Record aan dwangsommen voor megakippenboer in Friesland

Megakippenboer Tsjep Jorritsma uit het Friese Tzummarum hangt een record aan dwangsommen boven het hoofd als hij niet op zeer korte termijn een groot aantal overtredingen ongedaan maakt. Aan de overtredingen zit een prijskaartje van in totaal €750.000.

Na aanhoudende stankoverlast en langdurig klagen hebben omwonenden het voor elkaar gekregen dat er een grootscheepse inspectie op het bedrijf is uitgevoerd. Daarbij heeft de Friese Uitvoeringsdienst voor Milieu en Omgeving (FUMO) assistentie gekregen van de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit (NVWA). De controleurs hebben zeer ernstige overtredingen vastgesteld, zoals:

  • een overbezetting van de stallen (371.300 vleeskuikens vergund, 406.240 aanwezig),
  • het ontbreken van stuwbakken bij de ventilatoren (noodzakelijk om stankoverlast tegen te gaan),
  • luchtwassers die niet goed functioneren,
  • gebruik van niet-vergunde middelen in de luchtwassers,
  • ammoniakgassen die niet worden gemeten,
  • stank in de hydrolyseput en ammoniakdampen in de hydrolyseloods,
  • gebrekkige registratie beluchting in de stallen,
  • rondslingerend asbest,
  • ondeugdelijke opslag van gevaarlijke stoffen.

Jorritsma had op het moment van de controle aan de Hoarnestreek in Tzummarum elf stallen met vleeskuikens in gebruik, drie biovergistersilo’s, twee warmtekrachtkoppelingsinstallaties en een mestverwerkingsinstallatie. Het bedrijf bevindt zich aan de rand van de Waddenzee, een hoogwaardig natuurgebied. Al in 1996 heeft de megakippenboer een mega-uitstoot van van 13.760 NH3 kg/jr vergund gekregen. Een actuele NB-wet vergunning ontbreekt echter. Ook een overtreding die zo spoedig mogelijk ongedaan moet worden gemaakt, stellen de controleurs in hun verslag vast.

Terwijl in omgevingsvergunningen telkens is aangegeven dat de situatie zal verbeteren en de overlast zal afnemen, klagen omwonenden al geruime tijd over stank- en geluidsoverlast. Ze maken melding van gezondheidsproblemen, zoals longproblemen en hoofdpijn. De ellende begon pas goed toen de eerste biovergister in gebruik werd genomen. De GGD Friesland heeft onlangs een inventarisatie gemaakt van de klachten.

Jorritsma mag graag met enige trots over zijn bedrijf vertellen, zoals in deze video:

Zie verder: De buren van Tsjep Jorritsma

”Zorgvuldige dialoog” blijkt een schijnvertoning

Het lijkt zo mooi: veehouder en omwonenden in Noord-Brabant moeten een zorgvuldige dialoog met elkaar aangaan om een bedrijfsuitbreiding mogelijk te maken. Maar de rechter heeft van dit ”vereiste” nu een lachertje gemaakt. Hij kon ook niet veel anders, want de zorgvuldige dialoog is niets meer en niets minder dan een schijnvertoning, een zoethoudertje voor lastige buren.

De rechtbank van Oost Brabant heeft in een zaak tegen de gemeente Sint Anthonis bepaald dat het voldoende is wanneer omwonenden en veehouder elkaar ontmoeten, er informatie wordt uitgewisseld wordt over het project en omwonenden de gelegenheid krijgen hierop te reageren. Het is niet noodzakelijk dat iedereen in de omgeving daadwerkelijk verschijnt op een dialoogbijeenkomst. Een resultaat (in de vorm van een alternatief of van instemming met het project) is evenmin vereist. Geen enkele inspanningsverplichting dus; de wens om meer maatschappelijk draagvlak te krijgen, is een wassen neus.

