Stankoverlast leidt tot gezondheidsklachten

Omwonenden die stankoverlast ervaren van een megastal met kippen of varkens, of van een boerderij met veel kippen, varkens en koeien, hebben meer gezondheidsklachten.

Dit blijkt uit een publicatie van onderzoekers van het NIVEL en IRAS van Universiteit Utrecht in het wetenschappelijke tijdschrift Annals of Agricultural and Environmental Medicine. Het onderzoek dateert van 2010 maar is onlangs in het tijdschrift gepubliceerd.

Regelmatige stankoverlast kan leiden tot chronische stress. Omwonenden die last hebben van de stank, zeggen vaker te hoesten en verkouden te zijn, last te hebben van duizeligheid, maagpijn, buikpijn en obstipatie. Klachten door chronische stress – zoals slapeloosheid, angst en depressie – komen vaker voor. Daarnaast beoordelen zij hun eigen gezondheid een stuk slechter dan mensen die geen stankoverlast hebben. Ondanks dat mensen die stankoverlast ervaren meer gezondheidsklachten rapporteren, gaan er slechts weinigen voor deze klachten naar de huisarts.

Veel protesten, klachten bij huisartsen en burgerinitiatieven tegen stankoverlast in de Peel, waren voor IRAS en NIVEL aanleiding om de gevolgen daarvan op de gezondheid van omwonenden te onderzoeken. Zij deden dat in opdracht van het ministerie van Economische Zaken. In totaal hebben 753 mensen een vragenlijst ingevuld.

Halve kilometer
Mensen boven de 40, immigranten en mensen met een hogere opleiding hebben meer overlast van stank door veel varkens, kippen, of koeien binnen een halve kilometer afstand van hun woning dan anderen. Opmerkelijk is dat mensen die meer stankoverlast ervaren, het idee hebben dat ze dichter bij de veehouderijbedrijven wonen dan ze werkelijk doen. NIVEL-onderzoeker Mariëtte Hooiveld: “Zij schatten de afstand tot het veehouderijbedrijf waarschijnlijk kleiner in, omdat zij hun klachten daarmee in verband brengen.”

Onderzoek
De gegevens over het gebruik van gezondheidszorg van deze mensen zijn afkomstig uit de elektronische dossiers van de huisartsenpraktijken in de buurt. Het aantal varkens, kippen en runderen binnen een halve kilometer is vastgesteld met gegevens over vergunningen voor veehouderijbedrijven van de provincies Noord-Brabant en Limburg.

Het onderzoek bevestigt de resultaten van eerdere, buitenlandse onderzoeken. Op dit moment loopt er een groot onderzoek naar de effecten van de veehouderij op de volksgezondheid in Brabant en Limburg.

Bron: NIVEL

Klik hier voor het wetenschappelijke artikel over het onderzoek
Odour annoyance in the neighbourhood of livestock farming perceived health and health care seeking behaviour

Stank veehouderij lange tijd onderschat

De feitelijke stankoverlast die omwonenden van veehouderijen ondervinden, telde in 2006 niet mee bij het opstellen van geurnormen in de Wet geurhinder en veehouderij. De toenmalige geuremissies van veehouderijen werden als uitgangspunt genomen. Naar nu blijkt hebben veel meer omwonenden dan destijds werd verondersteld, last van stank.

De cijfers die werden gehanteerd om de geurnormen te rechtvaardigen, blijken niet te kloppen, zo valt af te leiden uit het rapport ”Geurhinder van veehouderij nader onderzocht”. Het rapport is opgesteld na grootschalig onderzoek door GGD Brabant en Zeeland en het Institute for Risk Assesment Sciences (IRAS) van de Universiteit van Utrecht. Het toont aan dat er veel meer geurhinder wordt ervaren en dat er ook sprake is van ernstige hinder.

