Commissie Biesheuvel dringt aan op structurele maatregelen tegen stank veehouderij

De commissie Biesheuvel dringt aan op structurele maatregelen tegen stank veroorzaakt door de veehouderij. Omwonenden worden nu te weinig beschermd. In een advies aan staatssecretaris Van Veldhoven van het ministerie van I&W vraagt de commissie om grenswaarden waar veehouderijen zich permanent aan moeten houden. ”Niet alleen op papier, maar ook in de praktijk.”

”Voordeel van een systeem van emissiegrenswaarden is dat de veehouder daar te allen tijde door het bevoegd gezag – al dan niet op verzoek van omwonenden – op kan worden aangesproken”, aldus de commissie. ”Met de huidige regelgeving is dat niet het geval. Ander voordeel is dat de veehouder op meerdere manieren kan zorgen dat hij voldoet aan de emissiegrenswaarden. Niet alleen luchtwassers, maar ook verbeteringen in het stalklimaat kunnen daaraan een bijdrage leveren. De veehouder heeft dus meer vrijheid bij de keuze van maatregelen die hij wil treffen om aan de emissiegrenswaarden te voldoen.”

Voorwaarde is wel dat stank goed kan worden gemeten. De commissie adviseert onderzoek te doen naar alternatieven voor de huidige meetmethoden met geurpanels.
De commissie vraagt voorts aandacht voor ”cumulatie”. Stankoverlast ontstaat vaak doordat binnen de huidige wet- en regelgeving te weinig rekening wordt gehouden met meerdere veehouderijen die tegelijkertijd stank produceren. Deze verschillende stankbronnen worden bij de stankberekening niet bij elkaar opgeteld, terwijl dat eigenlijk wel zou moeten. Gebeurt dat niet, dan is er vrijwel altijd sprake van een onderschatting van de stank.

Ingrijpen bij stankoverlast
Ook zouden gemeenten en provincies meer mogelijkheden moeten krijgen om in te grijpen bij stankoverlast.  Daarbij is het belangrijk dat gemeenten maatwerk kunnen leveren en bestaande rechten kunnen beperken. Een gemeente moet kunnen bepalen welke mate van cumulatieve geurbelasting op woningen en andere geurgevoelige objecten zij in een bepaald gebied acceptabel vinden. ”Daarbij is tevens van cruciaal belang dat ook bestaande rechten van veehouders kunnen worden beperkt, indien dat
nodig is voor het realiseren van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in een bepaald gebied.”

Onvoldoende bescherming
De commissie komt tot de conclusie dat het stankprobleem van de veehouderij omvangrijk en complex is. In het advies ”Geur bekennen” wordt de vinger op een groot aantal zere plekken gelegd. Kern van de zaak is dat de wetgeving omwonenden onvoldoende bescherming biedt. Bestaande rechten van veehouderijen worden wel beschermd. Daardoor kan stankoverlast slechts zeer beperkt worden aangepakt. Voor een oplossing van dit vraagstuk, aldus de commissie, op z’n minst erkenning van het probleem noodzakelijk, een probleem dat veel impact heeft op het dagelijks leven van mensen.

Scherpe tegenstellingen
De impact van de stank blijft niet beperkt tot overlast voor individuen, signaleert de commissie, die niet alleen sprak met veehouders en ambtenaren, maar ook bijeenkomsten belegde voor bewonersgroepen. Tijdens die bijeenkomsten werd duidelijk dat het stankprobleem doorwerkt ”in de sociale samenhang in gemeenschappen. Deelnemers ervaren scherpe tegenstellingen in de gemeenschap. Aan de ene kant staan de mensen die gelieerd zijn aan de veehouderij en aan de andere kant staan de mensen die overlast van veehouderijen hebben. Mensen vertellen dat zij het afschuwelijk vinden om voortdurend in hun eigen gemeenschap te moeten opkomen voor hun rechten en daarbij steeds als lastig en vervelend te worden weggezet. Dit veroorzaakt een gespleten gemeenschap. Sommige mensen zijn daardoor bang openlijk hun belangen te verdedigen.’

