Bijna veertig veehouderijen met sjoemelluchtwassers in Horst aan de Maas

In de gemeente Horst aan de Maas hebben 39 veehouderijen een of meer sjoemelluchtwassers. Twee vergunningaanvragen voor stallen met sjoemelluchtwassers zijn nog in behandeling.

Dat blijkt uit een overzicht dat op verzoek van de vereniging Behoud de Parel openbaar is gemaakt. De gemeente is niet van plan iets tegen de sjoemelluchtwassers te ondernemen. In een brief aan de vereniging verwijst de gemeente naar staatssecretaris Van Veldhoven, die al eerder heeft gesteld dat verleende vergunningen onaantastbaar zijn.

Behoud de Parel heeft bij de gemeente aan de bel getrokken vanwege de verleende vergunning aan het megabedrijf Houbensteyn, dat met gebruikmaking van sjoemelluchtwassers stallen wil bouwen voor 30.000 1-ster Beter Leven varkens.
De gemeente heeft er acht maanden over gedaan om de vragen van Behoud de Parel te beantwoorden. Het is een treurig stemmend document waaruit helder naar voren komt dat:
a. de diverse overheden zich schaamteloos achter elkaar verschuilen,
b. de gemeente de ernst van de situatie niet onder ogen wenst te zien,
c. omgevingsdiensten een oncontroleerbare macht vormen,
d. burgers niet worden beschermd.

In de brief kondigt de gemeente aan dat de vergunning voor de stallen van Houbensteyn inmiddels is aangepast. In de vergunning is een voorschrift opgenomen voor het uitvoeren van metingen van het rendement van de luchtwassers. Daarbij moet blijken of de luchtwassers het vereiste rendement van 85% geurverwijdering halen. Laat nu juist dat het probleem zijn: onderzoek heeft uitgewezen dat de sjoemelluchtwassers dit rendement bij lange na niet halen. Verder wordt verwezen naar controles door de omgevingsdienst, de Regionale Uitvoeringsdienst Zuid Limburg (RUZL). Er zal indien nodig handhavend worden opgetreden. Laat nu juist dat ook het probleem zijn: controle en handhaving laten al jaren te wensen over.
Klik hier voor de brief van Horst aan de Maas aan de vereniging Behoud de Parel.

Honderd aanvragen voor varkensstallen in de wacht door nieuwe emissiefactoren

Circa honderd nieuwe aanvragen voor varkensstallen met combi-luchtwassers kunnen op dit moment niet worden vergund. Dat blijkt uit een inventarisatie die is gemaakt door het ministerie van Infrastructuur en Milieu.

Voor combi-luchtwassers gelden sinds kort nieuwe emissiefactoren, nadat is vast komen te staan dat deze installaties minder geur reduceren dan werd aangenomen.
Staatssecretaris Van Veldhoven schrijft in een brief aan de Tweede Kamer dat gemeenten of provincies in circa honderd gevallen de aanvraag niet kunnen honoreren, maar wel kunnen bekijken of met een aangepaste aanvraag een vergunning alsnog mogelijk is. Hierbij verwijst ze naar de mogelijkheid van een proefstalregeling, waarbinnen nieuwe technieken vergund kunnen worden. Dat er geen technieken zijn die geur met meer dan 30% reduceren, vermeldt ze niet.

In de brief herhaalt Van Veldhoven nog eens dat de nieuwe emissiefactoren geen gevolgen hebben voor bestaande vergunningen. Deze bedrijven hebben een vergunning voor het houden van het in de vergunning opgenomen aantal dieren onder de in de vergunning verleende voorwaarden, aldus Van Veldhoven.
De oplossing van de stankoverlast ten gevolge van falende luchtwassers zoekt ze binnen de zogeheten warme sanering en verduurzaming van de varkenshouderij. Ook verwijst ze naar het geld dat is gereserveerd voor de ontwikkeling van en investeringen in nieuwe emissiearme stal- en houderijsystemen voor de varkens-, pluimvee- en melkgeitenhouderij.

Overheid moet met spoedwet 50/50-regeling schrappen

De overheid moet met een spoedwet de 50/50-regeling schrappen uit de Wet Geurhinder Veehouderij. Op die manier kan een verdere toename van overbelaste situaties worden voorkomen.

Dat stelt de burgerwerkgroep max5odeur in een brief aan de commissie Biesheuvel. Deze commissie moet staatssecretaris Van Veldhoven van Infrastructuur en Milieu adviseren over het luchtwasserschandaal.

