Burgergroepen: ook bestaande overlast door falende luchtwassers aanpakken

Er moet snel een plan van aanpak komen dat een einde maakt aan de overlast die burgers ervaren door falende luchtwassers.  Een herberekening op basis van nieuwe emissiefactoren moet duidelijk maken waar de geurnormen precies worden overschreden. De rijksoverheid dient te voorkomen dat burgers/omwonenden moeten procederen om van onrechtmatige stankhinder verlost te worden.

Dit schrijven ruim veertig burgergroepen uit Brabant, Limburg, Gelderland en Overijssel in een reactie op de ”Regeling tot wijziging van de Regeling ammoniak en veehouderij en de Regeling geurhinder en veehouderij”. De groepen vinden dat alle burgers in de omgeving van stallen met falende luchtwassers recht hebben op uitleg over de ontstane situatie. Een plan van aanpak dient te beginnen met communicatie.

Reactie internetconsultatie nieuwe emissiefactoren luchtwassers

Help! Mijn buurman heeft een luchtwasser

Houdt je buurman varkens of kalveren en heeft hij luchtwasser? Zit je desondanks in de stank? Grote kans dat hij een luchtwasser heeft die veel minder stank reduceert dan in zijn vergunning is vastgelegd.

Negen typen luchtwassers presteren lang niet zo goed als tot voor kort werd aangenomen, zo is door onderzoek aangetoond. Omwonenden krijgen bijna drie keer zoveel stank over zich heen. Staatssecretaris Stientje van Veldhoven lijkt vooralsnog niet bereid iets te doen aan deze misstand: vergund is vergund. Ze wil wel dat er bij nieuwe vergunningen nieuwe emissiefactoren worden toegepast, maar bestaande vergunningen kunnen volgens haar niet worden open gebroken, ook al kloppen de geurberekeningen van geen kant.

Wat nu te doen? 
1. Vraag de vergunning van je buurman op bij de gemeente.
2. Kijk of hij een luchtwasser heeft van een van de negen types.
3. Leg de geurberekeningen uit de vergunning voor aan een expert, bijvoorbeeld De Roever Omgevingsadvies. Vraag om een herberekening op basis van de nieuwe emissiefactoren, zodra deze definitief zijn vastgesteld (zie bijlage Concept regeling RAV en RGV versie 1 mei 2018).
4. Blijkt de veehouderij na herberekening boven de norm uit te komen, schakel dan een jurist in.
5. Vraag de jurist om een civiele en/of bestuursrechtelijke procedure op te starten.

Emissiefactor van twee luchtwassers fors omhoog

De emissiefactor van twee luchtwassers wordt verhoogd van 4,2 naar 15,3 en van 5,6 naar 19,5. Het gaat om de luchtwassers BWL 2009.12.V3 en BWL 2006.15.V7. Deze installaties kwamen als slechtst presterende luchtwassers uit de bus in het onderzoek van Wageningen Universiteit. Ook de emissiefactoren van andere luchtwassers gaan omhoog.

De verhoging van de emissiefactoren staat in de nieuwe regeling geurhinder en veehouderij, die door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat op internet is gepubliceerd voor consultatie. Burgers kunnen tot 30 mei reageren.

De verhoging van de emissiefactoren raakt vooral de varkenshouderij en de kalverhouderij. Het heeft grote consequenties voor een verdere schaalvergroting in deze sectoren. De organisatie van varkenshouders POV vreest de gevolgen. De varkensboeren zijn niet betrokken geweest bij de totstandkoming van de nieuwe emissiefactoren, zo meldt pigbusiness.nl.

Niet alleen de biologische luchtwassers BWL.2009.12 en de chemische luchtwassers BWL.2006.15 functioneren ondermaats als het gaat om de verwijdering van geur, ook de emissiefactoren van zeven andere luchtwassers worden op basis van het Wageningse onderzoek naar boven bijgesteld. De verhoging van de emissiefactoren is gebaseerd op bijgestelde rendementspercentages. Hoe lager het percentage, hoe hoger de factor. Deze factor wordt gebruikt om de totale geuremissies van in dit geval varkens, kalveren en geiten uit te rekenen. De hogere factoren doen recht aan de feitelijke hinder die omwonenden van veehouderijen met een luchtwasser ondervinden.