Papieren werkelijkheid
De commissie stelt vast dat de huidige regelgeving is gebaseerd op berekende, gemiddelde geuremissies in plaats van daadwerkelijk gemeten waarden. Op basis van een papieren werkelijkheid bouwen veehouders rechten op, die in geval van overlast moeilijk zijn terug te draaien.
”Als een veehouder een bepaald stalsysteem met een aantal dieren vergund heeft gekregen, dan hoeft hij zich uitsluitend aan de vergunning(voorschriften) te houden. Blijkt de feitelijke geurbelasting in de praktijk hoger dan de vergunde geurbelasting, dan kan de veehouder daarop door de overheid juridisch niet worden aangesproken, zolang hij zich aan de vergunning(voorschriften) houdt.”’

”Keuzes die pijn doen”
Bij het zoeken van oplossingen voor concrete knelpunten zal een gemeente of provincie keuzes moeten maken, aldus de commissie. ”Keuzes die een grote impact kunnen hebben op veehouders, omwonenden en andere betrokkenen. Keuzes die pijn kunnen doen. Keuzes die geld zullen kosten. Soms veel geld. Om die keuzes weloverwogen te maken, is persoonlijk contact met en participatie van betrokkenen onontbeerlijk.”
De Commissie pleit voor afstemming met de rijksoverheid over de financiële consequenties. Het aan de politiek om een zorgvuldige en transparante belangenafweging te maken. De commissie noemt een passende schadevergoeding en nadeelcompensatie voor degenen die door de belangenafweging worden benadeeld.

Luchtwassers
Aanleiding voor het advies van de commissie Biesheuvel was het onderzoek naar het disfunctioneren van zogeheten combi-luchtwassers en de aanpassing van de emissiefactoren in juni 2018. Doordat deze luchtwassers niet doen wat ze beloven zitten omwonenden veel meer in de stank dan in vergunningen is vastgelegd. Volgens Biesheuvel zijn er in Nederland ongeveer 5000 combi-luchtwassers geïnstalleerd. Uit gesprekken met vertegenwoordigers van de luchtwasserbranche
blijkt dat ongeveer 25 procent onder de maat is geproduceerd. Dat wil zeggen dat deze luchtwassers in principe wel voldoen aan de gestelde eisen, maar door materiaalkeuze, ontwerp en uitvoering van mindere kwaliteit zouden zijn. Nog eens 25% zou niet voldoende functioneren als gevolg van verkeerd gebruik en/of onderhoud.

”Markt luchtwassers is kapot”
Ten gevolge van de nieuwe emissiefactoren is er in de varkenssector momenteel weinig vertrouwen om te investeren en te vernieuwen, aldus Biesheuvel. De luchtwasserfabrikanten stellen vast dat de markt kapot is. Ze doen een aantal opmerkelijke uitspraken: ze benadrukken dat veehouders niet hoeven te voldoen aan een doelvoorschrift, maar alleen aan een middelvoorschrift. Dat is volgens hen geen stimulans voor veehouders om de geur zoveel mogelijk terug te dringen.  ”In je doelvoorschrift zeg je tegen die boer: het is jouw probleem. Als hij dan een slechte luchtwasser heeft, haalt hij dat doel niet en heeft hij een probleem met de handhaver. Nu werkt dat niet zo en dat heeft weerslag op de keuze van een veehouder bij de aanschaf van een luchtwasser.” Fabrikanten signaleren dat veehouders bij de aankoop van een luchtwasser vooral letten op een lage prijs. Dat maakt het voor de fabrikanten lastig om kwaliteit te leveren. Alles moet zo goedkoop mogelijk. ”Zo is de markt gegroeid. Daar moet je nu weer uit zien te komen om kwaliteit te kunnen leveren”.

