Stinkende mestverwerker Den Ouden stil gelegd

Mestverwerker Den Ouden in Helmond is stil gelegd na aanhoudende klachten over stankoverlast. De directie van het bedrijf heeft daar op aandringen van de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant toe besloten. Afgelopen dagen heeft de dienst circa 100 meldingen gekregen van omwonenden dat de stank niet te harden was.

De mestverwerker is al geruime tijd een bron van grote ergernis voor de inwoners van de wijk Brouwhuis. Ze ondervinden erg veel hinder van de stinkende mestverwerker. Maatregelen hebben tot dusver niet geholpen. In april van dit jaar oordeelde de rechter dat Den Ouden de opgelegde maatwerkvoorschriften diende te accepteren.
Zie eerder bericht:
http://www.max5odeur.nl/wethouder-helmond-erkent-historische-vergissing-mestverwerker/

Update 11 augustus 2018
Het stil leggen van de mestverwerker Den Ouden was van korte duur: de installatie is weer opgestart en veroorzaakt ook weer stank. Omroep Brabant meldt dat er al weer 70 klachten zijn binnen gekomen bij de Milieu Klachten Centrale.

Update 20 augustus 2019
De mestverwerker Den Ouden is opnieuw stilgelegd. Wethouder Maas van de gemeente Helmond begint zo langzamerhand wanhopig te worden.”De buurt vecht tegen de bierkaai”, zegt ze tegen Omroep Brabant. De provincie heeft weliswaar dwangsommen opgelegd,maar die worden nu weer aangevochten door de eigenaar van de mestverwerker. “De provincie is het bevoegd gezag. De omgevingsdienst de handhaver. Ik kan alleen druk uitoefenen en indringende gesprekken voeren met de provincie en de omgevingsdienst. Gelukkig voelen ze nu de urgentie om meer te handhaven”, aldus Maas. ”Duizenden inwoners zitten al jaren in de stank”, merkt ze op.

Omwonenden veehouderij vragen om erkenning onrechtmatigheid geurnormen

In de voorbereiding van een proces tegen de staat wordt door omwonenden van veehouderijen een uiterste poging gedaan om erkenning te krijgen voor de onrechtmatigheid van de huidige geurnormen. In een brief vragen ze staatssecretaris Van Veldhoven van het ministerie van I&W zich hierover uit te spreken en met hen in overleg te treden over een zogeheten nadeelcompensatie.

De achttien slachtoffers van stankoverlast uit Brabant, Limburg, Gelderland en Overijssel, die via een gerechtelijke procedure de staat verantwoordelijk willen stellen voor de gevolgen van de huidige geurregelgeving, weten zich gesteund door het advies van de Commissie Biesheuvel.

Deze stelt dat omwonenden onvoldoende beschermd worden door het stankbeleid van de overheid. Bij de oplossing van knelpunten moeten politieke keuzes worden gemaakt, aldus de commissie. De commissie pleit voor afstemming met de rijksoverheid over de financiële consequenties en de impact daarvan. ”Vervolgens is het aan de politiek om een zorgvuldige en transparante belangenafweging te maken, waarbij alle belangen worden betrokken en te zorgen voor een passende schadevergoeding en nadeelcompensatie voor degenen die door de belangenafweging worden benadeeld.”

De achttien slachtoffers dwingen Van Veldhoven nu om zich hierover uit te spreken.Ze willen voor eind juli horen of de Staat bereid is eisers een nadeelcompensatie te betalen van € 10,00 per dag per odour unit waarmee de werkelijke geurbelasting de 5 odour units per kubieke meter lucht overschrijdt. Een redelijke nadeelcompensatie verschaft enige erkenning en genoegdoening aan de omwonenden. De nadeelcompensatie geldt totdat afdoende beschermingsmaatregelen zijn getroffen en staat los van de verschuldigde schadevergoeding, aldus de brief die is opgesteld door de raadsman van de omwonenden mr. Nout Verbeek.

