Mest ”risicofactor” voor volksgezondheid

Een gram mest bevat gemiddeld miljoenen tot honderden miljoenen bacteriën, waarvan een gedeelte ziekteverwekkend kan zijn. Dit stelt het RIVM in een rapport over de vraag of mest een risicofactor is voor de volksgezondheid.

Het rapport is niet gebaseerd op eigen onderzoek maar op wetenschappelijke studies van anderen. Deze studies wijzen op de aanwezigheid van ziekmakende E. coli-bacteriën in 17% van de onderzochte monsters rundveemest. Gemiddeld was 43% van de varkensmestmonsters positief voor ziekmakende E. coli. MRSA-bacteriën werden slechts in twee publicaties onderzocht en alleen aangetoond in varkensmest.

Op dit moment is onbekend of en in hoeverre verspreiding van micro-organismen uit mest via het milieu bijdraagt aan het optreden van ziekte bij mensen, aldus het RIVM. Verschillende epidemiologische studies wijzen mest aan als risicofactor voor het optreden van infecties. In Nederland is de dichtheid van veehouderijen echter zeer groot. Er wonen relatief veel mensen dichtbij veehouderijen. De verwachting is dat daarmee de druk van ziektekiemen uit mest op het milieu dan ook groter is, wat de risico’s voor de gezondheid mogelijk vergroot.

Mestverwerking
Het RIVM heeft ook bekeken wat er bekend is over de risico’s van mestverwerking voor de volksgezondheid. Emissie vanuit mestverwerkers naar het oppervlaktewater lijkt onwaarschijnlijk, gegeven de grote mate van verwijdering door omgekeerde osmose. Wel is nog onduidelijk in hoeverre emissie kan optreden vanuit luchtwassers van mestverwerkers en of dit gevolgen heeft voor de gezondheid. Ook is onduidelijk in hoeverre dit zich verhoudt tot emissies van pathogenen vanaf bemeste akkers.

Klik hier voor het rapport Verkenning van de microbiologische risico’s van mest voor de gezondheid

Pluimveehouderijen gooien de luiken open: meer stof voor omwonenden

Steeds meer pluimveehouderijen zetten de luiken open om de kippen in overdekte en niet-overdekte uitlopen te laten scharrelen. Zo kunnen ze meer geld verdienen aan het vlees en de eieren. Het Beter Leven Keurmerk stimuleert deze ontwikkeling. De vraag is of omwonenden daar zo blij mee zijn.

Door de stallen te openen, veranderen de emissies van stof, ammoniak en stank. In de meeste gevallen wordt de emissiefactor van gesloten stallen gebruikt, bij gebrek aan emissiefactoren voor open stallen. De natuurlijke ventilatie die optreedt in de overdekte uitlopen veroorzaakt echter andere emissiestromen. Technieken die emissies reduceren werken niet meer optimaal. Het gebruik van luchtwassers is bij natuurlijke ventilatie niet mogelijk. Met de kennis van nu kan gesteld worden dat biologisch gehouden vleeskuikens meer fijnstof uitstoten dan vleeskuikens in gesloten stallen. Ander belangrijk punt is dat de grens van de inrichting verandert door het in gebruik nemen van een vrije uitloop. De afstand van omwonenden tot de inrichting kan daardoor kleiner worden.

Onderzoek
In oktober is er een onderzoek gestart naar de hoogte van emissies van biologisch gehouden pluimvee. In eerste instantie richt het onderzoek zich op de verschillen tussen biologische en reguliere pluimveehouderij, Gekeken wordt of daar emissiefactoren voor de open stallen uit afgeleid kunnen worden. Het kan zijn dat daarna nog metingen noodzakelijk zijn. Hilko Ellen van Wageningen Universiteit & Research gaf tijdens een bijeenkomst van omwonenden van een pluimveebedrijf in Wehl aan dat dit onderzoek ongeveer een jaar in beslag neemt.
Het gemeentebestuur van Doetinchem had de bijeenkomst belegd. In Wehl wil Kemper Kip een biologisch bedrijf starten. Het gemeentebestuur is in afwachting van een GGD-advies. Op de bijeenkomst gingen Wim van der Hoek van het RIVM en Martien Bokma, Hilko Ellen, Nico Ogink en Armin Elbers van de WUR in op vragen van omwonenden.

Het bedrijf dat Kemper Kip wil realiseren is uitzonderlijk qua omvang voor een biologisch bedrijf. Verspreid over 13 stallen zullen circa 50.000 vleeskuikens worden gehouden. Zij krijgen de beschikking over 12 hectare vrije uitloop. Omdat volgens de biologische regels er niet meer dan 16.000 vleeskuikens per locatie mogen worden gehouden, knipt Kemper het bedrijf ter plekke op in meerdere locaties.