Onderzoek vakbond varkenshouders schetst vertekend beeld stankoverlast

De Nederlandse Vakbond van Varkenshouders (NVV) heeft zelf een onderzoek laten uitvoeren naar geurhinder en geurbeleving bij omwonenden van varkenshouderijen. ”Geurhinder in de nabijheid van varkensbedrijven wordt door omwonenden niet of nauwelijks ervaren”, zo stelt de vakbond vast.
Een conclusie waarin de meeste omwonenden van varkensbedrijven zich slecht zullen herkennen. De verklaring is echter simpel. Dat er volgens de NVV zo weinig geurhinder voorkomt, heeft te maken met de opzet van het onderzoek. Aan de telefonische enquête hebben 669 omwonenden meegedaan die binnen een straal van 1500 meter van een varkensbedrijf wonen. Daarvan wonen er 395 op een afstand van meer dan 800 meter.
”Wegens de lage dichtheid aan woningen in de nabije omgeving rond veeteeltbedrijven, werden voornamelijk respondenten bekomen op verdere afstand van de betreffende varkenshouderijen”, zo lichten de onderzoekers toe.
Bovendien zijn er slechts vijf varkenshouderijen onder de loep genomen (in Boxtel, Leende, Udenhout, Raamsdonk en Elst). Vier van de vijf stallen beschikken over een luchtwasser. Het onderzoeksrapport vermeldt niet of de stallen ten tijde van het onderzoek (volledig) in gebruik waren. Het gaat om bedrijven die kleiner zijn dan gemiddeld (het grootste heeft 1920 vleesvarkens), en in de wijde omtrek van vier van de vijf bedrijven bevindt zich geen andere varkenshouderij. Niet erg representatief dus.
Hierdoor ontstaat een vertekend beeld.
Het onderzoek is uitgevoerd door het Vlaams Instituut voor Landbouw en Visserij-onderzoek en Olfascan.

Omroep Brabant laat de Brabantse Milieufederatie aan het woord:
De Brabantse Milieufederatie (BMF) heeft veel vraagtekens bij het rapport. Het is maar een steekproef rond vijf bedrijven en er zijn duizenden varkenshouders in de provincie.
“Als de NVV beweert dat 97 procent van de mensen geen stankoverlast heeft, hoe kan het dan dat in Oost-Brabant mensen steen en been klagen over de varkenshouders?”, zegt Nol Verdaasdonk van de BMF. “Er zijn genoeg mensen die nooit in de tuin kunnen zitten of met open raam kunnen slapen vanwege een varkensboer in de buurt.”

Klik hier voor het rapport

”Waanzin om kippen buiten te laten lopen”

”Het is waanzin om kippen buiten te laten lopen. Waar zijn we mee bezig?” zei huisarts Alfons Olde Loohuis op het symposium van het Kennisplatform Veehouderij en humane gezondheid in Den Bosch. Hij deed zijn uitspraak nadat wethouder Aart de Kruijff uit Barneveld had vastgesteld dat alle aandacht voor dierenwelzijn het ”stofvraagstuk” ernstig heeft vergroot. Kippen die scharrelen produceren namelijk veel meer fijnstof. ”Moeten we niet eens aan ons eigen welzijn gaan denken?”, vroeg De Kruijff zich af.

In de Gelderse Vallei gaan ze nu alle pluimveehouders langs om te kijken welke maatregelen ze kunnen treffen zodat de emissie van fijnstof naar beneden kan. Leidraad daarbij zijn de zogeheten best beschikbare technieken (BBT). Volgens Dick Heederik, hoofdonderzoeker van het grote onderzoek naar Veehouderij en gezondheid omwonenden, moet er meer en gedetailleerd gemeten worden, ”zodat we een goed beeld krijgen van wat daar gebeurt. Daar liggen enorm veel kansen.”

Het is bekend dat ten gevolge van het verbod op legbatterijen, de opkomst van scharrelstallen en vrije uitloopstallen de uitstoot van fijnstof door pluimveehouderijen met een factor 16 is verhoogd. Uit het onderzoek van Heederik en anderen blijkt dat met name de emissies van fijnstof uit pluimveehouderijen en de edotoxinen die daarop meeliften, voor gezondheidsproblemen zorgen. Dat het zo uit de hand heeft kunnen lopen, komt mede door berekeningen die de werkelijke effecten onvoldoende aan het licht brengen. ”Er is weinig aandacht geweest voor validatie van modellen”, zei Heederik. ”Daar betalen we nu de prijs voor.”

