Meer stank en fijnstof mogelijk uit open pluimveestallen

In open pluimveestallen kan natuurlijke ventilatie optreden waardoor de berekende uitstoot van geur, fijnstof en ammoniak niet klopt. De bestuursrechter in Zwolle heeft mede om die reden een vergunning voor een pluimveebedrijf in de gemeente Olst Wijhe vernietigd.

De pluimveehouder had niet aangetoond dat alle lucht via het gekozen emissiepunt de stallen verlaat. Hij wilde het bedrijf bij een gelijkblijvende ventilatiecapaciteit uitbreiden van 40.000 naar 60.000 leghennen met uitloop en had daartoe de overdekte uitlopen in gebruik genomen als strooiselruimten. Daardoor ontstonden stallen die aan een zijde geheel open zijn en alleen door windbreekgaas zijn afgeschermd.
De bestuursrechter in Zwolle heeft de Stichting Advies Bestuursrechtspraak om advies gevraagd. Omdat de stallen al in gebruik waren volgens de nieuwe vergunning, kon deze ter plekke een luchtstroom naar buiten constateren. Er was dus sprake van een ontoereikende onderdruk in de strooiselruimten.
Volgens de rechter dient er rekening mee te worden gehouden dat de stallen ook op natuurlijke wijze ventileren. In dat geval zijn de uitgevoerde berekeningen met betrekking tot geur, fijn stof en ammoniak onjuist. De pluimveehouder had gekozen voor een stalsysteem met een zeer lage emissiefactor. Daardoor dacht hij 50% meer hennen te kunnen gaan houden. Nu valt hij terug op de oude vergunning en moet hij een deel van de hennen verwijderen.

De gerechtelijke uitspraak past in de lijn van onderzoek van het RIVM. Het model waarmee geuremissies worden berekend is volgens het RIVM niet geschikt voor enkele relevante kenmerken van de huidige stallen: veranderingen in stalontwerp, huisvesting, ventilatie en voeding kunnen ieder afzonderlijk de geuremissies beïnvloeden. ”Samen kan het tot verschillen leiden tussen modeluitkomsten en de werkelijke geurbelasting. Als voorbeeld: nieuwe grote pluimveestallen hebben een lage uitlaat en een horizontale uitstroomopening. Dit zorgt voor andere verspreiding in omgeving dan het
rekenmodel aangeeft”, aldus het RIVM in een zogeheten duidingsonderzoek.

Klik hier voor de uitspraak van de bestuursrechter
Duidingsonderzoek oplegnotitie RIVM

Geen uitstel elektronische monitoring luchtwassers

Veehouders krijgen geen uitstel voor elektronische monitoring van luchtwassers. Met ingang van 1 januari 2016 zijn ze verplicht de gegevens van hun luchtwassers automatisch te registreren.

Die verplichting geldt al sinds 2013 voor nieuwe luchtwassers. Voor reeds bestaande luchtwassers gold een overgangstermijn van drie jaar. Boerenorganisaties LTO en NVV (varkenshouders) hebben onlangs verzocht om uitstel, vanwege de kosten. Staatssecretaris Dijksma van het ministerie van Infrastructuur en Milieu is daar niet toe bereid. ”Een goede werking van een luchtwasser is van groot belang voor omwonenden, natuur en milieu”, aldus Dijksma. Maar ook voor de veehouderij is het belangrijk dat de luchtwassers naar behoren worden toegepast en dat de beoogde emissiereductie ook werkelijk wordt gehaald. Uitstel zou degenen die nog geen monitoringssysteem hebben aangeschaft, voordeel opleveren ten opzichte van veehouders die wel de benodigde investeringen hebben gedaan.

Uit diverse onderzoeken is gebleken dat luchtwassers in het verleden niet aanwezig waren, niet goed functioneerden of zelfs werden uitgezet. Als gevolg hiervan was de ammoniakemissie en ook de uitstoot van geur en fijnstof veel hoger dan berekend. Elektronische monitoring moet aan deze praktijken een einde maken.

 

Deurne houdt stank in stand

De lokale partijen en de VVD in Deurne zijn – ondanks alle stankoverlast – niet bereid de geurnormen in deze gemeente drastisch te verlagen. Met een nieuwe geurverordening houden ze de stank in stand.

Stop de Stank uit Deurne heeft de bevolking opgeroepen massaal naar de raadsvergadering van 17 november te komen, waar een besluit zal vallen over de nieuwe geurverordening. Deze verordening staat een geurbelasting toe van 8 tot 10 odeur in het buitengebied van Deurne. Stop de Stank wil dat de grens van 5 odeur nergens wordt overschreden. De lokale partijen en de VVD – samen vormen zij een meerderheid – zijn echter voorstander van ruimere normen.

”Alle partijen in de Deurnese gemeenteraad verklaarden dat volksgezondheid voor hen op de eerste plaats komt. De partijen beloofden dus dat ze geen besluiten zullen nemen die risico’s inhouden voor de volksgezondheid. Partijen die instemmen met het voorstel van het college of die nog hogere geurnormen willen, lappen de adviezen van de Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD) aan hun laars. Die nemen risico’s wat betreft de gezondheid van de inwoners van Deurne. Voor hen is niet de volksgezondheid leidend maar de ontwikkeling van de vee-industrie”, aldus Stop de Stank aan de vooravond van de raadsvergadering.

Volg de ontwikkelingen op www.stopdestank.nl

Op 17 november is de nieuwe geurverordening van Deurne met 14 stemmen voor en 1 tegen aangenomen.  Acht van de 23 raadsleden deden uit protest niet mee aan de stemming. Zij verlieten de raadszaal.