Varkenshouder in Aalten sjoemelt met luchtwassers

De luchtwassers van Henk Meerdink aan de Hoeninkdijk in Aalten (goed voor ruim 14.000 varkens) staan vaker uit dan aan. De provincie Gelderland heeft hem een last onder dwangsom opgelegd.

Overtredingen met de vijf luchtwassers op het bedrijf (zowel chemische als gecombineerde) zijn twee keer achtereen vastgesteld. Eerst in september 2018 en daarna in februari 2019. ”In de periode januari 2019 tot half februari 2019 heeft geen enkele luchtwasser binnen de inrichting goed gefunctioneerd. Twee luchtwassers hebben 100% van de tijd niet gefunctioneerd, één luchtwasser 80% van de tijd, één luchtwasser 57% van de tijd en de laatste luchtwasser 44% van de tijd”, schrijft de provincie Gelderland in een openbare brief over het opleggen van een last onder dwangsom. De dwangsom kan oplopen tot €55.500.

Het optreden tegen Meerdink is pikant. Hij is al veertig jaar raadslid, eerst voor het CDA, nu voor zijn eigen partij Henk Meerdinks Volksvertegenwoordiging (HMV) en geniet in die hoedanigheid behoorlijk wat aanzien in Aalten. Het bedrijf kwam twee jaar geleden al eens negatief in het nieuws nadat er een mestsilo was omgewaaid, met een enorme milieuvervuiling tot gevolg.
https://gelderland.stateninformatie.nl/document/7758786/1/GS-brief_handhaving_luchtwassers_Hoeninkdijk_8_Aalten

180 Miljoen naar varkenssector zonder garanties

De overheid besteedt 180 miljoen aan een saneringsronde van de varkenssector (Srv), zonder zeker te weten dat deze financiële injectie ook het gewenste resultaat oplevert. De Srv is bedoeld om stankoverlast in varkensdichte gebieden te bestrijden. Varkenshouderijen kunnen op vrijwillige basis stoppen. Er is geen enkele garantie dat de grootste stinkerds gebruik zullen maken van de subsidieregeling.

In antwoord op vragen van de Tweede Kamer schrijft minister Schouten dat er een evaluatie komt als de overlastgevende varkensbedrijven zijn gestopt. ”Daarbij zal inzichtelijk worden gemaakt wat het effect van de Srv is geweest, zoals het aantal beëindigde varkenshouderijlocaties, het aantal woningen in een straal van 1.000 rond deze locaties, de geuroverlast die de betreffende locaties veroorzaakten (uitgedrukt als geurscore), de omvang van de het doorgehaalde varkensrecht (uitgedrukt in varkenseenheden) en de oppervlakte van de gesloopte varkenshouderijstallen”, aldus Schouten.

Ze merkt op dat het effect ”voelbaar” zal zijn voor omwonenden rond varkensstallen die leeg komen te staan. Maar er is geen ”objectieve en meetbare maatstaf” waarmee resultaten van de door de overheid gesubsidieerde sanering aangetoond kunnen worden. Ze verwacht dat zo’n 7 tot 10% van de varkensrechten komt te vervallen. Na ophoging van het subsidiebedrag van 120 naar 180 miljoen in het kader van het Klimaatakkoord zal het gaan om circa 300 locaties.

Fraude
Uit de antwoorden op de kamervragen over de Srv valt niet af te leiden of de overheid bij de evaluatie ook een mogelijke verschuiving van varkens naar andere locaties van een andere BV zal onderzoeken. Het is bekend dat de overheid lang niet alle varkens goed in beeld heeft. Dit komt onder meer door het ontbreken van een individuele dierregistratie. In antwoord op kamervragen over mogelijke fraude met dierproductierechten voor varkens, geeft Schouten toe dat er bedrijven zijn die meer dieren houden dan toegestaan, maar zegt ze: ”We zijn in staat overtreders op te sporen en te bestraffen.” Van een ”structurele fraude” is volgens Schouten geen sprake.