De werkgroep vreest dat veehouderijen met falende combi-luchtwassers dankzij gewijzigde emissiefactoren meer stankrechten kunnen claimen. ”Met één pennenstreek van de milieuwetgever hebben al die bedrijven nu rechtens een enorm veel grotere geurcirkel vergund gekregen.” Die veehouders kunnen nu op basis van de 50/50-regeling uit de Wet geurhinder en veehouderij nog meer stallen gaan neerzetten. Daar heeft de overheid tot dusver geen stokje voor gestoken, aldus de werkgroep max5odeur.

De werkgroep stelt dat er een regeling moet komen die verhindert dat veehouders met een vergunning waarbij op basis van herberekening sprake is van (meer) overbelaste woningen, kunnen uitbreiden. Tegelijkertijd dient de bestaande 50/50-regeling met spoed te worden geschrapt, zodat kan worden voorkomen dat bedrijven met falende luchtwassers hun stankrechten effectueren.

Die 50/50-regeling voorziet er namelijk in dat een vergunning voor een veehouder die de maximale waarde voor geurbelasting reeds overschrijdt, niet hoeft te worden geweigerd. Maximaal de helft van het geurreducerend effect van geurreducerende maatregelen mag de veehouder gebruiken voor uitbreiding van het veebestand, de andere helft komt ten goede aan het geurgevoelig object (vermindering geurbelasting).
Deze regeling heeft de aanpak van overbelaste situaties tot dusver ernstig in de weg gestaan en dreigt nu ook de oplossing van het luchtwasserschandaal te frustreren, aldus max5odeur.

De werkgroep max5odeur vraagt de commissie Biesheuvel om in het advies aan de staatssecretaris, dat begin 2019 wordt verwacht, een lijst op te nemen van woningen waar sprake is van een overbelaste situatie ten gevolge van falende luchtwassers. Daar zijn op basis van waardeloos milieuonderzoek vergunningen afgegeven, die nooit hadden mogen worden afgegeven. De overheid heeft dit laten gebeuren, dus dan mag
de burger ook vragen of diezelfde overheid dit oplost, aldus max5odeur.

Brief aan commissie Biesheuvel 5 nov 2018

Alternatieven voor falende luchtwassers zeer beperkt

Varkenshouders hebben slechts zeer beperkt mogelijkheden om stank uit stallen te reduceren. Het aantal alternatieven voor falende luchtwassers is daardoor gering. Dat blijkt uit het rapport ”Stalmaatregelen voor het reduceren van geuremissie uit de intensieve veehouderij”  van Wageningen Universiteit en Research (WUR).

Bestaande technieken, zoals het koelen van de mest in de kelder en mestopvang in water, leveren een reductie op van 22%. Dat is onvoldoende om de falende luchtwassers (geen 80% maar slechts 30-45% geurreductie) te compenseren. Nieuwe technieken, zoals nabehandeling met koude plasma en fotokatalytische nabehandeling, zijn veelbelovend, maar staan nog in de kinderschoenen. Verder onderzoek en ontwikkeling is noodzakelijk, aldus het rapport.

Managementmaatregelen
Managementmaatregelen, zoals het verwijderen van mest uit hokken, het nat reinigen tussen rondes en het reinigen van kelders tussen rondes, kan de aanwezigheid van mest en hokbevuiling met mest – en daarmee de emissie van geur – verminderen. Maar de maatregelen zijn arbeidsintensief, de verwachte reductie is beperkt en de maatregelen zijn niet of moeilijk controleerbaar. Daarmee zijn deze maatregelen door de samenstellers van het rapport als niet perspectiefvol beoordeeld.
Wel perspectiefvol is het zogeheten varkenstoilet. Er zijn echter nog geen emissiemetingen verricht. Een alternatief dat eveneens nog nader moet worden onderzocht is het verlagen van het zogeheten ventilatiedebiet door luchtconditionering. Er komt dan minder lucht uit de stal, doordat de ventilatiebehoefte afneemt. De WUR-onderzoekers verwachten een beperkte reductie van deze maatregel.

Voer
De WUR heeft zeer veel literatuur bestudeerd en ook gekeken naar het zogeheten ”voerspoor”. Door voer met een lager ruweiwit-gehalte te geven aan varkens, zou de mest minder stinken. Of dit echt mogelijk is, moet nog blijken. Het huidige varkensvoer heeft al een laag ruweiwitgehalte. Ook over het toevoegen van geurreducerende stoffen aan het voer, valt nog weinig te zeggen. ”Op basis van de huidige kennis kunnen voeradditieven (nog) niet als effectieve maatregel tegen geuremissies worden aangewezen.” Wel is duidelijk dat het voeren van varkens met droogvoer tot minder stank leidt dan voeren met brijvoer.

