GGD: intensieve veehouderij op 250 meter afstand van burger

Veehouderijen moeten op 250 meter afstand blijven van burgerwoningen. Dat stelt GGDGHOR in een brief aan de Tweede Kamer.
Het is niet voor het eerst dat er door de gezamenlijke GGD’en voor een dergelijke afstandsnorm wordt gepleit. De bewijzen stapelen zich op dat deze norm vanuit het oogpunt van volksgezondheid echt noodzakelijk is.
GGD GHOR Nederland vindt dat intensieve veehouderij beschouwd moet worden als een industriële activiteit.
”Vanuit die gedachte kunnen eisen gesteld worden aan de dichtheid van bedrijven en de afstand tussen stallen en bewoning. Concreet betekent dit dat stallen en bewoning uit voorzorg op minstens 250 meter afstand van elkaar moeten komen te staan. De concentraties fijnstof, endotoxinen en markers voor vee-specifieke MRSA-bacterie dalen bij een afstand van 250 meter tot bijna op het achtergrondniveau,” aldus GGDGHOR, de landelijke koepel van alle GGD’en in Nederland.

Nieuwe emissiefactoren voor combiwassers per 20 juli

Staatssecretaris Van Veldhoven en minister Schouten hebben de emissiefactoren van gecombineerde luchtwassers gewijzigd. De wijziging is gepubliceerd in de Staatscourant en gaat in per 20 juli 2018.

De emissiefactoren zijn nu in overeenstemming met de feitelijke rendementen op het gebied van geur. Combiwassers reduceren geur niet met 70 tot 85 procent, maar met 30 tot 45%, zo is uit onderzoek gebleken.

Wanneer varkenshouders kunnen aantonen dat hun luchtwassers door middel van aanpassingen en beter onderhoud de reductiepercentages van 70 tot 85% weer halen, dan zijn de minister en de staatssecretaris bereid de emissiefactoren te herzien. Maar voorlopig moeten varkenshouders en ook kalverhouders rekenen met hogere emissiefactoren, waardoor eerder de grenzen van de geurnormen worden bereikt.

Uitbreidingsplannen waarbij gebruik wordt gemaakt van een combiwasser, moeten worden herberekend met behulp van de nieuwe emissiefactoren. Dit kan betekenen dat uitbreiding misschien helemaal niet mogelijk is of slechts in beperkte mate.
Alle protest vanuit de varkenshouderij tegen een wijziging van emissiefactoren heeft weinig effect gesorteerd, constateert de website Pigbusiness.nl. Het pleidooi van de werkgroep max5odeur om de nieuwe emissiefactoren zo snel mogelijk in te voeren, heeft wel gehoor gevonden.

Vier provincies gevraagd naar gegevens over combiwassers

Twee leden van de burgerwerkgroep max5odeur hebben bij vier provincies (Gelderland, Overijssel, Noord-Brabant en Limburg) een WOB-verzoek ingediend om gegevens over gecombineerde luchtwassers ter beschikking te stellen. De werkgroep wil weten waar die luchtwassers staan en hoeveel er zich op een locatie bevinden.
Zoals bekend doen gecombineerde luchtwassers niet wat ze zouden moeten doen: de uitstoot van geur met 70 tot 80% verminderen.Omwonenden ondervinden daar veel hinder van. Na herberekening aan de hand van nieuw emissiefactoren kan er sprake zijn van een overschrijding van de geurnormen. De werkgroep max5odeur vindt dat de emissie van alle gecombineerde luchtwassers opnieuw moet worden berekend, zodat omwonenden weten waar ze aan toe zijn en eventueel actie kunnen ondernemen.

Farmair beticht ”cowboys” van gesjoemel met luchtwassers

Het luchtwasserdebacle wordt door luchtwasserfabrikant Farmair in de schoenen geschoven van ”cowboys”. Die zijn volgens Bram Claassen van Farmair verantwoordelijk voor ondeugdelijke installaties. In de uitzending van Nieuwsuur van 14 juli sprak hij over namaakluchtwassers, die sinds 2009 op de markt zijn gekomen.