Los van eventuele fraude: eenmaal uit de markt gehaalde varkensrechten kunnen niet opnieuw worden ingezet. Maar een varkenshouderij die is gestopt kan wellicht wel van nut zijn voor een collega varkenshouder die voor het verkrijgen van een NB-wet vergunning wil salderen om te kunnen uitbreiden. Zo kunnen stoppers wellicht toch nog bijdragen aan het ontstaan van nieuwe overlastsituaties. Kamerleden hebben hierover geen vragen gesteld en Schouten gaat dus ook niet in op deze mogelijkheid.

Beantwoording Kamervragen Subsidieregeling sanering varkenshouderijen

Beantwoording Kamervragenaantal gehouden varkens in Nederland

Overheid verzuimt burger te betrekken bij sanering varkenshouderij

De regering trekt 120 miljoen uit voor een sanering van de varkenshouderij, maar verzuimt daarbij de burger te betrekken. De regeling is een één-tweetje tussen overheid en bedrijfsleven, aldus de werkgroep max5odeur in een reactie. Dat is vreemd, want de subsidies zijn juist bedoeld om burgers in het buitengebied te verlossen van ernstige stankoverlast. Het had dus voor de hand gelegen diezelfde burger van het begin af aan een stem te geven in de regeling.

Het belang van gedupeerden komt daardoor niet tot uitdrukking in de regeling, aldus de werkgroep. ”Stankhinder wordt weliswaar benoemd als schadelijk voor leefklimaat en woongenot, gezondheid en waarde van de woningen, maar dat de stankhinder een bedreiging vormt van een veilige woonomgeving wordt buiten beschouwing gelaten. Dit is een zware tekortkoming, de gevolgen van stankhinder worden stelselmatig onderschat, de regeling zal in zijn huidige vorm daardoor uiteindelijk slechts een beperkt effect hebben op de reductie van stankoverlast”, voorspelt max5odeur.
De werkgroep pleit voor een totaalaanpak (inclusief herziening van het stankbeleid en de bijbehorende wet- en regelgeving). Alleen via een totaalaanpak kan ervoor worden gezorgd dat de 120 miljoen voor het saneringsspoor meer is dan een druppel op de gloeiende plaat.

De werkgroep betreurt het dat de sanering van de overbelaste situaties gebaseerd is op vrijwilligheid. ”De varkenssector wordt een worst voorgehouden en het is maar afwachten wie er hapt. Daardoor zullen er talrijke overbelaste situaties blijven bestaan. Dat had voorkomen kunnen worden door de overlastgebieden in kaart te brengen en in de ergste gevallen een saneringsplicht op te leggen. Wij missen een sturende rol van de overheid. Een dergelijk rol is op zijn plaats, gezien de ernst van de situatie: de veiligheid van de woonomgeving staat op het spel. Nu zijn er geen garanties dat de ergste stinkerds ertussenuit worden gehaald en er is geen garantie dat de regeling over het geheel genomen tot een voor omwonenden acceptabele afname van de geurbelasting leidt.”

De sanering van de varkenshouderij is ook niet in overeenstemming met het advies van de commissie Biesheuvel. Die stelt: ”Bij het zoeken van oplossingen voor concrete knelpunten zal een gemeente of provincie keuzes moeten maken. Keuzes die een grote impact kunnen hebben op veehouders, omwonenden en andere betrokkenen. Keuzes die pijn kunnen doen. Keuzes die geld zullen kosten. Soms veel geld. Om die keuzes weloverwogen te maken, is persoonlijk contact met en participatie van betrokkenen onontbeerlijk. Ook pleit de Commissie voor afstemming met de rijksoverheid over de financiële consequenties en de impact daarvan. Vervolgens is het aan de politiek om een zorgvuldige en transparante belangenafweging te maken, waarbij alle belangen worden betrokken en te zorgen voor een passende schadevergoeding en nadeelcompensatie voor degenen die door de belangenafweging worden benadeeld.”

