Denen onderzoeken e-noses bij varkensstallen

Deense onderzoekers van de Universiteit van Aarhus hebben een verband kunnen leggen tussen de chemische samenstelling van de lucht rond een varkensstal en de stankoverlast die omwonenden ervaren. Dankzij dit onderzoek kan objectief worden vastgesteld of geurreducerende maatregelen effect hebben.

De onderzoekers maakten gebruik van een zogeheten proton transfer reaction-massaspectrometer (PTR-MS) en hebben met deze ”e-noses” 115 luchtmonsters genomen in en rond vier varkensfokkerijen. Ze analyseerden de lucht ter plekke, en vulden er ook plastic zakken mee die ze later in ‘echte’ labs opnieuw lieten analyseren. De waarnemingen van de massaspectrometer zijn tegelijkertijd uitgevoerd met die van een olfactometer, bemand door vier menselijke proefpersonen die hun eigen interpretatie van de geur gaven. Zo kon er een link worden gelegd tussen de ‘geurervaring’ van de proefpanels en de concentraties van 21 stoffen en stofgroepen in de luchtmonsters. De met PTR-MS vastgestelde concentraties bleken daarbij inderdaad heel aardig de reactie van de proefpersonen te voorspellen.
Het onderzoek wordt voortgezet. Bekeken wordt of een massaspectrometer een instrument kan zijn voor regelgeving.

Een stal zonder stank. Te mooi om waar te zijn?

Image processed by CodeCarvings Piczard ### FREE Community Edition ### on 2016-07-12 05:46:49Z | | Een stal zonder stank. Varkens en kippen houden zonder overlast voor de omgeving. Bijna te mooi om waar te zijn. Toch kan het, volgens Sweco en Agrifirm Exlan, twee bedrijven die de zogeheten Zero-stal ontwikkelden. Geen lelijk bakbeest in het landschap, maar een fraai ogend onderkomen waar het goed toeven is voor varkens of andere dieren. Ongeveer een derde duurder dan een gangbare stal. In 2017 moet de eerste demostal gerealiseerd zijn.

Het concept is ontwikkeld samen met het netwerk Innovatie Agro&Natuur van het ministerie van Economische Zaken. ”Op termijn kan het zero-stalconcept antwoord geven op de milieutechnische en maatschappelijke voorwaarden die worden gesteld aan de veehouderij. Het zorgt voor een verantwoorde en toekomstbestendige ontwikkeling van de sector. De hogere investering wordt terugverdiend door betere technische resultaten en mogelijke extra opbrengsten door afzet in een ketenconcept”, aldus de initiatiefnemers. Met dat laatste bedoelen ze dat het vlees kan worden verkocht als een ”zero-product”, een product dat goed is mens, dier en milieu.
Het zeshoekige ontwerp doet denken aan de reeds bestaande Rondeelstallen. Dat zijn echter geen zero-stallen. Rondeelstallen zijn vooral bedoeld om het welzijn van de gehouden dieren te verbeteren. Het milieu en de volksgezondheid zijn niet gebaat bij een Rondeelstal. In een zero-stal wordt alle lucht gezuiverd, waardoor de emissies van niet alleen geur, maar ook fijnstof en ammoniak op nul uitkomen, beloven Sweco en Agrifirm Exlan.

Omwonenden mestvergisters Friesland willen onderzoek

Omwonenden van mestvergisters in Friesland pleiten voor onderzoek naar de gezondheidseffecten van de gassen die vrijkomen uit mestvergisters en bij het uitrijden van digestaat. ”Wij zitten regelmatig in de gassen van een mestvergister en deze gassen slaan ons op de luchtwegen en voelen branderig aan in onze neus”, aldus een van hen.

Nu Friesland Campina duizend boeren gaat helpen bij het realiseren van een mestvergister, zal het probleem dat omwonenden ervaren alleen maar toenemen. Ook bestaan er grote plannen van een Fries-Amerikaans bedrijf (Universal Energy Solutions) dat €100 miljoen euro wil investeren in mestvergisters in Friesland. Het bedrijf rekent op subsidie van de overheid.

