PvdA: meer middelen om stankoverlast te bestrijden

Twee Kamerleden van de Partij van de Arbeid – Tjeerd van Dekken en Yasemin Çegerek – willen dat de staatssecretarissen Mansveld en Dijksma aangeven welke mogelijkheden gemeenten hebben om lokaal stankoverlast van veehouderijen beter te bestrijden. Ze hebben daar Kamervragen over gesteld. Cumulatie van geurhinder zou een reden kunnen zijn om bovenwettelijke geurnormen te stellen, aldus de PvdA-ers.

Aanleiding is de poging van de gemeente Oirschot om stankoverlast van een varkenshouderij te beperken. De gemeente wilde de varkenshouder extra maatregelen opleggen, omdat zijn bedrijf zich in een overbelaste situatie bevindt. De Raad van State heeft echter bepaald dat de varkenshouder al genoeg deed om de overlast te verminderen.

Met hun vragen informeren de PvdA-ers in feite naar de lopende evaluatie Wet geurhinder veehouderij. In een tussenadvies wordt al gepleit voor herinvoering van cumulatie bij de berekening van geurhinder. Ook wordt geadviseerd een instrumentarium te ontwikkelen om op een praktische manier bij overbelaste situaties aanvullende eisen te kunnen stellen om de geurbelasting binnen een ambitieuze termijn terug te dringen.

De GGD’en Brabant/Zeeland hebben gemeenten in Noord-Brabant eerder al de suggestie gedaan om in overbelaste situaties middels een aanhoudingsbesluit geen nieuwe vergunningen af te geven.

Brief resultaat onderzoek geurhinder van veehouderijen-1

Nieuw type biobed neemt 90% geur weg

Het systeem bestaat al in Duitsland. In Nederland werkt Jan Waayer uit Almelo een variant uit van het zogeheten biobed. Dat zal naar verwachting 90% van de geur uit veehouderijen kunnen wegnemen.

”Ik ben er van overtuigd dat we met dit biobed een wezenlijke bijdrage kunnen leveren aan de reductie van geur en ammoniak uit stallen zonder dat hierbij restproducten overblijven als spuiwater”, aldus Waayer bij de presentatie van zijn systeem afgelopen zaterdag op zijn bedrijf JWESPO.
Het recente nieuws over tegenvallende resultaten van luchtwassers (ze nemen hooguit 30-40% van de geur weg) maakt wat huiverig, maar Waayer gaat binnenkort van start met een proefopstelling bij een varkenshouder in Helvoirt. Dan verwacht hij te kunnen aantonen dat zijn biobed inderdaad 90% geurreductie haalt.

Hij is al langer bezig met biobedden, maar in het nieuw ontwikkelde systeem heeft hij een belangrijke aanpassing aangebracht. De druk in het systeem is verlaagd en de ammoniak wordt onderin gebonden aan water, waardoor het bed ook op dit punt goed gaat scoren. Waayer verwacht een ammoniakreductie van 85%.

Het volledig biologische biobed bestaat uit lagen met drie soorten hout: wortelhout, grof stamhout en weekhout. De laag met weekhout bevat micro-organismen die stoffen afbreken. Het systeem – uitsluitend geschikt voor gesloten stallen – is in aanschaf ongeveer gelijk aan een biologische luchtwasser, maar heeft als groot voordeel dat er geen reststoffen zijn, die afgevoerd moeten worden. Het stikstof dat onderin het biobed achter blijft, kan worden weggespoeld naar de mestkelder. Het biobed heeft meer ruimte nodig dan een luchtwasser. Het kan tien tot twaalf jaar functioneren op het hout dat is aangebracht. Het hout moet wel geregeld worden aangevuld. Elektronische monitoring is mogelijk.