De rechtbank deed de uitspraak in een zaak rond een bedrijfsuitbreiding van een varkenshouder. Hij had op 3 juli 2014 zijn plannen voorgelegd en toegelicht aan omwonenden. De omwonenden hebben hiervoor een uitnodiging gehad. Op de voorlichtingsbijeenkomst konden omwonenden reageren op de plannen en in samenspraak de wijze van uitvoering bezien. Dat was voldoende, aldus de rechtbank.

Boeren krijgen zorgplicht in nieuwe Omgevingswet

Boeren krijgen, net als andere bedrijven, in de nieuwe Omgevingswet een zorgplicht. Ze zijn verplicht alle mogelijke maatregelen te treffen om de gezondheid van omwonenden te beschermen. Ze moeten daarbij zogeheten best beschikbare technieken toepassen om de luchtkwaliteit te beschermen en geluidhinder, trillingen, lichthinder en geurhinder te voorkomen of te beperken.

Dit staat in het ontwerp Besluit Activiteiten Leefomgeving (BAL) waarop tot 16 september via internet gereageerd kan worden. Net als op het ontwerp Besluit Kwaliteit Leefomgeving (BKL). Deze twee algemene maatregelen van bestuur worden toegevoegd aan de Omgevingswet die al door de Tweede en Eerste Kamer is aangenomen. De Omgevingswet zal in 2019 worden ingevoerd.

Het BAL bevat de regels die het Rijk stelt aan activiteiten van burgers, bedrijven of overheden in de fysieke leefomgeving. Het besluit beschrijft welke regels gelden, welke ruimte er is om daarvan af te wijken en wanneer een vergunning nodig is.
Het BKL bevat onder meer de inhoudelijke normen die richtinggevend zijn voor gemeenten, provincies, waterschappen en het Rijk.

Beleidsvrijheid
Kenmerkend voor de Omgevingswet is de beleidsruimte die lagere overheden daarbij krijgen. Zij mogen van de normen afwijken. Ze kunnen sturend optreden met aangepaste normen en met maatwerkregels en maatwerkvoorschriften. Die beleidsvrijheid kan twee kanten op werken: in het voordeel van de ondernemer of in het voordeel van omwonenden. Er is een handreiking in de maak voor het toepassen van best beschikbare technieken die geurhinder tegengaan. De handreiking wordt opgesteld in een overleg van het ministerie van I&M, Wageningen Universiteit, agrarische sector, GGD’en, vertegenwoordigers van omgevingsdiensten en gemeenten, Milieufederaties en burgergroeperingen (werkgroep max 5 odeur). Ook is er een handreiking in de maak voor gezondheid en veehouderij.

Maatwerkvoorschriften
Als burgers vinden dat de fysieke leefomgeving onevenredig wordt aangetast door een activiteit, kunnen zij het bevoegd gezag vragen om een maatwerkvoorschrift te stellen. Door het verruimen van de bevoegdheden voor maatwerk in het BAL, neemt ook de mogelijkheid toe om dergelijke verzoeken te doen. De beslissing op dat verzoek is een besluit waartegen bezwaar en beroep mogelijk is.
Burgers moeten geïnformeerd worden over veranderingen in hun leefomgeving. Milieubelastende activiteiten moeten worden gepubliceerd. Dat is nu al zo en dat blijft zo. Een echte verbetering is dat geurverordeningen, waartegen geen bezwaar kan worden gemaakt, straks tot het verleden behoren. Afwijkingen van normen moeten worden opgenomen in een democratisch vast te stellen omgevingsplan, waartegen ook weer bezwaar en beroep mogelijk is.

Geluidsnormen gaan omhoog
Tot 16 september kan iedereen zijn mening geven over het BKL en het BAL. Vooral over de hoogte van de normen valt het nodige te zeggen. Die voor fijnstof gaan niet naar beneden, die voor geur zijn voorlopig (in afwachting van de evaluatie Wet Geurhinder Veehouderij), normen voor endotoxinen ontbreken, die voor geluid gaan omhoog voor het landelijk gebied en rustige woonwijken. Daar gaat voor de nacht 40 dB(A) gelden, terwijl dat nu 30 dB(A) is. Een aanzienlijke verslechtering dus voor de burgers. Via de internetconsultatie kan daartegen geprotesteerd worden. Hieronder vind je een link naar de concept-inbreng van de werkgroep max 5 odeur. Je kunt een reactie plaatsen, dan nemen we die op in ons document.