  1. BWL 2006.14 Chem 30% (was 70%)
  2. BWL 2006.15 Chem 30% (was 80%)
  3. BWL 2007.01 Chem 30% (was 75%)
  4. BWL 2007.02 Bio 45% (was 75%)
  5. BWL 2009.12 Bio 45% (was 85%)
  6. BWL 2010.02 Bio 45% (was 75%)
  7. BWL 2011.07 Bio 45% (was 75%)
  8. BWL 2011.08 Bio/Chem 45% (was 75%)
  9. BWL 2012.07 Bio 45% (was 70%)

In de nieuwe regeling is te vinden welke emissiefactoren voor de diverse diergroepen worden voorgesteld. Ga daarvoor naar de internetconsultatie.

Eerdere berichten:

Emissiefactoren luchtwassers snel aanpassen
Luchtwasserschandaal: stront aan de knikker

Metingen in de praktijk kunnen een hoop dubieus rekenwerk vervangen

Het berekenen van geur en andere emissies uit veehouderijen kent een grote onzekerheidsmarge. De SGP-fractie in de Tweede Kamer vraagt daarom of het mogelijk is om meer te gaan meten. In zo’n meting kunnen ook de emissies van activiteiten die nu nog niet worden berekend, worden meegenomen.

In het antwoord van staatssecretaris Van Veldhoven (I&W) op vragen van de SGP duiken de e-noses weer op. De werkgroep max5odeur heeft daar al eerder voor gepleit. Bij een nulmeting kan de geurbelasting worden vastgesteld voordat er een nieuwe vergunning wordt verleend. Wanneer in een voorschrift bijvoorbeeld wordt opgenomen dat bij uitbreiding de geuremissie hooguit met 10% mag toenemen, kan met behulp van metingen indien nodig handhavend worden opgetreden.

Volgens Van Veldhoven is het zeker een optie. Maar de huidige meettechnieken zijn nog te complex en te duur om op praktijkstallen toe te passen. Er zijn echter diverse ontwikkelingen gaande op het gebied van sensoren voor ammoniak, geur en fijnstof. ”De uitkomsten van lopend onderzoek naar toepassing van sensoren worden gevolgd en bij positieve uitkomsten zal een vervolgonderzoek worden gestart naar de beleidsperspectieven ervan. De Omgevingswet geeft de ruimte om in de toekomst in te kunnen spelen op veranderingen in de stand der techniek”, aldus Van Veldhoven.

VVD wil nader onderzoek luchtwassers

VVD-kamerlid Hema Lodders vindt dat het onderzoek van Wageningen Universiteit naar gecombineerde luchtwassers aan alle kanten rammelt. Ze pleit met haar collega Eric Ziengs voor nader onderzoek. ”Wat de VVD betreft moeten de zaken eerst maar eens goed worden uitgezocht alvorens er allerlei wet- en regelgeving wordt aangepast”, aldus Lodders in een toelichting op kamervragen.

Het aantal bedrijven dat is onderzocht op de verwijdering van geur door gecombineerde luchtwassers, is wel erg klein, aldus Lodders. ”En het is ook gek dat dezelfde luchtwassers in Duitsland en Nederland toch hele andere rendementen halen. Er is op dit moment nog onvoldoende duidelijk, terwijl aanpassing van het beleid enorme consequenties kan hebben voor veehouderijen.”

De VVD trekt de bekende trukendoos open: als de resultaten van een onderzoek je niet bevallen, kraak je het hele onderzoek maar af. Daar is echter weinig reden toe, want het onderzoek laat aan duidelijkheid niets te wensen over.
Het onderzoek is uitgevoerd op 29 varkensbedrijven met een gecombineerde luchtwasser. Deze luchtwassers reduceren op papier de geur met 70% tot 85%. Uit metingen blijkt dat deze luchtwassers gemiddeld een rendement hebben van slechts 40%.

De toegekende hoge reductiepercentages zijn gebaseerd op Duits onderzoek. De Wageningse onderzoekers wijzen erop dat de Duitse reductiepercentages zo hoog uitvallen doordat  luchtwasinstallaties eerst onder begeleiding van de (certificerende) instanties werden geoptimaliseerd en vervolgens tijdens de uitvoering van het meetprogramma ook onder toezicht stonden van deze instanties. Dat zijn hele andere condities dan de metingen die de Wageningers hebben uitgevoerd in de praktijk. Ook de omvang van het onderzoek is volgens de Wageningse onderzoekers geen reden om aan de resultaten te twijfelen. ”De steekproefomvang is voldoende groot om voor de betrokken regio’s te concluderen dat de hier onderzochte groep combi-wassers onvoldoende presteert voor geur.”