De commissie gaat uitvoerig in op de mogelijkheden om iets te doen tegen reeds vergunde luchtwassers, zoals handhaving, het opleggen van extra geurreducerende maatregelen of het intrekken van de vergunning.. ”Om tot intrekking van een eenmaal verleende en in de regel onherroepelijke vergunning over te
kunnen gaan, moeten de milieugevolgen daarvan dermate ernstig zijn, dat deze niet alleen als ongewenst, maar gelet op de meest recente algemeen aanvaarde milieutechnische inzichten zonder meer als ontoelaatbaar worden aangemerkt.”
Helaas adviseert de commissie niet om de zogeheten 50%-regeling in te trekken, iets waar bewonersgroepen wel om hadden gevraagd.

adviesrapport-geur-bekennen-combi-luchtwassers-varkenshouderijen-en-geurhinder

Zaak Houbensteyn Heideveld opnieuw bij Raad van State

Het grootste varkensbedrijf van Nederland – Houbensteyn Heideveld in Grubbenvorst – gaat na ingebruikname zoveel stank produceren dat burgers in de directe omgeving geen leven meer hebben. De zaak dient binnenkort voor de Raad van State. De jurist Valentijn Wösten eist dat de verleende vergunning wordt ingetrokken en de bouw stilgelegd. Gaat de provincie Limburg niet over tot handhaving, dan handelt zij in strijd met de Europese Richtlijn Industriële Emissies (RIE).

Lees meer

Hilko Ellen: ”Weinig oplossingen voor geur uit kippenstallen”

Onderzoeker Hilko Ellen van Wageningen Universiteit Research waarschuwt voor al te groot optimisme bij de bestrijding van stank uit pluimveestallen:

”Voor het voorkomen van geur zijn er nog maar weinig oplossingen voorhanden. In vergelijking met ammoniak en fijnstof is geur minder grijpbaar. Geur bestaat niet uit één stof. Over geur weten we nog lang niet alles. Welke stoffen veroorzaken bijvoorbeeld de typische geur van een vleeskuikenstal en van een legkippenstal? Meer onderzoek is nodig. We weten dat je met voersamenstelling en stalmanagement wel enige invloed op geur kunt uitoefenen, maar dat is beperkt”, zegt hij vandaag op de website nieuweoogst.nl

Wil je fijnstof, ammoniak en ook geur echt goed aanpakken, dan zul je naar andere stalsystemen toe moeten, aldus Ellen. Al die miljoenen kippen die in hun eigen mest scharrelen veroorzaken een groot probleem. ”Als je bijvoorbeeld hennen laat scharrelen in strooisel dat niet grotendeels uit mest bestaat, kun je veel winnen”.

De laatste tijd wordt veel gesproken over een aanpak bij de bron. Dit houdt in dat er ook gekeken wordt naar hele nieuwe stalconcepten. Ellen: ”Wil je pijnpunten als geur en emissies van fijnstof en ammoniak bij de bron aanpakken en bovendien de kip zo veel mogelijk in staat stellen haar natuurlijke gedrag uit te oefenen, dan lijkt het logisch om een stal te maken met verschillende functiegebieden. Een plek om eieren te leggen, een plek voor eten en drinken, ruimte om te scharrelen en te stofbaden en een plek om te rusten en te slapen.”

Brabant wil ontwikkeling stanksensoren stimuleren

Met behulp van stanksensoren is een effectievere toepassing van de milieuwetgeving mogelijk. Ook kunnen sensoren helpen bij het kiezen van oplossingen om de uitstoot van stoffen te verminderen. Verder kunnen ze leiden tot meer transparantie en vertrouwen tussen veehouders en omwonenden.

De provincie Brabant geeft hoog op van de vele toepassingsmogelijkheden van stanksensoren. Maar na een pilot moet het provinciebestuur helaas concluderen dat dergelijke e-noses nog in de ontwikkelfase verkeren. ”Meer inzicht is nodig in de specifieke componenten in de lucht gerelateerd aan stank uit varkensstallen”, aldus het onderzoeksrapport ”Pilot: Continue geurmetingen varkensbedrijven als basis voor alternatieve systematiek vergunningen”.

De provincie heeft na het teleurstellende resultaat de moed echter niet opgegeven. Men wil de ontwikkeling van meer nauwkeurige en robuustere sensoren stimuleren. ”Dat biedt kansen voor het Brabantse bedrijfsleven dat zich bezighoudt met sensortechnologie en informatisering.”