Klik hier voor het BAL
Klik hier voor het BKL
Inbreng burgerwerkgroep max 5 odeur BKL en BAL (concept)

Denen onderzoeken e-noses bij varkensstallen

Deense onderzoekers van de Universiteit van Aarhus hebben een verband kunnen leggen tussen de chemische samenstelling van de lucht rond een varkensstal en de stankoverlast die omwonenden ervaren. Dankzij dit onderzoek kan objectief worden vastgesteld of geurreducerende maatregelen effect hebben.

De onderzoekers maakten gebruik van een zogeheten proton transfer reaction-massaspectrometer (PTR-MS) en hebben met deze ”e-noses” 115 luchtmonsters genomen in en rond vier varkensfokkerijen. Ze analyseerden de lucht ter plekke, en vulden er ook plastic zakken mee die ze later in ‘echte’ labs opnieuw lieten analyseren. De waarnemingen van de massaspectrometer zijn tegelijkertijd uitgevoerd met die van een olfactometer, bemand door vier menselijke proefpersonen die hun eigen interpretatie van de geur gaven. Zo kon er een link worden gelegd tussen de ‘geurervaring’ van de proefpanels en de concentraties van 21 stoffen en stofgroepen in de luchtmonsters. De met PTR-MS vastgestelde concentraties bleken daarbij inderdaad heel aardig de reactie van de proefpersonen te voorspellen.
Het onderzoek wordt voortgezet. Bekeken wordt of een massaspectrometer een instrument kan zijn voor regelgeving.

Een stal zonder stank. Te mooi om waar te zijn?

Image processed by CodeCarvings Piczard ### FREE Community Edition ### on 2016-07-12 05:46:49Z | | Een stal zonder stank. Varkens en kippen houden zonder overlast voor de omgeving. Bijna te mooi om waar te zijn. Toch kan het, volgens Sweco en Agrifirm Exlan, twee bedrijven die de zogeheten Zero-stal ontwikkelden. Geen lelijk bakbeest in het landschap, maar een fraai ogend onderkomen waar het goed toeven is voor varkens of andere dieren. Ongeveer een derde duurder dan een gangbare stal. In 2017 moet de eerste demostal gerealiseerd zijn.

Het concept is ontwikkeld samen met het netwerk Innovatie Agro&Natuur van het ministerie van Economische Zaken. ”Op termijn kan het zero-stalconcept antwoord geven op de milieutechnische en maatschappelijke voorwaarden die worden gesteld aan de veehouderij. Het zorgt voor een verantwoorde en toekomstbestendige ontwikkeling van de sector. De hogere investering wordt terugverdiend door betere technische resultaten en mogelijke extra opbrengsten door afzet in een ketenconcept”, aldus de initiatiefnemers. Met dat laatste bedoelen ze dat het vlees kan worden verkocht als een ”zero-product”, een product dat goed is mens, dier en milieu.
Het zeshoekige ontwerp doet denken aan de reeds bestaande Rondeelstallen. Dat zijn echter geen zero-stallen. Rondeelstallen zijn vooral bedoeld om het welzijn van de gehouden dieren te verbeteren. Het milieu en de volksgezondheid zijn niet gebaat bij een Rondeelstal. In een zero-stal wordt alle lucht gezuiverd, waardoor de emissies van niet alleen geur, maar ook fijnstof en ammoniak op nul uitkomen, beloven Sweco en Agrifirm Exlan.