Met ”cowboys” doelt Claassen op fabrikanten ”die het wat minder nauw nemen met de omschrijvingen en technische specificaties” waaraan luchtwassers moeten voldoen.
Fred Stouthart van de Brabantse omgevingsdienst zegt: ”Dat komt voor”. Hij erkent dat er bijna nooit wordt gecontroleerd hoeveel geur luchtwassers wegvangen. ”Dat is moeilijk te meten en het zijn ook dure metingen.”

In de uitzending komt ook Piet Catsburg uit het Brabantse Zeeland aan het woord. Hij is omwonende van een varkensbedrijf met een falende combi-wasser. Catsburg pleit voor een plan van aanpak door de overheid. De Brabantse gedeputeerde Van den Hout kon in de uitzending nog geen toezeggingen doen. Er wordt nu weliswaar onderzocht of er bewust is gesjoemeld met luchtwassers, maar ”dat is vooral interessant voor de boeren, die zo’n machine gekocht hebben, om te weten wie verantwoordelijk is. Voor ons als overheid is vooral de toekomst van belang.”

Van den Hout zei machteloos te staan tegenover de bestaande falende luchtwassers en zich nu vooral bezig te houden met innovaties, die ervoor zorgen dat er helemaal geen of veel minder geur ontstaat in varkensstallen. ”De boeren moeten geholpen worden, omdat we daarmee ook de omgeving helpen. Dat wil zeggen: geholpen worden in de toekomst en daarbij vooral vooruit kijken: waar moet een volgende generatie stallen aan voldoen.”. Hij erkende wel dat er door het luchtwasserdebacle nu meer overlastgebieden bij zijn gekomen, dat burgers nu een poot hebben om op te staan om daar iets aan te doen. ”En daar is steun van de overheid hard bij nodig.”

Omwonenden verdwijnen naar achtergrond in luchtwasserdebat

De varkenssector krijgt belangrijke een stem in de aanpak van het luchtwasserdebacle. Omwonenden die ten gevolge van dat debacle in de stank zitten, raakten tijdens het debat gisteren in de Tweede Kamer steeds verder op de achtergrond. Staatssecretaris van Veldhoven (D66) liet de kamer weten al druk in overleg te zijn met varkenssector, provincies en gemeenten.

Vaststaat dat de emissiefactoren voor nieuwe aanvragen zo snel mogelijk worden aangepast. De vraag is echter: wat te doen met reeds bestaande combiwassers, die de stank van veehouderijen onvoldoende wegnemen. De varkenssector heeft aangeboden om een plan van aanpak te maken, waarin per geval wordt bekeken wat de problemen zijn. Over het betrekken van omwonenden bij deze aanpak werd tijdens het debat in de Tweede Kamer met geen woord gerept.

In een brief aan de Kamer had Van Veldhoven al wel laten weten dat zij een onafhankelijke commissie *) heeft ingesteld die met oplossingen moet komen voor bestaande situaties. ”Omwonenden, veehouders, gemeenten en andere belanghebbenden zullen worden betrokken bij de uitvoering van de opdracht. Daarnaast heb ik de Commissie gevraagd om een bijdrage te leveren aan een robuust geurbeleid op de langere termijn”, aldus Van Veldhoven. Zij verwacht dat ze in november met de resultaten naar de Kamer kan.

Andere vraag is: wat te doen met lopende aanvragen? Volgens VVD-kamerlid Ziengs verkeren tweehonderd veehouders in onzekerheid. Daarover is de staatssecretaris al in gesprek met provincies en gemeenten. Volgens Van Veldhoven is er een groot verschil tussen een aanvraag die net is ingediend en een vergunningprocedure die al bijna is afgerond. Ook op dit onderdeel werd het belang van omwonenden en een eventuele rol van hen bij dat overleg, niet genoemd.
*) De commissie staat onder leiding van mr. P.J. Biesheuvel, voormalig CDA-politicus en lid van de Tweede Kamer tot 2002, voor 1986 werkzaam bij de Christelijke Boeren- en Tuindersbond, bij de Unie van Waterschappen en de Agrarische Sociale Fondsen.