Vijf varkenshouderijen
Tijdens de pilot zijn metingen uitgevoerd bij vijf varkenshouderijen met elk twee omwonenden. Het ging om varkenshouderijen in Reusel de Mierden, Sint Anthonis, Bernheze, Boekel en Someren. Er zijn bedrijven geselecteerd in gebieden met een hoge dichtheid van varkensbedrijven. De bedrijven zelf vormden geen bron van stankoverlast. Omwonenden hadden wel last van andere bedrijven die niet deelnamen aan het onderzoek. Medewerking aan de pilot werd verleend door bedrijven waar geen conflicten spelen.

De deelnemende varkenshouders gaven aan dat de slecht presterende bedrijven en de lastiger benaderbare boeren het voor de beter presterende boeren moeilijk maken. De behoefte aan handhaving bij de bedrijven die het slechter doen is groot. Omdat bedrijven die overlast veroorzaken, soms wel aan alle vigerende regels voldoen, is handhaving niet altijd mogelijk. Dat is een extra motivatie om onderzoek te doen naar methoden om stank te objectiveren, zodat deze kan worden aangepakt.

De pilot is niet alleen uitgevoerd om de stanksensoren in de praktijk te testen. Men wilde ook zien in hoeverre het met behulp van deze technologie op den duur mogelijk is om in vergunningen alleen nog doelvoorschriften op te leggen. Dan zou de vergunning aan de hand van de metingen periodiek geactualiseerd kunnen worden.

De provincie Brabant wil veehouders en omwonenden in alle sectoren meer ervaring laten opdoen met sensormetingen en van elkaar te leren.  Ook moet er een zogeheten ”roadmap” komen voor de omslag van middelvoorschriften naar doelvoorschriften, inclusief de ontwikkeling van procedures en protocollen om real time meetwaarden te kunnen relateren aan emissie factoren.

Brabants Burgerplatform stelt ”Handvest Burgerrechten” op

Het Brabants Burgerplatform Minder Beesten heeft een ”Handvest Burgerrechten” opgesteld. In dat handvest is weergegeven waar burgers op het platteland recht op hebben:

  1. Gezondheid doorslaggevend in ruimtelijk beleid
  2. Herstel kwaliteit lucht, bodem en water
  3. Continue monitoring en directe attendering bij zoönose-risico
  4. Directe en adequate maatregelen bij uitbraak van een zoönose
  5. Liefst lokale circulaire veehouderij in balans met behoeften van bodem en bevolking
  6. Substantiële krimp van de veestapel, te beginnen in dichtbevolkte veedichte gebieden
  7. Veilige afstanden tussen veehouderijbedrijven en burgerwoningen
  8. Strengere emissie-eisen bij grotere veedichtheid
  9. Dialoog vanaf het begin bij initiatieven in de directe leefomgeving
  10. Lik-op-stuk handhaving bij fraude en overschrijding van normen

Het Handvest Burgerrechten is op 11 maart aangeboden aan de Statenleden van de Provincie Brabant die in Deurne deelnamen aan het debat over veehouderij, leefbaarheid en gezondheid.

Planschade toegekend aan buren van boer met mestvergister

De Raad van State heeft een vergoeding wegens planschade toegekend aan buren van een boer met een mestvergister. De boer – Frank van Genugten uit Sint Oedenrode – moet aan de ene buur €14.100 en aan de andere €24.575 euro betalen.

Voor plaatsing van de mestvergister is door de gemeente een vrijstelling van het bestemmingsplan geregeld. De boer moest wel tekenen voor een eventuele planschadevergoeding, als die door gedupeerden geëist zou worden.

Twee buren stapten daarop naar de rechter vanwege onder meer een toename stankoverlast. De rechtbank Oost Brabant vroeg de Stichting Advies Bestuursrechtspraak om advies. Deze constateerde dat de tijd dat de geur waarneembaar is ter plaatse van de ene buur toeneemt van 19 naar 440 uur per jaar, en bij de andere buur van 4 naar 220 uur per jaar.