Commissie Biesheuvel dringt aan op structurele maatregelen tegen stank veehouderij

De commissie Biesheuvel dringt aan op structurele maatregelen tegen stank veroorzaakt door de veehouderij. Omwonenden worden nu te weinig beschermd. In een advies aan staatssecretaris Van Veldhoven van het ministerie van I&W vraagt de commissie om grenswaarden waar veehouderijen zich permanent aan moeten houden. ”Niet alleen op papier, maar ook in de praktijk.”

”Voordeel van een systeem van emissiegrenswaarden is dat de veehouder daar te allen tijde door het bevoegd gezag – al dan niet op verzoek van omwonenden – op kan worden aangesproken”, aldus de commissie. ”Met de huidige regelgeving is dat niet het geval. Ander voordeel is dat de veehouder op meerdere manieren kan zorgen dat hij voldoet aan de emissiegrenswaarden. Niet alleen luchtwassers, maar ook verbeteringen in het stalklimaat kunnen daaraan een bijdrage leveren. De veehouder heeft dus meer vrijheid bij de keuze van maatregelen die hij wil treffen om aan de emissiegrenswaarden te voldoen.”

Voorwaarde is wel dat stank goed kan worden gemeten. De commissie adviseert onderzoek te doen naar alternatieven voor de huidige meetmethoden met geurpanels.
De commissie vraagt voorts aandacht voor ”cumulatie”. Stankoverlast ontstaat vaak doordat binnen de huidige wet- en regelgeving te weinig rekening wordt gehouden met meerdere veehouderijen die tegelijkertijd stank produceren. Deze verschillende stankbronnen worden bij de stankberekening niet bij elkaar opgeteld, terwijl dat eigenlijk wel zou moeten. Gebeurt dat niet, dan is er vrijwel altijd sprake van een onderschatting van de stank.

Ingrijpen bij stankoverlast
Ook zouden gemeenten en provincies meer mogelijkheden moeten krijgen om in te grijpen bij stankoverlast.  Daarbij is het belangrijk dat gemeenten maatwerk kunnen leveren en bestaande rechten kunnen beperken. Een gemeente moet kunnen bepalen welke mate van cumulatieve geurbelasting op woningen en andere geurgevoelige objecten zij in een bepaald gebied acceptabel vinden. ”Daarbij is tevens van cruciaal belang dat ook bestaande rechten van veehouders kunnen worden beperkt, indien dat
nodig is voor het realiseren van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in een bepaald gebied.”

Onvoldoende bescherming
De commissie komt tot de conclusie dat het stankprobleem van de veehouderij omvangrijk en complex is. In het advies ”Geur bekennen” wordt de vinger op een groot aantal zere plekken gelegd. Kern van de zaak is dat de wetgeving omwonenden onvoldoende bescherming biedt. Bestaande rechten van veehouderijen worden wel beschermd. Daardoor kan stankoverlast slechts zeer beperkt worden aangepakt. Voor een oplossing van dit vraagstuk, aldus de commissie, op z’n minst erkenning van het probleem noodzakelijk, een probleem dat veel impact heeft op het dagelijks leven van mensen.

Scherpe tegenstellingen
De impact van de stank blijft niet beperkt tot overlast voor individuen, signaleert de commissie, die niet alleen sprak met veehouders en ambtenaren, maar ook bijeenkomsten belegde voor bewonersgroepen. Tijdens die bijeenkomsten werd duidelijk dat het stankprobleem doorwerkt ”in de sociale samenhang in gemeenschappen. Deelnemers ervaren scherpe tegenstellingen in de gemeenschap. Aan de ene kant staan de mensen die gelieerd zijn aan de veehouderij en aan de andere kant staan de mensen die overlast van veehouderijen hebben. Mensen vertellen dat zij het afschuwelijk vinden om voortdurend in hun eigen gemeenschap te moeten opkomen voor hun rechten en daarbij steeds als lastig en vervelend te worden weggezet. Dit veroorzaakt een gespleten gemeenschap. Sommige mensen zijn daardoor bang openlijk hun belangen te verdedigen.’