Klik hier voor het volledige rapport

Bestrijding stankoverlast ontbreekt bij integraal duurzame stallen

Bestrijding van stankoverlast ontbreekt bij de beoordeling of stallen van veehouderijen integraal duurzaam zijn of niet. Dit is in tegenspraak met toezeggingen die staatssecretaris Van Veldhoven (I&M) aan de Tweede Kamer heeft gedaan.

Op 14 december 2017 zei Van Veldhoven tijdens een overleg met de Tweede Kamer dat de aanpak van stankoverlast onderdeel zou worden van de integrale verduurzamingsaanpak veehouderij. In de recent gepubliceerde ”Monitoring integraal duurzame stallen” komt het woord stank of geur echter niet voor. Stallen krijgen het predikaat integraal duurzaam zonder dat de veehouder iets extra’s hoeft te doen aan stankbestrijding.

De monitoring is vandaag aangeboden aan de Tweede Kamer door de collega van Van Veldhoven, minister Carola Schouten van LNV. Noch in het rapport, noch in de definitie van integraal duurzame stallen staat geur of stank vermeld als duurzaamheidsthema. In de begeleidende kamerbrief verwijst Schouten naar gesprekken met dierlijke sectoren en maatschappelijke partijen. Waar Van Veldhoven in december 2017 nog burgers op het oog had als overlegpartner, worden die nu niet eens meer genoemd.

Definitie integraal duurzame stallen
Integraal duurzame stallen zijn gedefinieerd als stal- en houderijsystemen waarin verschillende duurzaamheidkenmerken in onderlinge samenhang zijn verbeterd ten opzichte van de regulier toegepaste stallen of systemen. Het gaat om stallen en houderijsystemen die het dierenwelzijn extra verbeteren door het toepassen van maatregelen die verder gaan dan de wettelijke welzijnsnormen en die daarnaast tenminste voldoen aan andere maatschappelijke randvoorwaarden en wettelijke eisen
voor milieu, diergezondheid en arbeidsomstandigheden én economisch haalbaar zijn.

Volgens deze definitie zijn inmiddels een derde van de varkensstallen en veertig procent van de pluimveestallen integraal duurzaam, aldus het monitoringsrapport.

Klimaatzaak Urgenda biedt perspectief voor proces stank veehouderij

De uitspraak van het gerechtshof in de klimaatzaak van Urgenda biedt perspectief voor het proces tegen de staat over de onrechtmatigheid van stankoverlast door veehouderijen. Twee artikelen uit het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) zijn daarbij relevant.

Volgens het gerechtshof rust op de Staat op grond van artikel 2 EVRM de positieve verplichting om het leven van burgers binnen zijn jurisdictie te beschermen. Artikel 8 EVRM schept de verplichting om het recht op woning en privéleven te beschermen.

Deze verplichting geldt voor alle activiteiten, publieke en niet-publieke, die de aldus beschermde rechten in gevaar kunnen brengen en geldt zeker als sprake is van industriële activiteiten die naar hun aard gevaarlijk zijn.
”Wanneer de overheid weet dat er sprake is van een reëel en onmiddellijk dreigend gevaar, moet de Staat preventieve maatregelen nemen om de aantasting zoveel mogelijk te voorkomen”, aldus het hof in de uitspraak over de klimaatzaak van Urgenda.

Het hof is het niet met de Staat eens dat de rechter hier niets over te zeggen heeft. ”De rechter moet  rechtstreeks werkende bepalingen van verdragen waarbij Nederland partij is toepassen. Deze bepalingen maken deel uit van de Nederlandse rechtssfeer en zij hebben zelfs voorrang boven Nederlandse wetten die daarvan afwijken.”

Het gaat dus om beschermde rechten die in gevaar worden gebracht. Tot die rechten behoren het recht op leven en op gezinsleven. In recent gevoerde gesprekken met de commissie Biesheuvel hebben omwonenden van veehouderijen aangegeven hoe ingrijpend de gevolgen zijn van stank voor hun privéleven en voor dorpsgemeenschappen. Stank uit veehouderijen veroorzaakt stress bij omwonenden, er ontstaan spanningen in het gezin, spanningen met de buren, het leidt ertoe dat mensen na een dag hard werken niet graag naar huis gaan.