Omwonenden mestvergisters Friesland willen onderzoek

Omwonenden van mestvergisters in Friesland pleiten voor onderzoek naar de gezondheidseffecten van de gassen die vrijkomen uit mestvergisters en bij het uitrijden van digestaat. ”Wij zitten regelmatig in de gassen van een mestvergister en deze gassen slaan ons op de luchtwegen en voelen branderig aan in onze neus”, aldus een van hen.

Nu Friesland Campina duizend boeren gaat helpen bij het realiseren van een mestvergister, zal het probleem dat omwonenden ervaren alleen maar toenemen. Ook bestaan er grote plannen van een Fries-Amerikaans bedrijf (Universal Energy Solutions) dat €100 miljoen euro wil investeren in mestvergisters in Friesland. Het bedrijf rekent op subsidie van de overheid.

Sommige mestvergisters staan nu al dicht in de buurt van woonwijken. Omwonenden van een mestvergister in Tirns hebben eerder aangegeven dat de stank niet te harden is. Ook wordt er geklaagd over een toename van vrachtverkeer. De mestvergister in Tirns ligt op zo’n 300 meter afstand van het dorp. Die in Easterein op 350 meter van een woonwijk. Omwonenden vinden dat dergelijke installaties thuis horen op een industrieterrein. De GGD Friesland zal worden benaderd om een gezondheidsonderzoek uit te voeren.

Barneveld ”hotspot” fijnstof

De gemeente Barneveld is een ”hotspot” als het gaat om fijnstof. De GGD Gelderland Midden heeft kaarten gemaakt op grond van gegevens over luchtverontreiniging. Op die kaarten staat Barneveld, samen met Nijmegen, donkerbruin gekleurd, met de hoogste gemiddelde concentratie fijnstof (PM10) van de hele provincie.

Opvallend is de omvang van het gebied rond Barneveld. Het is ongeveer zeven keer groter dan de andere Gelderse ”hotspot” Nijmegen. Het omvat een groot deel van het buitengebied: Achterveld, Terschuur, De Glind, Nederwoud, Lunterse Veld, Buurtbos, Ederveen, Schuttersveld, Heestereng, Wormshoef, Kootwijkerbroek. In deze gebieden bevindt zich een enorme concentratie van pluimveebedrijven, die sinds de omschakeling van batterij- naar scharrelhuisvesting tien keer zoveel fijnstof uitstoten.

Op acht locaties in Barneveld werd nét onder de norm voor fijnstof gemeten, met gehaltes van 29 tot 31 microgram. De GGD merkt op dat de wettelijke grenswaarden de volksgezondheid niet beschermen. Ook bij concentraties ver onder de EU-normen veroorzaakt luchtverontreiniging gezondheidseffecten.

De bedrijven werken samen onder de noemer Regio Food Valley. Ze willen zich ontwikkelen tot hét agrofoodcentrum van Europa, ”de internationale topregio voor kennis en innovaties op gebied van gezonde en duurzame voeding”.
Uit onderzoek blijkt nu dat deze ”topregio” schade aan de gezondheid van burgers veroorzaakt. De gemeente Barneveld gaat daarom samen met Ede, Scherpenzeel en Renswoude aan de slag om de luchtkwaliteit te verbeteren. Er komt dit najaar een plan van aanpak, waarin het terugdringen van emissies door de veehouderij centraal staat.

De bedoeling is dat met de reductie van fijnstof ook de uitstoot van geur wordt teruggebracht.

Bron: Naar een gezonde lucht in Gelderland en Regio Food Valley

Kennisplatform houdt burger op afstand

Hoewel direct belanghebbende, is de burger op geen enkele wijze vertegenwoordigd in het Kennisplatform Veehouderij en humane gezondheid. Burgergroepen zullen wel betrokken worden bij ”het gesprek over kennisdocumenten”. Verder kunnen burgers hun zorgen uiten en hun vragen stellen via de Omgevingsdienst en GGD. Die kunnen vervolgens deze vragen en zorgen inbrengen in het kennisplatform. Ook zal het kennisplatform nog dit jaar in gesprek gaan met enkele vertegenwoordigers van burgergroeperingen.