Brabant schroeft eisen mestverwerkers op

Mestverwerkers in Brabant moeten maatregelen treffen om de uitstoot van stank en stof te verminderen. De provincie heeft de eisen opgeschroefd vanwege risico’s voor de volksgezondheid.

Op- en overslag van mest moet binnen gebeuren. Bacteriën moeten door verhitting worden gedood. De nieuwe regels zijn van toepassing als een mestverwerker een nieuwe vergunning aanvraagt.

Brabant loopt voorop
Brabant is hiermee de eerste provincie die een onderzoek van het RIVM vertaalt naar beleid. Er is onder burgers veel weerstand tegen de vestiging van mestverwerkers. Gebleken is dat ziekteverwekkende bacteriën vaak in mest voorkomen en dat deze zich kunnen verspreiden via water of lucht.

Om vast te stellen in hoeverre mest bijdraagt aan de ziektelast in Nederland is meer onderzoek nodig, aldus het RIVM. Bekend is wel is dat verspreiding naar het milieu kan plaatsvinden, onder meer doordat micro-organismen en endotoxinen zich kunnen hechten aan stof. De infectierisico’s door blootstelling via de lucht lijken volgens het RIVM op basis van de onderzochte E. colibacterie en de resistente bacterie MRSA kleiner te zijn dan via het oppervlaktewater. Verder blijkt het aantal ziekteverwekkers af te nemen als mest wordt bewerkt.

Geur van stallen en mestverwerker beter beoordelen
De provincie Brabant past nu het voorzorgprincipe toe. Bestaande mestverwerkers zullen bovendien beter worden gecontroleerd. Ook moeten zij hun uitstoot van stof kunnen verantwoorden. Wanneer blijkt dat die te hoog is, kan de overheid ingrijpen. Belangrijk onderdeel van het nieuwe beleid is dat een eigenaar van een veehouderij met een mestverwerker de stank die zijn stallen en installaties veroorzaken niet meer los van elkaar mag beoordelen.

Luchtwasserschandaal: stront aan de knikker

Alleen al in Noord-Brabant staan 2.365.889 varkens in een stal met combi-luchtwassers. De reductiepercentages van deze luchtwassers blijken tegen te vallen: omwonenden krijgen bijna drie keer zoveel stank over zich heen als in vergunningen is vastgelegd. Dat komt overeen met 1.763.124 dieren. Het tekent de omvang van het luchtwasserschandaal dat dankzij de evaluatie van de Wet Geurhinder Veehouderij en het onderzoek van Wageningen Universiteit aan het licht is gekomen.
Lees meer

Emissiefactoren luchtwassers snel aanpassen

De werkgroep max5odeur dringt er bij het ministerie van I&W op aan dat de emissiefactoren voor gecombineerde luchtwassers zo snel mogelijk worden aangepast. Normaal staat voor aanpassing van emmissiefactoren een termijn van tien weken. De werkgroep heeft nog geen signalen dat de procedure reeds is opgestart.

De werkgroep heeft eerder gepleit voor aanpassing. Dat deze installaties weinig effectief zijn in het voorkomen van stankoverlast, is namelijk al geruime tijd bekend. Het ministerie van I&W heeft echter eerst het onderzoek willen afwachten. Nu de slechte prestaties van gecombineerde luchtwassers zwart op wit staan, is langer wachten met het aanpassen van de emissiefactoren onverantwoord, aldus max5odeur.