Deze getuigenissen zijn opgetekend door de commissie Biesheuvel en zullen worden meegenomen in een advies aan staatssecretaris van het ministerie van I&W Stientje van Veldhoven. Het rapport wordt eind dit jaar, begin volgend jaar aan de staatssecretaris overhandigd. De commissie is ingesteld om te adviseren over de aanpak van falende luchtwassers en het geurbeleid op de langere termijn.

Volg hier het werk van de commissie Biesheuvel
Volg hier het nieuws over het proces tegen de staat 

Vragen aan gemeenteraad Nederweert over falende luchtwassers

De raadsfractie JAN in de gemeente Nederweert heeft aan het college vragen gesteld over falende luchtwassers. De vijfkoppige fractie wil weten hoeveel veehouderijen in Nederweert gebruik maken van zogeheten combi-luchtwassers.

Ook vraagt de fractie aan het college of er al een herberekening is gemaakt van de uitstoot van geur op basis van de door de staatssecretaris Van Veldhoven aangepaste emissiefactoren.

De fractie wil tevens opheldering over de wijze waarop inwoners en ondernemers worden geïnformeerd over de falende luchtwassers en welke maatregelen er worden getroffen om de overlast te verminderen.

De fractie van JAN heeft de afgelopen zomerperiode veel inwoners gesproken die klaagden over geuroverlast door veehouderijen en vraagt zich af of het college ook klachten heeft ontvangen en hoe daar op wordt gereageerd.

JAN maakt samen met D66 en Nederweert Anders deel uit van het college van B&W van de gemeente Nederweert.

Slachtoffers stankoverlast eisen lagere geurnormen en aanpassing van stallen

De twintig eisers in het proces tegen de staat over de stank uit de veehouderij zetten in op een verlaging van bestaande geurnormen. Ook eisen ze dat bestaande stallen en vergunningen worden aangepast.

Verleende vergunningen die stankoverlast faciliteren, moeten worden gewijzigd en in ernstige gevallen worden ingetrokken, zo heeft een delegatie van de eisers gisteren in een gesprek met het ministerie van I&W aangegeven. Het gesprek met het ministerie volgde op een brief die op 18 juni is verzonden.
In het gesprek is door een delegatie van de eisers kenbaar gemaakt dat de overheid dient in te grijpen: de huidige regelgeving ter voorkoming van geurhinder moet veranderen. De regels bieden immers onvoldoende bescherming tegen stankoverlast. De eisers willen met het proces tegen de staat bereiken dat de geurnormen worden aangepast:

  • 2 odeur (woonkern) tot 5 odeur (buitengebied) voorgrondbelasting en 5 tot 10 odeur achtergrondbelasting;
  • de gemeentelijke speelruimte tot 35 odeur moet verdwijnen en worden beperkt tot maximaal 10 odeur;
  • het onderscheid tussen concentratie- en niet concentratiegebieden moet worden afgeschaft.

Als uitgangspunt zou moeten gelden dat er geen sprake is of blijft van een
overbelaste situatie voor geur (voorgrond of achtergrond).
Verder dient per geval te worden onderzocht of het gerechtvaardigd is bestaande vergunning in stand te laten en hoe omwonenden in dat geval gecompenseerd worden voor bovenmatige overlast. Voor elke zogeheten odour unit die bijdraagt aan bovenmatige overlast, moet de staat of de gemeente in de buidel tasten.

Naarmate de overbelasting langer duurt wordt het bedrag per odour unit hoger, aldus de eisers, die worden bijgestaan door advocaat Nout Verbeek en jurist Valentijn Wösten.

”De veehouders veroorzaken de overlast. De overheid probeert de veehouders zo veel mogelijk te faciliteren. De omwonenden betalen de rekening in stank. Deze vicieuze cirkel moet doorbroken worden. Alleen de overheid kan die doorbreken. Naar de mate waarin dit tijd kost moeten de omwonenden gecompenseerd worden, bijvoorbeeld door middel van een schadevergoeding per odour unit overbelasting.Als de overheid niet bereid is de regels voor vergunningverlening aan te passen, zijn de omwonenden genoodzaakt hun belangen civielrechtelijk te verdedigen. Dat zal uiteindelijk leiden tot grote financiële problemen voor de veehouders. De veehouders zullen het op den duur afleggen”, zo wordt gesteld door de eisers.