Sommige mestvergisters staan nu al dicht in de buurt van woonwijken. Omwonenden van een mestvergister in Tirns hebben eerder aangegeven dat de stank niet te harden is. Ook wordt er geklaagd over een toename van vrachtverkeer. De mestvergister in Tirns ligt op zo’n 300 meter afstand van het dorp. Die in Easterein op 350 meter van een woonwijk. Omwonenden vinden dat dergelijke installaties thuis horen op een industrieterrein. De GGD Friesland zal worden benaderd om een gezondheidsonderzoek uit te voeren.

Barneveld ”hotspot” fijnstof

De gemeente Barneveld is een ”hotspot” als het gaat om fijnstof. De GGD Gelderland Midden heeft kaarten gemaakt op grond van gegevens over luchtverontreiniging. Op die kaarten staat Barneveld, samen met Nijmegen, donkerbruin gekleurd, met de hoogste gemiddelde concentratie fijnstof (PM10) van de hele provincie.

Opvallend is de omvang van het gebied rond Barneveld. Het is ongeveer zeven keer groter dan de andere Gelderse ”hotspot” Nijmegen. Het omvat een groot deel van het buitengebied: Achterveld, Terschuur, De Glind, Nederwoud, Lunterse Veld, Buurtbos, Ederveen, Schuttersveld, Heestereng, Wormshoef, Kootwijkerbroek. In deze gebieden bevindt zich een enorme concentratie van pluimveebedrijven, die sinds de omschakeling van batterij- naar scharrelhuisvesting tien keer zoveel fijnstof uitstoten.

Op acht locaties in Barneveld werd nét onder de norm voor fijnstof gemeten, met gehaltes van 29 tot 31 microgram. De GGD merkt op dat de wettelijke grenswaarden de volksgezondheid niet beschermen. Ook bij concentraties ver onder de EU-normen veroorzaakt luchtverontreiniging gezondheidseffecten.

De bedrijven werken samen onder de noemer Regio Food Valley. Ze willen zich ontwikkelen tot hét agrofoodcentrum van Europa, ”de internationale topregio voor kennis en innovaties op gebied van gezonde en duurzame voeding”.
Uit onderzoek blijkt nu dat deze ”topregio” schade aan de gezondheid van burgers veroorzaakt. De gemeente Barneveld gaat daarom samen met Ede, Scherpenzeel en Renswoude aan de slag om de luchtkwaliteit te verbeteren. Er komt dit najaar een plan van aanpak, waarin het terugdringen van emissies door de veehouderij centraal staat.

De bedoeling is dat met de reductie van fijnstof ook de uitstoot van geur wordt teruggebracht.

Bron: Naar een gezonde lucht in Gelderland en Regio Food Valley

Kennisplatform houdt burger op afstand

Hoewel direct belanghebbende, is de burger op geen enkele wijze vertegenwoordigd in het Kennisplatform Veehouderij en humane gezondheid. Burgergroepen zullen wel betrokken worden bij ”het gesprek over kennisdocumenten”. Verder kunnen burgers hun zorgen uiten en hun vragen stellen via de Omgevingsdienst en GGD. Die kunnen vervolgens deze vragen en zorgen inbrengen in het kennisplatform. Ook zal het kennisplatform nog dit jaar in gesprek gaan met enkele vertegenwoordigers van burgergroeperingen.

Het kennisplatform is een nog jonge organisatie waarin LTO, RIVM, Wageningen Universiteit, Universiteit van Utrecht, Omgevingsdiensten en de landelijke GGD participeren. Op de website is een apart hoofdstuk gewijd aan de dialoog. Hoe deze precies vorm te geven in de relatie van kennisplatform en burger, is nog niet geheel duidelijk. Op 14 oktober is er een symposium en dan zijn burgers in elk geval welkom. Het symposium gaat uiteraard over het zojuist verschenen rapport Veehouderij en gezondheid omwonenden. Het thema is ”Hoe komen we samen tot oplossingen?”

Het zou mooi zijn als er een flinke delegatie van burgergroeperingen het symposium bezoekt.