Elektronische neuzen kunnen stank veehouderij objectiveren

Door plaatsing van elektronische neuzen op de voordeur van omwonenden van veehouderijen kan objectief worden vastgesteld of de stank toe- of afneemt. Dat zei Ries Kock van de werkgroep max5odeur op een bijeenkomst van burgergroeperingen op 14 november in Arnhem.

Kock presenteerde het rapport dat hij heeft opgesteld in het kader van de evaluatie Wet geurhinder veehouderij. Onderzoek bevestigt dat een elektronische neus met 14 gassensoren en een temperatuursensor in staat is om objectief de geur van een stal te meten. Daarmee kan met succes geurmanagement worden bedreven. De elektronische neus is in staat om voldoende precies te meten, aldus Kock. ;;Het is goedkoper dan een menselijk panel. Het kan de sterkte van geur rondom een stal meten in real time”

Kock heeft contacten gelegd met het bedrijf EMS uit Sint-Annaland. Dit bedrijf is bereid een proefopstelling te laten zien en een presentatie te geven voor de deelnemers aan de evaluatie van de wet geurhinder veehouderij. Het rapport van Kock is geagendeerd voor de eerstvolgende vergadering van de ambtelijke werkgroep.

Rapport Elektronische neuzen in de (intensieve) veehouderij-1

Burgergroeperingen willen kennis delen

Vertegenwoordigers van burgergroeperingen die zijn ontstaan in en rond gebieden met intensieve veehouderij, willen meer kennis uitwisselen. Dat is een van de uitkomsten van de bijeenkomst op 14 november in Arnhem. Aan die bijeenkomst namen burgergroeperingen uit het hele land deel.

Tot een landelijke organisatie komt het vooralsnog niet. Wel zullen groepen rond een bepaald thema de krachten bundelen. Op die manier ontstaan vanzelf collectieven die verbinding kunnen zoeken met andere collectieven. Als voorbeeld werd de werkgroep max5odeur genoemd, waarin diverse groepen samenwerken.

Er is onder burgers een brede beweging in opkomst tegen een verdere uitbreiding en schaalvergroting van de intensieve veehouderij. Milieudefensie, de organisatie die de bijeenkomst organiseerde, wil afzonderlijke, vaak lokaal of regionaal opererende groepen ondersteunen. Dat kan door de onderlinge contacten te intensiveren en scholing te bieden. In Arnhem werd daar al een begin mee gemaakt in de vorm van workshops over juridische zaken, gezondheid en veehouderij, lobbyen en de evaluatie van de wet geurhinder en veehouderij.

Nog steeds worden overal in het land burgers overvallen door plannen voor vestiging of uitbreiding van intensieve veehouderij en de komst van mestvergisters. Vaak zijn zij te laat om als partij bij de planvorming betrokken te raken. Volksvertegenwoordigers en ambtenaren missen de kennis om plannen goed te kunnen beoordelen. De macht van de agrarische adviseurs is te groot, zo werd vastgesteld. ”Het systeem moet gekraakt worden”, aldus een van de aanwezigen. Dat kan door al in een vroeg stadium van de planvorming burgers te mobiliseren rond een onderwerp dat voor hen van belang is, zoals gezondheid of veiligheid. Een kennisbank met een eigen nieuwsvoorziening voor burgergroeperingen kan hierbij een belangrijke rol spelen.

Het is overigens nu al mogelijk om via Overheid.nl een digitale ‘waarschuwing’ voor plannen, projecten of vergunningen op te vragen. Wie zich inschrijft, krijgt een mail op het moment dat de plannen ter inzage komen te liggen. Dan gaat het om plannen van overheden als het Rijk, de provincie, de gemeente of het waterschap. Klik hier 

Reusel De Mierden legt ontwikkeling veehouderij een jaar stil

Na Uden heeft nu ook de gemeente Reusel De Mierden besloten voorlopig geen vergunningen te verstrekken aan veehouderijen vanwege stankoverlast in het buitengebied. Tegen een dergelijk aanhoudingsbesluit is geen beroep mogelijk.

Met een aanhoudingsbesluit kunnen gemeenten ongewenste ontwikkelingen tegengaan. Dat is vastgelegd in artikel 7 van de wet geurhinder veehouderij. Een aanhoudingsbesluit stelt gemeenten in staat ontwikkelingen stil te leggen in afwachting van een nieuwe geurverordening. Het besluit geldt in principe voor een jaar.

In Uden heeft de gemeenteraad in juli besloten aanvragen voor een omgevingsvergunning milieu door agrarische bedrijven tijdelijk niet in behandeling te nemen. De geurbelasting was in het buitengebied van Uden onveranderd hoog ten opzichte van 2008, zo bleek uit onderzoek. In Odiliapeel was sprake van een verslechtering. Het aanhoudingsbesluit van Uden geldt alleen voor ontwikkelingen die betrekking hebben op de emissie van geur. Het besluit geldt niet voor agrarische bedrijven die onder het Activiteitenbesluit milieubeheer vallen en ook niet voor zogenaamde omgevingsvergunning beperkte milieutoets (obm-aanvragen).

Andere gemeenten die eerder gebruik hebben gemaakt van een aanhoudingsbesluit zijn onder meer Eersel, Bladel, Asten, Sint Anthonis, Deurne, Landerd.

Voor meer informatie over aanhoudingsbesluiten, zie Infomil