De werkgroep max 5 odeur bracht tijdens het symposium ook de noodzaak van geurmetingen in. De werkgroep is groot voorstander van zogeheten e-noses. De modellen waarmee geuruitstoot berekend wordt, geven onvoldoende inzicht in de werkelijke geurbelasting.

Meer lezen over het symposium? Ga naar www.kennisplatformveehouderij.nl

Ruim 200.000 mensen in zeer veedichte gebieden

In gebieden met 15 of meer veehouderijen wonen meer dan 200.000 mensen. Dat heeft het televisieprogramma De Monitor becijferd. Volgens de wetenschappers die het recente onderzoek naar de relatie tussen veehouderij en gezondheid hebben onderzocht, vormt een dergelijke concentratie van vee een gezondheidsrisico.

De Monitor is nagegaan om hoeveel mensen het eigenlijk gaat. De resultaten van een data-analyse zijn weergegeven op een kaart.

gebieden-met-binnen-1-km-minimaal-15-veehouderijen

Meer lezen? Kijk op de website van De Monitor

Brede maatschappelijke steun voor rijksnormen bescherming gezondheid

Natuur- en milieuorganisaties en burgergroeperingen willen dat de rijksoverheid de gezondheid van burgers beter beschermt. Ze pleiten voor een basisbeschermingsniveau waarvan gemeenten niet kunnen afwijken. Dit stellen ze in een reactie op de ontwerp-algemene maatregelen van bestuur, behorende bij de nieuwe Omgevingswet.

Volgens de organisaties beschermen de huidige milieunormen de volksgezondheid onvoldoende. Zoals ook de Gezondheidsraad in haar advies *) opmerkt, treedt relatief veel ziektelast als gevolg van luchtverontreiniging en geluidbelasting, op onder de normen. De Omgevingswet heeft als doel het bereiken van een gezonde en veilige leefomgeving en een goede kwaliteit van de leefomgeving. Dat gaat verder dan een ‘aanvaardbare’ kwaliteit. Het is teleurstellend, aldus de organisaties, dat de ontwerpbesluiten om een aantal redenen onvoldoende bijdragen aan het realiseren van dat doel. Daarbij wordt een aantal mensenrechten geschonden (recht op leven, recht op gezondheid). Meer ambitie op rijksniveau is noodzakelijk. Die ambitie vinden de organisaties echter niet terug in de wetgeving. ”De rijksomgevingswaarden voor luchtkwaliteit in het Besluit Kwaliteit Leefomgeving worden niet op het niveau gebracht waarop de WHO aandringt. Wij juichen toe dat gemeenten strengere normen mogen stellen, maar onvoldoende ambitie op rijksniveau betekent dat de gezondheid van mensen afhangt van de gemeente waar zij wonen.”

Geur
De organisaties gaan onder meer in op het thema geur en veehouderij. De bestaande geurnormen zijn niet gebaseerd op een relatie tussen geurbelasting en geurhinder, constateren de organisaties. Dat moet in de nieuwe wetgeving beter geregeld worden. Ze vinden het wenselijk dat de toekomstige geurnormen beter aansluiten bij de relatie tussen geurhinder en geurbelasting en dat een maximaal aanvaardbaar percentage hinder de norm bepaalt. De nieuwe normen kunnen gebaseerd worden op de wetenschappelijke onderzoeken van de IRAS en GGD’s, aldus de natuur- en milieuorganisaties, waaronder de werkgroep max 5 odeur.

Om rekening te kunnen houden met cumulatie van geur stellen de organisaties voor in de instructieregels voor gemeentelijke omgevingsplannen een verplichting op te nemen voor een planmatige verdeling van gebruiksruimte, mede gericht op het verbeteren van de leefomgevingskwaliteit en niet alleen op het (her-)verdelen van beschikbare milieuruimte.

De reactie gaat in op de zeer vele aspecten van de leefomgeving die via onder meer het Besluit Actviteiten Leefomgeving en het Besluit Kwaliteit Leefomgeving worden geregeld. De reactie is ondertekend door Natuur- en Milieu, Natuurmonumenten, de Natuur en Milieufederaties, Milieudefensie, Vogelbescherming Nederland, SoortenNL, LandschappenNL, WNF, Waddenvereniging, Max 5 odeur, Vereniging Leefmilieu en Longfonds.

*) Meewegen van gezondheid in het omgevingsbeleid

Klik hier voor de volledige reactie-op-amvbs-omgevingswet