De rechtbank Oost Brabant stelde de omwonenden in het gelijk, waarna de boer in hoger beroep ging. De buren zijn nu door de Raad van State opnieuw in het gelijk gesteld. Wel heeft de rechter een ”eigen risico” van 3% opgelegd in plaats van de gebruikelijke 2%. Dit omdat een zekere waardedaling binnen het risico valt dat je nu eenmaal loopt als je in het buitengebied woont.

Klik hier voor de uitspraak van de Raad van State

Intrekking milieuvergunning megabedrijf in Grubbenvorst geëist

Vereniging Behoud de Parel en enkele omwonenden eisen intrekking van de milieuvergunning voor het megavarkensbedrijf Houbensteyn Heideveld in Grubbenvorst. Het bedrijf bouwt op dit moment aan de Witveldweg een etagestal voor 19.000 varkens. Die bouw zou moeten worden stil gelegd.

In een verzoek aan de rechtbank Limburg om intrekking van de vergunning wordt gesproken over een dreigende milieucatastrofe. Groot probleem zijn de combi-luchtwassers, die geen 85% van de stank reduceren, maar slechts 45%. Er zijn weliswaar voorschriften aan het bedrijf opgelegd, maar die bevatten niet meer dan een inspanningsverplichting om aan de 85% stankreductie te voldoen.

Door de wijziging op 20 juli 2018 van de emissiefactoren voor combi-luchtwassers, heeft het bedrijf van Houbensteyn onbedoeld een veel grotere stankcirkel toegekend gekregen. Waar omwonenden eerder aanspraak konden maken op een emissiereductie van 85% dreigt nu slechts een emissiereductie van 45% te worden gewaarborgd *). Dit betekent een verdrievoudiging van de stankemissie en als gevolg daarvan een extreem slechte woonkwaliteit voor omwonenden.

Actualisatieplicht
In het verzoek aan de rechtbank wordt gesteld dat onherroepelijke vergunningen niet onaantastbaar zijn. Er geldt een actualisatieplicht. De bestuursrechter dient volgens Behoud de Parel en omwonenden te onderzoeken of de gewijzigde emissiefactoren al dan niet gelden voor bedrijven die voor 20 juli 2018 al vergund waren.
Van belang is in elk geval dat het bevoegd gezag en omwonenden een rechtsgrondslag wordt geboden om op te treden indien door het bedrijf niet een stankemissiereductie van 85% wordt gerealiseerd. Opgemerkt wordt dat het hier gaat om het grootste varkensbedrijf van Nederland dat op basis van de onjuiste reductiefactor van 85% door de provincie Limburg is vergund, ”op de grens van wat de stanknormen toestaan, te weten 14 Ou/m3”.

De megavarkensstal voor 19.000 vleesvarkens is onderdeel van het zogeheten Nieuw Gemengd Bedrijf, waar ook een megakippenstal voor meer dan 1 miljoen vleeskuikens en een grote mestverwerker toe behoren. Ook komen er nog stallen voor 10.000 biggen en 2500 zeugen. Aan het varkensbedrijf is een ster van het Beter Leven Keurmerk van de Dierenbescherming toegekend.


Update 15 maart 2019: Rechtbank Limburg wijst verzoek af
De Rechtbank Limburg heeft het verzoek om intrekking van de vergunning afgewezen.
Intrekken kan alleen als de gevolgen ontoelaatbaar zouden zijn. De rechter stelt dat er geen reden is voor een dergelijke vergaande conclusie. Extra voorschriften die door het bevoegd gezag (provincie) aan de vergunning zijn toegevoegd – met een streefnorm die neerkomt op een verwijderingsrendement van 85% – zijn volgens de rechter voldoende. Bovendien moet het bedrijf de geuruitstoot gaan meten.
De rechter erkent dat een dergelijke streefnorm niet handhaafbaar is, maar hij neemt er genoegen mee dat als metingen een onaanvaardbare milieukwaliteit aantonen, de provincie zich opnieuw gaat beraden.
Tegen het vonnis is door Behoud de Parel en Coöperatie Mobilisation for the Environment (MOB) beroep ingesteld bij de Raad van State.

