Verplaatsen van agrarische bedrijven naar Centraal Europa bespreekbaar

Het verplaatsen van risicovolle agrarische bedrijven uit dichtbevolkte gebieden naar Centraal-Europa is voor het ministerie van Economische Zaken niet langer onbespreekbaar. De gedachten gaan uit naar de inzet van Europees geld als vertrekpremie voor een deel van de kalvermesterij en de varkenshouderij. Door regio’s met een hoge veedruk te ontlasten, kunnen risico’s voor de volksgezondheid worden verminderd.

Dit blijkt uit het rapport ”Het GLB na 2020” dat aanbevelingen doet voor een andere inzet van de Europese geldstromen. Het rapport ”GLB na 2020”, opgesteld door het Landbouw Economisch Instituut (LEI) in opdracht van het ministerie van Economische Zaken, plaatst volksgezondheid op de lijst met doelen van het Gemeenschappelijk Landbouw Beleid (GLB).

Het GLB, dat boeren tot dusver voorziet van inkomenssteun, staat al enige tijd ter discussie. Er zijn miljarden mee gemoeid. Geld dat breder kan worden ingezet dan alleen voor het instandhouden van boerenbedrijven en plattelandsontwikkeling. Opmerkelijk is dat het LEI naast milieu, biodiversiteit, klimaat en innovatie, nu ook de gevolgen van agrarische bedrijven voor de volksgezondheid op de agenda plaatst.

Het rapport noemt als ”mogelijk aandachtspunt”:

> verminderen van risico’s van zoönosen, houden van dieren ver weg van de stedelijke centra c.q. verplaatsen van een deel van de dierlijke productie uit bijvoorbeeld Nederland en Vlaanderen naar Centraal Europa c.q. bedrijventerreinen.

En als ”mogelijke maatregel”:

> het opzetten van een Europees sanerings- en investeringsschema om een deel van de kalvermesterij en varkenshouderij vanuit intensieve regio’s (regio’s met een hoge veedruk) te verplaatsen naar extensieve regio’s. Dit om transport en insleep van dierziekten zoveel mogelijk te voorkomen.

De besprekingen over een herziening van het Gemeenschappelijk Landbouw Beleid worden eind 2016/begin 2017 op Europees niveau geopend.

Bron: Het GLB na 2020