Geurbelasting twee tot vier keer hoger
Door gebruik te maken van de huidige, veel te optimistische emissiefactoren wordt de stankoverlast vanuit stallen met gecombineerde luchtwassers zwaar onderschat. Uit het onderzoek van Wageningen Universiteit blijkt dat de ”geurbelasting” van omwonenden twee tot vier keer zo hoog is.
Staatssecretaris Van Veldhoven heeft in een brief aan de Tweede Kamer aangegeven iets te willen doen aan de emissiefactoren. Ze toont echter weinig daadkracht, aldus de werkgroep max5odeur. Voor de aanpak van bestaande overlast verwijst ze naar de omstreden 50%-regeling *). Als er na aanpassing van de emissiefactoren sprake is van een overschrijding van de geurnormen, dan kan er toch nog met behulp van deze regeling enigszins uitgebreid worden. Ze miskent daarmee het advies dat door de bestuurlijke werkgroep evaluatie wet geurhinder veehouderij is opgesteld.
In dat advies wordt gewezen op de voorwaarde om bij bestaande overlast de geurbelasting zo veel als redelijkerwijze mogelijk te beperken. ”Hierbij past geen generieke 50% regeling zoals die nu op basis van de Wgv geldt. Gemeenten dienen over voldoende afwegingsruimte te beschikken bij de ontwikkeling van veehouderijen in overbelaste situaties. Op die manier kan rekening worden gehouden met de mogelijkheden om de overbelasting op te heffen dan wel zo veel mogelijk te beperken. Dat kan door aandacht te hebben voor de oorzaak van de overbelasting, de aard van de overbelaste locaties en de kosten van de te nemen maatregelen en de gezondheidslast. De gemeente kan daarbij maatregelen betrekken op het gebied van de bedrijfsvoering, het ontwerp van het bedrijf en andere activiteiten op het erf, zoals het opslaan en omgaan met mest en voer.”

Schakel jurist in
Max5odeur adviseert omwonenden van stallen met een gecombineerde luchtwasser om een jurist in te schakelen. Er is een civielrechtelijke procedure mogelijk tegen de gemeente, omdat deze vergunningen heeft afgegeven op basis van onjuiste inzichten. Ook is het mogelijk om een verzoek om handhaving in te dienen bij de gemeente, indien na herberekening blijkt dat de geurnormen worden overschreden.

Tot dusver erkent alleen Brabant het probleem
Max5odeur vindt het geen goede zaak als de aanpak van het luchtwasserschandaal wordt overgelaten aan overheid en veehouders. Omwonenden moeten daar als gedupeerden actief bij worden betrokken.
De provincie Brabant is tot dusver de enige die erkent dat er een groot probleem is. In Brabant staan 6 miljoen varkens in stallen met een gecombineerde luchtwasser. Het gaat om 732 bedrijven met 2.000 combi-luchtwassers, zo heeft de provincie bekend gemaakt.
”Om te voorkomen dat de geurproblematiek in de tussentijd nog erger wordt, werken de provincie Noord-Brabant, de Brabantse gemeenten en de omgevingsdiensten op korte termijn een gezamenlijke aanpak uit. De hoofdlijn van deze aanpak is dat zij al het mogelijke zullen doen om geen vergunningen meer te verlenen, waarbij de slechter presterende combi-luchtwassers tot overlast leiden. In sommige gevallen zullen gemeentebesturen hiervoor het gesprek met de betreffende ondernemers aangaan om tot maatwerk-oplossingen te komen”, zo heeft de provincie bekend gemaakt.

*) De 50%-regeling houdt in dat een bedrijf, dat bij uitbreiding door toepassing van technieken de geuremissie terugdringt, de helft van deze ”emissiewinst” mag gebruiken voor het houden van meer dieren.

Brief aan staatssecretaris Van Veldhoven over onderzoek luchtwassers 10042018

Varkenshouderij heeft nu ook een luchtwasserschandaal

De varkenshouderij in Nederland heeft na de mestfraude nu ook een luchtwasserschandaal. Uit onderzoek is gebleken dat varkenshouderijen met een gecombineerde luchtwasser drie keer zoveel stank veroorzaken als vergund. Reductiepercentages zijn jarenlang veel te hoog ingeschat. Gevolg: het aantal plaatsen waar de geurnormen worden overschreden is veel groter dan tot dusver aangenomen.

Gecombineerde luchtwassers reduceren stank niet met 80% maar slechts met 40% , zo is na onderzoek door Wageningen Universiteit komen vast te staan. Ook de reductie van ammoniak valt zwaar tegen: geen 85% maar 59%.
Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat geeft in een brief aan de Tweede Kamer aan dat het in totaal om ruim duizend luchtwassers gaat die niet doen wat ze zouden moeten doen. Verwezen wordt naar Duitse testen waarop de veel te optimistische reductiepercentages zijn gebaseerd. Een vergelijking met ”dieselgate” dringt zich op.
”Luchtwassergate” is misschien nog wel een graadje erger.