Papieren werkelijkheid
De commissie stelt vast dat de huidige regelgeving is gebaseerd op berekende, gemiddelde geuremissies in plaats van daadwerkelijk gemeten waarden. Op basis van een papieren werkelijkheid bouwen veehouders rechten op, die in geval van overlast moeilijk zijn terug te draaien.
”Als een veehouder een bepaald stalsysteem met een aantal dieren vergund heeft gekregen, dan hoeft hij zich uitsluitend aan de vergunning(voorschriften) te houden. Blijkt de feitelijke geurbelasting in de praktijk hoger dan de vergunde geurbelasting, dan kan de veehouder daarop door de overheid juridisch niet worden aangesproken, zolang hij zich aan de vergunning(voorschriften) houdt.”’

”Keuzes die pijn doen”
Bij het zoeken van oplossingen voor concrete knelpunten zal een gemeente of provincie keuzes moeten maken, aldus de commissie. ”Keuzes die een grote impact kunnen hebben op veehouders, omwonenden en andere betrokkenen. Keuzes die pijn kunnen doen. Keuzes die geld zullen kosten. Soms veel geld. Om die keuzes weloverwogen te maken, is persoonlijk contact met en participatie van betrokkenen onontbeerlijk.”
De Commissie pleit voor afstemming met de rijksoverheid over de financiële consequenties. Het aan de politiek om een zorgvuldige en transparante belangenafweging te maken. De commissie noemt een passende schadevergoeding en nadeelcompensatie voor degenen die door de belangenafweging worden benadeeld.

Luchtwassers
Aanleiding voor het advies van de commissie Biesheuvel was het onderzoek naar het disfunctioneren van zogeheten combi-luchtwassers en de aanpassing van de emissiefactoren in juni 2018. Doordat deze luchtwassers niet doen wat ze beloven zitten omwonenden veel meer in de stank dan in vergunningen is vastgelegd. Volgens Biesheuvel zijn er in Nederland ongeveer 5000 combi-luchtwassers geïnstalleerd. Uit gesprekken met vertegenwoordigers van de luchtwasserbranche
blijkt dat ongeveer 25 procent onder de maat is geproduceerd. Dat wil zeggen dat deze luchtwassers in principe wel voldoen aan de gestelde eisen, maar door materiaalkeuze, ontwerp en uitvoering van mindere kwaliteit zouden zijn. Nog eens 25% zou niet voldoende functioneren als gevolg van verkeerd gebruik en/of onderhoud.

”Markt luchtwassers is kapot”
Ten gevolge van de nieuwe emissiefactoren is er in de varkenssector momenteel weinig vertrouwen om te investeren en te vernieuwen, aldus Biesheuvel. De luchtwasserfabrikanten stellen vast dat de markt kapot is. Ze doen een aantal opmerkelijke uitspraken: ze benadrukken dat veehouders niet hoeven te voldoen aan een doelvoorschrift, maar alleen aan een middelvoorschrift. Dat is volgens hen geen stimulans voor veehouders om de geur zoveel mogelijk terug te dringen.  ”In je doelvoorschrift zeg je tegen die boer: het is jouw probleem. Als hij dan een slechte luchtwasser heeft, haalt hij dat doel niet en heeft hij een probleem met de handhaver. Nu werkt dat niet zo en dat heeft weerslag op de keuze van een veehouder bij de aanschaf van een luchtwasser.” Fabrikanten signaleren dat veehouders bij de aankoop van een luchtwasser vooral letten op een lage prijs. Dat maakt het voor de fabrikanten lastig om kwaliteit te leveren. Alles moet zo goedkoop mogelijk. ”Zo is de markt gegroeid. Daar moet je nu weer uit zien te komen om kwaliteit te kunnen leveren”.