Update 17 mei 2019: geen spoedeisend karakter volgens Raad van State
Volgens de voorzieningenrechter van de Raad van State er in deze zaak geen sprake van een spoedeisend karakter. Daardoor blijft de vergunning vooralsnog intact en wordt de bouw niet stil gelegd. Later dit jaar volgt nog een bodemprocedure.
Lees meer


Brief aan college van B&W Grubbenvorst
Naast de juridische procedure heeft Vereniging Behoud de Parel voor Vereniging Behoud de Parel uit Grubbenvorst het College van B&W en de gemeenteraad van Horst aan de Maas een brief geschreven. In de Brief dringt de vereniging er op aan om snel onderzoek te laten verrichten door de GGD Limburg Noord om de gezondheidseffecten van de varkensstallen te meten in de nieuwe situatie.

Verzoek aan GGD Limburg Noord
Op 31 augustus 2018 heeft de werkgroep max5odeur de GGD Limburg Noord gevraagd nader onderzoek te doen naar de feitelijke geuremissies van het megavarkensbedrijf op basis van de nieuwe emissiefactoren. ”Indien de herberekening daartoe aanleiding geeft, lijkt ons een openlijke correctie van de risicobeoordeling op zijn plaats”, aldus max5odeur.

Op dit verzoek is op 31 januari geantwoord door de zogeheten Veiligheidsregio Limburg Noord, waar de GGD onder valt. Uit dat Antwoord blijkt dat de gemeente Horst aan de Maas deze kwestie doorverwijst naar de provincie. De gemeente zou geen aanvullende maatregelen kunnen eisen. De GGD gaat verder niet in op het verzoek om aanvullend onderzoek. Het bedrijf beschikt over een rechtsgeldige vergunning, die is verleend op basis van de toen geldende emissiefactoren, aldus de GGD. De GGD verwijst verder naar de Regionale Uitvoeringsdienst (RUDZL) die geregeld controles zal uitvoeren naar de luchtwassers en indien nodig handhavend zal optreden. Dat daar nu juist de grondslag voor ontbreekt, wordt niet ingezien.

Op 26 februari 2019 laat Henk Janssen, directeur van de GGD Limburg Noord, telefonisch desgevraagd weten dat er van zijn kant geen initiatief te verwachten valt. Hij zegt: ”Wij zijn verlengd lokaal bestuur. Ik voel me niet bevoegd. Dat zou politiek ook heel verkeerd vallen. We zijn feitelijk gemeente. Bovendien: dit ligt op provinciaal niveau. Het is een gemeente-overstijgende kwestie. Wij hebben geen eigenstandige bevoegdheid. Op eigen initiatief een herbeoordeling doen, zou neerkomen op een detournement du puvoir. Dan gaan we op de stoel van het lokaal bestuur zitten. U moet de gemeente ervan overtuigen haar verantwoordelijkheid te nemen en aan de GGD om nieuw onderzoek/advies te vragen. Ik ben met handen en voeten gebonden.”

*) Na onderzoek waaruit bleek dat gecombineerde luchtwassers geen 85% maar slechts 45% van de stank reduceren, zijn de emissiefactoren bijgesteld. Dit is gebeurd op 20 juli 2018. Door de emissiefactoren aanzienlijk te verhogen zit een bedrijf veel eerder aan de grens van wat toelaatbaar is. Dit heeft gevolgen voor bedrijven met uitbreidingsplannen die nog geen vergunning hebben. Bedrijven waaraan al een vergunning is verleend, zouden volgens staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu Van Veldhoven, niet hoeven te voldoen aan de nieuwe emissiefactoren. Dit heeft echter grote consequenties voor omwonenden. Daarmee is in feite de huidige praktijk van 45% in plaats van 85% stankreductie gelegaliseerd, dit terwijl veel bedrijven vaak al tegen de grens van de geurnormen aanzitten. En daar dus ten gevolge van falende luchtwassers ruim overheen gaan.