Advies: cumulatie weer in wet opnemen

De kans is groot dat in de nieuwe wetgeving over geurhinder uit veehouderijen, gemeenten bij de vergunningverlening worden verplicht de geuremissie van verschillende bedrijven bij elkaar op te tellen. Een dergelijke berekening van zogeheten cumulatie was in het verleden wettelijk voorgeschreven, maar die is bij de invoering van de Wet Geurhinder Veehouderij in 2006 geschrapt.

Alle partijen (boeren, burgers, milieufederaties, onderzoekers en bestuurders) die betrokken zijn bij de evaluatie van de bestaande geurregelgeving, willen dat cumulatie wordt opgenomen in de nieuwe omgevingswet, waarin geur wordt ondergebracht. Het invoeren van een cumulatieve toets betekent dat er ook normen komen, waaraan veehouderijen in een bepaald gebied gezamenlijk moeten voldoen. Nu gelden er alleen normen voor de geurbelasting van individuele veehouderijen op nabijgelegen woningen. Als de cumulatieve toets wettelijk wordt voorgeschreven, dan is het voor veehouderijen niet langer zinvol om bedrijven te splitsen in meerdere onderdelen en zo met elk onderdeel afzonderlijk binnen de norm te blijven. Een dergelijke splitsing wordt nogal eens toegepast om een bedrijf vergund te krijgen.
De normen moeten zowel gelden bij de ontwikkeling van veehouderijen als bij de realisatie van nieuwe voor geurhinder gevoelige functies, zo staat in het advies aan staatssecretaris Mansveld van I&M dat door de deelnemers aan de evaluatie is opgesteld. Daarin staat ook dat te overwegen valt het onderscheid tussen concentratiegebieden en niet-concentratiegebieden zoals nu opgenomen in de Wet geurhinder en veehouderij te laten vallen. In deze gebieden gelden nu nog verschillende normen, maar dat onderscheid wordt als achterhaald beschouwd.
Het advies, waaraan ook een bijdrage is geleverd door de burgerwerkgroep Max 5 odeur, is een tussenadvies. Later dit jaar volgt een eindadvies, met daarin nieuwe geurnormen voor de veehouderij.

Tussenadvies brief-bestuurlijke-werkgroep-evaluatie-regelgeving-geurhinder-door-veehouderijen

Boeren willen uitstel elektronisch monitoren luchtwassers

Wel meer dieren willen houden met behulp van luchtwassers, waardoor er minder uitstoot van ammoniak, fijnstof en geur zou zijn. Maar als het erop aan komt geen rekening en verantwoording afleggen. Dat is wat de Nederlandse Vakbond van Varkenshouders en de boerenbelangenorganisatie LTO willen.

Elektronische monitoring is al verplicht voor nieuwe luchtwassers, maar voor de oude gaat die verplichting pas per 1 januari 2016 in. Genoemde organisaties hebben bij staatssecretaris Dijksma gevraagd om uitstel. Ze willen ”een stukje lastenverlichting in deze moeilijke periode”. De kosten van het monitoringssysteem zijn 3.500 tot 7.000 euro per installatie, aldus NVV en LTO.

Elektronische monitoring is opgelegd omdat enkele jaren geleden geconstateerd werd dat veel luchtwassers niet aanwezig waren, niet aanstonden of niet goed functioneerden. Omdat het ondoenlijk is om bij elke luchtwasser een ambtenaar neer te zetten, werd gekozen voor een geautomatiseerd systeem waarbij onder meer relevante gegevens (zoals pH, geleidbaarheid van het water, drukval, elektraverbruik en spuiwaterproductie) worden opgeslagen in een elektronische database.

Bij de elektronische monitoring wordt overigens niet gekeken of de rendementen van de luchtwassers op het gebied van geur wel worden gehaald. In het tussenadvies *) van de werkgroep die de evaluatie Wet geurhinder veehouderij ter hand heeft genomen, wordt gepleit voor onderzoek naar de mate van geurreductie van luchtwassers.

*) Tussenadvies brief-bestuurlijke-werkgroep-evaluatie-regelgeving-geurhinder-door-veehouderijen