De commissie gaat uitvoerig in op de mogelijkheden om iets te doen tegen reeds vergunde luchtwassers, zoals handhaving, het opleggen van extra geurreducerende maatregelen of het intrekken van de vergunning.. ”Om tot intrekking van een eenmaal verleende en in de regel onherroepelijke vergunning over te
kunnen gaan, moeten de milieugevolgen daarvan dermate ernstig zijn, dat deze niet alleen als ongewenst, maar gelet op de meest recente algemeen aanvaarde milieutechnische inzichten zonder meer als ontoelaatbaar worden aangemerkt.”
Helaas adviseert de commissie niet om de zogeheten 50%-regeling in te trekken, iets waar bewonersgroepen wel om hadden gevraagd.

adviesrapport-geur-bekennen-combi-luchtwassers-varkenshouderijen-en-geurhinder

Zaak Houbensteyn Heideveld opnieuw bij Raad van State

Het grootste varkensbedrijf van Nederland – Houbensteyn Heideveld in Grubbenvorst – gaat na ingebruikname zoveel stank produceren dat burgers in de directe omgeving geen leven meer hebben. De zaak dient binnenkort voor de Raad van State. De jurist Valentijn Wösten eist dat de verleende vergunning wordt ingetrokken en de bouw stilgelegd. Gaat de provincie Limburg niet over tot handhaving, dan handelt zij in strijd met de Europese Richtlijn Industriële Emissies (RIE).

Lees meer

Hilko Ellen: ”Weinig oplossingen voor geur uit kippenstallen”

Onderzoeker Hilko Ellen van Wageningen Universiteit Research waarschuwt voor al te groot optimisme bij de bestrijding van stank uit pluimveestallen:

”Voor het voorkomen van geur zijn er nog maar weinig oplossingen voorhanden. In vergelijking met ammoniak en fijnstof is geur minder grijpbaar. Geur bestaat niet uit één stof. Over geur weten we nog lang niet alles. Welke stoffen veroorzaken bijvoorbeeld de typische geur van een vleeskuikenstal en van een legkippenstal? Meer onderzoek is nodig. We weten dat je met voersamenstelling en stalmanagement wel enige invloed op geur kunt uitoefenen, maar dat is beperkt”, zegt hij vandaag op de website nieuweoogst.nl

Wil je fijnstof, ammoniak en ook geur echt goed aanpakken, dan zul je naar andere stalsystemen toe moeten, aldus Ellen. Al die miljoenen kippen die in hun eigen mest scharrelen veroorzaken een groot probleem. ”Als je bijvoorbeeld hennen laat scharrelen in strooisel dat niet grotendeels uit mest bestaat, kun je veel winnen”.

De laatste tijd wordt veel gesproken over een aanpak bij de bron. Dit houdt in dat er ook gekeken wordt naar hele nieuwe stalconcepten. Ellen: ”Wil je pijnpunten als geur en emissies van fijnstof en ammoniak bij de bron aanpakken en bovendien de kip zo veel mogelijk in staat stellen haar natuurlijke gedrag uit te oefenen, dan lijkt het logisch om een stal te maken met verschillende functiegebieden. Een plek om eieren te leggen, een plek voor eten en drinken, ruimte om te scharrelen en te stofbaden en een plek om te rusten en te slapen.”

Brabant wil ontwikkeling stanksensoren stimuleren

Met behulp van stanksensoren is een effectievere toepassing van de milieuwetgeving mogelijk. Ook kunnen sensoren helpen bij het kiezen van oplossingen om de uitstoot van stoffen te verminderen. Verder kunnen ze leiden tot meer transparantie en vertrouwen tussen veehouders en omwonenden.