Het kennisplatform is een nog jonge organisatie waarin LTO, RIVM, Wageningen Universiteit, Universiteit van Utrecht, Omgevingsdiensten en de landelijke GGD participeren. Op de website is een apart hoofdstuk gewijd aan de dialoog. Hoe deze precies vorm te geven in de relatie van kennisplatform en burger, is nog niet geheel duidelijk. Op 14 oktober is er een symposium en dan zijn burgers in elk geval welkom. Het symposium gaat uiteraard over het zojuist verschenen rapport Veehouderij en gezondheid omwonenden. Het thema is ”Hoe komen we samen tot oplossingen?”

Het zou mooi zijn als er een flinke delegatie van burgergroeperingen het symposium bezoekt.

Rechter neemt GGD-onderzoek geur serieus

Het GGD-onderzoek naar de mate van hinder die omwonenden ondervinden van stank uit veehouderijen, speelt een prominente rol in de afwijzing van een vergunning voor de uitbreiding van een varkensbedrijf in Hulsel, gemeente Reusel-De Mierden. De rechtbank Oost-Brabant stelt dat de gemeente had moeten verantwoorden waarom zij bij de beoordeling van de vergunningaanvraag niet is uitgegaan van het GGD-onderzoek.

Het GGD-onderzoek, gepubliceerd in 2015, toont aan dat het in Brabant en Limburg veel meer stinkt dan op grond van berekeningen tot dusver wordt aangenomen. De waarde van dit onderzoek werd tijdens de zitting van de rechtbank in twijfel getrokken door de varkenshouder en de gemeente, waarna de rechter de Stichting Advies Bestuursrechtspraak heeft ingeschakeld. Deze stelde vast dat het GGD-onderzoek de huidige stand van wetenschap weergeeft. De StAB geeft aan dat met de toepassing van de gegevens uit het GGD-onderzoek in het geval van het varkensbedrijf sprake zou zijn van een overschrijding van de cumulatieve geurnorm . De rechter neemt dit advies over.

De uitspraak van de rechter is vooral van betekenis voor de vergunningverlening in Brabant. Daar geldt sinds 2014 een Verordening Ruimte waaraan gemeenten bij een afwijking van het bestemmingsplan moeten toetsen. Van een dergelijke afwijking was in het geval van de twee varkensstallen sprake. Een gemeente dient te onderzoeken of de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige objecten (zoals woningen) in de bebouwde kom niet hoger is dan 12 % en in het buitengebied niet hoger is dan 20 %. De gemeente heeft dit tot dusver altijd beoordeeld op basis van de Handreiking bij de Wet geurhinder veehouderij. Deze is onder meer gebaseerd op een onderzoek over geurhinder uit 2001. In 2015 is echter nieuw onderzoek verschenen van de GGD en het IRAS instituut. Hieruit blijkt dat er veel sneller sprake is van geurhinder dan voorheen werd aangenomen. De omwonende die in beroep is gegaan tegen de omgevingsvergunning heeft op het rapport gewezen.

Kik hier voor de uitspraak van de rechtbank Oost Brabant

Zie ook Stank veehouderij lange tijd onderschat

Duitsers willen luchtwassers op alle varkensbedrijven

In drie deelstaten in Duitsland moeten varkenshouders al luchtwassers plaatsen in hun stallen. Nu is er een plan om deze verplichting in heel Duitsland door te voeren. Daartoe wordt een technische handleiding voor het schoonhouden van de lucht aangepast.

De huidige verplichting geldt in Noord Rijnland Westfalen, Sleeswijk Holstein en Nedersaksen. Een landelijke verplichting gaat gelden voor bedrijven met meer dan 2000 mestvarkens of 750 zeugen. Een aanpassing van de zogeheten TA Luft moet ook leiden tot een afname van de uitstoot van endotoxinen en andere ziekteverwekkers.

Bron: Topagrar