De burger is belazerd
De burger is belazerd met mooie praatjes van boeren en vergunningverleners die beloven dat het woon- en leefklimaat na plaatsing van een luchtwasser stukken beter wordt. In plaats van een verbetering leidde een luchtwasser vaak tot een verslechtering, omdat plaatsing van zo’n installatie gepaard ging met een uitbreiding van het aantal dieren. Daar komt nog eens bij dat stank uit veehouderij leidt tot gezondheidsklachten.

Ook al heeft de techniek gefaald, het ministerie houdt geloof in technische oplossingen.  Er komt een commissie die op korte termijn gaat onderzoeken welke maatregelen mogelijk zijn in gebieden waar de normen worden overschreden. Bekend is echter dat
er bijna geen bewezen en redelijk betaalbare technieken zijn die stank drastisch reduceren.
Het ministerie kondigt verder aan dat het onderzoek gevolgen heeft voor de vergunningverlening. Bij een aanvraag voor een nieuwe vergunning moet rekening worden gehouden met aangepaste reductiepercentages. Bedrijven die willen uitbreiden komen niet geheel op slot te zitten, aldus staatssecretaris Van Veldhoven. Ze kunnen gebruik maken van de zogeheten 50%-regeling. Wanneer in één of meerdere stallen binnen het bedrijf een techniek wordt toegepast die de geuremissie reduceert, kan de helft van deze geurwinst worden gebruikt voor uitbreiding.
Van Veldhoven stelt vast dat er voor bestaande bedrijven met gecombineerde luchtwassers niets verandert. ”De ondernemer heeft de investering immers gedaan op basis van een vergunning die door het bevoegd gezag is afgegeven en mag dus handelen in overeenstemming met die vergunning. Dit geldt ook voor een melding in het kader van het Activiteitenbesluit.”
Verzuimd wordt te vermelden dat het bevoegd gezag verplicht is vergunningen geregeld te actualiseren. Lees meer over de actualiseringsplicht

Brief aan Tweede Kamer onderzoek-naar-het-rendement-van-luchtwassers-voor-de-veehouderij

Falen luchtwassers al bijna drie jaar bekend

Het falen van gecombineerde luchtwassers is al bijna drie jaar bekend bij het ministerie van I&W. Desondanks zijn deze installaties tot op heden vergund, vooral in de varkenshouderij en kalverhouderij.

Aan de gecombineerde luchtwassers is al die tijd een overdreven hoog reductiepercentage voor geur toegekend: 75% tot 80%. Recent onderzoek van Wageningen Universiteit bevestigt nu dat deze hoge percentages niet haalbaar zijn. Daardoor is de stankoverlast in de omgeving groter dan in de vergunningen is opgenomen. Het onderzoek wordt binnenkort openbaar gemaakt, zo bericht nu ook het Eindhovens Dagblad.

De werkgroep max5odeur berichtte al in 2015 over de overschatting van het rendement van luchtwassers. In overleg met het ministerie is gevraagd de gecombineerde luchtwassers voorlopig van de RAV-lijst te halen, zodat ze niet langer vergund zouden kunnen worden. Medio 2017 heeft de werkgroep gepleit voor een aanhoudingsbesluit.
In een brief aan het ministerie werd door de werkgroep max5odeur in november 2017 opnieuw gewezen op de noodzaak om aan de gecombineerde luchtwassers een veel lager reductiepercentage toe te kennen.

Al in 2011 bleek uit onderzoek van Wageningen Universiteit dat de gecombineerde luchtwassers niet voldeden aan de verwachtingen. Desondanks is met behulp van veel overheidsgeld de vergunningverlening van deze installaties gestimuleerd.
Bij de toelating van de gecombineerde luchtwassers op de zogeheten RAV-lijst, heeft de Technische Advies Commissie RAV zich gebaseerd op Duits onderzoek, zo blijkt uit de leaflets waaraan de installaties moeten voldoen.
Volgens de Provincie Brabant zou een derde van alle varkens in deze provincie gehuisvest zijn in stallen met een gecombineerde luchtwasser.