Stank veehouderij Limburg grote gevolgen voor leefklimaat

De stank vanuit de veehouderij in het noorden en midden van Limburg heeft grote gevolgen voor het leefklimaat. Bij 28.440 zogeheten geurgevoelige objecten (11,1% van het totaal) is sprake van een matig tot zeer slecht woon- en leefklimaat. Dit blijkt uit onderzoek door het adviesbureau Poederoyen naar de mate van geurhinder in dit deel van de provincie.

Poederoyen heeft een herberekening gemaakt van de geurbelasting van geurgevoelige objecten (woningen, kantoren, scholen, etc.). Daarbij is uitgegaan van de onlangs bijgestelde emissiefactoren voor gecombineerde luchtwassers. Ook is gebruik gemaakt de beoordelingssystematiek zoals toegepast in het hinderbelevingsonderzoek van GGD/IRAS uit 2014. Hierdoor ontstaat een meer realistisch beeld van de feitelijke geurbelasting.

Toename geuremissie met 14,3%
Poederoyen heeft ook gekeken naar de totale geuremissie van de veehouderij aan de hand van de bijgestelde emissiefactoren voor gecombineerde luchtwassers. Na toepassing van de nieuwe emissiefactoren komt men tot een toename van de vergunde geuremissie met 14,3% (bestand 2018, vergelijking vergunde geuremissie voor- en na de aanpassing van de emissiefactoren van de gecombineerde luchtwassers per 20 juli 2018).

De emissiefactoren zijn in juli van 2018 aangepast. Dit heeft grote
consequenties voor de berekende geuremissie en de berekende geurbelasting, aldus Poederoyen. Waar voorheen uitgegaan werd van 85% geurreductie voor de beste combi-luchtwassers (van elke 100 Ou geuremissie blijven er dan na wassing van de lucht 15 Ou over) is dat nu nog maximaal 45% geurreductie (van elke 100 Ou emissie blijven er na wassing van de lucht 55 Ou over).

Door gebruik te maken van de systematiek uit het onderzoek van GGD/IRAS komt Poederoyen uit op aanzienlijk hogere geurbelastingspercentages dan waar men tot dusver vanuit is gegaan. Poederoyen verantwoordt toepassing van deze systematiek door te stellen dat ”de relatie tussen geurbelasting en geurhinder die het onderzoek van GGD en IRAS wordt gehanteerd, veel beter lijkt aan te sluiten bij de voor
niet-concentratiegebieden veronderstelde relatie. Deze laat meer hinder zien bij
hetzelfde niveau van geurbelasting.”

De herberekening door Poederoyen is uitgevoerd in opdracht van de Provincie Limburg. Het onderzoek is te vinden in de bijlagen bij de Uitvoeringsagenda Vitale Veehouderij voor een Gezonde en Duurzame Leefomgeving, september 2018

Blijf bellen, blijf klagen bij stankoverlast

Blijf bellen, blijf klagen en hou een dagboek bij. Dat adviseert Hugo van Belois, expert op het gebied van lucht- en leefkwaliteit, op de website van De Monitor van KRO-NCRV.

Het is volgens Van Belois van groot belang dat de overheid meer inzicht krijgt in de mate van stankoverlast in Nederland. ”Het ontbreekt aan een actueel beeld, aan een monitor waarmee duidelijk in kaart kan worden gebracht hoe vaak geuroverlast voorkomt, hoeveel mensen overlast ervaren en waar de geur dan vandaan komt. Daarom is er eigenlijk geen duidelijk beeld van de omvang van de geurproblematiek op dit moment”, zegt hij.

Hij adviseert stankoverlast altijd te melden bij het bevoegd gezag, dus bij de gemeente of provincie. Blijf bellen en klagen als de overlast aanhoudt, aldus Van Belois.’‘Daarbij is het cruciaal dat je als burger goed kunt uitleggen wat er aan de hand is en waar de schoen precies wringt voor jou.’

Van Belois adviseert burgers om altijd een dagboek bij te houden. ”Als burger is het verstandig de overlast systematisch bij te houden. Schrijf op wanneer je thuis bent en waar en wanneer je precies overlast ervaart. Hou bij hoe lang de overlast al duurt, hoe erg het voor jou is, waar je denkt dat het vandaan komt en waar het naar ruikt. En bovenal: blijf bellen, blijf klagen. Gemeenten en provincies hebben die informatie nodig’’. Burgers kunnen ook aandringen op een geuronderzoek. Dan worden er luchtmonsters genomen bij een bedrijf en deze worden in een lab door een geurpanel beoordeeld. Stankoverlast moet niet worden onderschat,aldus Van Belois. Het kan leiden tot gezondheidsproblemen.