegaan. Poederoyen verantwoordt toepassing van deze systematiek door te stellen dat ”de relatie tussen geurbelasting en geurhinder die het onderzoek van GGD en IRAS wordt gehanteerd, veel beter lijkt aan te sluiten bij de voor
niet-concentratiegebieden veronderstelde relatie. Deze laat meer hinder zien bij
hetzelfde niveau van geurbelasting.”

De herberekening door Poederoyen is uitgevoerd in opdracht van de Provincie Limburg. Het onderzoek is te vinden in de bijlagen bij de Uitvoeringsagenda Vitale Veehouderij voor een Gezonde en Duurzame Leefomgeving, september 2018

Blijf bellen, blijf klagen bij stankoverlast

Blijf bellen, blijf klagen en hou een dagboek bij. Dat adviseert Hugo van Belois, expert op het gebied van lucht- en leefkwaliteit, op de website van De Monitor van KRO-NCRV.

Het is volgens Van Belois van groot belang dat de overheid meer inzicht krijgt in de mate van stankoverlast in Nederland. ”Het ontbreekt aan een actueel beeld, aan een monitor waarmee duidelijk in kaart kan worden gebracht hoe vaak geuroverlast voorkomt, hoeveel mensen overlast ervaren en waar de geur dan vandaan komt. Daarom is er eigenlijk geen duidelijk beeld van de omvang van de geurproblematiek op dit moment”, zegt hij.

Hij adviseert stankoverlast altijd te melden bij het bevoegd gezag, dus bij de gemeente of provincie. Blijf bellen en klagen als de overlast aanhoudt, aldus Van Belois.’‘Daarbij is het cruciaal dat je als burger goed kunt uitleggen wat er aan de hand is en waar de schoen precies wringt voor jou.’

Van Belois adviseert burgers om altijd een dagboek bij te houden. ”Als burger is het verstandig de overlast systematisch bij te houden. Schrijf op wanneer je thuis bent en waar en wanneer je precies overlast ervaart. Hou bij hoe lang de overlast al duurt, hoe erg het voor jou is, waar je denkt dat het vandaan komt en waar het naar ruikt. En bovenal: blijf bellen, blijf klagen. Gemeenten en provincies hebben die informatie nodig’’. Burgers kunnen ook aandringen op een geuronderzoek. Dan worden er luchtmonsters genomen bij een bedrijf en deze worden in een lab door een geurpanel beoordeeld. Stankoverlast moet niet worden onderschat,aldus Van Belois. Het kan leiden tot gezondheidsproblemen.

Varkenshouderij Elshof aan de ketting wegens stankoverlast

Varkenshouderij Elshof met acht locaties in het noorden van Nederland, is door de gemeente Leek aan de ketting gelegd wegens stankoverlast. Het gaat om het bedrijf in het Groningse Zevenhuizen, vlakbij een woonwijk. Aanhoudende stankoverlast ten gevolge van een niet goed functionerende luchtwasser is de aanleiding voor een last onder dwangsom.

Omwonenden hebben al zeker vijf jaar last van stank.In 2013 kwam de buurt in opstand tegen een uitbreiding van het bedrijf aan de Oudeweg 38. Elshof beloofde toen beterschap. Hij zou een luchtwasser installeren. ”De geur wordt beter, we worden nauwelijks groter”, liet Hans Elshof destijds via het Dagblad van het Noorden weten.
Elshof heeft onder meer varkensstallen in Marum en Nieuw Roden.
Het echtpaar Elshof heeft vijf kinderen. Het bedrijf is sterk gericht op uitbreiding in wat ze noemen ”het varkensarme noorden”. Het streven is elk kind een eigen varkensbedrijf te laten runnen. In 2015 was het bedrijf genomineerd voor de titel Agrarisch ondernemer van het jaar.

RIVM rapporteert toename geurhinder veehouderij

Het RIVM rapporteert over de afgelopen acht jaar een toename van geurhinder ten gevolge van agrarische bedrijven en het uitrijden van mest. Uit een representatieve steekproef blijkt dat in 2016 ruim twee keer zoveel Nederlanders ernstige geurhinder hebben ervaren ten opzichte van 2008. Het percentage is gestegen van 1% naar 2,5%. Het aantal Nederlanders dat in 2016 zei hinder te ondervinden, was gestegen van 4% in 2008 naar 6% in 2016.

Voor het eerst is ook gevraagd naar de gevolgen voor de nachtrust van geurhinder. Zes procent meldt enige tot ernstige slaapverstoring. Ook is gevraagd naar de mate van bezorgdheid over de eigen veiligheid. Het aantal ondervraagden dat zegt bezorgd over het wonen in de buurt van een intensieve veehouderij (4,3%) ligt dicht in de buurt van het aantal mensen dat aangeeft bezorgd te zijn over het wonen in de buurt van een risicovol bedrijf (4,6%).

Bekeken over een langere periode (1993 tot 2016) komt het RIVM tot de conclusie dat geurhinder ten gevolgen van agrarische bedrijven en het uitrijden van mest is afgenomen. Deze conclusie is door veel media overgenomen. De tabellen laten echter een meer gedetailleerd beeld zien en daaruit blijkt dat de geurhinder door agrarische bedrijven en mest uitrijden lager is dan in 1993, maar sinds 2008 aanzienlijk is toegenomen. Bekeken over een periode van 23 jaar is de geurhinder ongeveer gehalveerd.
Beleving Woonomgeving in Nederland. Inventarisatie Verstoringen 2016

Burgers vragen GGD om herberekening megastal Grubbenvorst

De burgerwerkgroep max5odeur heeft de GGD Limburg Noord gevraagd om een herberekening van stank en fijnstof die worden veroorzaakt door het Nieuw Gemengd Bedrijf in Grubbenvorst. De initiatiefnemer van de gigastal voor varkens en pluimvee schermt met een oud GGD-advies uit 2012. Daarin staat dat het extra gezondheidsrisico voor de bevolking van de woonkernen minimaal is.

Het GGD-advies zou volgens max5odeur herzien moeten worden. In het advies is gerekend met emissiefactoren voor luchtwassers, die inmiddels aanzienlijk zijn bijgesteld. ”In de geurberekeningen van het varkensbedrijf is uitgegaan van de toepassing van gecombineerde luchtwassers (BWL 2009.12). Zoals bekend reduceren deze luchtwassers geur niet conform de aangegeven 85%”, aldus max5odeur.

Wat betreft fijnstof ligt een cumulatieve berekeningswijze voor ter consultatie. De burgerwerkgroep max5odeur vraagt de GGD deze berekeningswijze toe te passen op het varkensbedrijf en het pluimveebedrijf van het NGB, en op basis daarvan de conclusies ten aanzien van fijnstof, indien daar aanleiding toe is, te herzien en deze openbaar te maken.

De burgerwerkgroep verwacht dat met de nieuwe berekeningen aangetoond zal worden dat de gezondheidsrisico’s toenemen. De initiatiefnemer van het Nieuw Gemengd Bedrijf geeft op de website nieuwgemengdbedrijf.nl aan dat hij in dat geval de stekker uit het project zal trekken. ”Als wij zouden denken, dat Nieuw Gemengd Bedrijf op dit punt een achteruitgang zou zijn vergeleken bij de nu gangbare veehouderij, zouden wij vandaag nog stoppen met ons plan.”
Brief aan directie GGD Limburg Noord