De provincie Brabant geeft hoog op van de vele toepassingsmogelijkheden van stanksensoren. Maar na een pilot moet het provinciebestuur helaas concluderen dat dergelijke e-noses nog in de ontwikkelfase verkeren. ”Meer inzicht is nodig in de specifieke componenten in de lucht gerelateerd aan stank uit varkensstallen”, aldus het onderzoeksrapport ”Pilot: Continue geurmetingen varkensbedrijven als basis voor alternatieve systematiek vergunningen”.

De provincie heeft na het teleurstellende resultaat de moed echter niet opgegeven. Men wil de ontwikkeling van meer nauwkeurige en robuustere sensoren stimuleren. ”Dat biedt kansen voor het Brabantse bedrijfsleven dat zich bezighoudt met sensortechnologie en informatisering.”

Vijf varkenshouderijen
Tijdens de pilot zijn metingen uitgevoerd bij vijf varkenshouderijen met elk twee omwonenden. Het ging om varkenshouderijen in Reusel de Mierden, Sint Anthonis, Bernheze, Boekel en Someren. Er zijn bedrijven geselecteerd in gebieden met een hoge dichtheid van varkensbedrijven. De bedrijven zelf vormden geen bron van stankoverlast. Omwonenden hadden wel last van andere bedrijven die niet deelnamen aan het onderzoek. Medewerking aan de pilot werd verleend door bedrijven waar geen conflicten spelen.

De deelnemende varkenshouders gaven aan dat de slecht presterende bedrijven en de lastiger benaderbare boeren het voor de beter presterende boeren moeilijk maken. De behoefte aan handhaving bij de bedrijven die het slechter doen is groot. Omdat bedrijven die overlast veroorzaken, soms wel aan alle vigerende regels voldoen, is handhaving niet altijd mogelijk. Dat is een extra motivatie om onderzoek te doen naar methoden om stank te objectiveren, zodat deze kan worden aangepakt.

De pilot is niet alleen uitgevoerd om de stanksensoren in de praktijk te testen. Men wilde ook zien in hoeverre het met behulp van deze technologie op den duur mogelijk is om in vergunningen alleen nog doelvoorschriften op te leggen. Dan zou de vergunning aan de hand van de metingen periodiek geactualiseerd kunnen worden.

De provincie Brabant wil veehouders en omwonenden in alle sectoren meer ervaring laten opdoen met sensormetingen en van elkaar te leren.  Ook moet er een zogeheten ”roadmap” komen voor de omslag van middelvoorschriften naar doelvoorschriften, inclusief de ontwikkeling van procedures en protocollen om real time meetwaarden te kunnen relateren aan emissie factoren.

Brabants Burgerplatform stelt ”Handvest Burgerrechten” op

Het Brabants Burgerplatform Minder Beesten heeft een ”Handvest Burgerrechten” opgesteld. In dat handvest is weergegeven waar burgers op het platteland recht op hebben:

  1. Gezondheid doorslaggevend in ruimtelijk beleid
  2. Herstel kwaliteit lucht, bodem en water
  3. Continue monitoring en directe attendering bij zoönose-risico
  4. Directe en adequate maatregelen bij uitbraak van een zoönose
  5. Liefst lokale circulaire veehouderij in balans met behoeften van bodem en bevolking
  6. Substantiële krimp van de veestapel, te beginnen in dichtbevolkte veedichte gebieden
  7. Veilige afstanden tussen veehouderijbedrijven en burgerwoningen
  8. Strengere emissie-eisen bij grotere veedichtheid
  9. Dialoog vanaf het begin bij initiatieven in de directe leefomgeving
  10. Lik-op-stuk handhaving bij fraude en overschrijding van normen

Het Handvest Burgerrechten is op 11 maart aangeboden aan de Statenleden van de Provincie Brabant die in Deurne deelnamen aan het debat over veehouderij, leefbaarheid en gezondheid.