Sinds 2006 gelden voor veehouderijen in de zogeheten concentratiegebieden – grote delen van Overijssel, Gelderland, Brabant en Limburg – zeer ruime geurnormen. De onderzoekers hebben uitgeplozen of de destijds gehanteerde relatie tussen geurbelasting en geurhinder bij het bepalen van de normen juist was. Om de feitelijke geurhinder te achterhalen stuurden ze in 2012 en 2013 vragenlijsten naar bijna 28.000 inwoners van het oosten van Brabant en het noorden van Limburg. Zo’n 14.000 inwoners vulden de vragenlijst in. Meer dan een kwart daarvan meldt hinder te ondervinden van een of meer soorten veehouderijen.

De onderzoekers stellen vast dat zich al bij een cumulatieve geurbelasting van 1,0 OU/m3 en 2,1 OU/m3 niveaus van respectievelijk 12% en 20% gehinderden blijken voor te doen. In 2006 werd nog aangenomen dat dergelijke percentages zich pas zouden voordoen bij een cumulatieve geurbelasting van respectievelijk 4,7 OU/m3 en 10,3 OU/m3. Een aanzienlijk verschil.

De onderzoekers vragen zich af hoe het kan dat zoveel mensen last hebben van stank, terwijl er steeds meer luchtwassers op veehouderijen komen. Mogelijk is het rendement minder groot, waardoor de werkelijke geurbelasting onderschat wordt, opperen ze. Mogelijk zijn bezorgdheid en angst toegenomen, onder meer ten gevolge van de Q-koorts epidemie, en trekt men zich daardoor meer aan van de stank.

Klik hier voor het rapport ”Geurhinder van veehouderij nader onderzocht”:
Eindrapport_GEUR_Loes_Geelen_23_3_2015

Voor een uitgebreide samenvatting zie website van Knak de worst

Burgers doen mee aan evaluatie Wet geurhinder veehouderij

Omwonenden van veehouderijen doen mee aan de evaluatie Wet geurhinder veehouderij die dit voorjaar van start gaat. Zij zullen daar het rapport Max 5 odeur inbrengen, een product van samenwerking tussen diverse burgergroeperingen. Voor de evaluatie zijn door het ministerie van Infrastructuur en Milieu twee werkgroepen gevormd: een ambtelijke werkgroep en een bestuurlijke werkgroep. Leden van Max 5 odeur zijn in beide werkgroepen vertegenwoordigd.
In de werkgroepen hebben verder vertegenwoordigers van de Vereniging Nederlandse Gemeenten, het Inter Provinciaal Overleg, de boerenorganisatie LTO, de ministeries IenM en EZ, en de GGD zitting. Lambert Verheijen, dijkgraaf van het waterschap Aa en Maas en voormalig gedeputeerde van de provincie Noord-Brabant, is voorzitter van de bestuurlijke werkgroep  Een eerste advies van de bestuurlijke werkgroep wordt in de zomer van 2015 verwacht.

Geurnormen veehouderij moeten drastisch omlaag

max 5 odeurDe huidige stank in het buitengebied tast de leefbaarheid aan en bedreigt de gezondheid van omwonenden. De overlast wordt veroorzaakt doordat de geurnormen voor de veehouderij veel te ruim zijn en er veel te veel dieren gehouden worden.
Een werkgroep van burgers in het buitengebied zet zich in voor een drastische verlaging van de geurnormen. Buiten de bebouwde kom moet deze naar 5 odeur, binnen de bebouwde kom naar 2 odeur. Daarmee wordt de veehouderij aan banden gelegd.
De werkgroep heeft een rapport opgesteld ”Max 5 odeur”, waarin wordt uitgelegd waarom er nieuwe landelijke normen moeten komen in plaats van de huidige 8-14 odeur voor het buitengebied. Het is volgens de werkgroep zeer inefficiënt om dit aan gemeenten over te laten.
Er zijn genoeg technische mogelijkheden om de stank te verminderen. De werkgroep ”Max 5 odeur” vindt dat daarvan gebruik moet worden gemaakt.

Wil je het rapport lezen? Klik op onderstaande link.

Max 5 odeur