Eerdere berichten:
http://www.max5odeur.nl/35-000-varkens-falende-luchtwassers/
http://www.max5odeur.nl/emissiefactor-twee-luchtwassers-ruim-drie-keer-zo-hoog/

Burgers vragen GGD om herberekening megastal Grubbenvorst

Voor meer info, kijk in de rubriek luchtwassers.

Brabant heeft scan voor ernstige geurhinder

Met behulp van een geurscan kunnen inwoners van Brabant zien of er in hun woonomgeving sprake is van ernstige geurhinder. Gemiddeld heeft in Brabant 10% van de inwoners last van ernstige geurhinder.

In de omgeving van Deurne ligt dat percentage op 16. In Handel, Elsendorp, De Mortel, Milheeze en De Rips (Gemert-Bakel) ondervindt zelfs 24% van de inwoners ernstige geurhinder. De gegevens zijn afkomstig uit de Gezondheidsmonitor Volwassenen, die in 2016 is uitgevoerd door de 4 GGD’en van Zeeland en Noord-Brabant.

De geurscan is een interactieve kaart, waarop alle plaatsen en veehouderijen in Brabant staan aangegeven. Ook valt af te lezen waar de stank vandaan komt:  mest uitrijden, stallen, open haarden en allesbranders, andere bedrijven, riolering  en waterzuivering. De veehouderij blijkt op veel plaatsen de belangrijkste bron van ernstige geurhinder. Zo is de ernstige geurhinder in Gemert Bakel hoofdzakelijk afkomstig van mest uitrijden, stallen en andere landbouw- en veeteeltactiviteiten.

De zogeheten Brabant scan is een initiatief van de Brabantse GGD’en.

Meldpunt voor overlast veehouderijen in Peelland

Inwoners van Peelland kunnen overlast van veehouderijen doorgeven aan het meldpunt van het Peelland Interventie Team (PIT). Dit kan anoniem per telefoonnummer 0492-587309 of per e-mail info@pitteam.nl. Tips worden vertrouwelijk behandeld.

In de gemeenten Asten, Deurne, Gemert-Bakel, Helmond, Laarbeek en Someren werken de NVWA, waterschap Aa en Maas, en Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant samen. Door deze samenwerking kan in één keer op alle onderdelen gecontroleerd worden. Het Peelland Interventie Team (PIT) speelt een belangrijke rol bij de integrale aanpak van de ondermijnende criminaliteit, handhavingsknelpunten en bij overlast.

Onlangs heeft het PIT een varkenshouderij in Deurne gecontroleerd. Daarbij bleek dat er 20% meer varkens werden gehouden. Ook was er meer mest op het bedrijf aanwezig dan was toegestaan.

Geen nieuwe stallen voor vleeskuikens in Asten vanwege stank

De gemeente Asten wil in het buitengebied geen nieuwe stallen meer voor vleeskuikens. Ook mogen bedrijven met leghennen niet omschakelen naar vleeskuikens. Belangrijkste argument: stank.

Volgens de gemeente kloppen de geurberekeningen niet die voor vleeskuikens worden gemaakt. Omwonenden ervaren meer stankoverlast dan in vergunningen is aangegeven. Vooral in de laatste twee weken van de levenscyclus van mestkuikens is er een piek in de uitstoot van stank. De eerste vier weken is het nog te doen, maar de laatste twee weken is de stank niet te harden.
Onlangs zijn de emissiefactoren van vleeskuikens wel aangepast, maar dat is voor de gemeente Asten niet genoeg. De boerenorganisatie ZLTO is het daar niet mee eens en stapte naar de Raad van State om de wijziging van het bestemmingsplan tegen te houden. Ook de norm voor endotoxinen, die de gemeente Asten wil invoeren met het nieuwe bestemmingsplan, kan niet op steun van ZLTO rekenen.
In Asten bestaat een overbelaste situatie, vooral ten zuiden van Heusden. Aan de Oosterseweg 1 heeft het bedrijf van Knippels onlangs nog mogen uitbreiden naar 237.000 vleeskuikens.